DA begrippen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/82

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:09 PM on 6/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

83 Terms

1
New cards

categorische imperatief

Een plicht die men zichzelf oplegt om goed te handelen, zoals geformuleerd door Immanuel Kant. Dit principe is een kernonderdeel van de deontologie.

2
New cards

consequentialisme

een handeling goed is als de gevolgen ervan positief zijn of het minst schadelijk. Het maximaliseren van het algemeen belang staat centraal.

3
New cards

deontologie

De plichtenleer, die zich richt op wat men zou moeten doen gebaseerd op principes en intenties, ongeacht de gevolgen. Vertrouwelijkheid is hierin een fundamentele waarde.

4
New cards

deugdenethiek

Een ethische benadering die stelt dat handelen goed is als het bijdraagt aan de vorming van een deugdzaam persoon. Het streven naar persoonlijke ontwikkeling en het beste vermogen staat centraal.

5
New cards

discretie

Het principe van terughoudendheid in het delen van informatie, wat een fundamenteel ethisch principe is in de hulpverlening. Dit draagt bij aan het vertrouwen tussen hulpverlener en cliënt.

6
New cards

empirische ethiek

Een tak van ethiek die concrete waarden en normen onderzoekt die gelden in een samenleving of binnen het referentiekader van personen. Moraalsociologie en - psychologie vallen hieronder.

7
New cards

ethiek

De theoretische studie van de moraal, die onderzoekt wat we zouden moeten doen. Het analyseert en verwoordt waarden en normen en rechtvaardigt morele keuzes.

8
New cards

finaliteit

Het nastreven van een relevant doel, een voorwaarde voor het begrenzen van vrijheden en rechten. Dit principe zorgt ervoor dat maatregelen een duidelijk en acceptabel doel dienen.

9
New cards

geïnformeerde toestemming

Toestemming die gegeven wordt na volledige informatie over de draagwijdte en gevolgen van een handeling. Dit is een cruciaal principe voor het respecteren van autonomie.

10
New cards

grondrecht

Een recht dat is vastgelegd in de grondwet en de basis vormt voor de bescherming van burgers. Privacy wordt erkend als een belangrijk burgerlijk grondrecht.

11
New cards

horizontale vrijheid

De afwezigheid van ongewenste inmenging van andere burgers in de privésfeer. Dit principe beschermt individuen tegen bemoeienis van medeburgers.

12
New cards

integriteit

Goed handelen, ook wanneer men niet wordt geobserveerd. Dit impliceert autonoom handelen vanuit een innerlijk besef van wat juist is.

13
New cards

internationaal gewoonterecht

Internationale normen en praktijken die in de praktijk worden gevolgd, ook al zijn ze niet altijd juridisch afdwingbaar. Mensenrechten kunnen hieronder vallen.

14
New cards

Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten

IVESCR

15
New cards

Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten

IVBPR

16
New cards

kardinale deugden

De vier belangrijkste deugden die als maatstaf dienen voor alle andere deugden: moed, wijsheid, gematigdheid en rechtvaardigheid. Deze zijn essentieel in de deugdenethiek

17
New cards

meta-ethiek

Een tak van theoretische ethiek die zoekt naar de fundamenten van ethiek en het morele taalgebruik en de argumenten analyseert. Het onderzoekt de aard van morele uitspraken.

18
New cards

mensenrecht

Rechten die ieder mens heeft simpelweg omdat hij of zij mens is. Deze rechten zijn onvervreemdbaar en worden niet door de overheid bepaald.

19
New cards

moraal

De verzameling van waarden en normen die we via socialisatie vormen en die richting geven aan ons handelen. Het is de concrete invulling van het goede.

20
New cards

normatieve ethiek

Een tak van theoretische ethiek die zoekt naar theoretische kaders voor het behandelen van morele problemen. Het ontwikkelt principes en theorieën voor ethisch handelen.

21
New cards

normatieve professionaliteit

Het vermogen om de "goede dingen" te doen, door na te gaan of men voldoet aan de centrale waarden van het beroep zoals inclusie en respect. Dit staat tegenover technische professionaliteit.

22
New cards

objectieve rechten

Wetten en regels die voor iedereen gelden binnen een bepaalde context. Deze vormen de basis voor het afdwingbaar maken van subjectieve rechten.

23
New cards

onvervreemdbaar

Een eigenschap van rechten die niet verloren kunnen gaan en slechts uitzonderlijk kunnen worden afgenomen. Mensenrechten en grondrechten zijn het

24
New cards

plichtenleer

Een synoniem voor deontologie, de ethische theorie die zich richt op plichten en principes als basis voor moreel handelen.

25
New cards

positieve vrijheid

De mogelijkheid om van vrijheid te kunnen genieten en de capaciteit om eigen keuzes te maken en te realiseren. Dit staat tegenover negatieve vrijheid.

26
New cards

privacy

Het recht om dingen voor jezelf te houden en niet gestoord te worden, inclusief het recht om met rust gelaten te worden. Het is een fundamenteel principe en mensenrecht.

27
New cards

privacy by default

focus op zo weinig mogelijk verzamelen van gegevens

28
New cards

privacy by design

zo veilig mogelijk de gegevens bewaren

29
New cards

proportionaliteit

Het principe dat een maatregel in verhouding moet staan tot het nagestreefde doel, vooral bij het beperken van mensenrechten. Dit zorgt voor een evenwichtige aanpak.

30
New cards

rechtmatigheid

Het handelen volgens rechtsgronden, wat een voorwaarde is voor toelaatbare gegevensverwerking onder de GDPR. Geïnformeerde toestemming is hierbij een belangrijke rechtsgrond.

31
New cards

relationele privacy

De privacy met betrekking tot met wie men communicatie aangaat. Dit aspect van privacy beschermt de keuze van sociale interacties.

32
New cards

rechtvaardigheidstheorieën

Theorieën die zich bezighouden met het concept van rechtvaardigheid, waaronder consequentialisme, deontologie en deugdenethiek. Deze theorieën bieden kaders voor ethische besluitvorming.

33
New cards

schadebeginsel

Het principe dat individuele vrijheid begrensd wordt door de vrijheid van een ander, met name om schade te voorkomen. Dit beperkt het recht om anderen te schaden.

34
New cards

socialisatie

Het proces waarin individuen leren samenleven en normen en waarden internaliseren. Dit proces vormt de basis voor moraliteit.

35
New cards

specifieke toestemming

Toestemming die duidelijk aangeeft welke gegevens voor welk specifiek doel gebruikt zullen worden. Dit waarborgt transparantie en controle over persoonsgegevens

36
New cards

subjectieve rechten

Rechten die een persoon heeft of waarop hij of zij aanspraak kan maken, zoals het recht op privacy. Deze rechten geven individuen een aanspraak op bescherming.

37
New cards

subsidiariteit

Het principe dat minder ingrijpende maatregelen de voorkeur hebben boven meer ingrijpende, bij het begrenzen van vrijheden. Dit bevordert het gebruik van de minst schadelijke optie.

38
New cards

technische professionaliteit

Een professional die de dingen "goed" doet, door de beste methodiek toe te passen in specifieke situaties. Dit staat tegenover normatieve professionaliteit.

39
New cards

transparantie

Het principe dat duidelijkheid moet bestaan

40
New cards

discretieplicht

De verplichting om bij het uitoefenen van een functie of ambt geen gegevens vrij te geven aan anderen dan diegene die gerechtigd zijn er kennis van te nemen. Dit is een algemene deugd voor professionals.

41
New cards

discretionaire ruimte

Een veilige ruimte voor samenwerking met een cliënt, waarin beoordeeld wordt hoe tussen te komen in het leven van de cliënt. Deze ruimte is deels gesloten en vereist vertrouwen om goed te kunnen handelen.

42
New cards

ambtsgeheim

Een vorm van discretieplicht die specifiek geldt voor ambtenaren, dat wil zeggen personen die voor de overheid werken. Het is een wettelijke verplichting om informatie die tijdens het ambt is verkregen, te bewaren.

43
New cards

beroepsgeheim

De wettelijke verplichting voor bepaalde beroepen om te zwijgen over informatie die in de uitoefening van dat beroep is verkregen. Dit is essentieel voor het opbouwen van vertrouwen tussen professional en cliënt.

44
New cards

communicatieve rationaliteit

Een theoretisch kader van Habermas dat ethische argumenten op drie niveaus analyseert: objectieve feiten, intersubjectieve normen en waarden, en subjectieve afwegingen. Dit helpt bij het beoordelen van complexe ethische dilemma's.

45
New cards

objectieve argumenten

Ethische argumenten die gebaseerd zijn op de feiten en de context waarin sociale situaties zich afspelen. Dit niveau van argumentatie richt zich op de waarheid van de situatie.

46
New cards

intersubjectieve argumenten

Ethische argumenten die voortkomen uit principes, wetten, normen en regels. Dit niveau van argumentatie focust op rechtvaardigheid en de geldigheid van gedeelde regels.

47
New cards

subjectieve argumenten

Ethische argumenten die betrekking hebben op hoe men balans vindt in conflicterende waarden. Dit niveau van argumentatie zoekt naar waarachtigheid in persoonlijke afwegingen.

48
New cards

discretionaire macht

De bevoegdheid om zelf te oordelen en te beslissen in situaties waar de wet geen specifieke voorziening biedt. Dit vereist terughoudendheid en onderscheidingsvermogen van de professional.

49
New cards

onderscheidingsvermogen

Het vermogen om als sociaal professional onderscheid te maken tussen goed en kwaad en situaties met tact en empathie in te schatten. Dit is een cruciaal aspect van discretionaire macht.

50
New cards

terughoudendheid

De eigenschap van een discrete persoon om behoedzaam en gereserveerd te zijn in zijn of haar handelen en communicatie. Dit draagt bij aan het verantwoorde gebruik van discretionaire macht.

51
New cards

strafwet

Het wetboek dat strafbepalingen bevat. Schending van het beroepsgeheim kan leiden tot strafrechtelijke sancties zoals gevangenisstraf en boetes

52
New cards

strafvordering

Het wetboek dat de procedurele regels voor strafzaken vastlegt. Dit omvat onder andere regels over aangifteplicht en getuigenissen.

53
New cards

aangifte plicht

Een wettelijke verplichting voor bepaalde personen of burgers om misdrijven te melden aan de bevoegde autoriteiten. Dit kan een uitzondering vormen op de zwijgplicht.

54
New cards

schuldig hulpverzuim

Het niet verlenen van hulp aan iemand in nood, terwijl men daartoe in de mogelijkheid is en het gevaar reëel is. Dit is een strafbaar feit onder artikel 422bis van het Strafwetboek

55
New cards

zwijgplicht

De wettelijke of contractuele verplichting om bepaalde informatie niet openbaar te maken. Dit is de kern van het beroepsgeheim en discretie.

56
New cards

zwijgrecht

Het recht om te weigeren informatie te verstrekken, zelfs wanneer men daartoe wettelijk de mogelijkheid heeft. Dit recht kan voortvloeien uit het beroepsgeheim

57
New cards

spreekrecht

Het recht om informatie te verstrekken, zelfs wanneer er een zwijgplicht geldt, in specifieke wettelijk bepaalde omstandigheden. Dit is een uitzondering op de zwijgplicht.

58
New cards

spreekrecht

De wettelijke verplichting om informatie te verstrekken, bijvoorbeeld bij het melden van misdrijven of gevaarlijke situaties. Dit kan een uitzondering vormen op het beroepsgeheim.

59
New cards

afgeleid beroepsgeheim

Het beroepsgeheim dat van toepassing is op personen die, hoewel ze geen directe vertrouwensfunctie uitoefenen, wel samenwerken met professionals die wel een beroepsgeheim hebben. Denk aan administratief personeel.

60
New cards

gedeeld beroepsgeheim

Het delen van informatie tussen verschillende organisaties of professionals die betrokken zijn bij dezelfde cliënt, mits aan specifieke criteria zoals proportionaliteit en cliëntbelang wordt voldaan. Dit vereist het "need to know" principe.

61
New cards

gezamenlijk beroepsgeheim

Het delen van informatie binnen een team of organisatie, bijvoorbeeld tijdens teamoverleggen. Hierbij geldt het "good to know" principe, wat meer informatie toelaat dan bij gedeeld beroepsgeheim.

62
New cards

ketenaanpak

Een werkwijze waarbij casussen binnen en tussen organisaties breed worden besproken om maatschappelijke veiligheid en integriteit te waarborgen. Dit faciliteert interdisciplinaire samenwerking.

63
New cards

modaliteiten

De wijze waarop iets wordt uitgevoerd of geregeld. In de context van artikel 458ter verwijst dit naar het feit dat het steeds een spreekrecht betreft, geen spreekplicht.

64
New cards

non-disclosur agreement

Een contractueel document waarin partijen overeenkomen om bepaalde informatie vertrouwelijk te houden. Dit is een vorm van contractuele discretie.

65
New cards

burgerlijke staat

De juridische status van een persoon met betrekking tot huwelijk en gezin. Artikel 213 BW regelt de bijstand die echtgenoten elkaar verschuldigd zijn.

66
New cards

biechtgeheim

Het absolute geheim dat priesters moeten bewaren over de inhoud van biechten. Dit is een specifiek en zeer strikt vorm van beroepsgeheim.

67
New cards

schending beroepsgeheim

Het opzettelijk bekendmaken van vertrouwelijke informatie aan derden, wat een misdrijf is. Dit kan leiden tot een deuk in de vertrouwensrelatie, maar is vaak zonder strafrechtelijke vervolging.

68
New cards

casusoverleg

Een vorm van interdisciplinaire samenwerking waarbij professionals casussen bespreken om tot een gezamenlijke aanpak te komen. Dit wordt gefaciliteerd door artikel 458ter SW

69
New cards

hulpverleningsplicht

De algemene plicht voor burgers om hulp te bieden in noodsituaties. Dit is vastgelegd in artikel 422bis SW en kan leiden tot een spreekplicht.

70
New cards

proportionaliteitsbeginsel

Het principe dat bij het delen van informatie alleen het strikt noodzakelijke mag worden gedeeld (need to know). Dit is een criterium voor gedeeld beroepsgeheim.

71
New cards

cliëntgericht criterium

Een vereiste voor het delen van informatie waarbij de cliënt geïnformeerd moet worden en zich mag verzetten tegen informatieverstrekking. Dit geldt voor zowel gedeeld als gezamenlijk beroepsgeheim

72
New cards

verwisselbaarheid

men kent de eigen belangen niet meer gewicht toe dan de belangen van een ander

73
New cards

priority of the right over the good

het juiste ten nadele van het goede

74
New cards

priority of the good over the right

het goede ten nadele van het juiste

75
New cards

informationele privacy

info over een persoon wordt beschermt

76
New cards

relationele privacy

met wie je communicatie aangaat

77
New cards

fysische en psychische privacy

zelfbeschikking over lichaam en verstand

78
New cards

therapeutische exceptie

professional deelt geen info, omdat het nadelig zou kunnen zijn voor de gezondheidstoestand

79
New cards

agogische exceptie

info tijdelijk niet meedelen in belang van de cliënt of omgeving

80
New cards

prior consent

vooraf toestemming vragen

81
New cards

actual consent

op het moment zelf toestemming vragen

82
New cards

hypothetical consent

voorstellen wat de persoon gewild zou hebben als hij niet competent was om toestemming te geven

83
New cards

proxy consent

hulp inroepen van anderen om de voorkeuren te leren kennen en zich beter te kunnen inleven als de ander niet competent was om toestemming te geven