1/28
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
bodem
bovenste losse laag van aardkorst waarin planten wortelen
door verwering vatse gesteente
1.5 m
samenstelling:
lucht 0.25
water 0.25
organisch materiaal 0.02
bodempartikels of mineralen 0.48
bodems volgens ontstaan
alluviale bodems: afzetting klei na transport door water
eolische bodems: door wind afgezte
verweringsbodems: verwering oorspronkelijk gesteente
bodems volgens textuur
= korrelgroottesamenstelling
korrelgrootefractes:
grind
zand
silt (leem)
klei
bodemvruchtbaarheid
bepaald door tectuur
fijner = vbh omhoog
klei = negatief geladen mineralen goed binden + traag doorlaatbaar water = voeidingstoffen vasthouden
waterhuishouding
grondwaterzone: diep in bodem, verzadigd
capillaire waterzone: kleine porien die water naar onder zuigen
hangwaterzone (planten)
gegleyificeerde zone: grijs, bruinroestig (oxidatie)
gereduceerde zone: grijsblauw (reductie)
korrelstructuur
vaak bewerkt > alle korrels los
kruimelstructuur
veel klei + hummus > vaste lagen
grote korrels, betere strucuur + goede waterhuishouding
moedermateriaal
Klei en leem: kleine KG, rijk aan mineralen -> vruchtbaar •
Zand: arm aan voedingsstoffen, heel doorlatend, mineralen spoelen snel weg
• Kalksteen: doorlatend + rijk aan minerale
klimaat
Hoge T + neerslag -> snelle verwering van mineralen
• Tropische bodems: weinig vruchtbaar
dieren en planten
• Schimmels, bacteriën, kevers, wormen…
• afbraak dood plantenmateriaal -> humus -> structuur beter
relief
• Op helling: veel afspoeling + weinig bodemvorming
tijd
• Start bodemvorming na laatste ijstijd (10 000 jaar)
mens
negatief
zware machines: kruimelstructuur verwijderen
meststoffen: verontreinigen grondwater
verwijderen vegetatie > bodemerosie
antropoceen
bodemnhorizonten
= horizontale lagen met andere kleur, chemische samenstelling, gehalte OM, structuur… Bodemprofiel: geheel van de bodemhorizonten
verschillend ehorizonten
✓ O en A: rijk aan OM/humus
✓ E: uitlogingshorizont, arm aan klei, Fe/Al (lichte kleur)
✓ B: aanrijkingshorizont, rijk aan klei, Fe/Al, humus (donkere kleur)
✓ C: oorspronkelijk los moedermateriaal (verweerd)
✓ R: onverweerd los of vast moedermateriaal
✓ Ap: bewerkingshorizont: toplaag van 30-50 cm verdwijnt door ploegen
podzol
= duidelijke verschillende lagen
gematigd klimaat
zand + zure bodems wegens heide, naaldbomen
goed ontwikkeld profiel
landboouwwarde laag
podzol horizonten
O: zwarte humuslaag van naalden of heidestrooisel (3-0 cm)
• A: dunne, humushoudende laag, donker gekleurd, eveneens zuur (0-5 cm)
• E: sterk uitgeloogd (ook de colloïden of vlokken zijn uitgeloogd) - hierdoor bleekgrijs van kleur (5-25 cm)
• Bh: aanrijkingszone met humusdeeltjes, enigszins aaneengekit, bijna zwart van kleur (25-40 cm)
• Bs: ijzeraanrijkingszone, bruin gekleurd (limoniet); soms aaneengekit tot ijzeroer die de horizont ondoorlatend maakt (40-50 cm).
• C: moedergesteente is zand
ferralsol
tropisch klimaat
sterke verwering
geen bodemprofiel, rode kleur > fe oxide
laag landbouwwaarde
producerende diensten
geneesmiddelen
voeding
habitat organisme
regulerende diensten
oplsag koolstof
zuivering water
afbraak organisch materiaal
culturele diensten
archeologisch erfgoed
bouwen > stevigheid
pos effect op millei + fysieke gezondheid
onderhoudede diensten
koolstofcyclus
gesteentecyclus
bodemerosie
spaterosie
geulenerosie
ravijnerosie
» hevige of langdurige neersmag en beperlte bodembedekking
tegengaan verslemping
= toplaag dichtslibt door regen, wat leidt tot een harde korst (slempkorst) en verminderde infiltratie
minimale bodembewerking: direct inzaaien > wortels vorige oogst houdt bodem samen > vermijden compactie + betere infilitratie
mulchen; verhaksel van gewassen achterlaten > spaterosie tegengaan
groendbedekking: bodem bedekken tijdens winter
tegengaan geul en ravijnerosie
ploegen volgens hoogtelijnen > geen weg voor water om weg te gaan
dubbel of twee richtingen zaaien > meer bodembedekking > meer wortels
grasangen: ravijnerosie tegengaan > op plaats waar waer samenkomt
verminderert verslemping
vergroot infiltratie
afstromend water afremmen
bescherming modderoverlast
grasbufferstrook: regenwater met sediment afgezet
aangelegde wachtbekkens > water opvangen > regelmatig gebaggerd
houthakseldammen > modder tegenhouden
probleem vlaanderen
veel soorten langebruik naast elkaar
erg dichtbevolkt
toename huizen tuinen induc-strie en akkers
afame bos graslanden
ruimtebeslag
ruite ingenomen door nederzetting voor huivesting, industrien transportinfrastructuur en reacreatieve doeleidne
tuinen en parken ook