Avant-garde en Art cinema: L2

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/43

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:13 PM on 4/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

44 Terms

1
New cards

Hoe is de relatie tussen film en andere kunsten bij het ontstaan van film?

Nauwe maar heel complexe relatie. Enerzijds affiniteit met eigentijdse schilderkunst. (Bv. het tonen van alledaagse fenomenen)

2
New cards

Wat hebben impressionistische schilderijen en vroege films gemeen?

Ze proberen indrukken van de werkelijkheid vast te leggen.

3
New cards

Hoe kan je een impressionistisch schilderij van Monet vergelijken met een vroege film van de Lumière-broers?

la gare Saint-Nazaire, arrivée d’un train (Monet)

Lumière: L’arrivée d’un train en gare de la Ciotat

Beiden willen de realiteit zo waarheidsgetrouw vastleggen, maar film kan dat iets meer aangezien film de realiteit rechtstreeks kan registreren.

4
New cards

Met welke kunststroming valt het ontstaan van film samen?

Met het modernisme in andere kunsten dat ontstond als reactie op de technologische en maatschappelijke veranderingen van de moderniteit. De komst van film veroorzaakte een identiteitscrisis over hun rol en functie, ze gingen zich meer focussen om vorm en minder op realiteit.

5
New cards

Wat kenmerkt het modernisme in de beeldende kunst en in de literatuur

Bv. Rothko maakt alleen kunst met rode kleurvlakken, Jackson Pollock met zijn verf op doeken in de beeldende kunst. In de literatuur is er geen traditionele alwetende verteller meer of een narratief met een begin-midden-slot. Gertrude Stein en Virginia Woolf gebruikten bijvoorbeeld fragmentarische en subjectieve vertelstructuren.

6
New cards

Waarom was de komst van film tegelijk vernieuwend en traditioneel

Aangezien het realisme uit de gratie ging bij andere kunsten

7
New cards

Waarom werd film in het begin als ‘aangeboren realistisch’ gezien en botste het met modernisme in andere kunsten?

film kon de werkelijkheid rechtstreeks registreren met een camera en het modernisme verwijderde zich ook van die realistische weergave. Film werd ook niet beschouwd als een hoge kunst

8
New cards

Waarom werd film niet meteen als ‘hoge kunst’ beschouwd?

Omdat film werd gezien als massa-entertainment en commercieel product. Film ontstond uit moderne technologie, andere kunsten uit rituele tradities. Le Film d’Art (1908–1919) was een vroege poging om film een artistieke en respectabele status te geven.

9
New cards

Hoe werd film vóór WOI meestal bekeken in de vroege filmtheorie?

Vanuit een esthetische opvatting waarbij dat de artistieke film overwegend gerelateerd was aan andere media. De vraag of film even respectabel en ontroerend kon zijn als andere kunsten stond centraal.

10
New cards

Hoe werd film na WOI benaderd in de vroege filmtheorie?

Als een autonome kunstvorm met eigen middelen en met een filmspecifieke opvatting (film heeft een eigen ritme en unieke technieken)

11
New cards

Wie was Hugo Münsterberg?

Een Duitse psycholoog gegrepen door de enorme potentie van film als kunstvorm. Hij maakte met Paramount films voor psychologische experimenten en schreef Why we go to the movies uit 1915 en The photoplay: a psychological study uit 1916.

12
New cards

Wat is The photoplay: a psychological study uit 1916.

Een onderzoek van Hugo Münsterberg naar psychologische effecten van film als unieke
vorm van artistieke expressie. Ook cinema als een projectie van de menselijke geest en als mentale uitdrukkingsvorm. Film kan aandacht sturen door middel van onder meer de close-up en montage. Memetische aspecten werden buiten rekening gehouden.

13
New cards

Wat vond Vachel Lindsay belangrijk aan film?

Hij verdedigde film als kunstvorm in plaats van laag en vulgair en zei dat film zich moest verburgerlijken en niet alleen toegankelijk moet zijn voor de geletterden

14
New cards

Wie was Ricciotto Canudo?

Een Italiaanse schrijver en theoreticus die in Frankrijk woonde. Een prominent figuur in Parijse avant-garde in de 20e eeuw. Hij schreef La Naissance d’un sixieme art uit 1911

15
New cards

Wat is La naissance d’un sixieme art

Een boek van Riccioto Canudo uit 1911. Hij vergelijkt film met de andere kunstvormen en zegt dat film een synthese is van alle andere kunsten. Hij ziet film als een “voortreffelijke verzoening” van
de ritmes van de ruimte en van de tijd. Film is een kunstvorm in wording

16
New cards

Wat zijn de ritmes van de tijd en de ritmes van de ruimte

  • Landbouw

  • Architectuur

  • Beeldhouwkunst

  • Schilderkunst

  • Muziek

  • Poëzie

  • (Dans)

17
New cards

Wat schreef Riciotto Canudo in Réflections sur le septième art uit 1923

Hij zag film nu als 7e kunstvorm aangezien hij dans er nog aan toe had gevoegd. Film was een totaalkunstwerk of gesamtkunstwerk. De hybride gelaagdheid van het medium is de synthesis-tempel van alle kunsten

18
New cards

Bloeiperiode van de historische avant-garde na de eerste wereldoorlog

  • Kubisme / Surrealisme

  • Futurisme

  • Dadaïsme

  • Expressionisme / Bauhaus

  • Constructivisme

Er was een grote artistieke drang naar vernieuwing en het aanvallen van kunst als institutie. Dezelfde logica van de zelfreflectieve attitude tegenover kunsten toepassen op het medium film. Vele kunstenaars gaan ook met medium film experimenteren

19
New cards

Wie was Sergei Eisenstein?

Een invloedrijk filmmaker en filmtheoreticus uit de Sovjet-Avant-Garde bekend om Pantserkruiser Potemkin en Staking uit 1925 en Oktober uit 1928. Hij vond dat de essentie van het filmmedium montage was en zegt dat betekenisgeving niet alleen door de film zelf gebeurd maar ook door de kijker via het kuleshov-effect

20
New cards

Wat is Laocoön

Essay over filmtheorie uit 1937 van Sergei Eisenstein gepubliceerd in zijn studies in montage over de schilderkunst als een model voor de cinema. Hij zegt dat er geen scherp contrast tussen beide is. Montageprincipes zijn ook in de schilderkunst aanwezig. Voor Eisenstein is de cinema niet alleen de rijkste kunstvorm, maar ook kunstvorm met meeste “pathos”

21
New cards

Franse Avant-garde: periodes

Van 1918 tot 193

  • 1e avant-garde of Franse impressionistische film in de vroege jaren 1920 met Abel Gance, Jean Epstein, Germaine Dulac, Marcel L’Herbier en Louis Delluc

  • 2e avant-garde of Cinema pur in de late jaren 1920 met Fernand Léger, Germaine Dulac en Man ray

22
New cards

Wat kenmerkt impressionistische film en Cinema pur

  • Narratieve langspeelfilms met nadruk op photogénie en close-ups

  • Niet-narratieve films gebaseerd op visueel ritme en abstracte visuele kwaliteiten met de bedoeling om het onbewuste zichtbaar te maken. Het verzet zich tegen theatrale en literaire narratie

23
New cards

Wie was Louis Delluc?

Franse schrijver, filmcriticus, scenarioschrijver en regisseur die 7 films maakte tussen 1920 en 1924. Hij publiceerde ook boeken over film en schreef Photogénie in 1920

24
New cards

Wat is photogénie volgens Delluc?

  • Het vermogen van film om de innerlijke aard en mystieke kwaliteit van dingen tonen en ziel van personages reveleren.

  • Het transformeren van levenloze materie is volgens Delluc een criterium voor kunst.

  • Hij gebruikt hiervoor licht-donker effecten en wazige beelden. De camera kan het vertrouwde vervreemden. Bv. La chute de la maison Usher

25
New cards

Wie was Jean Epstein?

Frans filmtheoreticus, schrijver en filmmaker die La chute de la maison Usher uit 1928 maakte. Hij vind dat het verhaal ondergeschikt moet zijn aan het emotionele uitdrukkingsvermogen van de filmesthetiek

26
New cards

Wat betekent ‘grossissement’ (Jean Epstein)

Vergroting waarbij dat close-up en photogénie centraal staan. Kunst moet het vermogen hebben om ook de kleinste beweging uit te drukken. Hij gebruikt close-ups ook in landschappen, hecht belang aan belichting, geeft animistische eigenschappen aan de camera en zorgt voor een psychologische impact op toeschouwer

27
New cards

Wie was Germaine Dulac

  • Een Franse journalist en filmmaker die 30 films tussen 1915 en 1930 regisseerde en produceerde. Onder andere La Souriante Madame Beudet (1923)

  • Ze was een leidende figuur in de suffragettebeweging

  • Schrijver voor feministische magazines en openlijk queer

  • President van de Fédération des ciné-clubs

28
New cards

Wat is La Souriante Madam Beudet uit 1923

Een narratieve impressionistische film van Germaine Dulac over de subjectiviteit van jonge vrouw die haar
verstikkende huwelijk wil ontvluchten

29
New cards

Hoe brengt Dulac subjectiviteit in beeld in La Souriante Madame Beudet?

De perspectieven en verlangens van het personage worden in beeld gebracht door cinematografische middelen zoals vertraging, vervorming, handelingen, bewegingen, ritme in de montage en visuele effecten. De film heeft een iconische motivatie waarbij dat het stijlprocedé de inhoud imiteert

30
New cards

Waarover schreef Dulac theoretisch?

Over filmesthetiek, obstakels en integrale cinematografie. Ze zegt dat cinema een kunst in wording is maar nog obstakels moet overwinnen. Beweging is volgens Dulac essentieel om emotie over te brengen in film. Film als autonome kunst moet zijn eigen kenmerken hebben

31
New cards

Filmtheorie en de Art Film in de jaren 1950-1970

  • Film is algemeen aanvaard als kunstvorm

  • Het hoogtepunt van Hollywood is kort na de tweede wereldoorlog

  • De focus ligt op het ontwikkelen van een eigen filmstijl met de filmmaker die als kunstenaar wordt gezien

  • Europa: Modernistische en Art cinema

32
New cards

Art cinema in de jaren 1950-1970

Naast het commerciële hollywood-circuit bestaat er de Europese art cinema met filmmakers zoals Rossellini, Bergman, Fellini, Godard, Resnais, Antonioni en Pasolini. het wordt gemaakt voor een nieuw hoger en opgeleid publiek.

33
New cards

Modernistische stijl van de art cinema

  • Verwant aan het modernisme in literatuur en beeldende kunsten

  • Formele complexiteit en diepgang

  • Meditatie op vervreemding

  • Modernistische auto-reflectie in plaats van oorzaak en gevolg in de klassieke verhaalsstructuur

  • Regisseurs die naar andere kunsten refereren doen dit om een eigen stijl te boetseren

34
New cards

Wie was Pier Paolo Pasolini

Een Italiaanse filmregisseur, dichter, schrijver, marxist, intellectueel en lid van de Italiaanse literaire avant-garde bekend om controversiële films die sociale en politieke kwesties aanpakken. Hij heeft een neorealistische benadering van film met aandacht voor de onderklasse in de Italiaanse samenleving.

35
New cards

Wat is Il Cinema di poesia (1965)?

Een manifest van Pasolini over de technisch stilistische traditie van een poëtische cinema aan de hand van Antonioni, Godard en Bertolucci. De poëtische cinema is verbonden met het vrije indirecte gezichtspunt dat de filmmaker in staat stelt om in de eerste persoon te spreken. Het combineert de verschillende vertelperspectieven van verschillende personages

36
New cards

1e voorwaarde van poëtische cinema volgens Pasolini (Il Cinema di poesia)

geijkte conventies worden losgelaten, stijl is belangrijker dan het verhaal en zijn inhoud bijvoorbeeld door het gebruik maken van architectuur en omgeving.

Film reflecteert in vele gevallen de persoonlijke visie van de maker

37
New cards

2e voorwaarde van poëtische cinema volgens Pasolini (Il Cinema di poesia)

De fundamentele ambigue status van shots waarbij dat de verhouding tussen beelden onduidelijk is

38
New cards

Wie was Chantal akerman

  • Een Belgische filmregisseur, schrijver en kunstenaar met Pools-joodse afkomst geboren in Brussel

  • Autodidact filmmaker, bekend om haar experimentele
    en minimalistische filmstijl

  • vrouwelijkheid, identiteit, de alledaagse ervaring als rode draad in filmsµ

  • thema’s als gender, seksualiteit en de female gaze

39
New cards

wat is Saute ma ville

1e, korte en experimentele film van Chantal Akerman uit 1968

40
New cards

Locaties in Les rendez-vous d’Anna (1978)

Nomadische non-plaatsen. Anonieme tussenplaatsen en transitzones in steeds wisselende stedelijke panaroma’s met een gebrek aan huiselijke geborgenheid.

Denk aan hotelkamers, lobby’s, taxi’s, treinen en stations (plaatsen waar niet echt wordt geleefd).

41
New cards

Wat schrijven veel kunstenaars toe aan nomadische non-plaatsen?

Erg vitale kenmerken. Denk aan terrain vague, wasteland, heterotopia, urban void, sluipgroen, pauzelandschap. Volgens architect Rem Koolhaas zijn het precies deze gefragmenteerde schemerzones die de moderne stad samenhouden

42
New cards

Huiselijke interieurs in de werken van Chantal Akerman

Deze non-plaatsen zijn een soort constante in het gehele oeuvre van Akerman. Ze geven een claustrofobisch effect van de huiselijkheid. Heel vaak single-set films waarbij de fysieke en architecturale integriteit van de ruimte wordt gerespecteerd met een fascinatie voor compositie van lijnen, volumes, symmetrie en structuren.

43
New cards

Akerman & het underground filmcircuit in NY 1970 (1)

De bloeiperiode van de experimentele film zoals Andy Warhol. Deze films vermijden verhaal of gebeurtenis en gaan over onbeweeglijke onderwerpen. De beweging wordt gereduceerd tot het voorbijglijden van de tijd.

44
New cards

Akerman & het underground filmcircuit in NY 1970 (1)

De bloeiperiode van de structural film. Deze films leggen de nadruk op de materialiteit van het medium film. Het toont overeenkomsten met de minimal art, de reductie tot essentie en structurerende componenten. De relatie tussen het kunstwerk, de ruimte en de kijker is belangrijk.