VCA vragen 458-605

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/147

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:02 AM on 6/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

148 Terms

1
New cards
Vraag 458. (hijsen, tillen, dragen) (B.11.37) Om een voorwerp op te tillen is de ideale houding:[cite: 5]
a) met gestrekte knieën en gebogen rug[cite: 5]
b) met geplooide/gebogen knieën en rechte rug[cite: 5]
c) met geplooide benen en gebogen rug[cite: 5]
d) met gestrekte knieën en rechte rug[cite: 5]
Correct antwoord: b) met geplooide/gebogen knieën en rechte rug
2
New cards
Vraag 459. (hijsen, tillen, dragen) (B.11.38) Duid de foute bewering aan:[cite: 5]
a) til steeds een last met gebogen rug[cite: 5]
b) draag nooit een last ter hoogte van je ogen[cite: 5]
c) hou de last zo dicht mogelijk tegen je lichaam[cite: 5]
d) til met twee personen[cite: 5]
Correct antwoord: a) til steeds een last met gebogen rug
3
New cards
Vraag 460. (hijsen, tillen, dragen) (B.11.39) Voor werknemers die vaak lasten manueel moeten hanteren wordt best:[cite: 5]
a) een tilopleiding voorzien[cite: 5]
b) een verstevigingsband voor de rug voorzien[cite: 5]
c) krachttraining voorzien[cite: 5]
d) enkel een jonge werkkracht gekozen[cite: 5]
Correct antwoord: a) een tilopleiding voorzien
4
New cards
Vraag 461. (hijsen, tillen, dragen) (V.11.1) Wat is de minimum leeftijd om op de werf een hijskraan te mogen besturen?[cite: 5]
a) 16 jaar[cite: 5]
b) 18 jaar[cite: 5]
c) 21 jaar[cite: 5]
d) niet bepaald[cite: 5]
Correct antwoord: b) 18 jaar
5
New cards
Vraag 462. (hijsen, tillen, dragen) (V.11.3) De seingever bij hefwerktuigen:[cite: 5]
a) is minstens 21 jaar[cite: 5]
b) can iedereen zijn[cite: 5]
c) heeft een veiligheidsfunctie[cite: 5]
d) mag geen uitzendkracht zijn[cite: 5]
Correct antwoord: c) heeft een veiligheidsfunctie
6
New cards
Vraag 463. (hijsen, tillen, dragen) (V.11.4) De seingever bij hefwerktuigen:[cite: 5]
a) kan iedereen zijn[cite: 5]
b) moet de nodige instructies krijgen[cite: 5]
c) moet een erkend technieker zijn[cite: 5]
d) mag geen uitzendkracht zijn[cite: 5]
Correct antwoord: b) moet de nodige instructies krijgen
7
New cards
Vraag 464. (hijsen, tillen, dragen) (V.11.5) De seingever bij hefwerktuigen:[cite: 5]
a) kan iedereen zijn[cite: 5]
b) moet jaarlijks een oogtest ondergaan[cite: 5]
c) oefent een veiligheidsfunctie uit[cite: 5]
d) moet minimum 21 jaar zijn[cite: 5]
Correct antwoord: c) oefent een veiligheidsfunctie uit
8
New cards
Vraag 465. (hijsen, tillen, dragen) (V.11.6) Welke is de minimum leeftijd om signalen aan kraanbestuurders te mogen geven?[cite: 5]
a) 16 jaar[cite: 5]
b) 18 jaar[cite: 5]
c) 21 jaar[cite: 5]
d) niet bepaald[cite: 5]
Correct antwoord: b) 18 jaar
9
New cards
Vraag 466. (struikelen en vallen) (B.12.1) Je loopt naar de werkplaats in het bedrijf waar je werkt. Plots merk je dat er een putdeksel van een put verdwenen is. Een andere collega die je passeert, merkt dit eveneens op. Wat doe je?[cite: 5]
a) je gaat verder en zegt tegen elkaar dat dit toch wel gevaarlijk is[cite: 5]
b) je zegt aan je collega dat jij de verantwoordelijke van de afdeling zal verwittigen. Vervolgens gaat je collega verder[cite: 5]
c) één van jullie twee blijft bij de open put staan en de ander gaat de verantwoordelijke van de afdeling verwittigen[cite: 5]
d) je dekt de put af met een doorzichtige plastic[cite: 5]
Correct antwoord: c) één van jullie twee blijft bij de open put staan en de ander gaat de verantwoordelijke van de afdeling verwittigen
10
New cards
Vraag 467. (struikelen en vallen) (B.12.2) Je moet je van de directie snel naar de werkplaats begeven in verband met een dringende bestelling. Wat doe je?[cite: 5]
a) je loopt de trap af en rent de parking over naar de werkplaats[cite: 5]
b) je stapt goed door, je gaat de trap normaal af ja je stapt vervolgens de parking over richting werkplaats[cite: 5]
c) je loopt de trap af. De laatste treden spring je naar beneden en vervolgens steek je de parking over richting werkplaats.[cite: 5]
d) je gaat de trap af, schopt de bananenschil opzij die voor de deur van de trapzaal ligt en steekt de parking over naar de werkplaats[cite: 5]
Correct antwoord: b) je stapt goed door, je gaat de trap normaal af en je stapt vervolgens de parking over richting werkplaats
11
New cards
Vraag 468. (struikelen en vallen) (B.12.3) Je bent op de vijfde verdieping. Er zijn openingen voor ramen voorzien tot op de vloer. Deze openingen zijn netjes afgemaakt met een leuning. Je merkt op dat één van deze leuningen stuk is. Je bent echter alleen op die verdieping. Je collega's zijn benede[cite: 5]
a) je blijft bij de kapotte leuning staan. Je roept in de hoop dat één van je collega's je hoort[cite: 5]
b) je denkt "Dit is mijn verantwoordelijkheid niet". Ze hadden het maar beter moeten maken"[cite: 5]
c) je gaat naar beneden en verwittigt de collega die de leuningen heeft geplaatst. Deze gaat daarna de herstelling uitvoeren[cite: 5]
d) je haalt een leuning van een opening op een andere verdieping weg en plaatst ze hier[cite: 5]
Correct antwoord: c) je gaat naar beneden en verwittigt de collega die de leuningen heeft geplaatst. Deze gaat daarna de herstelling uitvoeren
12
New cards
Vraag 469. (struikelen en vallen) (B.12.4) Duid de foute bewering aan:[cite: 5]
a) berg de materialen steeds goed op om ongevallen te vermijden. Uitstekende voorwerpen nodigen uit tot struikelen[cite: 5]
b) er gaat niets boven een lekker geboende vloer, netheid is immers veiligheid[cite: 5]
c) sla het materiaal goed op, hou de werkplek netjes en de doorgangen vrij. Zo voorkom je uitglijden en vallen[cite: 5]
d) maak degelijke stapels van houtafval en planken en verwijder de spijkers om verwondingen te vermijden[cite: 5]
Correct antwoord: b) er gaat niets boven een lekker geboende vloer, netheid is immers veiligheid
13
New cards
Vraag 470. (struikelen en vallen) (B.12.5) Duid de foute bewering aan:[cite: 5]
a) verwijder olie- en vetvlekken of bestrooi ze met zand. Strooi ook zand op ijzel[cite: 5]
b) rondslingerende kabels, buizen, enz. zijn ideaal om struikelpartijen te veroorzaken. Hou toegangen en doorgangen vrij[cite: 5]
c) lokalen en toegangswegen moeten goed verlicht zijn en uitgerust met de nodige beveiligingen[cite: 5]
d) uitstekende betonijzers afschermen is tijdverspilling[cite: 5]
Correct antwoord: d) uitstekende betonijzers afschermen is tijdverspilling
14
New cards
Vraag 471. (struikelen en vallen) (B.12.6) Duid de foute bewering aan:[cite: 5]
a) in werkvloeren moeten alle openingen worden dichtgemaakt[cite: 5]
b) tijdens de bouw moeten alle openingen in een gevel voorzien zijn van leuningen[cite: 5]
c) ga nooit in een ongestutte uitgraving, behalve om stutten aan te brengen[cite: 5]
d) de openingen in de vloer op een verdieping waar niet elke dag gewerkt wordt, moeten niet afgeschermd worden[cite: 5]
Correct antwoord: d) de openingen in de vloer op een verdieping waar niet elke dag gewerkt wordt, moeten niet afgeschermd worden
15
New cards
Vraag 472. (struikelen en vallen) (B.12.7) Duid de juiste bewering aan:[cite: 5]
a) achteruitlopen kan je doen zonder enig risico op vallen[cite: 5]
b) een telefoongesprek voeren wanneer je verder gaat is een normale handeling[cite: 5]
c) ik kijk steeds in de richting waarin ik ga[cite: 5]
d) de trap op of af gaan met mijn handen in de zakken van mijn broek is geen enkel probleem[cite: 5]
Correct antwoord: c) ik kijk steeds in de richting waarin ik ga
16
New cards
Vraag 473. (struikelen en vallen) (B.12.8) Duid de foute bewering aan:[cite: 5]
a) wanneer ik de trap afga, houd ik de leuning vast[cite: 5]
b) wanneer ik een plank met nagels zie op de grond liggen, verwijder ik ze[cite: 5]
c) ik neem nooit 2 treden tegelijk wanneer ik de trap op ga. Ik zou me kunnen misstappen[cite: 5]
d) wanneer ik een olievlek zie, ga ik erom heen en ga verder[cite: 5]
Correct antwoord: d) wanneer ik een olievlek zie, ga ik erom heen ja ga verder
17
New cards
Vraag 474. (struikelen en vallen) (B.12.9) Aan welke eisen voldoet goede markering?[cite: 5]
a) functioneel: passen bij het soort gevaar[cite: 5]
b) steeds dezelfde kleur en symbool gebruiken[cite: 5]
c) steeds indien mogelijk op ooghoogte aanbrengen[cite: 5]
d) de antwoorden a, b en c zijn juist[cite: 5]
Correct antwoord: d) de antwoorden a, b en c zijn juist
18
New cards
Vraag 475. (struikelen en vallen) (B.12.10) Duid de foute bewering aan: struikel- en valrisico wordt vermeden door:[cite: 5]
a) kleurmarkering van de hindernis[cite: 5]
b) regelmatige controle van het visueel vermogen van de werknemers[cite: 5]
c) voldoende verlichting[cite: 5]
d) kleine afzettingen (palen met kettingen)[cite: 5]
Correct antwoord: b) regelmatige controle van het visueel vermogen van de werknemers
19
New cards
Vraag 476. (struikelen en vallen) (B.12.11) De meeste ongevallen met trappen gebeuren:[cite: 5]
a) bij het opwaarts gaan[cite: 5]
b) bij het afwaarts gaan[cite: 5]
c) bij zowel opwaarts als afwaarts gaan[cite: 5]
d) door omvallen of kantelen van de trap[cite: 5]
Correct antwoord: b) bij het afwaarts gaan
20
New cards
Vraag 477. (werken op hoogte) (B.13.1) Wanneer er geen traliewerk of vol paneel aanwezig is, staat de tussenlat van een leuning of randbeveiliging op:[cite: 5]
a) 0,50m[cite: 5]
b) 0,80 m[cite: 5]
c) 0,25m[cite: 5]
d) 0,85m[cite: 5]
Correct antwoord: a) 0,50m
21
New cards
Vraag 478. (werken op hoogte) (B.13.2) Vanaf welke hoogte (vrije valhoogte) zijn leuningen reglementair verplicht?[cite: 5]
a) 1,50 m[cite: 5]
b) 3m[cite: 5]
c) 2 m[cite: 5]
d) 2,50 m[cite: 5]
Correct antwoord: c) 2 m
22
New cards
Vraag 479. (werken op hoogte) (B.13.3) Waaraan moet een leuning of een hek, die als collectieve valbeveiliging worden geplaatst, minimaal voldoen?[cite: 5]
a) leuning op 1 m tot 1,20 m hoog en een tussenleuning op 40 cm à 50 cm[cite: 5]
b) leuning op 1 m tot 1,20 m hoog[cite: 5]
c) leuning op 1 m tot 1,20 m hoog, een tussenleuning op 40 cm à 50 cm en een kantlijst/kantplank van minimum 15 cm hoog[cite: 5]
d) leuning op 1 m tot 1,20 m hoog en een kantlijst van minimum 15 cm hoog[cite: 5]
Correct antwoord: c) leuning op 1 m tot 1,20 m hoog, een tussenleuning op 40 cm à 50 cm en een kantlijst/kantplank van minimum 15 cm hoog
23
New cards
Vraag 480. (werken op hoogte) (B.13.4) Uit welke elementen is een reglementair geplaatste randbeveiliging samengesteld?[cite: 5]
a) uit een bovenleuning en tussenleuning[cite: 5]
b) uit een bovenleuning en een kantplank[cite: 5]
c) uit een bovenleuning, een tussenleuning en een kantplank[cite: 5]
d) geen van voorgaande antwoorden is juist[cite: 5]
Correct antwoord: c) uit een bovenleuning, een tussenleuning en een kantplank
24
New cards
Vraag 481. (werken op hoogte) (B.13.5) Op welke hoogte moet de bovenlat van een leuning geplaatst worden?[cite: 5]
a) tussen 0,80 m en 1,10 m[cite: 5]
b) tussen 0,95 m en 1,10 m[cite: 5]
c) tussen 1,00 m en 1,20 m[cite: 5]
d) op 1,50 m[cite: 5]
Correct antwoord: c) tussen 1,00 m en 1,20 m
25
New cards
Vraag 482. (werken op hoogte) (B.13.6) Een randbeveiliging uit volle of uit traliewerk bestaande panelen is ten minste:[cite: 5]
a) 0,90 m hoog[cite: 5]
b) 1,00 m hoog[cite: 5]
c) 1,10 m hoog[cite: 5]
d) 1,20 m hoog[cite: 5]
Correct antwoord: b) 1,00 m hoog
26
New cards
Vraag 483. (werken op hoogte) (B.13.7) Waarom is blootstelling of contact aan elektriciteit een bijkomend gevaar bij werken op een ladder?[cite: 5]
a) de elektrische geleiding is veel hoger indien men op een ladder staat[cite: 5]
b) zelfs een onschadelijke stroomstoot kan de getroffene doen schrikken met een val tot gevolg[cite: 5]
c) de ladder kan gemakkelijk een elektriciteitskabel raken[cite: 5]
d) de antwoorden a, b en c zijn juist[cite: 5]
Correct antwoord: b) zelfs een onschadelijke stroomstoot kan de getroffene doen schrikken met een val tot gevolg
27
New cards
Vraag 484. (werken op hoogte) (B.13.8) Ladderschoenen worden toegepast om:[cite: 5]
a) schade te voorkomen bij het stoten tegen obstakels.[cite: 5]
b) een esthetischer uitzicht te hebben[cite: 5]
c) uitglijden van de ladder op de ondergrond te voorkomen[cite: 5]
d) de ladder horizontaal te kunnen plaatsen[cite: 5]
Correct antwoord: c) uitglijden van de ladder op de ondergrond te voorkomen
28
New cards
Vraag 485. (werken op hoogte) (B.13.9) Hoeveel meter moet de ladder minstens boven de te bereiken werkvloer uitsteken?[cite: 5]
a) 1 m[cite: 5]
b) 2 m[cite: 5]
c) 0,5 m[cite: 5]
d) 1,5 m[cite: 5]
Correct antwoord: a) 1 m
29
New cards
Vraag 486. (werken op hoogte) (B.13.10) De steunbeugel van het platform van een trapladder:[cite: 5]
a) komt best tot onder de knie[cite: 5]
b) komt best net boven de knie[cite: 5]
c) hoeft niet aanwezig te zijn[cite: 5]
d) is enkel noodzakelijk indien het platform niet hoog genoeg is om het werkvlak te bereiken[cite: 5]
Correct antwoord: b) komt best net boven de knie
30
New cards
Vraag 487. (werken op hoogte) (B.13.11) Welke uitspraak is juist?[cite: 5]
a) het is voldoende dat een ladder die naar een hoger niveau leidt net boven dat niveau uitsteekt[cite: 5]
b) een ladder kan je best alleen verplaatsen[cite: 5]
c) de opstellingshoek van een ladder is goed wanneer de afstand tussen de laddervoeten en de muur gelijk is aan de helft van de totale gebruikslengte van de ladder[cite: 5]
d) een werkplatform dat hoger is dan 2m moet afgeschermd worden met een leuning, tussenleuning en kantlijst[cite: 5]
Correct antwoord: d) een werkplatform dat hoger is dan 2m moet afgeschermd worden met een leuning, tussenleuning ja kantlijst
31
New cards
Vraag 488. (werken op hoogte) (B.13.12) Een ladder is een hulpmiddel dat toelaat:[cite: 5]
a) een hoogteverschil te overbruggen maar nooit om werken op uit te voeren[cite: 5]
b) een hoogteverschil te overbruggen en werken op uit te voeren[cite: 5]
c) een hoogteverschil te overbruggen en dat enkel bedoeld is om kleine werken niet gevaarlijke van korte duur op uit te voeren[cite: 5]
d) om gemakkelijk en zonder risico werken op hoogte uit te voeren[cite: 5]
Correct antwoord: c) een hoogteverschil te overbruggen en dat enkel bedoeld is om kleine werken niet gevaarlijke van korte duur op uit te voeren
32
New cards
Vraag 489. (werken op hoogte) (B.13.13) Duid de juiste uitspraak aan:[cite: 5]
a) houten ladders mogen nooit gevernist worden[cite: 5]
b) ladders met 25 of meer sporten moeten uit 2 uitschuifbare delen bestaan[cite: 5]
c) ladders met 25 of meer sporten moeten bovenaan vastgemaakt worden[cite: 5]
d) ladders met 25 of meer sporten moeten onderaan vastgemaakt worden[cite: 5]
Correct antwoord: a) houten ladders mogen nooit gevernist worden
33
New cards
Vraag 490. (werken op hoogte) (B.13.14) Welke veiligheidsregel moet in acht genomen worden bij het werken met ladders?[cite: 5]
a) plaatsen onder een hoek van 65° à 75° met het onderste steunvlak[cite: 5]
b) niet gebruiken voor het uitvoeren van langdurige werkzaamheden[cite: 5]
c) niet gebruiken met zwaar gereedschap[cite: 5]
d) de antwoorden a, b en c zijn juist[cite: 5]
Correct antwoord: d) de antwoorden a, b en c zijn juist
34
New cards
Vraag 491. (werken op hoogte) (B.13.15) Wanneer kiest men voor het gebruik van een ladder in kunststof?[cite: 5]
a) in nabijheid van elektrische risico's[cite: 5]
b) bij temperatuurschommelingen[cite: 5]
c) in een omgeving waar producten met hoge temperaturen voorkomen[cite: 5]
d) wanneer hoogteverschillen van meer dan 2,5 m overbrugd moeten worden[cite: 5]
Correct antwoord: a) in nabijheid van elektrische risico's
35
New cards
Vraag 492. (werken op hoogte) (B.13.16) Wanneer kiest men voor het gebruik van een houten ladder?[cite: 5]
a) bij werken aan houten constructies[cite: 5]
b) bij temperatuurschommelingen[cite: 5]
c) in nabijheid van elektriciteit[cite: 5]
d) wanneer hoogteverschillen van meer dan 2,5 m overbrugd moeten worden[cite: 5]
Correct antwoord: c) in nabijheid van elektriciteit
36
New cards
Vraag 493. (werken op hoogte) (B.13.17) Welke ladder mag je niet gebruiken bij het werken aan elektrische installaties?[cite: 5]
a) een kunststofladder[cite: 5]
b) een aluminiumladder[cite: 5]
c) een houten ladder[cite: 5]
d) je mag ze allemaal gebruiken[cite: 5]
Correct antwoord: b) een aluminiumladder
37
New cards
Vraag 494. (werken op hoogte) (B.13.18) Duid de foute bewering aan:[cite: 5]
a) kijk voor ieder gebruik de ladders na. Gebruik geen beschadigde ladders met ontbrekende sporten, maar laat ze deskundig repareren[cite: 5]
b) ladders moeten 1 meter of meer uitsteken boven de werkvloer waartoe zij toegang verlenen[cite: 5]
c) bij schuifladders moet de overlapping aan de wettelijke voorschriften voldoen[cite: 5]
d) houten ladders moeten geschilderd zijn[cite: 5]
Correct antwoord: d) houten ladders moeten geschilderd zijn
38
New cards
Vraag 495. (werken op hoogte) (B.13.19) Duid de foute bewering aan:[cite: 5]
a) voorkom uit elkaar glijden van dubbele ladders, bijvoorbeeld door kettingen[cite: 5]
b) ladders mogen niet gebruikt worden als werkvloer of loopbrug[cite: 5]
c) let op de goede helling van de ladder[cite: 5]
d) gebruik metalen ladders bij werken aan elektrische installaties[cite: 5]
Correct antwoord: d) gebruik metalen ladders bij werken aan elektrische installaties
39
New cards
Vraag 496. (werken op hoogte) (B.13.20) Duid de foute bewering aan:[cite: 5]
a) een ladder mag nooit door meer dan één persoon tegelijk beklommen worden[cite: 5]
b) zet een ladder nooit op een mogelijk onstabiele ondergrond.[cite: 5]
c) leun niet te veel opzij op plaatsen te bereiken die te ver van de ladder verwijderd zijn, verplaats de ladder.[cite: 5]
d) de ladder mag beklommen worden tot de derde hoogste sport[cite: 5]
Correct antwoord: d) de ladder mag beklommen worden tot de derde hoogste sport
40
New cards
Vraag 497. (werken op hoogte) (B.13.21) Duid de foute bewering aan:[cite: 5]
a) reinig een besmeurde ladder voordat je hem gebruikt[cite: 5]
b) wanneer een ladder 0,5 meter boven het te betreden oppervlak uitsteekt, werk ik veilig[cite: 5]
c) gebruik zo nodig een draagtas om materiaal mee naar boven te dragen. Zorg ten allen tijde dat je 2 handen vrij hebt om je vast te houden[cite: 5]
d) plaats een ladder nooit tegen het glas van een venster[cite: 5]
Correct antwoord: b) wanneer een ladder 0,5 meter boven het te betreden oppervlak uitsteekt, werk ik veilig
41
New cards
Vraag 498. (werken op hoogte) (B.13.22) Duid de foute bewering aan:[cite: 5]
a) let bij het dragen van een ladder op voor elektrische en andere leidingen[cite: 5]
b) kijk bij het afdalen van een ladder en voordat je een voet op de grond zet of er geen voorwerp ligt dat een val kan veroorzaken[cite: 5]
c) let bij het dragen van een ladder op voor personen. Kijk vooral uit aan hoeken van gebouwen of bij het draaien. Zorg dat je vrij zicht hebt[cite: 5]
d) draag een ladder zo veel mogelijk verticaal om geen personen of voorwerpen voor en achter u te raken[cite: 5]
Correct antwoord: d) draag een ladder zo veel mogelijk verticaal om geen personen of voorwerpen voor en achter u te raken
42
New cards
Vraag 499. (werken op hoogte) (B.13.23) Duid de foute bewering aan:[cite: 5]
a) hou je twee voeten op de ladder. Zoek geen ander steunpunt om een voet op te plaatsen om nog wat verder te reiken. Verplaats de ladder, zodat je geen onnodige risico's neemt[cite: 5]
b) gebruik de juiste ladder op de juiste plaats. Voorzie op een helling de nodige steunblokken om de laddervoeten horizontaal te plaatsen[cite: 5]
c) stel de ladder niet te dicht bij de hoek van een gebouw op. Hij zou bovenaan kunnen wegschuiven[cite: 5]
d) plaats een ladder nooit tegen het glas van een venster[cite: 5]
Correct antwoord: b) gebruik de juiste ladder op de juiste plaats. Voorzie op een helling de nodige steunblokken om de laddervoeten horizontaal te plaatsen
43
New cards
Vraag 500. (werken op hoogte) (B.13.24) Een stelling of steiger is:[cite: 5]
a) een (voorlopige/tijdelijke) constructie om op een gemakkelijke manier en met aanvaardbare risico's werken in de hoogte uit te voeren[cite: 5]
b) een hulpmiddel om een hoogteverschil te overbruggen, niet om werken op uit te voeren[cite: 5]
c) een hulpmiddel om een hoogteverschil te overbruggen en enkel bedoeld om werken van korte duur uit te voeren[cite: 5]
d) een constructie om op een gemakkelijke manier en met aanvaardbare risico's permanente werken in de hoogte uit te voeren[cite: 5]
Correct antwoord: a) een (voorlopige/tijdelijke) constructie om op een gemakkelijke manier en met aanvaardbare risico's werken in de hoogte uit te voeren
44
New cards
Vraag 501. (werken op hoogte) (B.13.25) een "scafftag" of stelling/steigerkaart dient om:[cite: 5]
a) aan te geven of het al dan niet toegelaten is voor bevoegden de stelling/steiger te betreden[cite: 5]
b) aan te duiden of de stellingbouwer een opleiding genoten heeft[cite: 5]
c) aan te geven wanneer de stelling of steiger zal gekeurd worden[cite: 5]
d) geen van deze antwoorden is juist[cite: 5]
Correct antwoord: a) aan te geven of het al dan niet toegelaten is voor bevoegden de stelling/steiger te betreden
45
New cards
Vraag 502. (werken op hoogte) (B.13.26) Beveiliging tegen omkantelen van een vaste gevelstelling gebeurt door:[cite: 5]
a) een stevige ondergrond te kiezen[cite: 5]
b) de voorste staanders iets langer (+ 10 cm) dan de achterste staanders te maken[cite: 5]
c) verankering van de stelling en stevige ondergrond kiezen[cite: 5]
d) schoren van de stelling[cite: 5]
Correct antwoord: c) verankering van de stelling en stevige ondergrond kiezen
46
New cards
Vraag 503. (werken op hoogte) (B.13.27) De minimale breedte van het werkplatform van een vaste stelling of steiger waarop geen materialen worden opgeslagen bedraagt:[cite: 5]
a) 60 cm[cite: 5]
b) 80 cm[cite: 5]
c) 100 cm[cite: 5]
d) 120 cm[cite: 5]
Correct antwoord: a) 60 cm
47
New cards
Vraag 504. (werken op hoogte) (B.13.28) De minimumbreedte van het werkplatform van een vaste stelling of steiger waarop materialen worden gestapeld bedraagt:[cite: 5]
a) 60 cm[cite: 5]
b) 80 cm[cite: 5]
c) 100 cm[cite: 5]
d) 120 cm[cite: 5]
Correct antwoord: d) 120 cm
48
New cards
Vraag 505. (werken op hoogte) (B.13.29) Duid de foute bewering aan:[cite: 5]
a) stellingen, uitsteekplatformen voor materialen en werkvloeren moeten voorzien zijn van leuningen, tussenleuningen en kantplanken[cite: 5]
b) de randbeveiliging van een stelling of steiger bestaat uit: een leuning van 100 cm à 120 cm, een tussenleuning van 40 cm à 50 cm, een kantplank van minimum 15 cm hoogte[cite: 5]
c) zorg dat de afstand tussen de stelling of steigervloer en de gevel van het bouwwerk niet meer bedraagt dan 20 cm. Als dit niet mogelijk is, moeten een leuning en kantplanken worden geplaatst aan de zijde van de gevel[cite: 5]
d) de toegangsladder tot het platform van een stelling of steiger worden aan de buitenzijde geplaatst[cite: 5]
Correct antwoord: d) de toegangsladder tot het platform van een stelling of steiger worden aan de buitenzijde geplaatst
49
New cards
Vraag 506. (werken op hoogte) (B.13.30) Welke bewering is juist?[cite: 5]
a) een rolstelling met een hoogte die groter is dan 3 maal de kleinste stellingbreedte moet verankerd worden[cite: 5]
b) wielen van een rolstelling moeten steeds tijdens werkzaamheden geblokkeerd zijn[cite: 5]
c) bij rolstellingen moeten rond het werkplatform voorzien zijn van leuning, tussenleuning en kantlijst[cite: 5]
d) de antwoorden a, b en c zijn juist[cite: 5]
Correct antwoord: d) de antwoorden a, b en c zijn juist
50
New cards
Vraag 507. (werken op hoogte) (B.13.31) Welke maatregel is bij het gebruik van rolstellingen niet verplicht?[cite: 5]
a) wielen vergrendelen[cite: 5]
b) stabilisatoren aanbrengen indien de hoogte van de stellingvloer meer dan driemaal de kleinste afmeting van de steunbasis bedraagt[cite: 5]
c) de stelling bovenaan vastmaken indien de hoogte van de stellingvloer minder dan driemaal de kleinste steunbasis bedraagt[cite: 5]
d) de rolstelling op een horizontale ondergrond plaatsen[cite: 5]
Correct antwoord: c) de stelling bovenaan vastmaken indien de hoogte van de stellingvloer minder dan driemaal de kleinste steunbasis bedraagt
51
New cards
Vraag 508. (werken op hoogte) (B.13.32) Hoeveel personen mogen zich nog op het werkplatform bevinden tijdens het verplaatsen van een rolstelling?[cite: 5]
a) geen[cite: 5]
b) één[cite: 5]
c) twee[cite: 5]
d) drie[cite: 5]
Correct antwoord: a) geen
52
New cards
Vraag 509. (werken op hoogte) (B.13.33) Beklim een rolstelling steeds:[cite: 5]
a) via de buitenzijde[cite: 5]
b) via de binnenzijde[cite: 5]
c) via een ladder geplaatst tegen de stelling[cite: 5]
d) de antwoorden a, b en c zijn juist[cite: 5]
Correct antwoord: b) via de binnenzijde
53
New cards
Vraag 510. (werken op hoogte) (B.13.34) Duid de foute bewering aan:[cite: 5]
a) vergrendel de wielen en breng eventueel stabilisatoren (verbreding basis) aan voor je op een rolstelling klimt[cite: 5]
b) de rolstelling mag alleen langzaam verplaatst worden, liefst in de lengterichting en over een obstakelvrij oppervlak[cite: 5]
c) tijdens de verplaatsing mag niemand op de stelling staan. Zorg bij iedere verplaatsing dat er niets kan vallen[cite: 5]
d) het dragen van een helm is overbodig bij het verplaatsen van een rolstelling[cite: 5]
Correct antwoord: d) het dragen van een helm is overbodig bij het verplaatsen van een rolstelling
54
New cards
Vraag 511. (werken op hoogte) (B.13.35) Hoeveel rijen schragen mag men maximaal op elkaar plaatsen?[cite: 5]
a) is niet bepaald[cite: 5]
b) men mag geen schragen op elkaar plaatsen[cite: 5]
c) maximaal 2[cite: 5]
d) maximaal 3[cite: 5]
Correct antwoord: b) men mag geen schragen op elkaar plaatsen
55
New cards
Vraag 512. (werken op hoogte) (B.13.36) Welke bewering is fout?[cite: 5]
a) stellingen op schragen worden gebruikt voor werkzaamheden op grote hoogten[cite: 5]
b) voor de afscherming van een werkplatform op schragen met een hoogte van meer dan 2 m hoogte gelden dezelfde voorschriften als bij vaste stellingen (onder andere: leuning, tussenleuning en plint)[cite: 5]
c) schragen worden van hout of metaal gemaakt. Ze moeten voldoende stevig zijn en door dwarssteunen verbonden worden[cite: 5]
d) in de hoogte verstelbare schragen mogen in de hoogste stand gebruikt worden[cite: 5]
Correct antwoord: a) stellingen op schragen worden gebruikt voor werkzaamheden op grote hoogten
56
New cards
Vraag 513. (werken op hoogte) (B.13.37) Welke individuele valbeveiliging moet gedragen worden bij het werken in een personenbak van een kraan?[cite: 5]
a) geen[cite: 5]
b) een heupgordel[cite: 5]
c) een veiligheidsharnas met ophangpunt dat bevestigd is aan de kraanhaak[cite: 5]
d) een veiligheidsharnas dat bevestigd is aan een ophangpunt onafhankelijk van de kraanhaak[cite: 5]
Correct antwoord: d) een veiligheidsharnas dat bevestigd is aan een ophangpunt onafhankelijk van de kraanhaak
57
New cards
Vraag 514. (werken op hoogte) (B.13.38) Duid de foute bewering aan:[cite: 5]
a) bij het werken op of aan daken moeten valbeveiligingen worden aangebracht[cite: 5]
b) als er bij bijzondere werken of bij werken van korte duur, zoals werken aan masten en op daken, aan vensters, bij kleine montagewerken, enz. geen collectieve valbeveiliging is, gebruik dan een veiligheidsharnas.[cite: 5]
c) ga nooit op daken die gemaakt zijn van lichte materialen, zoals glas, asbestcement, plastic[cite: 5]
d) een loopbrug biedt geen oplossing voor het uitvoeren van werken op daken opgebouwd uit lichte materialen[cite: 5]
Correct antwoord: d) een loopbrug biedt geen oplossing voor het uitvoeren van werken op daken opgebouwd uit lichte materialen
58
New cards
Vraag 515. (werken op hoogte) (B.13.39) Wand- of vloeropeningen mogen niet worden afgeschermd met:[cite: 5]
a) een plastic lint[cite: 5]
b) een houten leuning[cite: 5]
c) een stalen afscherming[cite: 5]
d) een traliewerk[cite: 5]
Correct antwoord: a) een plastic lint
59
New cards
Vraag 516. (werken op hoogte) (B.13.40) Welk element is een persoonlijke bescherming tegen vallen ?[cite: 5]
a) vangnet[cite: 5]
b) veiligheidsharnas[cite: 5]
c) leuning[cite: 5]
d) opvangplatform[cite: 5]
Correct antwoord: b) veiligheidsharnas
60
New cards
Vraag 517. (werken op hoogte) (B.13.41) Het dragen van een veiligheidsharnas is bij werken vanuit een hangstelling:[cite: 5]
a) steeds verplicht[cite: 5]
b) enkel verplicht wanneer men met zijn romp over de leuning van de bak, mand of hangstelling moet leunen[cite: 5]
c) niet verplicht[cite: 5]
d) enkel verplicht indien de hangstelling aan één verankeringspunt is opgehangen[cite: 5]
Correct antwoord: a) steeds verplicht
61
New cards
Vraag 518. (werken op hoogte) (B.13.42) In welke omstandigheden mag men nog steeds een heupgordel dragen?[cite: 5]
a) indien er geen veiligheidsharnas ter beschikking is[cite: 5]
b) indien het gewicht van de persoon die de gordel moet dragen beperkt is tot 60 kg[cite: 5]
c) indien de valhoogte beperkt is tot 1 m ja enkel als steun- of positioneringshulpmiddel[cite: 5]
d) een heupgordel mag niet meer worden gebruikt[cite: 5]
Correct antwoord: d) een heupgordel mag niet meer worden gebruikt
62
New cards
Vraag 519. (werken op hoogte) (B.13.43) Bij een persoonlijke valbeveiliging is de schokdemper een systeem dat:[cite: 5]
a) de vanglijn gespannen houdt[cite: 5]
b) tijdens de val een deel van de valenergie opneemt waardoor de schok beperkt wordt[cite: 5]
c) de vanglijn beschermt tegen de weersomstandigheden zodat de elasticiteit van de vanglijn behouden blijft[cite: 5]
d) de antwoorden a, b en c zijn juist[cite: 5]
Correct antwoord: b) tijdens de val een deel van de valenergie opneemt waardoor de schok beperkt wordt
63
New cards
Vraag 520. (werken op hoogte) (B.13.44) Een mobiel antivaltoestel is een toestel:[cite: 5]
a) dat met de persoon mee schuift tijdens de uitvoering van zijn werk[cite: 5]
b) geplaatst op een mobiele installatie[cite: 5]
c) dat het voordeel heeft dat er geen slingerbeweging optreedt omdat de persoon via een musketonhaak of een zeer korte vanglijn aan het toestel verbonden is[cite: 5]
d) dat transporteerbaar is[cite: 5]
Correct antwoord: a) dat met de persoon mee schuift tijdens de uitvoering van zijn werk
64
New cards
Vraag 521. (werken op hoogte) (V.13.1) Welke bewering is fout?[cite: 5]
a) Alleen iemand die instructies gekregen heeft, mag op een hoogwerker werken[cite: 5]
b) Er moeten een gebruikershandleiding bij de hoogwerker aanwezig zijn;[cite: 5]
c) De maximaal toelaatbare hoogte waarop mag gewerkt worden met een hoogwerker bedraagt 10 m[cite: 5]
d) een hoogwerker moet een geldig keuringsbewijs hebben[cite: 5]
Correct antwoord: c) De maximaal toelaatbare hoogte waarop mag gewerkt worden met een hoogwerker bedraagt 10 m
65
New cards
Vraag 522. (werken op hoogte) (V.13.2) De montage van een stelling of steiger en de controle alvorens deze in gebruik te nemen gebeurt door:[cite: 5]
a) een externe dienst voor technische controle[cite: 5]
b) een bevoegd persoon[cite: 5]
c) de leverancier van de stelling of steiger[cite: 5]
d) de antwoorden a, b en c zijn juist[cite: 5]
Correct antwoord: b) een bevoegd persoon
66
New cards
Vraag 523. (werken op hoogte) (V.13.3) Wanneer moet persoonlijke valbeveiliging gebruikt worden?[cite: 5]
a) bij werken op een hoogte van meer dan 2 meter waarbij een collectieve beveiliging niet echt handig is[cite: 5]
b) bij werken op een hoogte van meer dan 2 meter en waarbij een collectieve beveiliging onmogelijk is[cite: 5]
c) bij werken op een hoogte van meer dan 2,50 meter en waarbij een collectieve beveiliging onmogelijk is[cite: 5]
d) bij werken op een hoogte van meer dan 3 meter en waarbij een collectieve beveiliging onmogelijk is[cite: 5]
Correct antwoord: c) bij werken op een hoogte van meer dan 2,50 meter en waarbij een collectieve beveiliging onmogelijk is
67
New cards
Vraag 524. (werken op hoogte) (V.13.4) Een collectieve valbeveiliging is een beveiliging die:[cite: 5]
a) de val in normale werkomstandigheden verhindert[cite: 5]
b) de gevolgen van een val beperkt[cite: 5]
c) de val verhindert of de gevolgen ervan beperkt[cite: 5]
d) de val volledig onmogelijk maakt[cite: 5]
Correct antwoord: c) de val verhindert of de gevolgen ervan beperkt
68
New cards
Vraag 525. (werken op hoogte) (V.13.5) Wat is een statisch antivaltoestel of non-chut (stop-chut)?[cite: 5]
a) Dit is een valbeveiliging, waaraan de harnasgordel wordt bevestigd en dat op- of afrolt afhankelijk van de beweging van de werknemer. Bij een val blokkeert het afrollen[cite: 5]
b) Dit is een valbeveiliging, waaraan de harnasgordel wordt bevestigd ja dat op- of afrolt afhankelijk van de beweging van de werknemer.[cite: 5]
c) Dit is een valbeveiliging, waaraan de harnasgordel wordt bevestigd en dat aan de werknemer een beperkte bewegingsvrijheid geeft.[cite: 5]
d) Dit is een toestel dat op de rand van een hooggelegen werkvloer wordt geplaatst en werknemers waarschuwt, als zij te dicht bij de rand komen.[cite: 5]
Correct antwoord: a) Dit is een valbeveiliging, waaraan de harnasgordel wordt bevestigd en dat op- of afrolt afhankelijk van de beweging van de werknemer. Bij een val blokkeert het afrollen
69
New cards
Vraag 526. (lassen) (V.14.1) Metalen die in lasdampen aanwezig zijn:[cite: 5]
a) leiden tot een risico op metaalbrand[cite: 5]
b) kunnen leiden tot vergiftiging[cite: 5]
c) zijn één van de weinige stoffen waaraan geen risico's verbonden zijn[cite: 5]
d) kunnen de kwaliteit van het laswerk nadelig beïnvloeden[cite: 5]
Correct antwoord: b) kunnen leiden tot vergiftiging
70
New cards
Vraag 527. (lassen) (V.14.2) Explosiegevaar kan optreden wanneer we lassen aan:[cite: 5]
a) nieuwe leidingen[cite: 5]
b) leidingen die inerte gassen bevatten[cite: 5]
c) reservoirs waarin brandbare producten aanwezig zijn geweest[cite: 5]
d) een waterreservoir[cite: 5]
Correct antwoord: c) reservoirs waarin brandbare producten aanwezig zijn geweest
71
New cards
Vraag 528. (lassen) (V.14.3) De gevaren bij oxy-acetyleenlassen zijn:[cite: 5]
a) stralingsgevaar[cite: 5]
b) brand en explosiegevaar[cite: 5]
c) vrijkomen van schadelijke dampen[cite: 5]
d) de antwoorden a, b en c zijn juist[cite: 5]
Correct antwoord: d) de antwoorden a, b en c zijn juist
72
New cards
Vraag 529. (lassen) (V.14.4) Explosiegevaar kan optreden wanneer we lassen aan:[cite: 5]
a) nieuwe leidingen[cite: 5]
b) leidingen die inerte gassen bevatten[cite: 5]
c) reservoirs waarin brandbare producten aanwezig zijn geweest[cite: 5]
d) de antwoorden b en c zijn juist[cite: 5]
Correct antwoord: c) reservoirs waarin brandbare producten aanwezig zijn geweest
73
New cards
Vraag 530. (lassen) (V.14.5) Bij het elektrisch lassen ontstaat de volgende straling:[cite: 5]
a) zichtbaar licht[cite: 5]
b) ultravioletstraling[cite: 5]
c) infraroodstraling[cite: 5]
d) de antwoorden a, b en c zijn juist[cite: 5]
Correct antwoord: d) de antwoorden a, b en c zijn juist
74
New cards
Vraag 531. (lassen) (V.14.6) Welke persoonlijke beschermingsmiddelen zijn bij elektrisch lassen verplicht?[cite: 5]
a) laskap of -helm, handschoenen, lasschort en veiligheidsschoenen[cite: 5]
b) laskap of lashelm[cite: 5]
c) laskap of lashelm, lasschort[cite: 5]
d) dit is ter keuze van de lasser[cite: 5]
Correct antwoord: a) laskap of -helm, handschoenen, lasschort en veiligheidsschoenen
75
New cards
Vraag 532. (lassen) (V.14.7) Welke is de belangrijkste preventiemaatregel voor de bescherming tegen de inademing van lasrook bij laswerkzaamheden?[cite: 5]
a) sterke algemene kunstmatige verluchting/ventilatie[cite: 5]
b) plaatselijke afzuiging van de lasrook boven de laszone[cite: 5]
c) dragen van een ademhalingsbescherming[cite: 5]
d) de laszone goed afschermen ten opzichte van de andere werkruimtes[cite: 5]
Correct antwoord: b) plaatselijke afzuiging van de lasrook boven de laszone
76
New cards
Vraag 533. (lassen) (V.14.8) Hoe worden omstanders en werknemers, die in de buurt van laswerkzaamheden aanwezig zijn, het best beschermd tegen ultraviolette straling?[cite: 5]
a) door het dragen van een helm met lasmasker[cite: 5]
b) door het dragen van veiligheidsbril met filter voor UV-straling[cite: 5]
c) door het plaatsen van lasscherm (lasgordijnen) rondom de ruimte waar gelast wordt[cite: 5]
d) door voldoende afstand (min 3m) te bewaren tussen lasboog en omstanders, zodat de UV-straling geen schadelijk effect meer heeft op de ogen[cite: 5]
Correct antwoord: c) door het plaatsen van lasscherm (lasgordijnen) rondom de ruimte waar gelast wordt
77
New cards
Vraag 534. (lassen) (V.14.9) Welke persoonlijke beschermingsmiddelen zijn niet efficiënt bij elektrisch lassen?[cite: 5]
a) een laskap[cite: 5]
b) veiligheidsschoenen[cite: 5]
c) een veiligheidsbril met zijkleppen[cite: 5]
d) een lederen schort[cite: 5]
Correct antwoord: c) een veiligheidsbril met zijkleppen
78
New cards
Vraag 535. (lassen) (V.14.10) Een acetyleenfles die wordt aangesloten om te lassen of te snijden:[cite: 5]
a) moet rechtop staan[cite: 5]
b) mag platliggen[cite: 5]
c) staat rechtop of mag liggen, maar onder een bepaalde hoek (30°) met de grond[cite: 5]
d) moet door een onbrandbaar scherm gescheiden zijn van de zuurstoffles[cite: 5]
Correct antwoord: a) moet rechtop staan
79
New cards
Vraag 536. (lassen) (V.14.11) Een acetyleenfles die in een brand heeft gestaan:[cite: 5]
a) kan als ze afgekoeld is opnieuw gebruikt worden[cite: 5]
b) moet door de leverancier herkeurd worden indien de fles vervormd is[cite: 5]
c) moet nog lange tijd verder afgekoeld worden (bvb. onder water) en wordt daarna teruggezonden naar de leverancier[cite: 5]
d) moet onmiddellijk door de leverancier opgehaald worden om vernietigd te worden[cite: 5]
Correct antwoord: c) moet nog lange tijd verder afgekoeld worden (bvb. onder water) en wordt daarna teruggezonden naar de leverancier
80
New cards
Vraag 537. (lassen) (V.14.12) Een vlamterugslagbeveiliging bij autogeen lassen en branden:[cite: 5]
a) dient om bij een terugslag van een vlam in de brander de toevoer van het gas onmiddellijk af te sluiten[cite: 5]
b) dient om de terugslag van het gas op te vermijden[cite: 5]
c) dient om de toevoer van gas te regelen[cite: 5]
d) dient om de toevoer van het gas af te sluiten indien de vlam uitgedoofd is[cite: 5]
Correct antwoord: a) dient om bij een terugslag van een vlam in de brander de toevoer van het gas onmiddellijk af te sluiten
81
New cards
Vraag 538. (lassen) (V.14.13) Het lassen met acetyleengassen in kelders:[cite: 5]
a) is verboden omdat acetyleen zwaarder is dan lucht en zich kan ophopen[cite: 5]
b) is toegelaten mits er een slangbreukbeveiliging geplaatst is, zodat de gas- en/of zuurstoftoevoer automatisch afgesloten wordt in geval van lekkage[cite: 5]
c) is toegelaten indien de acetyleenflessen horizontaal geplaatst worden[cite: 5]
d) is enkel toegelaten met doorvoor aangepaste ontspanners[cite: 5]
Correct antwoord: b) is toegelaten mits er een slangbreukbeveiliging geplaatst is, zodat de gas- en/of zuurstoftoevoer automatisch afgesloten wordt in geval van lekkage
82
New cards
Vraag 539. (lassen) (V.14.14) Bij het transport van gasflessen moet men:[cite: 5]
a) de flessen steeds vastzetten[cite: 5]
b) een brandblusser bij de hand hebben[cite: 5]
c) de kappen op de flessen bevestigen[cite: 5]
d) de antwoorden a, b en c zijn juist[cite: 5]
Correct antwoord: d) de antwoorden a, b en c zijn juist
83
New cards
Vraag 540. (lassen) (V.14.15) Bij de opslag van gasflessen:[cite: 5]
a) moet de opslagruimte verlucht/geventileerd zijn[cite: 5]
b) moeten de acetyleenflessen ja de zuurstofflessen gescheiden opgesteld worden[cite: 5]
c) moeten de flessen tegen omkantelen beveiligd worden[cite: 5]
d) de antwoorden a, b en c zijn juist[cite: 5]
Correct antwoord: d) de antwoorden a, b en c zijn juist
84
New cards
Vraag 541. (elektriciteit) (B.15.1) Welke risico's kan het gebruik van elektrische stroom inhouden voor de mens?[cite: 5]
a) kramp[cite: 5]
b) elektrocutie[cite: 5]
c) brandwonden[cite: 5]
d) de antwoorden a, b en c zijn juist[cite: 5]
Correct antwoord: d) de antwoorden a, b en c zijn juist
85
New cards
Vraag 542. (elektriciteit) (B.15.2) Wat kan de oorzaak zijn van een elektrisch ongeval?[cite: 5]
a) een niet-reglementaire installatie[cite: 5]
b) een defect in toestel, machine of installatie[cite: 5]
c) niet-aangepast toestel[cite: 5]
d) de antwoorden a, b en c zijn juist[cite: 5]
Correct antwoord: d) de antwoorden a, b en c zijn juist
86
New cards
Vraag 543. (elektriciteit) (B.15.3) Wat kan de oorzaak zijn van een elektrisch ongeval?[cite: 5]
a) een onoordeelkundig gebruik[cite: 5]
b) beschadigde isolatie[cite: 5]
c) slecht onderhoud[cite: 5]
d) de antwoorden a, b en c zijn juist[cite: 5]
Correct antwoord: d) de antwoorden a, b en c zijn juist
87
New cards
Vraag 544. (elektriciteit) (B.15.4) Een wisselspanning van 220 V is een:[cite: 5]
a) hoogspanning[cite: 5]
b) zeer lage veiligheidsspanning[cite: 5]
c) laagspanning[cite: 5]
d) middenspanning[cite: 5]
Correct antwoord: c) laagspanning
88
New cards
Vraag 545. (elektriciteit) (B.15.5) Elektrische spanning wordt uitgedrukt in:[cite: 5]
a) Ampère[cite: 5]
b) Ohm[cite: 5]
c) Volt[cite: 5]
d) vermogen (Watt)[cite: 5]
Correct antwoord: c) Volt
89
New cards
Vraag 546. (elektriciteit) (B.15.6) Stroomsterkte wordt uitgedrukt in:[cite: 5]
a) Ampère[cite: 5]
b) Ohm[cite: 5]
c) Volt[cite: 5]
d) watt[cite: 5]
Correct antwoord: a) Ampère
90
New cards
Vraag 547. (elektriciteit) (B.15.7) Weerstand wordt uitgedrukt in:[cite: 5]
a) Ampère[cite: 5]
b) Ohm[cite: 5]
c) Volt[cite: 5]
d) watt[cite: 5]
Correct antwoord: b) Ohm
91
New cards
Vraag 548. (elektriciteit) (B.15.8) Vermogen wordt uitgedrukt in:[cite: 5]
a) Ampère[cite: 5]
b) Ohm[cite: 5]
c) Volt[cite: 5]
d) watt[cite: 5]
Correct antwoord: d) watt
92
New cards
Vraag 549. (elektriciteit) (B.15.9) De elektrische installaties zijn gereglementeerd in:[cite: 5]
a) de Codex van het Welzijn[cite: 5]
b) het AREI[cite: 5]
c) Vlarem[cite: 5]
d) Vlarebo[cite: 5]
Correct antwoord: b) het AREI
93
New cards
Vraag 550. (elektriciteit) (B.15.10) Wat is het effect van een stroomsterkte van 5 A op het lichaam?[cite: 5]
a) geeft hartritmestoornissen[cite: 5]
b) veroorzaakt zware brandwonden en kan de dood tot gevolg hebben[cite: 5]
c) levert geen gevaar voor de mens[cite: 5]
d) de antwoorden a, b en c zijn juist[cite: 5]
Correct antwoord: b) veroorzaakt zware brandwonden en kan de dood tot gevolg hebben
94
New cards
Vraag 551. (elektriciteit) (B.15.11) De grootte van de stroomsterkte heeft wat de invloed op het menselijk organisme betreft :[cite: 5]
a) weinig invloed[cite: 5]
b) een grote invloed[cite: 5]
c) geen invloed[cite: 5]
d) enkel invloed boven de 5 Ampère.[cite: 5]
Correct antwoord: b) een grote invloed
95
New cards
Vraag 552. (elektriciteit) (B.15.12) Het effect van een stroomdoorgang door het lichaam wordt niet beïnvloed door:[cite: 5]
a) de stroomsterkte[cite: 5]
b) de weg van de stroomdoorgang door het lichaam[cite: 5]
c) de duur van de blootstelling[cite: 5]
d) de kledij van het slachtoffer[cite: 5]
Correct antwoord: d) de kledij van het slachtoffer
96
New cards
Vraag 553. (elektriciteit) (B.15.13) Vanaf welke waarde van de stroomsterkte kan hartkamerfibrillatie optreden?[cite: 5]
a) vanaf 5 tot 30 mA[cite: 5]
b) vanaf 30 tot 50mA[cite: 5]
c) vanaf 50 tot 200 mA[cite: 5]
d) van 200 tot 300mA[cite: 5]
Correct antwoord: c) vanaf 50 tot 200 mA
97
New cards
Vraag 554. (elektriciteit) (B.15.14) Welke factor bepaalt mee het effect van de stroomdoorgang door het menselijk lichaam?[cite: 5]
a) de grootte van de stroomdoorgang[cite: 5]
b) de duur van de stroomdoorgang[cite: 5]
c) de weg die de stroom in het lichaam volgt[cite: 5]
d) de antwoorden a, b en c zijn juist[cite: 5]
Correct antwoord: d) de antwoorden a, b en c zijn juist
98
New cards
Vraag 555. (elektriciteit) (B.15.15) Welke eenheid in verband met elektriciteit heeft het grootste effect op het menselijk lichaam?[cite: 5]
a) stroom (Ampère)[cite: 5]
b) spanning (Volt)[cite: 5]
c) weerstand (Ohm)[cite: 5]
d) vermogen (Watt)[cite: 5]
Correct antwoord: a) stroom (Ampère)
99
New cards
Vraag 556. (elektriciteit) (B.15.16) Het effect op het menselijk lichaam van wisselspanning en gelijkspanning (zelfde grootte) is:[cite: 5]
a) gelijk[cite: 5]
b) groter bij wisselspanning[cite: 5]
c) groter bij gelijkspanning[cite: 5]
d) kleiner bij wisselspanning[cite: 5]
Correct antwoord: b) groter bij wisselspanning
100
New cards
Vraag 557. (elektriciteit) (B.15.17) Als een slachtoffer een aanzienlijke stroomstoot heeft doorstaan moet men:[cite: 5]
a) het slachtoffer de eerste hulp (EHBO) toedienen[cite: 5]
b) afwachten en zien wat er te doen valt[cite: 5]
c) het slachtoffer steeds naar een ziekenhuis afvoeren, na de eerste zorgen te hebben toegediend[cite: 5]
d) het slachtoffer minstens een uur laten rusten[cite: 5]
Correct antwoord: c) het slachtoffer steeds naar een ziekenhuis afvoeren, na de eerste zorgen te hebben toegediend