1/55
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat bestudeert economie?
Hoe mensen omgaan met schaarse middelen om behoeften te bevredigen.
Wat is schaarste?
Beperkte middelen tegenover onbeperkte behoeften.
Wat zijn de 5 economische actoren?
Gezinnen, bedrijven, overheid, financiële instellingen en buitenland.
Wat is het BBP?
De totale waarde van alle goederen en diensten die in een land worden geproduceerd.
Wat is economische groei?
Een stijging van de productie van goederen en diensten.
Wat is hoogconjunctuur?
Een periode van sterke economische groei.
Wat is laagconjunctuur?
Een periode van economische vertraging.
Wat is perfecte concurrentie?
Een markt met veel producenten, veel consumenten, homogene producten en vrije toe- en uittreding.
Wat zijn de 4 kenmerken van perfecte concurrentie?
Veel producenten, veel consumenten, homogene producten en vrije toe- en uittreding.
Wat betekent homogeen product?
Een product dat identiek of bijna identiek is aan dat van concurrenten.
Wat is een prijsnemer?
Iemand die de marktprijs moet aanvaarden.
Wat toont de vraagcurve?
Hoeveel consumenten willen kopen bij verschillende prijzen.
Waarom loopt de vraagcurve dalend?
Omdat consumenten meer kopen bij lagere prijzen.
Wat toont de aanbodcurve?
Hoeveel producenten willen verkopen bij verschillende prijzen.
Waarom loopt de aanbodcurve stijgend?
Omdat producenten meer willen verkopen bij hogere prijzen.
Wat is marktevenwicht?
Het punt waar vraag en aanbod elkaar snijden.
Wat is de evenwichtsprijs?
De prijs waarbij vraag en aanbod gelijk zijn.
Wat is de evenwichtshoeveelheid?
De hoeveelheid die wordt verhandeld.
Wat is een vraagoverschot?
Meer vraag dan aanbod.
Wat is een aanbodoverschot?
Meer aanbod dan vraag.
Wat is een monopolie?
Een markt met één aanbieder.
Wat is een oligopolie?
Een markt met enkele grote aanbieders.
Wat is monopolistische concurrentie?
Veel aanbieders met verschillende producten.
Wat is marktfalen?
Wanneer de markt niet efficiënt werkt.
Wat zijn externaliteiten?
Gevolgen van productie of consumptie voor derden.
Wat is een positieve externaliteit?
Een voordeel voor derden.
Geef een voorbeeld van een positieve externaliteit.
Onderwijs.
Geef een tweede voorbeeld van een positieve externaliteit.
Vaccinaties.
Wat is een negatieve externaliteit?
Een nadeel voor derden.
Geef een voorbeeld van een negatieve externaliteit.
Luchtvervuiling.
Geef een tweede voorbeeld van een negatieve externaliteit.
Geluidsoverlast.
Wat zijn publieke goederen?
Goederen die niet-uitsluitbaar en niet-rivaliserend zijn.
Wat betekent niet-uitsluitbaar?
Niemand kan uitgesloten worden van gebruik.
Wat betekent niet-rivaliserend?
Gebruik door één persoon verhindert gebruik door anderen niet.
Geef een voorbeeld van een publiek goed.
Politie.
Geef een tweede voorbeeld van een publiek goed.
Defensie.
Geef een derde voorbeeld van een publiek goed.
Straatverlichting.
Wat is marktmacht?
De mogelijkheid van bedrijven om prijzen te beïnvloeden.
Wat is een subsidie?
Financiële steun van de overheid.
Waarom geeft de overheid subsidies?
Om gewenst gedrag te stimuleren.
Geef een voorbeeld van een subsidie.
Zonnepanelen.
Waarom heft de overheid belastingen?
Om ongewenst gedrag af te remmen.
Geef een voorbeeld van zo'n belasting.
Accijnzen op sigaretten.
Wat is reglementering?
Regels opgelegd door de overheid.
Wat is vrijhandel?
Handel zonder belemmeringen.
Geef een voordeel van vrijhandel.
Meer keuze.
Geef een tweede voordeel van vrijhandel.
Lagere prijzen.
Wat is protectionisme?
Bescherming van binnenlandse bedrijven.
Wat is een invoerrecht?
Een belasting op ingevoerde goederen.
Wat is een quota?
Een maximumhoeveelheid invoer.
Wat zijn technische handelsbelemmeringen?
Productnormen en regels voor invoer.
Wat zijn de vier vrijheden van de EU?
Vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal.
Wat is een douane-unie?
Geen invoerrechten tussen lidstaten en één buitentarief.
Wat is MERCOSUR?
Een economisch samenwerkingsverband in Zuid-Amerika.
Welke landen behoren tot MERCOSUR?
Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay.
Wat is het doel van MERCOSUR?
Meer handel en economische samenwerking.