1/8
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is de valentie van een werkwoord en waarom vloeien hier alle voorwerpen uit voort?
Valentie is het aantal zinsdelen (argumenten) dat een werkwoord syntactisch eist om een grammaticaal correcte zin te vormen. Het werkwoord is de 'kern' die bepaalt of er verplicht een lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp of voorzetselvoorwerp in de zin moet staan.
Wat is een avalent werkwoord? (+ voorbeeld)
Een werkwoord met een valentie van 0. Het eist geen enkel echt zinsdeel (geen onderwerp en geen voorwerp). Er staat hooguit het loze woordje 'het'.
Voorbeeld: regenen ("Het regent.") of sneeuwen.
Wat is een monovalent (of intransitief) werkwoord? (+ voorbeeld)
Een werkwoord met een valentie van 1. Het eist alleen een onderwerp en duldt geen voorwerpen.
Voorbeeld: slapen ("De student [ow] slaapt.") of lachen
Zijn woorden zoals waarom, hoe, waar, hoelang en wanneer vragende voornaamwoorden?
Nee! Dit zijn vraagwoorden of bijwoorden, maar absoluut geen vragende voornaamwoorden.
Welke 3 woordsoorten kan het woord 'het' zijn? Geef per soort een voorbeeld.
Lidwoord: Het paard staat in de wei.
Persoonlijk voornaamwoord: Het staat in de wei.
Onbepaald voornaamwoord: Het regent.
Welke 3 woordsoorten kan het woord 'dat' zijn? Geef per soort een voorbeeld.
Onderschikkend voegwoord: Hij zei dat ik morgen mocht langskomen.
Aanwijzend voornaamwoord: Dat cadeau was subliem!
Betrekkelijk voornaamwoord: Het paard dat op de gang staat...
Wat zijn de taalkundige termen voor wederkerend en wederkerig voornaamwoord?
Wederkerend = Reflexief (zich, ons)
Wederkerig = Reciprook (elkaar, mekaar)
Wat is een trivalent (of ditransitief) werkwoord? (+ voorbeeld)
Een werkwoord met een valentie van 3. Het eist een onderwerp, een lijdend voorwerp én een meewerkend voorwerp (of selecteert een voorzetselvoorwerp).
Voorbeeld: geven ("De docent [ow] geeft de student [mv] een flitskaart [lv].").
Wat is een bivalent (of transitief) werkwoord? (+ voorbeeld)
Een werkwoord met een valentie van 2. Het eist een onderwerp én een voorwerp (meestal een lijdend voorwerp of voorzetselvoorwerp).
Voorbeeld: eten ("Jan [ow] eet een appel [lv]."), herinneren ("Ik herinner me [wv] aan die les [vzv].").