Geld en Banken

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/25

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de basisconcepten van geld, bankwezen, geldfuncties, waardebepalingen en de processen van geldschepping op basis van de collegedictaten.

Last updated 4:25 PM on 6/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

26 Terms

1
New cards

Geld

Een wettig betaalmiddel dat ongedifferentieerde koopkracht bezit.

2
New cards

Koopkracht

Het aantal goederen dat je met de munteenheid kan kopen.

3
New cards

Ruilmiddel

Een hoofdfunctie van geld waarbij het wordt gebruikt om de directe ruil (goed tegen goed) te vervangen door indirecte ruil (goed-geld-goed).

4
New cards

Rekeneenheid

Geld dat wordt gebruikt om de waarde van goederen en diensten aan te geven; het doet dienst als waardemaatstaf.

5
New cards

Oppotmiddel

Geld dat wordt gebruikt om koopkracht in voorraad te houden, zoals wanneer iemand SRD 100SRD\text{ }100 onder een matras bewaart.

6
New cards

Chartaal geld

Stoffelijk geld dat bestaat uit munten en bankbiljetten.

7
New cards

Giraal geld

Onstoffelijk geld dat bestaat uit alle direct opvraagbare tegoeden van het publiek bij geldscheppende instellingen op een girorekening.

8
New cards

Centrale Bank van Suriname (CBVS)

Samen met het Ministerie van Financiën de monetaire autoriteit die verantwoordelijk is voor bankbiljetten.

9
New cards

Geldscheppende instellingen

Instanties zoals de Overheid (Ministerie van Financiën), de Centrale Bank van Suriname en Algemene banken (primaire banken) die giraal geld kunnen creëren.

10
New cards

Primaire banken

Algemene banken zoals DSB, VCB, Hakrinbank en Finabank die giraal geld kunnen scheppen en de geldhoeveelheid beïnvloeden.

11
New cards

Secundaire banken

Banken die geen geld kunnen scheppen, zoals de Hypotheekbank en de Nationale Ontwikkelingsbank (NOBNOB).

12
New cards

Maatschappelijke geldhoeveelheid (M1M_1)

De som van al het chartale en girale geld dat in handen is van het publiek.

13
New cards

Het publiek

Een ieder of elke instelling die niet in staat is om M1M_1 te beïnvloeden of niet behoort tot de geldscheppende instellingen.

14
New cards

Nominale waarde

De waarde die op het geld gedrukt staat.

15
New cards

Intrinsieke waarde

De waarde van het materiaal waarvan het geld is gemaakt (materiaalwaarde).

16
New cards

Volwaardig geld

Geld waarbij de intrinsieke waarde gelijk is aan de nominale waarde, zoals gouden en zilveren munten.

17
New cards

Tekengeld

Geld waarvan de intrinsieke waarde kleiner is dan de nominale waarde, zoals papiergeld (SRDSRD, US\text{ }\textdollar, \text{\texteuro}).

18
New cards

Fiduciair geld

Geld waarvan het gebruik berust op vertrouwen en dat door een ieder wettelijk wordt geaccepteerd.

19
New cards

Interne waarde

De koopkracht van geld in het land zelf, gemeten met het prijspeil (RLIRLI).

20
New cards

Externe waarde

De koopkracht van het geld in het buitenland, gemeten met de wisselkoers.

21
New cards

Secundaire liquiditeiten (Byna-geld)

Tegoeden van het publiek bij algemene banken die op korte termijn (<1 jaar< 1\text{ jaar}) zonder koers- of renteverlies in geld kunnen worden omgezet.

22
New cards

Tertiaire liquiditeiten (Niet-geld)

Tegoeden op lange termijn (>1 jaar> 1\text{ jaar}) bij een geldscheppende instelling of onroerende goederen.

23
New cards

Geldtransformatie

Een vorm van geldschepping of vernietiging waarbij geld wordt omgezet in niet-geld of omgekeerd; de M1M_1 stijgt of daalt hierbij.

24
New cards

Geldsubstitutie (Formele geldschepping)

Het omzetten van de ene geldsoort in een andere (bijv. chartaal naar giraal), waarbij M1M_1 constant blijft maar de samenstelling verandert.

25
New cards

Wedersydse schuldaanvaarding

Geldschepping door kredietverlening waarbij de bank het geleende bedrag op de girorekening van de cliënt stort.

26
New cards

Geldvernietiging

Wanneer geld wordt omgezet naar niet-geld, waardoor de M1M_1 daalt (bijv. door storting op een langetermijndeposito).