Nederlands poëzie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/45

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Last updated 10:16 PM on 1/14/23
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

46 Terms

1
New cards
jambe
∪-
2
New cards
trochee
-∪
3
New cards
anapest
∪∪-
4
New cards
dactylus
-∪∪
5
New cards
amfibrachys
∪-∪
6
New cards
mimetisch
F (klank van de mus) nabootsing van de werkelijkheid, bv Jan Hanlo: vindt poëzie onzin en wil formele regels weg → schrijft gedicht over geluid van de mus
7
New cards
pragmatisch
F leerdichten, daar kan je iets van leren, praktisch heeft het nut
8
New cards
expressief
F uiting van gedachten en gevoelens van de dichter.
9
New cards
autonoom (heel modern)
F gedicht staat op zichzelf, kan naar werkelijkheid verwijzen, maar hoeft niet. Vooral gedichten van depressieve schrijvers.
10
New cards
volrijm
R aan eind van woorden
11
New cards
halfrijm
R alleen klinker / medeklinkers rijmen
12
New cards
gelijk rijm (rijk rijm)
R rijmen van complete lettergrepen / woorden.
13
New cards
voorrijm
R aan begin van opeenvolgende versregels.
14
New cards
middenrijm
R rijm in midden van opeenvolgende versregels
15
New cards
eindrijm
R rijm aan einde van opeenvolgende versregels
16
New cards
kettingrijm
R laatste woord van versregel rijmt op eerste woord van volgende regel
17
New cards
binnenrijm
R rijm binnen versregel
18
New cards
slagrijm
aaaa
19
New cards
gepaard rijm
aabbcc
20
New cards
gekruist rijm
abab
21
New cards
omarmend rijm
abba
22
New cards
verspringend rijm
abcabc
23
New cards
vergelijking met verbindingswoord (van/alsof/koppelwerkwoord(is)/als)
M auteur gebruikt beeld om iets uit werkelijkheid te beschrijven.
24
New cards
zuivere metafoor
M alleen beeld, geen werkelijkheid genoemd
25
New cards
personificatie
M menselijke eigenschappen even aan dingen
26
New cards
synesthesie
M 2 soorten zintuiglijke waarnemingen vergelijken
27
New cards
homerische vergelijking
M zeer uitgebreide vergelijking volgens het schema "zoals bijzin over datgene waarmee vergeleken wordt, zo hoofdzin over dat wat vergeleken wordt".
28
New cards
metonymia
M zeg je niet rechtstreeks wat je bedoelt, maar gebruik je een woord dat ermee te maken heeft.
29
New cards
repetitio
S herhaling
30
New cards
anafoor
S herhaling van zelfde woord / woordgroep aan begin van opeenvolgende zinnen / zinsdelen.
31
New cards
parallellie (parallellisme)
S herhaling zinsbouw in opeenvolgende zinnen / zinsdelen.
32
New cards
tricolon (drieslag)
S opsomming in 3'en
33
New cards
climax
S serie van 3 / < tekstelementen waarvan inhoud steeds sterker wordt.
34
New cards
anticlimax
S in reeks is de laatste stap een 'tegenvaller'
35
New cards
antithese (tegenstelling)
S samenvoeging van tegengestelde woorden
36
New cards
paradox
S schijnbare tegenstelling
37
New cards
litotes
S omschrijving van woord door ontkennen van tegenovergestelde
38
New cards
retorische vraag
S vraag waarvan je antwoord al weet
39
New cards
chiasme (kruisstelling)
S in tegengestelde volgorde plaatsen van overeenkomstige elementen in 2 zinnen / zinsdelen (abba)
40
New cards
eufemisme
S verzachtende uitdrukking
41
New cards
hyperbool
S sterke overdrijving
42
New cards
understatement (parabool)
S afgezwakte uitdrukking
43
New cards
homoniem
W als woord meer betekenissen heeft
44
New cards
homograaf
W door spelling kan je woord op verschillende manieren uitspreken
45
New cards
letterlijke en figuurlijke
W letterlijke en figuurlijke betekenissen expres door elkaar halen
46
New cards
verhaspeling
W verhaspeling van letters, woorden of woordvolgorde.