1/94
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
zich verplaatsen
se déplacer, circuler

de verplaatsing
le déplacement

het verkeer
la circulation, le trafic

zijn vervoersmiddel kiezen
choisir son mode de transport
gaan naar
se rendre à, aller à
terugkeren naar
retourner, regagner

de grens oversteken
traverser, franchir la frontière

de opkomst van zachte, alternatieve, verantwoordelijke mobiliteit
l'essor de la mobilité douce, alternative, responsable
zich te voet verplaatsen
se déplacer à pied
een voetganger
un piéton

een voetgangersstraat
une rue piétonne

een stap
un pas

wandelen
se promener, se balader

de wandeling
la promenade, la balade

een wandeling maken
faire une promenade

stappen - het stappen
marcher - la marche à pied

een wandeltocht, trektocht
une randonnée
rechtsomkeer maken
faire demi-tour, revenir sur ses pas

de straat oversteken
traverser la rue

wachten aan het kruispunt, rode licht
attendre au carrefour, aux feux rouges

omverrijden
renverser

overrijden
écraser

Zich met de fiets verplaatsen
se déplacer à vélo
het stuur
le guidon

het wiel
la roue

de rem
le frein

het pedaal
la pédale

trappen
pédaler

de fietsers
les cyclistes

de fiets nemen om naar school te gaan
prendre le vélo pour aller à l'école
een helm dragen voor zijn veiligheid
porter un casque pour sa sécurité

een fluohesje dragen
porter un gilet jaune

zichtbaar zijn op de weg
etre visible sur la route

fietspaden aanleggen
aménager des pistes cyclables
het openbaar vervoer nemen
emprunter les transports en commun

een abonnement hebben
avoir un abonnement
een ticket kopen / nemen
acheter / prendre un ticket / un billet
zich richten tot de loketbediende
s'adresser à l'employé au gichet
met de trein, bus, metro, ... reizen
voyager en train, en bus, en métro, ...
de gebruikers, de passagiers
les usagers / passagers
het netwerk van de treinen
le réseau ferroviaire
het station
la gare

de trein
le train

de treinconducteur
le conducteur de train

het metrostation
la station de métro

het perron
le quai

de bushalte
l'arrêt de bus

de stelplaats
la gare des bus

de buschauffeur
le chauffeur de bus

de treinbegeleider
le contrôleur

de rechtstreeks verbinding
les lignes directes
de aansluitingen
les correspondances
de tram / metrolijnen
les lignes de tram / de métro
de lijnen stoppen niet overal in de stad
les lignes ne desservent pas toute la ville
de stiptheid is problematisch
la ponctualité pose problème
klagen over de veelvuldige vertragingen
se plaindre des retards fréquents
de klachten van de passagiers zijn frequent
les plaintes des usagers sont fréquentes
jongeren reizen met korting
les jeunes voyagent à tarif réduit
een voertuig
un véhicule

een auto, wagen
une auto, voiture
het stuur (auto)
le volant

de achteruitkijkspiegel
le rétroviseur

het wiel
le pneu

een platte band hebben
avoir un pneu crevé

een bedrijfswagen
une voiture de société

een elektrische wagen
une voiture électrique
een wagen opladen
recharger la voiture
een oplaadpunt
une borne de recharge

een zelfrijdende auto
une voiture autonome

een bestuurder - besturen
un conducteur - conduire
met de auto rijden
rouler en voiture

met de auto naar het werk gaan
aller au travail en voiture
pendelen
faire la navette

carpoolen - carpooling
covoiturer - le covoiturage

de piekuren
les heures de pointe
het verkeer is druk
le trafic est dense
een file - een opstopping
une file - un embouteillage - un bouchon

de parkeerparken
les parcs de stationnement
de overdekte parkings
les parkings couverts

parkeren
se garer

de wegen zijn slecht onderhouden
les routes sont mal entretenues
het onderhoud van de wegen
l'entretien des routes
er zijn veel werven bezig
il y a beaucoup de chantiers en cours
men moet de omleidingen volgen
il faut suivre les déviations
men moet de werken vermijden
il faut éviter les travaux
opstijgen - landen
décoller - atterrir

een vlucht - vliegen
un vol - voler
een luchthaven
un aéroport

het luchtruim
l'espace aérien

een luchtvaartmaatschappij
une compagnie aérienne

instorten
s'effondrer/ s'affaisser
een instorting
un effondrement/ un affaissement
de tunnel onder het Kanaal
le tunnel sous la Manche
de pendeltrein voor auto's en passagiers
les navettes pour voitures et passagers
het traject tussen Frankrijk en Engeland
le trajet entre la France et l'Angleterre