1/82
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
categorische imperatief
Een plicht die men zichzelf oplegt om goed te handelen, zoals geformuleerd door Immanuel Kant. Dit principe is een kernonderdeel van de deontologie.
consequentialisme
een handeling goed is als de gevolgen ervan positief zijn of het minst schadelijk. Het maximaliseren van het algemeen belang staat centraal.
deontologie
De plichtenleer, die zich richt op wat men zou moeten doen gebaseerd op principes en intenties, ongeacht de gevolgen. Vertrouwelijkheid is hierin een fundamentele waarde.
deugdenethiek
Een ethische benadering die stelt dat handelen goed is als het bijdraagt aan de vorming van een deugdzaam persoon. Het streven naar persoonlijke ontwikkeling en het beste vermogen staat centraal.
discretie
Het principe van terughoudendheid in het delen van informatie, wat een fundamenteel ethisch principe is in de hulpverlening. Dit draagt bij aan het vertrouwen tussen hulpverlener en cliënt.
empirische ethiek
Een tak van ethiek die concrete waarden en normen onderzoekt die gelden in een samenleving of binnen het referentiekader van personen. Moraalsociologie en - psychologie vallen hieronder.
ethiek
De theoretische studie van de moraal, die onderzoekt wat we zouden moeten doen. Het analyseert en verwoordt waarden en normen en rechtvaardigt morele keuzes.
finaliteit
Het nastreven van een relevant doel, een voorwaarde voor het begrenzen van vrijheden en rechten. Dit principe zorgt ervoor dat maatregelen een duidelijk en acceptabel doel dienen.
geïnformeerde toestemming
Toestemming die gegeven wordt na volledige informatie over de draagwijdte en gevolgen van een handeling. Dit is een cruciaal principe voor het respecteren van autonomie.
grondrecht
Een recht dat is vastgelegd in de grondwet en de basis vormt voor de bescherming van burgers. Privacy wordt erkend als een belangrijk burgerlijk grondrecht.
horizontale vrijheid
De afwezigheid van ongewenste inmenging van andere burgers in de privésfeer. Dit principe beschermt individuen tegen bemoeienis van medeburgers.
integriteit
Goed handelen, ook wanneer men niet wordt geobserveerd. Dit impliceert autonoom handelen vanuit een innerlijk besef van wat juist is.
internationaal gewoonterecht
Internationale normen en praktijken die in de praktijk worden gevolgd, ook al zijn ze niet altijd juridisch afdwingbaar. Mensenrechten kunnen hieronder vallen.
Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten
IVESCR
Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten
IVBPR
kardinale deugden
De vier belangrijkste deugden die als maatstaf dienen voor alle andere deugden: moed, wijsheid, gematigdheid en rechtvaardigheid. Deze zijn essentieel in de deugdenethiek
meta-ethiek
Een tak van theoretische ethiek die zoekt naar de fundamenten van ethiek en het morele taalgebruik en de argumenten analyseert. Het onderzoekt de aard van morele uitspraken.
mensenrecht
Rechten die ieder mens heeft simpelweg omdat hij of zij mens is. Deze rechten zijn onvervreemdbaar en worden niet door de overheid bepaald.
moraal
De verzameling van waarden en normen die we via socialisatie vormen en die richting geven aan ons handelen. Het is de concrete invulling van het goede.
normatieve ethiek
Een tak van theoretische ethiek die zoekt naar theoretische kaders voor het behandelen van morele problemen. Het ontwikkelt principes en theorieën voor ethisch handelen.
normatieve professionaliteit
Het vermogen om de "goede dingen" te doen, door na te gaan of men voldoet aan de centrale waarden van het beroep zoals inclusie en respect. Dit staat tegenover technische professionaliteit.
objectieve rechten
Wetten en regels die voor iedereen gelden binnen een bepaalde context. Deze vormen de basis voor het afdwingbaar maken van subjectieve rechten.
onvervreemdbaar
Een eigenschap van rechten die niet verloren kunnen gaan en slechts uitzonderlijk kunnen worden afgenomen. Mensenrechten en grondrechten zijn het
plichtenleer
Een synoniem voor deontologie, de ethische theorie die zich richt op plichten en principes als basis voor moreel handelen.
positieve vrijheid
De mogelijkheid om van vrijheid te kunnen genieten en de capaciteit om eigen keuzes te maken en te realiseren. Dit staat tegenover negatieve vrijheid.
privacy
Het recht om dingen voor jezelf te houden en niet gestoord te worden, inclusief het recht om met rust gelaten te worden. Het is een fundamenteel principe en mensenrecht.
privacy by default
focus op zo weinig mogelijk verzamelen van gegevens
privacy by design
zo veilig mogelijk de gegevens bewaren
proportionaliteit
Het principe dat een maatregel in verhouding moet staan tot het nagestreefde doel, vooral bij het beperken van mensenrechten. Dit zorgt voor een evenwichtige aanpak.
rechtmatigheid
Het handelen volgens rechtsgronden, wat een voorwaarde is voor toelaatbare gegevensverwerking onder de GDPR. Geïnformeerde toestemming is hierbij een belangrijke rechtsgrond.
relationele privacy
De privacy met betrekking tot met wie men communicatie aangaat. Dit aspect van privacy beschermt de keuze van sociale interacties.
rechtvaardigheidstheorieën
Theorieën die zich bezighouden met het concept van rechtvaardigheid, waaronder consequentialisme, deontologie en deugdenethiek. Deze theorieën bieden kaders voor ethische besluitvorming.
schadebeginsel
Het principe dat individuele vrijheid begrensd wordt door de vrijheid van een ander, met name om schade te voorkomen. Dit beperkt het recht om anderen te schaden.
socialisatie
Het proces waarin individuen leren samenleven en normen en waarden internaliseren. Dit proces vormt de basis voor moraliteit.
specifieke toestemming
Toestemming die duidelijk aangeeft welke gegevens voor welk specifiek doel gebruikt zullen worden. Dit waarborgt transparantie en controle over persoonsgegevens
subjectieve rechten
Rechten die een persoon heeft of waarop hij of zij aanspraak kan maken, zoals het recht op privacy. Deze rechten geven individuen een aanspraak op bescherming.
subsidiariteit
Het principe dat minder ingrijpende maatregelen de voorkeur hebben boven meer ingrijpende, bij het begrenzen van vrijheden. Dit bevordert het gebruik van de minst schadelijke optie.
technische professionaliteit
Een professional die de dingen "goed" doet, door de beste methodiek toe te passen in specifieke situaties. Dit staat tegenover normatieve professionaliteit.
transparantie
Het principe dat duidelijkheid moet bestaan
discretieplicht
De verplichting om bij het uitoefenen van een functie of ambt geen gegevens vrij te geven aan anderen dan diegene die gerechtigd zijn er kennis van te nemen. Dit is een algemene deugd voor professionals.
discretionaire ruimte
Een veilige ruimte voor samenwerking met een cliënt, waarin beoordeeld wordt hoe tussen te komen in het leven van de cliënt. Deze ruimte is deels gesloten en vereist vertrouwen om goed te kunnen handelen.
ambtsgeheim
Een vorm van discretieplicht die specifiek geldt voor ambtenaren, dat wil zeggen personen die voor de overheid werken. Het is een wettelijke verplichting om informatie die tijdens het ambt is verkregen, te bewaren.
beroepsgeheim
De wettelijke verplichting voor bepaalde beroepen om te zwijgen over informatie die in de uitoefening van dat beroep is verkregen. Dit is essentieel voor het opbouwen van vertrouwen tussen professional en cliënt.
communicatieve rationaliteit
Een theoretisch kader van Habermas dat ethische argumenten op drie niveaus analyseert: objectieve feiten, intersubjectieve normen en waarden, en subjectieve afwegingen. Dit helpt bij het beoordelen van complexe ethische dilemma's.
objectieve argumenten
Ethische argumenten die gebaseerd zijn op de feiten en de context waarin sociale situaties zich afspelen. Dit niveau van argumentatie richt zich op de waarheid van de situatie.
intersubjectieve argumenten
Ethische argumenten die voortkomen uit principes, wetten, normen en regels. Dit niveau van argumentatie focust op rechtvaardigheid en de geldigheid van gedeelde regels.
subjectieve argumenten
Ethische argumenten die betrekking hebben op hoe men balans vindt in conflicterende waarden. Dit niveau van argumentatie zoekt naar waarachtigheid in persoonlijke afwegingen.
discretionaire macht
De bevoegdheid om zelf te oordelen en te beslissen in situaties waar de wet geen specifieke voorziening biedt. Dit vereist terughoudendheid en onderscheidingsvermogen van de professional.
onderscheidingsvermogen
Het vermogen om als sociaal professional onderscheid te maken tussen goed en kwaad en situaties met tact en empathie in te schatten. Dit is een cruciaal aspect van discretionaire macht.
terughoudendheid
De eigenschap van een discrete persoon om behoedzaam en gereserveerd te zijn in zijn of haar handelen en communicatie. Dit draagt bij aan het verantwoorde gebruik van discretionaire macht.
strafwet
Het wetboek dat strafbepalingen bevat. Schending van het beroepsgeheim kan leiden tot strafrechtelijke sancties zoals gevangenisstraf en boetes
strafvordering
Het wetboek dat de procedurele regels voor strafzaken vastlegt. Dit omvat onder andere regels over aangifteplicht en getuigenissen.
aangifte plicht
Een wettelijke verplichting voor bepaalde personen of burgers om misdrijven te melden aan de bevoegde autoriteiten. Dit kan een uitzondering vormen op de zwijgplicht.
schuldig hulpverzuim
Het niet verlenen van hulp aan iemand in nood, terwijl men daartoe in de mogelijkheid is en het gevaar reëel is. Dit is een strafbaar feit onder artikel 422bis van het Strafwetboek
zwijgplicht
De wettelijke of contractuele verplichting om bepaalde informatie niet openbaar te maken. Dit is de kern van het beroepsgeheim en discretie.
zwijgrecht
Het recht om te weigeren informatie te verstrekken, zelfs wanneer men daartoe wettelijk de mogelijkheid heeft. Dit recht kan voortvloeien uit het beroepsgeheim
spreekrecht
Het recht om informatie te verstrekken, zelfs wanneer er een zwijgplicht geldt, in specifieke wettelijk bepaalde omstandigheden. Dit is een uitzondering op de zwijgplicht.
spreekrecht
De wettelijke verplichting om informatie te verstrekken, bijvoorbeeld bij het melden van misdrijven of gevaarlijke situaties. Dit kan een uitzondering vormen op het beroepsgeheim.
afgeleid beroepsgeheim
Het beroepsgeheim dat van toepassing is op personen die, hoewel ze geen directe vertrouwensfunctie uitoefenen, wel samenwerken met professionals die wel een beroepsgeheim hebben. Denk aan administratief personeel.
gedeeld beroepsgeheim
Het delen van informatie tussen verschillende organisaties of professionals die betrokken zijn bij dezelfde cliënt, mits aan specifieke criteria zoals proportionaliteit en cliëntbelang wordt voldaan. Dit vereist het "need to know" principe.
gezamenlijk beroepsgeheim
Het delen van informatie binnen een team of organisatie, bijvoorbeeld tijdens teamoverleggen. Hierbij geldt het "good to know" principe, wat meer informatie toelaat dan bij gedeeld beroepsgeheim.
ketenaanpak
Een werkwijze waarbij casussen binnen en tussen organisaties breed worden besproken om maatschappelijke veiligheid en integriteit te waarborgen. Dit faciliteert interdisciplinaire samenwerking.
modaliteiten
De wijze waarop iets wordt uitgevoerd of geregeld. In de context van artikel 458ter verwijst dit naar het feit dat het steeds een spreekrecht betreft, geen spreekplicht.
non-disclosur agreement
Een contractueel document waarin partijen overeenkomen om bepaalde informatie vertrouwelijk te houden. Dit is een vorm van contractuele discretie.
burgerlijke staat
De juridische status van een persoon met betrekking tot huwelijk en gezin. Artikel 213 BW regelt de bijstand die echtgenoten elkaar verschuldigd zijn.
biechtgeheim
Het absolute geheim dat priesters moeten bewaren over de inhoud van biechten. Dit is een specifiek en zeer strikt vorm van beroepsgeheim.
schending beroepsgeheim
Het opzettelijk bekendmaken van vertrouwelijke informatie aan derden, wat een misdrijf is. Dit kan leiden tot een deuk in de vertrouwensrelatie, maar is vaak zonder strafrechtelijke vervolging.
casusoverleg
Een vorm van interdisciplinaire samenwerking waarbij professionals casussen bespreken om tot een gezamenlijke aanpak te komen. Dit wordt gefaciliteerd door artikel 458ter SW
hulpverleningsplicht
De algemene plicht voor burgers om hulp te bieden in noodsituaties. Dit is vastgelegd in artikel 422bis SW en kan leiden tot een spreekplicht.
proportionaliteitsbeginsel
Het principe dat bij het delen van informatie alleen het strikt noodzakelijke mag worden gedeeld (need to know). Dit is een criterium voor gedeeld beroepsgeheim.
cliëntgericht criterium
Een vereiste voor het delen van informatie waarbij de cliënt geïnformeerd moet worden en zich mag verzetten tegen informatieverstrekking. Dit geldt voor zowel gedeeld als gezamenlijk beroepsgeheim
verwisselbaarheid
men kent de eigen belangen niet meer gewicht toe dan de belangen van een ander
priority of the right over the good
het juiste ten nadele van het goede
priority of the good over the right
het goede ten nadele van het juiste
informationele privacy
info over een persoon wordt beschermt
relationele privacy
met wie je communicatie aangaat
fysische en psychische privacy
zelfbeschikking over lichaam en verstand
therapeutische exceptie
professional deelt geen info, omdat het nadelig zou kunnen zijn voor de gezondheidstoestand
agogische exceptie
info tijdelijk niet meedelen in belang van de cliënt of omgeving
prior consent
vooraf toestemming vragen
actual consent
op het moment zelf toestemming vragen
hypothetical consent
voorstellen wat de persoon gewild zou hebben als hij niet competent was om toestemming te geven
proxy consent
hulp inroepen van anderen om de voorkeuren te leren kennen en zich beter te kunnen inleven als de ander niet competent was om toestemming te geven