1/26
Flashcards voor de introductie van Organisatieleer, inclusief begrippenkader, rechtsvormen en prestatie-indicatoren.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Organisatie
Een menselijke samenwerking die doelgericht en blijvend is.
Kenmerken van een organisatie
Menselijke factor, een samenwerkingsvorm, doelgerichtheid en continuïteit.
Synergie-effect
Het resultaat van het totale samenwerkingsverband is groter dan een optelling van de resultaten van de individuele prestaties.
Going-concerngedachte
Het uitgangspunt bij managementbeslissingen waarbij men uitgaat van de continuïteit van de organisatie.
Interne hoofddoelstelling
Het voortbestaan van de organisatie.
Externe hoofddoelstelling
Het voorzien in een maatschappelijke behoefte, geldend voor zowel publieke dienstverleners als bedrijven met winstoogmerk.
gemeenschappelijke kenmerken van een organisatie
•Machtsverdeling in lagen
•Geschoold personeel
•Formele communicatie, regelgeving en methoden;
•Werkverdeling naar functie (bijvoorbeeld productie-, inkoop-, verkoop- en boekhoudkundig personeel);
•Omschreven doelstellingen
Functionele organisatiebegrip
Het effectief op elkaar afstemmen van activiteiten.
Institutionele organisatiebegrip
De organisatie gezien als object, inclusief een naam en een vestiging.
Instrumentele organisatiebegrip
De organisatie als middel waarmee bepaalde doelstellingen van de organisatie verwezenlijkt kunnen worden.
Bedrijf
Een organisatie die goederen en/of diensten voortbrengt met het doel deze op een afzetmarkt te verkopen.
Non-profitinstellingen
Bedrijven zonder winstoogmerk die streven naar levering van goederen en/of diensten voor algemeen nut tegen de laagst mogelijke offers.
Onderneming
Een bedrijf dat altijd gericht is op het maken van winst. = hetzelfde als een bedrijf MET winstoogmerk
DOR-organisatiemodel
De drie centrale processen in de organisatiekunde: Doelen stellen, Organiseren en Realiseren.
Natuurlijk persoon
Een mens van vlees en bloed als rechtssubject en drager van alle rechten en plichten.
Rechtspersoon
Een aanwijzing van groepen of organisaties als rechtssubject, waarbij men niet met het privévermogen aansprakelijk is.
rechtsvormen bij natuurlijke personen:
de eenmanszaak
de maatschap
de vennootschap onder firma
de commanditaire vennootschap
Eenmanszaak
Een rechtsvorm waarbij de eigenaar met zijn gehele private vermogen aansprakelijk is voor de schulden. bv. kruidenier
Maatschap
Samenwerkingsovereenkomst tussen zelfstandige personen om iets in gemeenschap te brengen met het doel het voordeel te delen. bv. advocaten, tandartsen
Vennootschap onder firma (vof)
Een samenwerkingsverband tussen twee of meer personen onder één gemeenschappelijke naam. bv. taxibedrijf
Commanditaire vennootschap (cv)
Een samenwerkingsvorm waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen beherende (werkende) vennoten en stille vennoten (geldschieters).
Naamloze vennootschap (nv)
Een onderneming met rechtspersoonlijkheid waarbij het kapitaal verdeeld is in aandelen en de bezittingen juridisch onafhankelijk zijn van de vermogensverschaffers.
Besloten vennootschap (bv)
Een rechtsvorm vergelijkbaar met de nv, maar waarbij de aandelen op naam staan en niet vrij verhandelbaar zijn.
Coöperatieve vereniging
Een vereniging van personen die het behartigen van de belangen van de leden als doel heeft.
Productiviteit
de verhouding tussen het bereikte resultaat en de daarvoor gebrachte offers.
Effectiviteit
de mate waarin een organisatie erin slaagt de gestelde doelen te bereiken.
Efficiëntie
de verhouding tussen de normoffers en de werkelijk gebrachte offers.