Les 3: Media-effecten

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/22

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de belangrijkste concepten en historische fasen van media-effecten in de politieke communicatie, gebaseerd op de les van Peter Van Aelst.

Last updated 4:17 PM on 5/30/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

23 Terms

1
New cards

Effecten op Kennis

Media-effecten die betrekking hebben op informatie en feiten, oftewel wat we weten over een onderwerp (bijv. de samenstelling van de Vlaamse regering).

2
New cards

Effecten op Opinies/Attitudes

Media-effecten die invloed hebben op de mening of houding ten opzichte van een onderwerp, zoals het vertrouwen in politici.

3
New cards

Effecten op Gedrag

Media-effecten die bepalen hoe mensen handelen, bijvoorbeeld of en op wie ze gaan stemmen.

4
New cards

Symbolische realiteit

Het beeld van de werkelijkheid dat ontstaat door mediëring, die samen met de 'objectieve' realiteit ons totale beeld van de werkelijkheid vormt.

5
New cards

Causaliteit (Media-onderzoek)

De moeilijkheid om vast te stellen of mediagebruik het publiek beïnvloedt of dat publiekskenmerken bepalen welke media men gebruikt (correlatie is niet per se causatie).

6
New cards

Almighty media (Fase 1)

De periode tussen 19201920 en 19401940 waarin men geloofde dat media een direct en onmiddellijk effect hadden op een passief publiek (Stimulus-response model).

7
New cards

Hypodermic needle (Injectienaald-theorie)

Een metafoor uit de 'Almighty media' fase die stelt dat media-boodschappen als het ware rechtstreeks in het publiek worden 'geïnjecteerd'.

8
New cards

Minimal effects hypothesis (Fase 2)

De periode tussen 19401940 en 19601960 waarin onderzoek (zoals van Lazarsfeld) aantoonde dat de impact van media op het publiek beperkt en indirect is.

9
New cards

Two-step flow of communication

Een model van Lazarsfeld waarbij informatie vanuit de massamedia eerst de opinieleiders bereikt, die het vervolgens doorgeven aan hun sociale netwerk.

10
New cards

Opinieleider

Individuen binnen een sociaal netwerk die informatie uit de media interpreteren en verspreiden naar anderen, waardoor zij de publieke opinie beïnvloeden.

11
New cards

Selectieve blootstelling (Selective exposure)

Het fenomeen waarbij mensen vooral media consumeren die aansluiten bij hun bestaande overtuigingen om dissonante informatie te vermijden.

12
New cards

Uses and gratifications theory

Een theorie die de focus verlegt van wat media met mensen doen naar wat mensen met media doen (bijv. informatie, entertainment of sociale cohesie).

13
New cards

Back to powerful mass media (Fase 3)

De fase vanaf de jaren 7070 die kritiek gaf op de minimale-effectenhypothese en nadruk legde op langetermijneffecten en veranderende technologie.

14
New cards

Spiral of Silence (Zwijgspiraal)

Theorie van Noelle-Neumann die stelt dat mensen hun mening niet durven te uiten als ze denken dat deze afwijkt van de dominante publieke opinie in de media.

15
New cards

Sociaal constructivisme

Een theoretisch kader waarin de media mede betekenis geven aan onze sociale realiteit zonder onmiddellijk meetbaar effect.

16
New cards

Cultivation theory (Gerbner)

Een theorie die stelt dat media (vooral televisie) op lange termijn het beeld dat mensen hebben van de werkelijkheid vormgeven, bijvoorbeeld over geweld.

17
New cards

Conditional effects (Fase 4)

De periode in de jaren 8080 en 9090 waarin men stelde dat media wel effect hebben, maar dat dit afhangt van specifieke omstandigheden en voorwaarden.

18
New cards

Agenda-setting

De theorie dat media bepalen welke onderwerpen door het publiek als belangrijk worden beschouwd.

19
New cards

Priming

Het proces waarbij media-aandacht voor een onderwerp de criteria beïnvloedt waarmee het publiek politieke actoren beoordeelt.

20
New cards

Framing

De manier waarop een onderwerp wordt gepresenteerd in de media, wat de interpretatie door de ontvanger stuurt.

21
New cards

A new era of minimal effects? (Fase 5)

De huidige fase (Bennett & Iyengar, 20082008) waarbij door technologisering en fragmentatie mensen vooral hun eigen mening bevestigd zien en effecten weer beperkter lijken.

22
New cards

Inadvertent audience

Het publiek dat 'per ongeluk' naar het nieuws kijkt (bijv. voor of na een ander programma), een groep die door de toename aan kanalen bijna is verdwenen.

23
New cards

Filter bubbels

Het resultaat van selectieve blootstelling op sociale media waarbij gebruikers alleen nog informatie zien die hun wereldbeeld bevestigt.