HC2: Bacterial anatomy + Requirements for infection

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/23

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:41 PM on 6/22/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

24 Terms

1
New cards

Peptidoglycaan

= vaak gezien als de celwand van de bacterie

→ bestaat uit 2 suikermoleculen die worden samengehouden door kleine peptides

  • geven stevigheid aan de cel

  • beschermt de cel tegen osmotische veranderingen en stress door de omgeving

<p>= vaak gezien als de celwand van de bacterie </p><p>→ bestaat uit 2 suikermoleculen die worden samengehouden door kleine peptides </p><ul><li><p>geven stevigheid aan de cel </p></li><li><p>beschermt de cel tegen osmotische veranderingen en stress door de omgeving </p></li></ul><p></p><p></p>
2
New cards

Outer membrane → Gram-

= extra beschermlaag die Gram+ niet hebben

  • bestaat uit vetten en eiwitten

  • lipoproteïne verbinden de outer membrane aan de peptidoglycaan laag

<p>= extra beschermlaag die Gram+ niet hebben </p><ul><li><p>bestaat uit vetten en eiwitten </p></li><li><p>lipoproteïne verbinden de outer membrane aan de peptidoglycaan laag </p></li></ul><p></p>
3
New cards

Outer membrane: opbouw

  • Binnenste laag: vooral fosfolipiden (normale membraanvetten)

  • Buitenste laag: vooral LPS (lipopolysaccharide)
    Opbouw:

    • Lipid A: het “anker” in het membraan (dit deel is toxisch en heet endotoxine)

    • Core polysaccharide

    • O-polysaccharide (O-antigen): steekt naar buiten en varieert per bacteriestam (handig voor herkenning/serotypering)

<ul><li><p>Binnenste laag: vooral fosfolipiden (normale membraanvetten)</p></li><li><p>Buitenste laag: vooral LPS (lipopolysaccharide)<br>Opbouw:</p><ul><li><p><strong>Lipid A</strong>: het “anker” in het membraan (dit deel is toxisch en heet endotoxine)</p></li><li><p><strong>Core polysaccharide</strong></p></li><li><p><strong>O-polysaccharide (O-antigen)</strong>: steekt naar buiten en varieert per bacteriestam (handig voor herkenning/serotypering)</p></li></ul></li></ul><p></p>
4
New cards

O polysaccharides (O-antigenen)

  • Carbohydrate chain
    = een keten van suikers

    • buitenste deel van LPS op outer membrane van Gram-negatieve bacteriën

    • steekt letterlijk naar buiten uit de bacteriën en maakt zo contact met omgeving/gastheer

  • Kan bijdragen aan hechting doordat suikergroepen kunnen interageren met receptoren of structuren op gastheercellen of slijm.

  • De suikersamenstelling en volgorde van die keten verschilt enorm.

→ antigen

= iets dat het afweersysteem kan herkennen

<p></p><ul><li><p>Carbohydrate chain<br>= een keten van suikers</p><ul><li><p>buitenste deel van LPS op outer membrane van Gram-negatieve bacteriën</p></li><li><p>steekt letterlijk naar buiten uit de bacteriën en maakt zo contact met omgeving/gastheer</p></li></ul></li><li><p>Kan bijdragen aan hechting doordat suikergroepen kunnen <strong>interageren met receptoren</strong> of structuren op gastheercellen of slijm.</p></li><li><p>De <strong>suikersamenstelling en volgorde</strong> van die keten verschilt enorm.</p></li></ul><p></p><p>→ antigen </p><p>= iets dat het afweersysteem kan herkennen</p><p></p>
5
New cards

Capsule

  • bestaat voornamelijk uit polysaccharides

  • beschermt tegen stress uit de omgeving

  • kan ook gebruikt worden als voedingsmiddel

    → is betrokken bij aanhechting tot gastheercellen
    → kan fagocytose inhiberen
    → bescherming van oppervlakte-antigenen
    → zonder capsule zijn veel bacteriën niet pathogeen
    → capsule samenstelling varieert veel tussen bacteriën van de zelfde soort

<ul><li><p>bestaat voornamelijk uit polysaccharides</p></li><li><p>beschermt tegen stress uit de omgeving</p></li><li><p>kan ook gebruikt worden als voedingsmiddel</p><p>→ is betrokken bij aanhechting tot gastheercellen<br>→ kan fagocytose inhiberen<br>→ bescherming van oppervlakte-antigenen<br>→ zonder capsule zijn veel bacteriën niet pathogeen<br>→ capsule samenstelling varieert veel tussen bacteriën van de zelfde soort</p></li></ul><p></p><p></p>
6
New cards

Fimbriae/pili

  • betrokken bij aanhechting

  • steken uit de cel, maar korter dan de flagella

  • vooral aanwezig op Gram-negatieve bacteriën (fimbriae ook in Gram-negatief)

  • pili bestaan uit 1 eiwit: het piline eiwit

<ul><li><p>betrokken bij aanhechting</p></li><li><p>steken uit de cel, maar korter dan de flagella</p></li><li><p>vooral aanwezig op Gram-negatieve bacteriën (fimbriae ook in Gram-negatief)</p></li><li><p>pili bestaan uit 1 eiwit: het piline eiwit</p></li></ul><p></p>
7
New cards

Verschil tussen fimbriae/pili

  • fimbriae → alleen voor aanhechting

  • pili → kan meerdere functies hebben

8
New cards

Andere functies van pili

  • Mobiliteit

  • Overdragen van genetisch materiaal (conjugation-pilus)

  • Betrokken bij aanmaak van de biofilm

  • Fragmenten van pili (S pili) kunnen binden en daarbij antistoffen inactiveren

  • Variatie van pili structuur zorgt ervoor dat ze uit de handen van het immuunsysteem kunnen blijven

<ul><li><p>Mobiliteit</p></li><li><p>Overdragen van genetisch materiaal (conjugation-pilus)</p></li></ul><ul><li><p>Betrokken bij aanmaak van de biofilm</p></li><li><p>Fragmenten van pili (S pili) kunnen binden en daarbij antistoffen inactiveren</p></li><li><p>Variatie van pili structuur zorgt ervoor dat ze uit de handen van het immuunsysteem kunnen blijven</p></li></ul><p></p>
9
New cards

Flagellaat

  • wordt alleen gebruikt voor mobiliteit

  • erg lange structuur: veel langer dan de cel zelf

  • zorgt ervoor dat de cel relatief verre afstanden kan afleggen

  • is alleen gevonden in baccilli

<ul><li><p>wordt alleen gebruikt voor mobiliteit</p></li><li><p>erg lange structuur: veel langer dan de cel zelf</p></li><li><p>zorgt ervoor dat de cel relatief verre afstanden kan afleggen</p></li><li><p>is alleen gevonden in baccilli</p></li></ul><p></p>
10
New cards

Flagellaat: structuur

→ bestaat uit 3 delen:

  • filament

  • haak

  • basale lichaam

→ zorgt voor opportunistische infecties door snelle verandering van locatie → ontsnapt aan gastheer verdediging → kan zorgen voor systemische infectie (een infectie die niet op 1 plek blijft, zoals bijvoorbeeld E. coli)

<p>→ bestaat uit 3 delen:</p><ul><li><p>filament</p></li></ul><ul><li><p>haak</p></li><li><p>basale lichaam</p></li></ul><p>→ zorgt voor opportunistische infecties door snelle verandering van locatie → ontsnapt aan gastheer verdediging → kan zorgen voor systemische infectie (een infectie die niet op 1 plek blijft, zoals bijvoorbeeld E. coli)</p>
11
New cards

Axiale filamenten

= flagellaat-achtige structuren van spirocheten

  • bevinden zich tussen de inner en outer membrane en zijn om de cel heen gebonden

  • zorgt voor mobiliteit bij het ronddraaien van de bacterie (als een schroevendraaier)

→ de schroevendraai beweging zorgt ervoor dat de pathogeen door weefsel heen kan komen

→ hierdoor kan het ook de bloedbaan binnenkomen

<p>= flagellaat-achtige structuren van spirocheten </p><ul><li><p>bevinden zich tussen de inner en outer membrane en zijn om de cel heen gebonden </p></li><li><p>zorgt voor mobiliteit bij het ronddraaien van de bacterie (als een schroevendraaier) </p></li></ul><p></p><p>→ de schroevendraai beweging zorgt ervoor dat de pathogeen door weefsel heen kan komen </p><p>→ hierdoor kan het ook de bloedbaan binnenkomen </p><p></p>
12
New cards

Virulentiefactoren van Gram- bacteriën (secretiesystemen)

→ bacteriën maken stoffen die buiten de cel werken om de gastheer te helpen infecteren, zoals enzymen of gifstoffen. Die virulentiefactoren moeten door de “cell envelope” naar buiten

→ bij Gram- bacteriën is dit extra moeilijk omdat ze een dubbele membraan hebben

= hiervoor hebben Gram- bacteriën speciale transport eiwitten:

Type I tot type VI secretiesystemen

= elk type werkt net iets anders en kan andere lading exporteren

→ type III secretie

= een soort moleculaire injectiespuit van veel Gram- bacteriën. Systeem bouwt een naald-achtig kanaal van de bacterie naar de gastheercel en injecteert effector-eiwitten direct in het cytoplasma van de gastheercel
→ die effectoren manipuleren de gastheercel zodat de bacterie beter kan:

  • binnendringen of opgenomen worden

  • immuunreacties onderdrukken/ontwijken

  • celstructuur veranderen

  • ontsteking sturen

(kan verschillen per pathogeen)

<p>→ bacteriën maken stoffen die buiten de cel werken om de gastheer te helpen infecteren, zoals enzymen of gifstoffen. Die virulentiefactoren moeten door de “cell envelope” naar buiten </p><p></p><p>→ bij Gram- bacteriën is dit extra moeilijk omdat ze een dubbele membraan hebben </p><p>= hiervoor hebben Gram- bacteriën speciale transport eiwitten: </p><p></p><p>Type I tot type VI secretiesystemen</p><p>= elk type werkt net iets anders en kan andere lading exporteren </p><p>→ type III secretie </p><p>= een soort moleculaire injectiespuit van veel Gram- bacteriën. Systeem bouwt een naald-achtig kanaal van de bacterie naar de gastheercel en injecteert effector-eiwitten direct in het cytoplasma van de gastheercel  <br>→ die effectoren manipuleren de gastheercel zodat de bacterie beter kan: </p><ul><li><p>binnendringen of opgenomen worden </p></li><li><p>immuunreacties onderdrukken/ontwijken </p></li><li><p>celstructuur veranderen </p></li><li><p>ontsteking sturen </p></li></ul><p>(kan verschillen per pathogeen) </p><p></p>
13
New cards

Mycolzuren

= een andere klasse bacteriën naast Gram- en Gram+

  • hebben een celwand met een dikke, wasachtige laag van lange vetzuren (mycolzuren)

  • bijvoorbeeld: mycobacterium (tuberculosis), cornyebacterium (difterie)

  • zijn genetisch gezien meest dichtbij Gram+ bacteriën

    → maar kleuren niet/nauwelijks Gram+

<p>= een andere klasse bacteriën naast Gram- en Gram+ </p><ul><li><p>hebben een celwand met een dikke, wasachtige laag van lange vetzuren (mycolzuren)</p></li><li><p>bijvoorbeeld: mycobacterium (tuberculosis), cornyebacterium (difterie)</p></li><li><p>zijn genetisch gezien meest dichtbij Gram+ bacteriën</p><p>→ maar kleuren niet/nauwelijks Gram+</p></li></ul><p></p>
14
New cards

Mycolzuren: klinische relevantie

  • die mycolzuurlaag is extreem dicht → stoffen komen veel moelijker naar binnen dan bij Gram-

  • de envelop werkt als een sterke bescherm barrière tegen schade van buitenaf

  • mycobacteriën kunnen beter overleven waardoor stoffen van je afweer hun doel minder goed bereiken

    → veel antibiotica kunnen niet (genoeg) door de envelope heen

    → daarom is Tuberculose moeilijker te behandelen en duurt therapie lang

    → veel TB-medicijnen richten zich hierom juist op de opbouw ervan, als je de envelope-synthese verstoort, verzwakt/sterft de bacterie

<ul><li><p>die mycolzuurlaag is extreem dicht → stoffen komen veel moelijker naar binnen dan bij Gram-</p></li><li><p>de envelop werkt als een sterke bescherm barrière tegen schade van buitenaf</p></li><li><p>mycobacteriën kunnen beter overleven waardoor stoffen van je afweer hun doel minder goed bereiken</p><p>→ veel antibiotica kunnen niet (genoeg) door de envelope heen</p><p>→ daarom is Tuberculose moeilijker te behandelen en duurt therapie lang</p><p>→ veel TB-medicijnen richten zich hierom juist op de opbouw ervan, als je de envelope-synthese verstoort, verzwakt/sterft de bacterie</p></li></ul><p></p>
15
New cards

Bij M. Tuberculose → zijn overleving in afweercellen (extracellulaire eiwitten)

  1. Het blokkeert de fusie van het fagosoom met het lysosoom

  2. Het kan ontsnappen uit het fagosoom

    → extracellulaire eiwitten zijn centraal in beide processen

→ M. Tuberculose scheidt dus ook eiwitten uit

= ze hebben een type VII secretiesysteem
Functie: transport van specifieke virulentie-eiwitten door de dikke, mycolzuur-rijke celwand naar buiten

→ deze eiwitten dragen bij aan o.a. overleving in macrofagen, immuunmodulatie (fagosoom) en membraandisruptie

<ol><li><p>Het blokkeert de fusie van het fagosoom met het lysosoom</p></li><li><p>Het kan ontsnappen uit het fagosoom</p><p>→ extracellulaire eiwitten zijn centraal in beide processen</p></li></ol><p></p><p>→ M. Tuberculose scheidt dus ook eiwitten uit</p><p>= ze hebben een type VII secretiesysteem<br>Functie: transport van specifieke virulentie-eiwitten door de dikke, mycolzuur-rijke celwand naar buiten</p><p>→ deze eiwitten dragen bij aan o.a. overleving in macrofagen, immuunmodulatie (fagosoom) en membraandisruptie</p>
16
New cards

Requirements for infection:

  1. Entry of host

→ all places on/in body where a pathogen can enter

  1. Airways
    = by inhalation of water droplets and dust particles

  2. Gastrointestinal tract
    = second favorite site of entry, although there are efficient barriers agains infection

  3. Urogenital tract
    = sexually transmitted disease
    → 40% of hospital-acquired infections

  4. Skin
    = largest organ of our body; largest surface to penetrate
    → must be damaged
    → parenteral route = entry via damage to the skin (injections, cuts etc.)

17
New cards

Requirements for infection:

  1. Establishment

→ defence against clean-up

  1. conjuctiva
    = tears

  2. respiratory tract
    = capture particles with mucus, then remove them using the cilia

  3. gastrointestinal system
    = thick mucous, continuous

  4. reproductive organs and urinary tract
    = mucous layer, low pH (vagina), flow of urine

18
New cards

Establishment: Sleutel-slot principe

= bacteriën hebben aan hun oppervlak adhesines (hechtingsmoleculen; vaak eiwitten op pili/fimbriae of andere oppervlaktestructuren)

→ die adhesines binden specifiek aan bepaalde receptoren op de gastheercel

→ zonder hechting worden bacteriën vaak weggespoeld

→ hechting bepaald vaak welk weefsel een bacterie kan infecteren!

Voorbeelden: Fibronectin / Helicobacter

<p>= bacteriën hebben aan hun oppervlak adhesines (hechtingsmoleculen; vaak eiwitten op pili/fimbriae of andere oppervlaktestructuren)</p><p>→ die adhesines binden specifiek aan bepaalde receptoren op de gastheercel</p><p>→ zonder hechting worden bacteriën vaak weggespoeld</p><p>→ hechting bepaald vaak welk weefsel een bacterie kan infecteren!</p><p>Voorbeelden: Fibronectin / Helicobacter</p><p></p>
19
New cards

Establishment: Formatie van biofilm (cyclus)

  1. initial, reversible cell deposition
    = losse bacteriën komen langs en plakken tijdelijk vast
    → reversibel! ze kunnen nog relatief makkelijk weer los door stroming

  1. irreversible cell adsorption
    = als de omstandigheden goed zijn:

  • bacteriën zetten adhesie-genen aan

  • geen sterkere bindingen maken

  • starten met het maken van de matrix (EPS)

  1. quorum sensing and secretion of polysaccharides
    = de switch naar echte biofilm
    → bacteriën meten hoeveel buren er zijn via quorum sensing → bij voldoende dichtheid gaan ze massaal polysacchariden uitscheiden

    → dat vormt de EPS-matrix (de lijm) waarin de bacteriën ingebed raken

  1. biofilm development and inflammatory host response
    = de biofilm wordt dikker en krijgt 3D-vormen
    → cellen groeien in lagen & er ontstaan kanaaltjes voor aanvoer van voedingsstoffen

Tegelijk reageert je lichaam:

  • je ziet frustrated phagocytes

  • gevolg: langdurige ontsteking en weefselschade

  1. detachment, erosion and sloughing (verspreiding)
    = stukjes biofilm of losse bacteriën laten los door

<ol><li><p>initial, reversible cell deposition<br>= losse bacteriën komen langs en plakken tijdelijk vast<br>→ reversibel! ze kunnen nog relatief makkelijk weer los door stroming</p></li></ol><p></p><ol start="2"><li><p>irreversible cell adsorption<br>= als de omstandigheden goed zijn:</p></li></ol><ul><li><p>bacteriën zetten adhesie-genen aan</p></li><li><p>geen sterkere bindingen maken</p></li><li><p>starten met het maken van de matrix (EPS)</p></li></ul><p></p><ol start="3"><li><p>quorum sensing and secretion of polysaccharides<br>= de switch naar echte biofilm<br>→ bacteriën meten hoeveel buren er zijn via quorum sensing → bij voldoende dichtheid gaan ze massaal polysacchariden uitscheiden</p><p>→ dat vormt de EPS-matrix (de lijm) waarin de bacteriën ingebed raken</p></li></ol><p></p><ol start="4"><li><p>biofilm development and inflammatory host response<br>= de biofilm wordt dikker en krijgt 3D-vormen<br>→ cellen groeien in lagen &amp; er ontstaan kanaaltjes voor aanvoer van voedingsstoffen</p></li></ol><p>Tegelijk reageert je lichaam:</p><ul><li><p>je ziet frustrated phagocytes</p></li><li><p>gevolg: langdurige ontsteking en weefselschade</p></li></ul><p></p><ol start="5"><li><p>detachment, erosion and sloughing (verspreiding)<br>= stukjes biofilm of losse bacteriën laten los door</p></li></ol><p></p>
20
New cards

Formatie van biofilm: quorum sensing (3)

= manier waarop bacteriën samen beslissen wanneer ze bepaalde genen aanzetten

<p>= manier waarop bacteriën samen beslissen wanneer ze bepaalde genen aanzetten</p>
21
New cards

Requirements for infection:

  1. Interaction with host’s immune system

→ 2 extreme strategies to deal with immune system

  1. Frontal attack strategy = confront immune system → often causing acute infection: multiply as fast as possible and spread rapidly

→ a lot of damage! For example: Vibrio cholerae

  1. Stealth attack strategy = hide from immune system → often causing chronic or persistent infection: staying in the host for a long time

→ causing little damage For example: Helicobacter pylori

<ol><li><p>Frontal attack strategy = confront immune system → often causing acute infection: multiply as fast as possible and spread rapidly</p></li></ol><p>→ a lot of damage! For example: Vibrio cholerae</p><p></p><ol start="2"><li><p>Stealth attack strategy = hide from immune system → often causing chronic or persistent infection: staying in the host for a long time</p></li></ol><p>→ causing little damage For example: Helicobacter pylori</p><p></p>
22
New cards

Mechanisms of immune evasion by Helicobacter pylori (1-9)

  • resides in the stomach

  • infects proximately 50% of the world population → 20% eventually develop symptoms (gastric cancer)

  • role model for chronic infection

  1. Kolonisatie in de maagwand (mucuslaag) = H. pylori gaat niet los in het maagzuur leven, maar kruipt de slijmlaag in dicht bij het epitheel → daar is de pH minder extreem en is het ook minder bereikbaar voor veel afweerfactoren

  1. Overleven bij lage pH via urease = de bacterie maakt het enzym urease → dit zet ureum om in ammoniak + CO2 → Ammoniak bindt H → de omgeving wordt lokaal minder zuur waardoor H. pylori kan overleven

  1. Ontwijken van het aangeboren (innate) immuunsysteem = normaal herkennen Toll-like receptors (TLRs) bacteriële patronen zoals LPS en flagelline

  1. Ontwijken van het verworven (adaptive) immuunsysteem via virulentiefactoren CagA en VacA = H. pylori scheidt belangrijke effectoren uit, vooral CagA en VacA → die kunnen immuuncellen bijsturen/remmen en helpen zo een chronische infectie in stand te houden

  1. CagA remt B-celrespons (JAK-STAT remming) = deze figuur zoomt in op 1 effect: CagA kan B-celproliferatie remmen door interferentie met de JAK-STAT signaalroute Gevolg: zwakkere antistofrespons, waardoor bacterie langer kan blijven zitten

  1. CagA remt ook B-cel apoptose → kan bijdragen aan kanker = geprogrammeerde celdood → waardoor B-cellen langer kunnen overleven → dit helpt de bacterie indirect (ontregeling) en kan bijdragen aan maligniteit

  1. VacA remt T-cel proliferatie en cytokineproductie = T-cellen moeten actief worden en delen (prolifereren) om een sterke adaptieve respons te maken → VacA kan de TCR-signalling blokkeren (T-cell receptor) waardoor - T-cellen minder goed activeren en minder delen - minder cytokines worden aangemaakt Gevolg: een zwakkere T-cel hulp

  1. Overleven in/inside epithelial cells = H. pylori kan ook tijdelijk intracellulair overleven in epitheelcellen → als een pathogeen in cellen zit, is het: - minder zichtbaar voor antistoffen - vaak moeilijker te clearen door immuunsysteem

  1. Veranderen van virulentiefactoren (antigenic variation / phase variation) = “genetic rearrangement” → de bacterie kan delen van virulentiefactoren aanpassen/variëren
    Effect: het immuunsysteem maakt een gerichte respons tegen versie A, maar de bacterie “switcht” naar versie B → immune escape en persistentie

<ul><li><p>resides in the stomach</p></li><li><p>infects proximately 50% of the world population → 20% eventually develop symptoms (gastric cancer)</p></li><li><p>role model for chronic infection</p></li></ul><p></p><ol><li><p><span>Kolonisatie in de maagwand (mucuslaag) = H. pylori gaat niet los in het maagzuur leven, maar kruipt de slijmlaag in dicht bij het epitheel → daar is de pH minder extreem en is het ook minder bereikbaar voor veel afweerfactoren</span></p></li></ol><p></p><ol start="2"><li><p>Overleven bij lage pH via urease = de bacterie maakt het enzym urease → dit zet ureum om in ammoniak + CO2 → Ammoniak bindt H → de omgeving wordt lokaal minder zuur waardoor H. pylori kan overleven</p></li></ol><p></p><ol start="3"><li><p>Ontwijken van het aangeboren (innate) immuunsysteem = normaal herkennen Toll-like receptors (TLRs) bacteriële patronen zoals LPS en flagelline</p></li></ol><p></p><ol start="4"><li><p>Ontwijken van het verworven (adaptive) immuunsysteem via virulentiefactoren CagA en VacA = H. pylori scheidt belangrijke effectoren uit, vooral CagA en VacA → die kunnen immuuncellen bijsturen/remmen en helpen zo een chronische infectie in stand te houden</p></li></ol><p></p><ol start="5"><li><p>CagA remt B-celrespons (JAK-STAT remming) = deze figuur zoomt in op 1 effect: CagA kan B-celproliferatie remmen door interferentie met de JAK-STAT signaalroute Gevolg: zwakkere antistofrespons, waardoor bacterie langer kan blijven zitten</p></li></ol><p></p><ol start="6"><li><p>CagA remt ook B-cel apoptose → kan bijdragen aan kanker = geprogrammeerde celdood → waardoor B-cellen langer kunnen overleven → dit helpt de bacterie indirect (ontregeling) en kan bijdragen aan maligniteit</p></li></ol><p></p><ol start="7"><li><p><span>VacA remt T-cel proliferatie en cytokineproductie = T-cellen moeten actief worden en delen (prolifereren) om een sterke adaptieve respons te maken → VacA kan de TCR-signalling blokkeren (T-cell receptor) waardoor - T-cellen minder goed activeren en minder delen - minder cytokines worden aangemaakt Gevolg: een zwakkere T-cel hulp</span></p></li></ol><p></p><ol start="8"><li><p>Overleven in/inside epithelial cells = H. pylori kan ook tijdelijk intracellulair overleven in epitheelcellen → als een pathogeen in cellen zit, is het: - minder zichtbaar voor antistoffen - vaak moeilijker te clearen door immuunsysteem</p></li></ol><p></p><ol start="9"><li><p>Veranderen van virulentiefactoren (antigenic variation / phase variation) = “genetic rearrangement” → de bacterie kan delen van virulentiefactoren aanpassen/variëren <br>Effect: het immuunsysteem maakt een gerichte respons tegen versie A, maar de bacterie “switcht” naar versie B → immune escape en persistentie</p></li></ol><p></p>
23
New cards

Requirements for infection:

  1. Damage to the host

(lokaal vs. systemisch)

→ wordt veroorzaakt door:

  • het pathogeen zelf (enzymen, toxines)

  • door de gastheer zijn eigen systeem in antwoord tot het pathogeen (ontsteking)

Schade door het pathogeen is:

  • lokaal
    = lokale schade van gastheercellen of weefsel
    → normaal gecontroleerd door immuunrespons van gastheer

  • systemisch
    = systemische schade door toxine productie door het pathogeen

24
New cards

Requirements for infection:

  1. Spreading to other hosts

→ chapter 6