evolutie en menselijk gedrag

0.0(0)
Studied by 1 person
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/696

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

H2 gedaan

Last updated 3:54 PM on 5/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

697 Terms

1
New cards

biologische antropologie

de natuurwetenschappelijke studie van de mens vanuit evolutionair oogpunt

= fysiologische antropologie

= fysieke antro

2
New cards

Ernst Mayr

De vijf onderdelen van het Darwiniaans model ter verklaring van de evolutie van het leven op aarde!

  1. evolutie

  2. gemeenschappelijke afstamming

  3. vermenigvuldiging van de soorten

  4. gradualisme

  5. natuurlijke selectie

3
New cards

Carolus Linnaeus

  • Zijn classificatiesysteem (een eeuw voor Darwin) helpt bij herkennen van patronen

  • ‘Systema Naturae’!

  • Sommige soorten zijn nauwer aan elkaar verwant dan andere soorten

  • taxonomie

4
New cards

Thomas Malthus

  • verwierp ‘kap’ model vd bevolgroei en de eruit vloeiende schaarse middelen

5
New cards

Wallace

een Britse natuuronderzoeker en antropoloog die onafhankelijk van Charles Darwin de evolutietheorie door natuurlijke selectie ontwikkelde

6
New cards

koude-adaptatie

= ook wel koudewenning of koude-acclimatisatie genoemd, is het proces waarbij het menselijk lichaam zich fysiologisch aanpast aan een koude omgeving, waardoor de negatieve effecten van kou afnemen en het comfort in de kou toeneemt

7
New cards

systema naturae

= een van de invloedrijkste wetenschappelijke werken uit de geschiedenis, in 1735 gepubliceerd door de Zweedse natuuronderzoeker Carl Linnaeus.

  • Het boek introduceerde een gestructureerde indeling (taxonomie) voor planten, dieren en mineralen, en legde de basis voor de moderne binomiale nomenclatuur

8
New cards

reis met The Beagle

verwijst naar de historische vijfjarige wetenschappelijke expeditie (1831-1836) waarop Charles Darwin als natuuronderzoeker meevoer

9
New cards

blind watchmaker

= stel loopt op straat en vind horloge → niem zal over twijfelen dat is gemaakt dr horloge maker

10
New cards

uniformisme

= Het houdt in dat de geologische processen die we vandaag de dag waarnemen – zoals erosie, sedimentatie en vulkanisme – ook in het verleden op dezelfde manier en met dezelfde intensiteit hebben gewerkt

11
New cards

taxon

= een aanduiding voor een specifieke groep van organismen die binnen de biologie als een afzonderlijke eenheid wordt beschouwd

12
New cards

wetenschappelijke methode

= een systematische, stap-voor-stap aanpak die wetenschappers gebruiken om kennis te vergaren, verschijnselen te verklaren en objectieve antwoorden te vinden op onderzoeksvragen

13
New cards

bevolking

= het totaal aantal mensen dat in een bepaald geografisch gebied, zoals een land, regio of gemeente, woont

14
New cards

paradigma

= een samenhangend stelsel van modellen, theorieën en opvattingen dat fungeert als een denkkader of "bril" waarmee men de werkelijkheid observeert, interpreteert en ordent

15
New cards

observatie

het bewust en gericht waarnemen van gedrag, situaties of verschijnselen, vaak gevolgd door het vastleggen van deze bevindingen

16
New cards

mutatie

= Een willekeurige verandering in een gen of chromosoom, waardoor een nieuwe eigenschap ontstaat die voordelig, schadelijk of neutraal kan zijn in zijn effecten op het organisme

17
New cards

intelligent ontwerp

= de opvatting dat bepaalde kenmerken van het universum en levende wezens zó complex zijn dat ze het best verklaard kunnen worden door een intelligente oorzaak, in plaats van door ongeleide natuurlijke processen zoals evolutie

18
New cards

onveranderlijkheid

= de eigenschap dat iets of iemand niet verandert, gelijk blijft of niet aan verandering onderhevig is

19
New cards

zelfcorrectie

= het uit eigen beweging verbeteren van een fout of een eerdere uitspraak

20
New cards

wetenschap

= het systematisch en methodisch vergaren van verifieerbare kennis over de werkelijkheid

21
New cards

hypothese

= Testbare uitspraken die mogelijk specifieke fenomenen in de natuurlijke wereld verklaren

22
New cards

falsifieerbaar

= een theorie, stelling of hypothese op basis van waarnemingen of experimenten als onjuist kan worden aangetoond

23
New cards

experiment

= een zorgvuldig opgezette proef of test om een hypothese te toetsen, een theorie te bewijzen of de effecten van iets te onderzoeken

24
New cards

deductie

= logische redeneermethode waarbij je vanuit algemene stellingen of theorieën (algemeen) tot een specifieke conclusie (bijzonder) komt

25
New cards

data

= Bewijs verzameld om wetenschappelijke onderzoeksvragen te helpen beantwoorden, problemen op te lossen en lacunes in wetenschappelijke kennis op te vullen

26
New cards

The Scopes Trial

Proces tegen de leerkracht John Scopes, die de evolutietheorie onderrichtte

27
New cards

catastrofisme

= Theorie dat er meerdere creaties zijn geweest afgewisseld door grote natuurrampen zoals de overstroming van Noach

28
New cards

biogeografie

= de wetenschap die de ruimtelijke verspreiding van levende organismen (planten, dieren en ecosystemen) op aarde bestudeert, zowel in het heden als in het verleden

29
New cards

nomenclatuur

= een stelsel van vaste regels of een gestructureerde lijst die bepaalt hoe zaken binnen een vakgebied worden benoemd

30
New cards

adaptieve radiatie

= De diversificatie van een voorouderlijke groep organismen in nieuwe vormen die zijn aangepast aan specifieke omgevingsniches

31
New cards

C. Van Schaik

= is een vooraanstaande Nederlandse primatoloog, gedragsbioloog en hoogleraar die een cruciale rol speelt in de biologische antropologie. Zijn werk richt zich op de evolutionaire oorsprong van menselijk gedrag door middel van vergelijkend onderzoek naar primaten en vroege menselijke populaties

32
New cards

Robin Dunbar

Britse antropoloog en evolutiebioloog die vooral bekend is door het introduceren van het "getal van Dunbar" in de jaren 90. Hij stelt dat er een cognitieve grens is aan het aantal mensen (ongeveer 150) waarmee een individu een stabiele, betekenisvolle sociale relatie kan onderhouden

33
New cards

Frans De Waal

= Hij is van betekenis vanwege zijn grensverleggende onderzoek naar het gedrag van apen (chimpansees en bonobo's), waarmee hij aantoonde dat sociaal gedrag zoals empathie, conflictbeheersing en empathie niet uniek menselijk zijn, maar diep geworteld in de evolutie

34
New cards

Robert Sapolsky

= vooraanstaand Amerikaans neurobioloog en primatoloog

  • Hij staat bekend om zijn theorie dat menselijk gedrag volledig wordt bepaald door biologie, hormonen en omgevingsfactoren, waardoor hij de vrije wil als een illusie beschouwt

35
New cards

Diane Fossey

= pionier in primatologie (Gorillas)

36
New cards

Jane Goodall

= pionier in primatologie (Chimps in het GOMBE instituut)

37
New cards

moderne synthese

= Evolutionaire synthese of neo-darwinisme

= Een verenigde evolutietheorie die genetica combineert met natuurlijke selectie. Dit is nog steeds de dominante stroming binnen de evolutiebiologie.

38
New cards

primaten

= Een groep zoogdieren die complex gedrag vertoont, verschillende vormen van voortbeweging kent (suspentie, clambering, knuckle-walking, bipedalisme) en een unieke reeks eigenschappen, waaronder grote hersenen, naar voren gerichte ogen, vingernagels (in plaats van klauwen) en verminderde prograthie (dit wil zeggen het verdwijnen van een snuit, en sterk naar voren gerichte onderkaak).

39
New cards

hominine

= Mensen en mensachtige voorouders

40
New cards

evolutie

= de geleidelijke verandering en ontwikkeling van levensvormen (soorten) over vele generaties, voornamelijk aangedreven door natuurlijke selectie

41
New cards

bio-archeologie

= de wetenschappelijke studie van biologische resten op archeologische vindplaatsen om het leven van mensen in het verleden te reconstrueren

42
New cards

cultureel, linguistisch, archeologie, biologische

‘4-field approach’ (4)

43
New cards

toegepaste

5e soort antropologie

44
New cards

bioculturele antropologie

= biologie produceert cultuur, maar cultuur kan biologie beïnvloeden

  • complexe wisselwerking tussen de biologische eigenschappen en de culturele omgeving van mensen bestudeert

45
New cards

cultuur

= som van de aangeleerde tradities van een groep mensen

46
New cards

culturele antro

(‘4 field approach’)

  • studie van menselijke samenleving

  • vooral in cross-culturele context

  • etnologie (= analyse om patronen en verschillen tussen culturen te begrijpen)

    • nu levende jager-verzamelaars ook mee geëvolueerd (bv gebruik van geweld)

  • etnografie (= gedetailleerd, kwalitatieve beschrijving en studie van 1 specifieke cultuur via deelname en observatie)

47
New cards

etnologie

= analyse om patronen en verschillen tussen culturen te begrijpen

  • nu levende jager-verzamelaars ook mee geëvolueerd (bv gebruik van geweld)

48
New cards

etnografie

= gedetailleerd, kwal besch en studie van 1 spec cul via deelname en observatie

49
New cards

linguistische

(‘4 field approach’)

= studie v (on)geschreven taal, ges en gebrk in culturen

= leert ons hoe taal ontwikkelde

50
New cards

archeologie

(‘4 field approach’)

  • artefacten (stenen vuistbeelden, zwaard,…)

  • materiële cultr (grotschilderingen, SMAK, AI,…)

= wat de mens heeft nagelaten

51
New cards

artefacten

stenen vuistbeelden, zwaard,…

52
New cards

Materiële cultuur

grotschilderingen, SMAK, AI,…

53
New cards

cognitieve psychologie

dingen terug vinden, zegt iets over cogntv capaciteit die maker had

54
New cards

biologische antropologie

= elke wetenschapper die de menselijke soort vanuit evolutionair perspectief bestudeert

55
New cards

paleo, skeletale, paleopatho, prima, menselijke, forensische

biologische antropologie (6)

56
New cards

paleoantropologie

(srt bio antro)

= De studie van de fossiele overblijfselen van voorouderlijke mensachtigen en hun naaste verwanten (primaten).

• Onderzoek begint met veldwerk.

• Studie gebeurt in musea en universitaire labo’s

57
New cards

skeletale biologie

(srt bio antro)

= De studie van het menselijke skelet en de patronen en processen van menselijke groei, fysiologie en ontwikkeling

58
New cards

antropometrici

= Eerste generatie van biologische antropologen.

  • Metingen van het menselijk lich

59
New cards

osteologie

studie van het skelet

60
New cards

paleopathologie

(srt bio antro)

  • Ziekten in oude menselijke populaties (bacteriën en virussen)

  • Menselijke resten in archeologische context

  • Bv: sporen van infecties op botten en schedels

= de wetenschappelijke studie van oude ziekten en fysieke aandoeningen bij mensen en dieren, gebaseerd op onderzoek van fossiele resten, skeletten en mummies

61
New cards

bioarcheologie

= effecten van trauma, epidemien, voedingstekorten en infectie ziekten bestuderen

62
New cards

forensische antropologie

(srt bio antro)

  • Menselijke overblijfselen in legale (forensische) context!

  • Oorlogsmisdrijven (genocide)

  • Moord: Doodsoorzaak en sporenonderzoek (DNA-revolutie in forensische context).

  • Verkrachting (‘rape kit’

= studie v identificatie v skeletresten en van de wijze waarop een ind stierf

63
New cards

primatologie

  • Niet-menselijke primaten en hun anatomie, genetica, gedrag en ecologie

  • beter begrijpen hoe evolutie de menselijke soort heeft gevormd

= de wetenschappelijke studie van primaten, oftewel halfapen, apen en mensapen (inclusief de mens)

64
New cards

sekse

= biol geslacht, dr gameten bepaald

65
New cards

menselijke biologie

(srt bio antro)

  • Menselijke groei en ontwikkeling

  • Adaptatie aan extreme omgevingsomstandigheden

66
New cards

voedingsantropologie

(srt menselijke biologie)

= Studie van de samenhang tussen dieet, cultuur en evolutie: co-evolutie.

  • Variaties tussen individuen en groepen.

67
New cards

voedingsantro, biomedische antro, moleculaire antro

menselijke biologie (3)

68
New cards

biomedische antro

(srt menselijke biologie)

= hoe menselijk cul praktijken de verspreiding v infectieziekten beinvl en effecten van vervuiling, giftige stoffen (lood, drugs,… ) op de menselijke groei (en cognitieve afwijkingen).

69
New cards

moleculaire antropologie

= genetische en moleculaire technieken gebruikt om de evolutie, oorsprong, migratiepatronen en biologische diversiteit van menselijke populaties te bestuderen

  • Genetische benadering van evolutionaire wetenschap:

    • Populaties (ethnische groepen) als genenpoel (gene pool) met kleine allelische variatieerschillen tussen (en binnen) mensen en niet menselijke primaten.

70
New cards

physical antro

= vergelijken de anatomie van niet-menselijke primaten en het beperkt fossielen bestand van mensen en andere primaten

71
New cards

creationisme

= mensen die geloven in lett interpret van scheppingsverhaal

72
New cards

polygenisme

= pleitten vr meervoudig oorsprong van de mensheid

73
New cards

monogenisme

= enkel, goddelijke oorsprong van de mens

74
New cards

taxonomie

  • Zweedse geoloog, zoöloog Carolus Linnaeus (Carl von Linné)

  • Zijn classificatiesysteem (een eeuw voor Darwin) helpt bij herkennen van patronen

  • ‘Systema Naturae’!

  • Sommige soorten zijn nauwer aan elkaar verwant dan andere soorten

= wetenschap vd classificatie en benoemen van levende wezens

= De classificatie van organismen in een systeem dat de mate van verwantschap weergeeft

75
New cards

Comte de Buffon

= verdedigde het idee van biologische verandering

  • merkte op: dr naar nw klimaat, vk veranderen als reactie op nw omgeving (hwl geen idee vn mecht achter verandering)

76
New cards

Georges Cuvier

  • Geen biologische evolutie

  • Steeds nieuwe scheppingen na rampen

  • Catastrofisme (fout)

    • werd aangenomen dat catastrofale rampen eerdere levensvormen hebben weggevaagd

77
New cards

Jean-Baptiste Lamarck

  • beweerde dat alle organismen tijdens leven eigenschappen ku verwerven dr aanpassingen aan de omg en dat die werden doorgegeven

  • hierdoor passen nakomelingen zich beter aan

  • fundamentele fout: dacht evol ver zou ku optreden tijdens het leven v/e ind

78
New cards

Lamarckisme

= overerving van verworven kenmerken

79
New cards

Lysenkoïsme

  • USSR

  • betoogde darwins denken kapitalistisch was in zijn focus a/d ind strijd om te bestaan

  • verwierp ‘kap’ model vd bevolgroei en de eruit vloeiende schaarse middelen

  • = Thomas Malthus

  • bevol exp toenemen,

    • als geen beperkingen werd opgelegd

      • waardoor middelen om de bevol te voeden niet meer volstaan

      • en toename hulpbronnen lineair

80
New cards

Trofim Lysenko

  • campagne vr een Lamarckaans evolutiemodel

  • = stalinstische-marxist

  • bracht nr onlogische extreem niv

  • bewaarden wintertarwekorrels bij lage temp

  • => beschamende en tragische mislukking

  • wet werden verbannen nr concentratie kampen

= vb van hoe pol ideologie kan leiden tot promoten van onjuiste wet thn

81
New cards

James Hutton

  • zag duidelijk bws v vroegere werelden bij oprapen van stukken aarde

  • uniformisme: centrl prin dat vndg nog steeds bestaat

  • geologische processen van vndg = vroeger

  • niet bereid uit te breiden nr levende wereld

82
New cards

Charles Lyell

  • vrstander v univormisme

  • + langzm, gelijk veranderen = manier waarop de fysk wereld in elkaar zit

  • oudere rots-sedimenten → primitievere vorm van leven

  • creationist

  • enorme invld: ond + prominente pos i/d hierar

  • ‘principles of Geology’

83
New cards

Charles Darwin

  • Kleinzoon van Erasmus Darwin (1731-1802), een bekend arts.

  • Botanist en ‘naturalist’.

  • Inspiratie bij ontdekkingsreizen van Alexander von Humboldt.

  • Reis met de HMS Beagle (1831 1836)

  • stud i/d chruch of England

  1. geïsoleerde oceanische eilanden bevatten elementen die nergens anders te vinden zijn, vl nauw verwant

  2. ontbreken vaak hele groepen dieren die op het vaste land wel waren

  3. lijken vk op verwaten v/h vasteland, zelfs wnr de omg sterk verschilt

84
New cards

evolutie, gemeenschappelijke afstamming, vermenigvuldiging vd soorten, gradualisme, natuurlijke selectie

5 onderdelen v/h darwiniaans model

85
New cards

evolutie

(onderdeel v/h darwiniaans model)

  • Descent with modification from common ancestry by require historical processes that did not acts of creation’

  • De wereld is niet constant maar verandert gestaag en levende wezens veranderen in de tijd.

86
New cards

gemeenschappelijke afstamming

(onderdeel v/h darwiniaans model)

= Alle groepen organismen hebben gemeenschappelijke voorouders

87
New cards

vermenigvuldiging vd soorten

(onderdeel v/h darwiniaans model)

= Diversiteit komt voort uit het feit dat soorten zich vermenigvuldigen, ofwel door op te splitsen in dochtersoorten, ofwel door geografische afscheiding waardoor nieuwe soorten ontstaan

88
New cards

gradualisme

(onderdeel v/h darwiniaans model)

  • Evolutie als graduele verandering van populaties

  • Niet door plotse verschijning van nieuwe individuen van een nieuw type

= Darwinistische kijk op langzame, incrementele evolutionaire verandering

89
New cards

natuurlijke selectie

(onderdeel v/h darwiniaans model)

  • vergelijk met een zeef

  • Overvloedige productie van genetische variatie in elke nieuwe generatie

  • Diegenen die overleven, omdat ze gunstig aan de omgeving aangepast zijn, vormen de nieuwe generatie

= differentieel reproductief succes over meerdere generaties en onder de ind van een bep pop

90
New cards

fitness

= bio maat vr reproductief succes

= Gemiddeld aantal nakomelingen van ouders met een bepaald genotype vergeleken met het aantal nakomelingen (die de reproductieve leeftijd bereiken) van ouders met een ander genotype. Er is de eigen genetische fitness en de inclusieve fitness

91
New cards

genetisch overgeerfd, variatie, selectiedruk

basis van natuurlijke selectie (3)

92
New cards

genetische transmissie

= kenmerk moet genetisch overgeërfd worden

93
New cards

selectiedruk

= de omg moet zekere druk uitoefenen op het kenmerk

94
New cards

variatie

= subtiele maar cruciale verschillen tss ind binnen een pop

95
New cards

differentiele reproductie

bep eigenschappen vaker i/d volgende generatie voorkomen

= dat sommige individuen in een populatie meer nakomelingen produceren dan anderen

96
New cards

seksuele selectie

= specfk mech waarbij de kans op vrtplanting dr eigenschappen die niet noozakelijkerwijs de overlevingskansen verbeteren, mr die wel succes i/h aantrekken v/e parnet vergroot

97
New cards

William Paley

  • natuurtheoloog

  • ‘Argument from design’ (‘Watchmaker’)

    • = stel loopt op straat en vind horloge → niem zal over twijfelen dat is gemaakt dr horloge maker

  • Maar: Evolutie als ‘Blind Watchmaker’!

98
New cards

adaptatie

= Geëvolueerde fenotypische eigenschappen die het reproductieve succes van een organisme vergroten

  • Bv: Vleugels

99
New cards

adaptatie id kl evol zin

een genvariant waarvan kan worden aangetoond dat deze de fitness v/e ind i/e specifieke omg verhoogt

100
New cards

biologische plasticiteit

= vermogen v ind om gedurende de levensloop fysiologisch te reageren op veranderen in de omg

  • duidelijke te zien in armere omgn