deel 5 adolecentie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/47

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:33 AM on 4/24/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

48 Terms

1
New cards

bedrijngingen voor edolecten

verslavingen worden vaste gelgeld in het adolescent gedrag→ en evolueren naar ernstige verslavingen

2
New cards

evoulutie Cannabis

− Meer gebruik in TSO en BSO in vergelijking met ASO

− Zelfs bij licht gebruik van cannabis meer kans op overstappen gevaarlijkere

verslavende middelen

− Vroege startlft cannabis: verhoogd risico op psychische stoornissen,

verslaving, het gebruik van harddrugs, en mogelijks op cognitieve stoornissen

Andere illegale drugs en lachgas:

Zeer zelden gebruik op regelmatige basis

3
New cards

Verslaving:

 Biologische verslaving: het lichaam raakt zo gewend aan de aanwezigheid

van de actieve stoffen dat het niet meer in staat is om zonder te

functioneren

 Psychische verslaving: zonder drugs is men steeds minder goed

opgewassen tegen de dagelijkse stress in hun leven

• Signalen drugs: stemmingswisselingen, prestaties worden minder en het

leven draait meer rond drugs

4
New cards

alchol

• Daling ooit gebruik van alcohol in SO over laatste tien jaar

• Wekelijks bingedrinken: : 1,0% bij -16-jarigen, 11,8% bij 16-18 jarigen

• Indrinken bij uitgaande jongeren in Vlaanderen = toegenomen 29

hoe vroeger de leeftijd op eerste glass à hoe meer verslavingskans

5
New cards

Risico’s van bingedrinken

− Overlast

− Irrationeel gedrag (het begaan van stommiteiten)

− Agressie of verbaal geweld

− Alcoholvergiftiging

− Het verlies van bewustzijn

− Hartstilstand

• Drinken met mate: ook risico’s?

− Invloed op de hersenen: minder goed kunnen maken van keuzes en beheersen van impulsen

− Permanente beschadiging: begrijpen visuele info (meisjes) en volgehouden aandacht (jongens)

6
New cards

TABAK: DE GEVAREN VAN ROKEN

• Algemene daling over de jaren heen

• Meer rokers in BSO

• Jongens roken meer dan meisjes

• Sociale sancties

• Nieuwe trend: e-sigaretten (vapen)

o Nicotine kan de hersenen van adolescenten beschadigen

o Verontreinigende stoffen kunnen leiden tot ernstige shade gezondheid

o Hoge nictonegehaalte is erg verslavend

o Verkoop is verboden onder de 18 jaar

7
New cards

Redenen gebruik alcohol, drugs en tabak

− Volwassen/status

− Machogedrag

− Ontsnappingsmechanisme

− Stresshantering

− Vals consensuseffect

− Plezier

− Experimenteren = spannend

− Imitatie

• Rolmodellen

• Peer pressure

8
New cards

FORMEEL-OPERATIONEEL STADIUM

(11 jaar en ouder)

− Beperking concreet-operationeel stadium opgelost

− Kenmerken

• Denken

» Verder dan de concrete situatie

» Abstract

• Hypothetisch-deductief redeneren

• Propositioneel denken

9
New cards

Hypothetisch-deductief redeneren

= starten met een algemene theorie over alle mogelijke factoren die van invloed kunnen zijn op een gebeurtenis. Vanuit deze theorienspecifieke hypotheses/voorspellingen opstellen over wat er zou

kunnen gebeuren. Tot slot op een systematische manier de voorspellingen nagaan.

10
New cards

Propositioneel denken

= gebruik van abstracte logica in de afwezigheid van concrete voorbeelden.

11
New cards

ontwikkeling FORMEEL-OPERATIONEEL STADIUM

− Tot stand komen door fysieke maturatie en omgevingservaring

− Volledig formeel-operationeel denken vanaf 15j

− Maar

• Makkelijker in situaties waarmee we ervaring hebben

• Cultuur

• Niet altijd gebruik van maken (cognitief economisch), bv. heuristieken

12
New cards

De effecten van formele operaties op het denken van adolescenten

− Kritischer en gevoelig voor ‘tekortkomingen’ ander

− Capaciteit om te denken over mogelijkheden (versus realiteit)  idealisme

− Discussiëren om te discussiëren

13
New cards

Kenmerken verdere progressie van congtieve ontwikkeling van adolecenten

− Geheugencapaciteit +

− Aandacht beter verdelen (vb. studeren met muziek)

− Abstract – hypothetisch denken

− Kennis+

− Strategieën

14
New cards

Metacognitieve kennis

= kennis over het cognitief functioneren van mensen in het algemeen en van zichzelf in het bijzonder

15
New cards

Metacognitieve vaardigheden

= zelfregulatiestrategieën die betrekking hebben op het plannen, op- de-voet-volgen, bijsturen en controleren van de eigen cognitieve processen

16
New cards

Adolescenten: empathie/inlevingsvermogen

− Toch: egocentrisme

 Gevolgen:

(a) Kritische houding

(b) Geen kritiek verdragen

(c) Snel commentaar

− 2 specifieke uitingsvormen

(1) Imaginair publiek

(2) Persoonlijke fabel

17
New cards

Imaginair publiek

− Fictieve toeschouwers

− Alle blikken zijn gericht op de adolescent

18
New cards

Persoonlijke fabel

− Ik ben uniek

− Gevolg:

• Onbegrip – eenzaamheid

• Gevoel van onsterfelijkheid, onkwetsbaarheid

19
New cards

KOHLBERGS THEORIE VAN MORELE ONTWIKKELING

Moraliteit is een systeem van overtuigingen, waarden en onderliggende

beoordelingen over goed en kwaad

• Kohlberg

− Morele dilemma’s, bv. Heinz dilemma

− = verhaal met conflict tussen twee of meer morele waarden

(bv. ‘rechtvaardigheid’ versus ‘recht op leven’)

−  Wat moet hoofdpersonage doen + waarom?

20
New cards

persiode 1 van KOHLBERGS

− Preconventionele moraal: = onveranderlijke regels, gebaseerd op belonen en straffen

Stadium 1, Gehoorzaamheid om straf te vermijden,

stadium 2 Conformistisch gedrag om beloning te krijgen = naïef hedonisme

21
New cards

perdiode 2 van KOHLBERGS

Conventionele moraal

= morele problemen benaderen op basis van eigen positie als goede,

verantwoordelijke leden van maatschappij

− Stadium 3:

• Conformistisch gedrag om afkeuring te vermijden; nette-jongen-mentaliteit

» Regels volgen om afkeuring te vermijden – aardig gevonden te worden

• Anticipatie op afkeuring van anderen

• Normen en waarden van ouders, familie, leerkracht,… bepalen goed gedrag

− Stadium 4:

• Regels van grotere systemen naleven

• Conformistisch gedrag om straf van de samenleving te vermijden

• Nadruk op respecteren van autoriteit en naleven van sociale orde

• Anticipatie op schuld en schande

22
New cards

periode 3 van KOHLBERGS

Postconventionele moraal

− Stadium 5:

• Houden aan wetten van samenleving, maar: wetten/normen kunnen worden

herzien indien ze indruisen tegen algemeen belang of verouderd zijn

• Onderscheid tussen ‘goed’ volgens de regels en ‘goed’ volgens morele

normen

= persoonlijke keuze en universele waarden die de regels van de

specifieke maatschappij waarin ze leven overstijgen

− Stadium 6:

• Nadruk op individuele principes en geweten

• Wetten die niet conform de eigen ethische principes zijn, worden niet

gehoorzaamd. Het eigen morele kompas primeert.

23
New cards

VERDER LEREN

Einde leerplicht = 18 jaar

• 18-21 jarigen:

− 2 subgroepen: werkende en studerende jongeren

− Steeds meer jongeren die verder studeren

• 46,7% van de mensen ouder dan 25 in België bezit een diploma hogern onderwijs

• Geslacht: Vrouwen halen een significant beter studierendement dan mannen

• Genderspecificiteit in beroepskeuzes

24
New cards

Ginzberg: → 3 perioden in het beroepskeuzeproces

Fantasieperiode (tot 11 jaar)

• Periode waarin kinderen beroepskeuzesmaken en verwerpen zonder rekening te houden met

vaardigheden, capaciteiten en beschikbaarheid van banen

Tentatieve periode (adolescentie)

• Periode waarin adolescenten op een pragmatische manier beginnen na te denken over de eisen van verschillende beroepen enover de vraag of hun eigen capaciteiten daarop aansluiten

Realistische periode (vroege volwassenheid)

• Periode waarin jongvolwassenen zich verdiepen in specifieke carrièreopties door ervaring op te

doen met bepaalde beroepen of door een bepaalde opleiding te volgen

25
New cards

DE ZES PERSOONLIJKHEIDSTYPEN VAN HOLLAND

• Realistisch

− Nuchtere, praktische probleemoplossers, fysiek sterk, minder sociale

vaardigheden

• Intellectueel / Investigatief

− Voorkeur voor het theoretische en abstracte, minder sociale vaardigheden

• Artistiek

− Voorkeur voor creatieve uitingen

• Sociaal

− Goede verbale vaardigheden en interpersoonlijke vaardigheden

• Ondernemend

− Voortvarend, voorkeur voor risico’s, goede leiders

• Conventioneel

− Voorkeur voor uiterst gestructureerde taken

26
New cards

Cognitieve ontwikkeling adolencentie

begrip van abstracte zaken

• Eigen plek verwerven in de maatschappij

• Een beeld vormen van zichzelf als individu

27
New cards

Lichamelijke ontwikkeling: adolencentie

ingrijpende fysieke veranderingen

• Bewustwording van eigen lichaam

• Reacties van anderen waarmee ze niet vertrouwd zijn

28
New cards

ZELFBEELD adolecentie

− Bredere visie op zichzelf: zelfbeschrijving op basis van perceptie door zelf én

perceptie door anderen

− Vergelijking tussen de verschillende aspecten van het ik

• Begin adolescentie: mogelijk verwarring door twee tegengestelde delen van het zelf

(bv. zelfbeeld – ideaal zelf)

• Einde adolescentie: aanvaarding dat in verschillende situaties gedragingen en

gevoelens kunnen verschillen

29
New cards

Genderverschillen bij eigenwaarden adolcentie

meisjes < eigenwaarde jongens

(vooral in vroege adolescentie)

• Meisjes:

» Meer zorgen over uiterlijk, sociaal succes en schoolprestaties

» Balans tussen belang van sociaal succes & goede schoolprestaties is

fragiel bij meisjes (vraag hoe wordt het uitgevoerd? vragenlijsten -à maar bij mijsjes meer aanvaard voor zelfbeeld is niet gelukkig

• Jongens voelen zich incompetent als ze niet aan het stereotype beeld

voldoen

30
New cards

rikson: Kernconflict adolescentie

identiteit versus identiteitsverwarring

Positieve pool: Bewustzijn van eigen uniekheid en eigen capaciteiten

− Actief zoeken en experimenteren  vorming van een stabiele en

geïntegreerde identiteit

• Negatieve pool: Onvermogen om de juiste rollen in het leven te identificeren

− Geen stabiele identiteit:

31
New cards

Psychosociaal moratorium

een periode waarin adolescenten zich tijdelijk onttrekken aan de verantwoordelijkheden van de volwassenheid en verschillende rollen en mogelijkheden uitproberen

32
New cards

MARCIA’S THEORIE VAN IDENTITEITSONTWIKKELING

• Uitgangspunt = theorie van Erikson

James Marcia:

• Identiteitsontwikkeling is afhankelijk van

− Crisis: actief zoeken, kiezen tussen verschillende alternatieven

− Binding: psychologische investering in de gemaakte keuze

 4 identiteitsstatussen mogelijk in de ontwikkeling

33
New cards

Identity achievement

− + crisis, + binding

− Psychisch meest gezond, meer gemotiveerd om iets te bereiken, groter ethisch besef

34
New cards

Identity foreclosure

vroegtijdige afsluiting)

− - crisis, + binding

− Gelukkig en tevreden met zichzelf, maar veel behoefte aan goedkeuring,

vaak autoritair

35
New cards

Moratorium

(actief onderzoek)

− + crisis, - binding

− Relatief nerveus, psychische conflicten, levendig, zoeken intimiteit met

anderen

36
New cards

Identity diffusion

(geen keuze)

− - crisis, - binding

− Losbandig, springen van de hak op de tak

− Moeilijk om hechte relaties aan te gaan, sociaal teruggetrokken

37
New cards

Emerging adulthood:

ontluikende volwassenheid

− Van einde tienerjaren tot 25-30 jaar

− Overgangsfase

− Periode van onzekerheid, waarin jongeren hun best doen om vast te stellen

wie ze zijn en hoe hun levenspad eruit ziet

38
New cards

De zoektocht naar autonomie

Sociale ontwikkeling vanaf de puberteit: 2 bewegingen

− Losmaken van de ouders

− Aansluiting bij leeftijdgenoten

39
New cards

Toename van autonomie

gevolgen:

• Ouders worden minder geïdealiseerd en meer beschouwd als individuen

• Adolescent wordt zelfstandiger en beschouwt zichzelf meer als een afzonderlijk

individu

• Wijziging in de ouder-kindrelatie

» Asymmetrie  gelijkwaardigheid

40
New cards

De mythe van de generatiekloof

Ouders en adolescenten hebben over veel maatschappelijke en religieuze

zaken dezelfde mening

• Grotere overeenkomst tussen jongeren en ouders dan tussen jongeren en

anderen

• Jongeren vaak wat progressiever

− Ouders en adolescenten hechten dezelfde waarde aan hun onderlinge relatie

• Veel liefde en respect van de adolescent voor zijn ouders

• De meeste ouder-adolescent relaties zijn overwegend positief  wapent

tegen druk leeftijdsgenoten

41
New cards

Ouder-kindconflicten in de adolescentie

Conflicten rond…

• Kwesties van persoonlijke smaak

• Opeisen van autonomie en onafhankelijkheid door adolescent

− Vooral in vroege adolescentie

• Verschillen in definities van/gedachten over wat wel of niet gepast is

• Verschil in denken over de ‘ouderlijke’ regels

• Grotere neiging om in discussie te gaan

− Geleidelijke aanvaarding door de ouders

 Toegeeflijker, meer ruimte en autonomie voor adolescent

42
New cards

RELATIES MET LEEFTIJDGENOTEN: HET BELANG

VAN ‘ERBIJ HOREN’

anaf basisschool: contacten met leeftijdgenoten komen steeds meer voor en

worden belangrijker

− Waarom?

• Sociale vergelijking

• Ouders : onvoldoende mogelijkheid tot sociale vergelijking

• Leeftijdgenoten vormen een referentiegroep

 geven informatie over de mate waarin rollen en gedrag waarmee

geëxperimenteerd wordt sociaal aanvaardbaar zijn

43
New cards

CLIQUE

• 2 tot 12 mensen

• Jongens en meisjes

• Frequent sociaal contact

• Steun zoeken

44
New cards

CROWD

Groter

• Individuen met gemeenschappelijke

eigenschappen (bv. muziek, sport,

interesses)

• Groep met eigen stijl, idealen en

strevingen

• Niet per sé persoonlijk contact

 Tegencultuur = Als jongere ‘beter’ doen

dan de gevestigde waarde

45
New cards

Seksekloof

− Seksesegregatie/seksekloof verdwijnt

− Meer interesse in andere sekse op vlak van persoonlijkheid en seksualiteit

− Geleidelijk proces:

• Contact tussen vriendengroepen van jongens en meisjes

• Nieuwe vriendengroepen met jongens én meisjes

• Meer individuele contacten

46
New cards

Peer pressure

= de druk die leeftijdgenoten uitoefenen om zich te conformeren aan hun gedrag

en attitudes

47
New cards

Terreinhypothese

• Ouders en leeftijdgenoten hebben invloed op een apart domein

» Vrienden: vrije tijd, kledij, sociale problemen

» Ouders: school, deelname aan de maatschappij, politiek,…

48
New cards

Evolutie van conformiteit

− Schooltijd:

• Conformeren aan ouders

− Vroege en midden adolescentie:

• Conformeren aan leeftijdgenoten, andere volwassenen en ouders

− Einde adolescentie:

• Minder conformeren

• Meer onafhankelijke, eigen mening