1/29
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Pulmonale circulatie
Het deel van de bloedsomloop dat naar de longen gaat.
Systemische circulatie
Het deel van de bloedsomloop dat naar de rest van het lichaam gaat.
Ontwikkeling hartbuisje
Gevormd uit 2 bloedvaten die vervormen en buigen.
Foramen ovale
Doorgang tussen atria tijdens ontwikkeling; na geboorte groeit er een vliesje met een gat overheen, waardoor de fossa ovale ontstaat.
Fossa ovale
De overblijfsel van het foramen ovale, een kuil in het interatriale septum.
Endocardium
Binnenste laag van de hartwand.
Myocardium
Middenste, gespierde laag van de hartwand.
Epicardium
Buitenste laag van de hartwand.
Pericardial cavity
De holte tussen het epicardium en het pericardium; kan ontstoken raken.
Pericardium
Het hartzakje.
Kern aantal skeletspiercel
Meerdere kernen.
Kern aantal hartspiercel
Een of twee kernen.
Locatie kern skeletspiercel
Direct onder het plasmamembraan.
Locatie kern hartspiercel
In het midden van de cel.
Morfologie skeletspiercel
Lange, enkelvoudige cel.
Morfologie hartspiercel
Meerdere verbonden cellen (functioneel syncytium).
Organisatie skeletspiercel
Nette rijtjes van myofibrillen.
Organisatie hartspiercel
Intercalaire schijven verbinden de cellen.
Intercalaire schijven
Verbindingen tussen hartspiercellen, bestaande uit fascia adherans, musculi adherans en gap junctions.
Fascia adherans
Plaklaag tussen hartspiercellen (onderdeel van intercalaire schijf).
Musculi adherans
Verankering van de cellen (onderdeel van intercalaire schijf).
Gap junctions
Kanaaltjes voor ionenstroom tussen cellen, opgebouwd uit twee connexines/hemichannels.
Mitochondriën in skeletspiercel
Groot en gelegen tussen de myofibrillen.
T-tubulus in skeletspiercel
Eén per sarcomeer, gelegen op de Z-schijf; zorgt voor ionenstroom.
T-tubulus in hartspiercel
Geen aparte vermelding in aantekening; verschilt van skeletspier.
Sino-arteriële (SA) knoop
De primaire pacemaker van het hart; initieert de impuls voor atriale contractie.
Atrioventriculaire (AV) knoop
Houdt de impuls vast (door cytoskelet); kan pacemakerfunctie overnemen.
Bundel van His
Geleidt de impuls door het septum van de ventrikels.
Bundeltakken
Takken van de bundel van His die naar de ventrikels lopen.
Purkinjevezels
Vertakkingen in de ventrikels die de impuls verspreiden voor ventriculaire contractie.