economie - thema 3 - level 1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/11

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:57 AM on 6/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

12 Terms

1
New cards

constante kosten of vaste kosten

dat zijn kosten die niet mee variëren met de omvang van de productie.

2
New cards

constante productiefactor

die productiefactor wijzigt niet op korte termijn. bv. gebouwen, machines

3
New cards

gemiddelde kosten

dat zijn de kosten per eenheid product.

4
New cards

kapitaalgoed

dat is een goed waarmee andere goederen worden geproduceerd. enerzijds zijn er vaste kapitaalgoederen, die meer dan 1 productieproces meegaan zoals machines, gebouwen of transportmiddelen. anderzijds zijn er vlottende kapitaalgoederen die in 1 productieproces worden verbruikt zoals grondstoffen en voorraden.

5
New cards

marginale kosten

dat zijn de extra kosten voor de productie van een extra eenheid.

6
New cards

optimale productiegrootte

bij die … is de winst maximaal.

7
New cards

productiecapaciteit

dat is de maximale hoeveelheid goederen en diensten die een onderneming in een periode kan voortbrengen als alle productiefactoren volledig zijn ingeschakeld.

8
New cards

productiefactor

om het gewenste eindproduct te bekomen moet een ondernemer productiefactoren (natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap) inzetten.

9
New cards

technisch optimaal punt

de onderneming bereikt het … daar waar de GTK het laagst zijn. op dat punt produceert het bedrijf het goedkoopst.

10
New cards

variabele kosten

dat zijn kosten die evenredig of verhoudingsgewijs variëren met het productievolume.

11
New cards

variabele productiefactor

dat is een productiefactor die op korte termijn wel kan wijzigen. bv. arbeid.

12
New cards

wet van de toe- en afnemende fysieke meeropbrengst

als aan de constante productiefactor (grond of kapitaal) eenheden van een variabele productiefactor (arbeid) worden toegevoegd, zal de fysieke meeropbrengst eerst toenemen, vervolgens afnemen en ten slotte negatief worden.