1/43
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
basisconcepten
Nancy McWilliams
- Therapeutische nieuwsgierigheid – actieve receptiviteit
- Wet betekent vrije associatie voor het relationele aanbod
- Welwillende neutraliteit is geen koude afstand
- Fysieke en lichamelijke veiligheid
impliciete patronen en driften
veel v wat ons drijft (motieven, verlangens, angsten) is impliciet/onbewust
below vs above the surface
o Wat we tonen vs wat we denken en voelen
o Het is soms zoveel makkelijker om de patronen ve ander te zien dan die v jezelf
o In contact komen met wat zich onder de oppervlakte bevindt is zowel boeiend als beangstigend, iets waar de C tegelijkertijd nieuwsgierig naar is als bang voor/beschaamd over, schuldig over …
vrije associatie/vrij spel
o Vertellen (volw) of spelen (kind) over wat je bezig houdt
o Zonder te censureren
welwillende neutraliteit
o Abstinent, zonder te oordelen
o Niet: neutraal en zwijgend aanwezig zijn
o Wel: je houding expliciteren
therapeutische nieuwsgierigheid
o de basis v vrije associatie en vrij spel
o De C uitnodigen om zich te uiten, vrijuit te spreken
actief receptief
nieuwsgierig en geïnteresseerd bevragen, niet alleen nieuwsgierig zijn maar ook je interesse tonen en uitspreken
receptieve fase
de ander laten spreken en nog niet meteen een plan maken
creëren ve veilige sfeer
- Ontstaan ve alsof-sfeer, een speelruimte (the stage of the theatre)
- Ontstaan ve minder georganiseerde, minder logische manier v denken
- Zodat de associatieve logica vh beleven en herinneren ruimte krijgt (de onlogische elementen worden belangrijker)
veilige sfeer: niet
o Vrij v spanning: anders zou er geen therapeutisch werk zijn
o Als je als T te comfortabel in je stoel zit, is er niets aan het gebeuren
veilige sfeer: wel
o Veilig genoeg om spannende dingen te durven brengen: de C is iets aan het vertellen dat er toe doet, wat hem bezig houdt…
o Samen doorheen moeilijke en spannende thema’s durven gaan
o Op het puntje v je stoel zitten als T
Safe, but no too safeo Een ruimte waar cliënten zich vrij voelen om kwetsbare onderwerpen te delen, zonder angst voor oordeel.
o De therapeut kan spanningen en emoties aandachtig volgen, hetgeen de diepte van het proces bevordert.
o Een balans tussen veiligheid en uitdaging.
contractuele fase
o verbindt relatie met het kader
o We maken afspraken en een impliciet contract (we gaan dit hier zo doen)
samenwerkingsverbond
tussen C en T
o In dienst vd oplossing vd problemen waar de C onder mijdt
o Via het ontwarren vd knopen in gevoelens, verwachtingen, aspecten v zelfbeeld …
dimensies van de relatie
contract en verbondenheid
versus drift en seksualiteit
contract en verbondenheid
Verlangen naar relaties vanuit een drang aan contact een verbondenheid
drift en seksualiteit
o Ook op zoek naar drift en seksualiteit, kan samenkomen, maar dat hoeft niet
o Vooral bij Freud en stond toen vooral op de voorgrond, contact en verbondenheid was toen minder
object
o Verwijst naar de persoon, de ander (itt het subject): gaat over de ander die voor mij betekenisvol is (dus niet alle anderen, maar die mensen die voor mij betekenisvol zijn)
o Wat verteld wordt over een persoon of een (partieel) object, is deels reëel en deels beleefd/gefantaseerd
o In therapie luisteren naar wat C vertelt over anderen, dan worden deze anderen een object
objectkeuze
o Het kiezen ve persoon of type v persoon tot liefdesobject
o De keuze is niet helemaal toevallig, maar mede bepaald door persoonlijke factoren
rol van herhaling
- is verbonden met hoe het geheugen werkt
- Geen enkele nieuwe ervaring staat los ve voorgaande
- wordt verlangd of vermeden
- speelt zich af in relaties
mentale representaties
we luisteren vanuit een aantal assumpties
relationele ervaring met primaire zorgfiguren
deze representaties
op een dynamische manier
relationele ervaringen met primaire zorgfiguren
o Vormen de bouwstenen v verwachtingspatronen, v cognitief-affectieve scripts, ze ontstaan in een dynamische uitwisseling tss kind en zorgfiguur
o Is iets heel mutueel (niet enkel v ouder op kind, maar wederzijds): ouders hebben soms hele andere relaties met andere kinderen → wederzijdse wisselwerking
relationele betrokkenheid
- Kan ik de ander (jou als T) vertrouwen?
- Is de ander (jij als T) oprecht geïnteresseerd in mij?
- Waardeer je mij? Neem je me ernstig? Blijf je betrokken?
separatiemomenten in therapie
Triggeren aspecten v mentale representaties mbt separatieangst
o Geplande vakanties
o Onverwachte of onvoorziene onderbrekingen
o Te laat komen
broaden-and-build cycle (toegepast)
- Therapie werkt niet door dat ene grote inzicht, niet in grote ideeën of sprongen, maar in kleine ervaringen
- Zodra je voelt dat de band ontstaat, voel je ruimte om steeds meer te exploreren
representationele mismatch
- Je onthoudt je ve handelen dat de ander verwacht vanuit een representatie/verwachting
- Er ontstaat in het therapeutisch proces een reflectieproces doordat de T anders reageert dan er wordt verwacht vanuit de innerlijke beelden ve verleidende/mishandelende/depressieve… ouderfiguur (hoe komt het dat je dat zo verwacht?)
helpende en hinderen factoren in therapeutische relatie
Wat is er werkzaam? V boven 1-3: we gaan in therapie spreken over onszelf, dit geeft een gevoel dat je een bijzondere plek en relatie hebt
Hier komen zaken bij
2: dat spreken klinkt simpel, mar leidt soms ook tot moeilijke dingen (thema’s…) → minder rechtlijnig
Nieuwe relationele ervaring (4): therapeutische relatie is anders dan andere relaties die je hebt
Gezamenlijk exploreren: samen naar kijken, bij stil staan … ook dit wordt een deel vd relatie
Onderste beweging: 6,7,8,9
Veel heen en weer beweging, veel minder rechtlijnig
7: soms weten we wel iets over ons, maar krijgen we dat niet goed in beweging
9: ervaring mismatch: iemand die met vakantie is, minder aandachtig is … → dit past niet bij mijn gevoel v altijd gerespecteerd te worden
Dit is ook belangrijk om dat samen te exploreren: “vorige keer was je er echt niet bij …”

triangle of persons
Malan
verleden (P)
actuele anderen (O)
overdracht (T)
verschuivingen

verleden (P)
o Bij volwassenen: relaties ouders, grootouders, broers en zussen die betekenis gegeven hebben (dat wat toen goed ging, gaat nu nog goed)
o dit nog niet echt bij kinderen
actuele anderen (O)
o De objecten
o Die mensen waar je in het leven een intensere band mee hebt
overdracht (T)
Wat gebeurt er hier en nu binnen de therapeutische relatie
verschuivingen
o Iets vanuit overdracht doet je denken aan anderen …
o Het verschuiven overheen de 3 helpt inzicht te krijgen in hoe iets bij jou werkt
o Bij kinderen meer een lijn v 2 punten (nog geen ver verleden)
overdrachtsgevoelens
- Aanvankelijk gezien als een belemmering voor het therapeutisch proces (Freud)
- Geleidelijk aan beschouwd als een belangrijk hulpmiddel om te begrijpen waarmee de persoon in de knoop is geraakt, aangezien in de overdracht conflicten uit het verleden zich in het hier-en-nu aan de orde stellen
herhalingsdwang
o Onze ervaringsgeschiedenis biedt een soort format om naar nieuwe ervaringen te kijken
o Iedere persoonlijke ontwikkeling omvat momenten v pijn, kwetsuur, krenking of trauma die slechts via herhaling in betere omstandigheden verwerkt kunnen worden
bevorderen v ontwikkeling overdracht
- De neiging tot herhalen v relationele processen uit het verleden
- De houding v welwillende neutraliteit bij de T
- De uitnodiging tot vrije associatie/vrij spel
- De exploratie en interpretatie vd overdracht
- De interpretatie vd dynamieken en defensiemechanismen (bv vermijding, ontkenning)
overdrachtsuitingen: functies
1) Communicatie aan de T
2) Weerstand tegenover het therapeutisch proces
meestal beide tegelijkertijd
overdracht bij kinderen
- Ouders zijn actuele objecten
- Concept neutraliteit dient anders ingevuld
- Minder klemtoon op interpretatie, meer op hanteren met het oog op representationele mismatch
tegenoverdracht
de emotionele reactie v T tav C (blij zijn over iets dat goed gaat, geïrriteerd geraken…)
tegenoverdracht: lagen
1. Eigen, niet doorgewerkte belevingen, conflicten als reactie op een uiting vd C, waardoor T geneigd is uit z’n reflecterende rol te komen
2. Kennis, opleiding, ervaring
3. Elementen die aan de orde zijn in het leven vd T (bv recente rouwervaring)
4. Gevoelens en gedachten die worden opgeroepen door het gedrag/verhaal vd C
positieve tegenoverdracht
o Warmte, empathie, begrip, verlangen te helpen of iets te betekenen
Neiging tot reële zorg → kan proces ook belemmeren
tegenoverdrachtelijke haat
Uit zich vaak op verborgen manieren, bv verveling, terugtrekken, hopen dat C wegblijft
o Buie & Maltsberger (1974), Winnicott (1949)
gevoelens v minachting
o Ondermijnend tav therapeutisch proces
o McWilliams (2004)
concordante overdracht
identificatie ligt bij de C
o “Als ik zou hebben meegemaakt wat jij hebt meegemaakt, dan zou ik net hetzelfde zijn”
o Meevoelen met de C
complementaire overdracht
identificatie ligt bij een voor de C belangrijke andere
o “als ik zijn/haar lief zou zijn, zou ik het ook niet volgehouden hebben”
o Identificeren met context
transference in repetition
Transference kan gaan over emoties, pos of neg affect
Overdracht gaat altijd over eigen patronen
Maar overdracht kan gaan over emotionele dingen …
Hier gaat het over de overdracht ve past event → de overdracht ve herinnering, een herhaling ve gebeurtenis