1/24
cellen organen orgaanstelsels
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
cel
zelfstandig functionerende organisatie-eenheid waaruit een organisme bestaat
plasmamembraan
vormt een barriere tussen binnen en buiten de cel, regelt de opname en afgifte van stoffen door een cel, vangt signalen op via receptormoleculen
celkern
bevat chromosomen. regelt celprocessen
eukaryoten
bevatten een kern
prokaryoten
bevatten geen kern
mitochondrien
energiefabriek van de cel. maakt ATP aan
ribosomen
maken mRNA → eiwiten
endoplasmatisch reticulum
glad: lipiden, celspecifieke acties —- ruw: transport van eiwitten naar golgi apparaat
golgi apparaat
ontvangt eiwitten van ruw endoplasmatisch reticulum . word verpakt in secretoire granula. die smelten wanneer nodig met plasmambembraan. komt vrij door exocytose. 2 maakt lysososmen - bevat eiwitten die grote moleculen afbreken
cytoskelet
zorgen voor
1 vorm van cel
2 bewegen van cel en organellen binnen de cel
centriolen
twee cilindervormig. verdelen chromosomen bij celdeling
homeostase
het (zelfregulerend) constant houden van de omstandigheden in de cel
osmotische waarde
concentratie opgeloste stoffen in een vloeistof
osmose
verplaatsing van water door een selectief permeabel membraan van een plaats met een laag osmotische waarde naar een plaats met een hoog osmotische waarde
passief transport
door het celmembraan. geen energieverbruik. diffusie en osmose
osmotische druk
drukverschil dat tussen twee oplossingen van verschillende concentraties ontstaat door osmose
hypertonisch
hogere osmotische waarde
hypotonisch
lagere osmotische waarde
permeasen
eiwitten die moleculen en ionen door het celmembraan transporteren
exocytose
afgeven van stoffen → blaasjes gevormd door het golgisysteem smelten samen met het celmembraan.
endocytose
opname van deeltjes. celmbembraan omwikkelt deeltjes en vormt blaasjes
ionenpomp
een aantal stoffen passeert als geladen deeltje membranen van cellen
actief transport cytoskelet
cytoskelet heeft eiwitfilamenten waarlangs motoreiwitten organellen transporteren met energie uit de omzetting van ATP
hemolyse
het vrijkomen van hemoglobine uit rode bloedcellen nadat deze gebarsten zijn. dit gebeurt in een oplossing met een zeer lage osmotische waarde