Frans Defi 5 mission 1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/45

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:29 AM on 5/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

46 Terms

1
New cards

une blague

een grap, mop

2
New cards

une bougie

een kaars

3
New cards

une casquette

een pet

4
New cards

une chaine

een kanaal

5
New cards

les choses du quotidien

alledaagse zaken

6
New cards

un, une comique

een komiek

7
New cards

une connexion

een verbinding

8
New cards

une dépression

een depressie

9
New cards

un, une game

een gamer, gamester

10
New cards

un, une humoriste

een humorist, komiek

11
New cards

la majorité

de volwassenheid, meerderjarigheid

12
New cards

un mur Facebook

een facebookmuur

13
New cards

une pile

een batterij

14
New cards

un quart

een kwart, een vierde

15
New cards

un quart de siècle

een kwarteeuw

16
New cards

le quotidien

het alledaagse

17
New cards

la retraite

het pensioen, op rust zijn

18
New cards

un siècle

een eeuw

19
New cards

un type casse-pieds

een zeurpiet, lastpak

20
New cards

une vue

een view, weergave

21
New cards

barbant, barbante

saai

22
New cards

doué, douée pour

begaafd voor

23
New cards

commerçant, commerçante

commercieel, met het doel handel te drijven

24
New cards

embêtant, embêtante

vervelend

25
New cards

énervant, énervante

enerverend

26
New cards

irrespectueux, irrespectueuse

respectloos

27
New cards

irritant, irritante

irritant

28
New cards

rasoir, rasoire

saai

29
New cards

rigolo, rigolote

grappig

30
New cards

abandonner

in de steek laten

31
New cards

apprécier

appreciëren waarderen

32
New cards

énerver

enerveren, op de zenuwen werken

33
New cards

exagérer

overdrijven

34
New cards

hésiter (entre)

twijfelen, aarzelen (tussen)

35
New cards

plaire à quelqu’un

iemand behagen, bevallen

36
New cards

s’attendre à quelque chose

iets verwachten

37
New cards

séduire quelqu’un (à)

iemand verleiden (tot, om)

38
New cards

suivre quelqu’un (à)

iemand volgen

39
New cards

traiter un sujet

een onderwerp behandelen

40
New cards

casser les pieds à quelqu’un

iemand de voeten uithangen

41
New cards

faire stresser quelqu’un

iemand stress geven

42
New cards

il mangue quelque chose

er ontbreekt iets

43
New cards

rendre quelqu’un (+adjectif)

iemand (+bijvoeglijk naamwoord) maken

44
New cards

sentir venir quelqu’un (+adjectif)

iemand (+bijvoeglijk naamwoord) maken

45
New cards

sentir venir quelqu’un/quelque chose

iemand/iets voelen aankomen

46
New cards

en revanche

daarentegen, aan de andere kant