H10: Lineaire regressie met nominale predictoren

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/37

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:45 AM on 5/16/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

38 Terms

1
New cards

Hoe gebruik je lineaire regressie met een dichotome predictor?

Je codeert de predictor als 0 (controle) en 1 (experimenteel); het regressiemodel vergelijkt dan de gemiddelden van beide groepen.

2
New cards

Wat stelt β₀ voor bij een dichotome predictor?

De verwachte waarde van Y voor de groep met waarde 0 (meestal de controlegroep).

3
New cards

Wat stelt β₁ voor bij een dichotome predictor?

Het verschil in verwachting tussen groep 1 en groep 0; bijv. hoe sterk de experimentele groep afwijkt van de controlegroep.

4
New cards

Wanneer is regressie met een dichotome predictor gelijk aan een t-test?

Als de groepen gelijk verdeelde varianties hebben en het model correct gespecificeerd is.

5
New cards

Waarom kan p-waarde verschillen tussen regressie en t-test?

Regressie gebruikt een tweezijdige toets en gaat uit van homoscedasticiteit, wat kan leiden tot een andere p-waarde.

6
New cards

Waarom tekenen we meestal geen spreidingsdiagram bij een dichotome predictor?

Er zijn slechts twee mogelijke waarden op de x-as, dus je kunt altijd een lijn tekenen door de twee groepsgemiddelden.

7
New cards

Waarom is lineaire regressie nuttiger dan een t-test in het algemeen?

Regressie laat toe om meerdere predictoren tegelijk op te nemen, ook continue predictoren.

8
New cards

Wat gebeurt er als je een nominale predictor met meer dan twee niveaus in regressie wil opnemen?

Je vervangt deze door meerdere 0-1 hulpveranderlijken (dummy- of effectcodering).

9
New cards

Hoeveel dummyvariabelen heb je nodig bij een nominale predictor met I niveaus?

I - 1 dummyvariabelen.

10
New cards

Wat is dummycodering?

Eén niveau wordt gekozen als referentie (gecodeerd als 0), de andere niveaus krijgen elk hun eigen dummyvariabele (0 of 1).

11
New cards

Wat betekent het intercept (β₀) bij dummycodering?

Het verwachte gemiddelde voor de referentiegroep.

12
New cards

Wat betekent een dummycoëfficiënt (bijv. β₁) bij dummycodering?

Het verschil in gemiddelde tussen de betreffende groep en de referentiegroep.

13
New cards

Wat is effectcodering?

De referentiegroep wordt gecodeerd met -1; andere groepen krijgen 1 of 0, afhankelijk van het niveau.

14
New cards

Wat betekent β₀ bij effectcodering?

Het marginale gemiddelde (gemiddelde over alle groepen heen).

15
New cards

Waarom geven hulpveranderlijken geen betekenis op zich?

Ze zijn onderdeel van een geheel (de volledige nominale variabele); interpretatie kan misleidend zijn als je ze los bekijkt.

16
New cards

Wat is het belang van modellen met alle dummyvariabelen tegelijk?

Je moet de volledige nominale variabele evalueren als geheel, anders verlies je betekenis of test je verkeerde hypothesen.

17
New cards

Welke toets gebruik je om te kijken of een nominale predictor significant is?

Een F-toets die het model met en zonder de volledige set dummyvariabelen vergelijkt.

18
New cards

Hoe vergelijkt R twee modellen met een F-toets?

Met de functie `anova(model1, model2)`; hierbij moet model2 meer predictoren bevatten dan model1.

19
New cards

Wat doet R automatisch bij nominale predictoren?

Voert dummycodering uit met het eerste niveau (alfabetisch) als referentie.

20
New cards

Waar vind je de globale p-waarde voor een nominale predictor in regressie?

Bij de F-toets onderaan de regressie-output, niet bij de individuele dummycoëfficiënten.

21
New cards

Wat als de globale p-waarde < 0.05 is?

De nominale predictor verklaart significant variantie in Y, ondanks dat sommige individuele dummy's niet significant zijn.

22
New cards

Waarom is het intercept vaak niet intuïtief bij meerdere predictoren?

Het stelt de verwachte Y voor als alle predictoren 0 zijn - dit komt vaak overeen met een niet-bestaand profiel.

23
New cards

Wat betekent een negatieve regressiecoëfficiënt voor lengte = -0.44?

Een toename van 1 cm in lengte leidt tot een daling van 0.44 seconden in de afhankelijke variabele (tijd), bij constante andere predictoren.

24
New cards

Wat is het verschil tussen t-toets en F-toets bij categorische predictoren?

T-toets vergelijkt twee groepen; F-toets vergelijkt modellen en is geschikt voor meerdere groepen of predictors tegelijk.

25
New cards

Wat moet je doen om te weten of type (categorisch) een goede voorspeller is naast andere predictoren?

Een F-toets uitvoeren waarbij je het model mét en zonder type vergelijkt (bijv. `anova(model_met, model_zonder)`).

26
New cards

Wat is de oorsprong van variantie-analyse (ANOVA)?

ANOVA is ontstaan als een veralgemening van de t-toets om verwachtingen in meer dan 2 groepen te vergelijken.

27
New cards

Wat is one-way ANOVA?

Een variantie-analyse waarbij de groepen worden bepaald door één nominale predictor.

28
New cards

Wat is two-way ANOVA?

Een variantie-analyse waarbij de groepen worden bepaald door twee nominale predictoren.

29
New cards

Wat onderzoekt ANOVA fundamenteel?

Of de geobserveerde groepsverschillen verklaard kunnen worden door toeval (interne variantie) of dat ze statistisch significant zijn.

30
New cards

Wat doet ANOVA met de groepsgemiddelden?

Het vergelijkt de groepsgemiddelden met het totaalgemiddelde om te beoordelen of er een effect is van de factor(en).

31
New cards

Wat is de relatie tussen lineaire regressie en ANOVA?

Beide zijn wiskundig equivalent: regressie met dummyvariabelen komt neer op ANOVA.

32
New cards

Wat is een voordeel van regressie t.o.v. ANOVA?

Regressie kan naast nominale ook continue predictoren verwerken en combinaties ervan hanteren.

33
New cards

Wat is SSbetween (Sum of Squares Between)?

De variantie verklaard door de verschillen tussen de groepsgemiddelden (komt overeen met SSmodel in regressie).

34
New cards

Wat is SSwithin (Sum of Squares Within)?

De variantie binnen de groepen (komt overeen met SSresidual in regressie).

35
New cards

Hoe verschilt de terminologie van ANOVA van regressie?

ANOVA gebruikt SSbetween en SSwithin; regressie gebruikt SSmode en SSresidual.

36
New cards

Kan je met ANOVA ook predicties maken?

Ja, net als in regressie kunnen de groepsgemiddelden worden gebruikt om voorspellingen te doen.

37
New cards

Waarom is ANOVA beperkt t.o.v. regressie?

ANOVA kan enkel nominale predictoren verwerken, geen continue variabelen.

38
New cards

Wanneer kies je voor regressie i.p.v. ANOVA?

Als je met continue predictoren werkt of meerdere predictorvariabelen wil combineren (bv. interval- of ratio-variabelen).