1/28
Een verzameling Franse woordenschat gericht op zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden met Nederlandse vertalingen en contextuele definities uit de lesnotities.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
une blague
een grap, mop
une bougie
een kaars
une casquette
een pet
une chaine
een kanaal
les choses (f.) du quotidien
alledaagse zaken
un, une comique
een komiek
une connexion
een verbinding (zoals een WIFI-verbinding)
une dépression
een depressie (bijvoorbeeld bij het bereiken van de leeftijd van 50 jaar)
un, une gamer
een gamer, gamester; iemand die 's nachts niet slaapt om te spelen
un, une humoriste
een humorist, komiek
la majorité
de volwassenheid, meerderjarigheid; bereikt op de leeftijd van 18 jaar
un mur Facebook
een Facebookmuur
une pile
een batterij (bijvoorbeeld van een horloge)
un quart
een kwart, vierde
un quart de siècle
een kwarteeuw, wat gelijkstaat aan 25 jaar
le quotidien
het alledaagse; dat wat elke dag gebeurt
la retraite
het pensioen, op rust zijn; bijvoorbeeld op de leeftijd van 67 jaar
un siècle
een eeuw, wat gelijkstaat aan 100 jaar
un type casse-pieds
een zeurpiet, lastpak
une vue
een view, weergave (bijvoorbeeld op YouTube)
barbant, barbante
saai
doué, douée pour
begaafd voor
commerçant, commerçante
commercieel, met het doel handel te drijven (bijvoorbeeld een blog met te veel advertenties)
embêtant, embêtante
vervelend
énervant, énervante
enerverend, irritant
irrespectueux, irrespectueuse
respectloos, onbeleefd
irritant, irritante
irritant
rasoir, rasoire
saai (bijvoorbeeld een geschiedenisles)
rigolo, rigolote
grappig