1/72
Een uitgebreide set flashcards van de begrippenlijst geschiedenis voor het 6de jaar DDG en DA, dekkend algemene begrippen, WOII, de Koude Oorlog, dekolonisatie en de Belgische staatsstructuur.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Geschiedenis
Wetenschap die een beeld probeert te vormen van het verleden adhv de studie van historische bronnen.
Historische onderzoeksvraag
Een vraag over het verleden gericht op menselijke activiteiten die altijd een verwijzing naar tijd en ruimte bevat.
Historisch referentiekader
Een gestructureerd systeem van begrippen en dimensies (tijd, ruimte, domeinen) om historische informatie te ordenen en te begrijpen.
Politiek (domein)
Het maatschappelijk domein dat betrekking heeft op afspraken, organisatie, regels, wetten, rechten en plichten.
Economisch (domein)
Het maatschappelijk domein dat betrekking heeft op voedsel, kleding, woning, werk, handel en transport.
Sociaal (domein)
Het maatschappelijk domein dat betrekking heeft op het individu, de groep, verhoudingen tussen mensen en rollenpatronen.
Cultureel (domein)
Het maatschappelijk domein dat betrekking heeft op communicatie, kunst, geloof, wetenschap en levensbeschouwing.
Mythe
Een traditioneel verhaal met goden of helden dat een wereldbeeld of natuurverschijnselen probeert te verklaren.
Collectieve herinnering
De verzameling verhalen en interpretaties van het verleden binnen een gemeenschap die essentieel zijn voor hun identiteit.
Tijdsgeest
De heersende manier van denken en handelen in een bepaalde periode.
Historische beeldvorming
Het vormen van een beeld van het verleden, dat niet noodzakelijk correct of waarheidsgetrouw is.
Propaganda
Vorm van massacommunicatie bedoeld om de publieke opinie of het gedrag van mensen te beïnvloeden.
Censuur
Het onderdrukken of controleren van informatie door een autoriteit om bepaalde uitingen te verhinderen.
Revolutie
Een ingrijpende en totale omwenteling in een samenleving op korte tijd.
Continuïteit
Het blijven bestaan van iets in de tijd.
Discontinuïteit
Een belangrijke verandering of breuk in de ontwikkeling van een samenleving of systeem.
Scharniermoment
Een keerpunt dat een belangrijke verandering teweegbrengt of een duidelijke impact heeft.
Gelijktijdigheid
Het fenomeen waarbij elementen uit verschillende tijdperken tegelijkertijd plaatsvinden.
Maritiem
Behorend tot de zee.
Periferie
Randgebied.
Betrouwbaarheid
De mate waarin een bron geloofwaardig is, bepaald door de maker, tijd, functie en neutraliteit.
Bruikbaarheid
De mate waarin een historische bron een antwoord kan bieden op de gestelde historische vraag.
Standplaatsgebondenheid
Het idee dat iemands denken wordt beïnvloed door zijn leven, plaats in de samenleving en context.
Stereotypering
Een vaststaand beeld van een groep mensen dat niet volledig overeenkomt met de werkelijkheid.
Handelssancties
Maatregel waarbij landen de handel beperken om een ander land economisch en politiek onder druk te zetten.
Volkenbond
Internationale organisatie opgericht in 1919 om vrede en samenwerking te bevorderen na WOI.
Fascisme
Politieke ideologie gekenmerkt door autoritair nationalisme, dictatoriale macht en onderdrukking van de oppositie.
Appeasementpolitiek
Politiek waarbij Groot-Brittannië en Frankrijk in de jaren ’30 toegevingen deden aan Hitler om oorlog te vermijden.
Verdrag van Versailles
Vredesverdrag van 1919 dat Duitsland strenge straffen en beperkingen oplegde na WOI.
Molotov-Ribbentroppact
Niet-aanvalsverdrag van 1939 tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie met geheime afspraken over de verdeling van Oost-Europa.
Communisme
Ideologie gericht op een klassenloze samenleving waarbij productiemiddelen gemeenschappelijk eigendom zijn.
Blitzkrieg
Snelle, verrassende aanvalsoorlog met tanks, vliegtuigen en infanterie.
Asmogendheden
Bondgenootschap van Duitsland, Italië en Japan tijdens WOII.
Atlantikwall
Duitse verdedigingslinie langs de West-Europese kust tegen een geallieerde invasie.
Operatie Barbarossa
Duitse aanval op de Sovjet-Unie in juni 1941.
D-day
Geallieerde landing in Normandië op 6 juni 1944, begin van de bevrijding van West-Europa.
Totale oorlog
Oorlog waarin de hele samenleving (leger én burgers) wordt ingezet voor de strijd.
Neurenbergerwetten
Wetten ingevoerd door Nazi-Duitsland in 1935 waardoor Joden hun burgerrechten verloren.
Kristallnacht
In 1938 door de Nazi’s georganiseerde pogrom tegen Joden in Duitsland.
Zondebokmechanisme
Fenomeen waarbij men een schuldige zoekt (vaak een minderheidsgroep) om frustraties op bot te vieren.
Anti-judaïsme
Haat tegenover Joden omwille van de Joodse godsdienst.
Antisemitisme
Haat tegenover Joden gebaseerd op het geloof dat ze behoren tot een minderwaardig ras.
Genocide
Massamoord die tot doel heeft een bepaalde bevolkingsgroep uit te roien.
Kapitalisme
Ideologie gebaseerd op individuele vrijheid, persoonlijke winst en privé-eigendom van productiemiddelen.
Planeconomie
Economisch systeem waarbij de overheid het aanbod en de prijs van goederen volledig bepaalt.
Koude Oorlog
Conflict tussen 1945 en 1991 tussen de VS en de SU, gekenmerkt door gescheiden invloedssferen.
Geen-keus-democratie
Bestuursvorm waarbij het volk de macht uitoefent, vaak via verkozen volksvertegenwoordigers.
Wapenwedloop
Competitie waarbij landen elkaar proberen te overtreffen in militaire technologie of aantallen wapens.
Proxyoorlog
Conflict waarbij grootmachten niet rechtstreeks vechten maar militaire/financiële steun geven aan bondgenoten.
IJzeren Gordijn
Grens die tijdens de Koude Oorlog het kapitalistische Westen en communistische Oosten van elkaar afsloot.
Berlijnse Muur
Grens rond West-Berlijn die het afsloot van Oost-Duitsland om vluchtelingen tegen te houden.
NAVO
Westers militair bondgenootschap voor wederzijdse samenwerking en verdediging.
Warschaupact
Communistisch militair bondgenootschap gericht op wederzijdse militaire samenwerking.
Perestrojka
Maatregel van Gorbatsjov voor meer economische vrijheid in de Sovjet-Unie.
Glasnost
Maatregel van Gorbatsjov voor meer politieke openheid in de Sovjet-Unie.
Modern imperialisme
Het in bezit nemen van overzeese gebieden in Afrika, Oceanië en Azië tussen de 19de en midden 20ste eeuw.
Dekolonisatie
Fenomeen waarbij gekoloniseerde landen onafhankelijk worden van het moederland.
Neokolonialisme
Ongelijke partnerschappen waarbij grootmachten steun bieden in ruil voor controle over grondstoffen in voormalige koloniën.
Zelfbeschikkingsrecht der volkeren
Het recht op eigen bestuur voor een volk.
Évolués
Kleine groep Congolezen die naar Belgische norm beschaafd genoeg waren voor bepaalde voorrechten.
Arabische Lente
Periode van protest in de MENA-regio vanaf 2010 tegen dictatuur en onderdrukking.
Balfour-verklaring
Een Britse belofte om een Joods thuisstaat in Palestina te steunen.
Intifada
‘Stenenoorlog’; een reeks Palestijnse opstanden tegen de Israëlische bezetting.
Unitaire staat
Staat waarbij alle bevoegdheden voor het hele land bij één centrale overheid liggen.
Federale staat
Een staat waarbij zowel de federale overheid als de deelstaten eigen bevoegdheden en instellingen hebben.
Koningskwestie
Discussie over de terugkeer van koning Leopold III als koning na WOII.
Faciliteitengemeenten
Gemeenten op de taalgrens waar de minderheid recht heeft op onderwijs en documenten in de eigen taal.
Europese Unie
Supranationale organisatie die in 2025 uit 27 lidstaten bestaat.
Marshallplan
Amerikaans plan uit 1947 voor de economische heropbouw van Europa middels financiële steun.
Veiligheidsraad
VN-instelling verantwoordelijk voor vrede en veiligheid, bestaande uit 15 leden waarvan 5 permanent met vetorecht.
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
Verklaring aangenomen in 1948 door de VN om de mensenrechten te omschrijven.
Mijnramp van Marcinelle
Grootste Belgische mijnramp (1956) waarbij vooral Italiaanse arbeidsmigranten omkwamen.
Multiculturele samenleving
Samenleving waarin mensen met verschillende culturele achtergronden samenleven.