Genexpressie en eiwittechnieken (HC begrippen)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/357

Last updated 8:31 AM on 4/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

358 Terms

1
New cards

antiparallel

Eigenschap van DNA waarbij de twee strengen in tegengestelde richting lopen: de ene van 5' naar 3' en de andere van 3' naar 5'.

2
New cards

Eigenschap van DNA waarbij de twee strengen in tegengestelde richting lopen: de ene van 5' naar 3' en de andere van 3' naar 5'.

antiparallel

3
New cards

centraal dogma

Model dat beschrijft hoe genetische informatie in de cel wordt doorgegeven: van DNA via RNA naar eiwit.

4
New cards

Model dat beschrijft hoe genetische informatie in de cel wordt doorgegeven: van DNA via RNA naar eiwit.

centraal dogma

5
New cards

chromatine

Complex van DNA en eiwitten (vooral histonen) waaruit chromosomen zijn opgebouwd.

6
New cards

Complex van DNA en eiwitten (vooral histonen) waaruit chromosomen zijn opgebouwd.

chromatine

7
New cards

coding strand (coderende streng)

DNA-streng die dezelfde basenvolgorde heeft als het gevormde mRNA (met T in plaats van U) en niet als matrijs dient bij transcriptie.

8
New cards

DNA-streng die dezelfde basenvolgorde heeft als het gevormde mRNA (met T in plaats van U) en niet als matrijs dient bij transcriptie.

coding strand (coderende streng)

9
New cards

codon

Groep van drie opeenvolgende nucleotiden in mRNA die codeert voor één aminozuur of een stop-signaal.

10
New cards

Groep van drie opeenvolgende nucleotiden in mRNA die codeert voor één aminozuur of een stop-signaal.

codon

11
New cards

condenseren

Het compacter worden van chromatine door het strakker oprollen van DNA rond histonen.

12
New cards

Het compacter worden van chromatine door het strakker oprollen van DNA rond histonen.

condenseren

13
New cards

dNTP

Deoxyribonucleosidetrifosfaat; bouwsteen van DNA waarvan de afsplitsing van fosfaatgroepen energie levert voor DNA-synthese.

14
New cards

Deoxyribonucleosidetrifosfaat; bouwsteen van DNA waarvan de afsplitsing van fosfaatgroepen energie levert voor DNA-synthese.

dNTP

15
New cards

DNA ligase

Enzym dat losse DNA-fragmenten aan elkaar verbindt door fosfodiesterbindingen te vormen, onder andere tussen Okazaki-fragmenten.

16
New cards

Enzym dat losse DNA-fragmenten aan elkaar verbindt door fosfodiesterbindingen te vormen, onder andere tussen Okazaki-fragmenten.

DNA ligase

17
New cards

DNA polymerase

Enzym dat nieuwe DNA-strengen synthetiseert door nucleotiden toe te voegen aan een bestaande streng in 5' → 3'-richting.

18
New cards

Enzym dat nieuwe DNA-strengen synthetiseert door nucleotiden toe te voegen aan een bestaande streng in 5' → 3'-richting.

DNA polymerase

19
New cards

DNA polymerase I

DNA-polymerase dat RNA-primers verwijdert en vervangt door DNA-nucleotiden.

20
New cards

DNA-polymerase dat RNA-primers verwijdert en vervangt door DNA-nucleotiden.

DNA polymerase I

21
New cards

DNA polymerase III

Belangrijkste DNA-polymerase bij DNA-replicatie; verlengt de nieuwe DNA-streng.

22
New cards

Belangrijkste DNA-polymerase bij DNA-replicatie; verlengt de nieuwe DNA-streng.

DNA polymerase III

23
New cards

DNA-replicatie

Proces waarbij DNA wordt verdubbeld, zodat twee identieke DNA-moleculen ontstaan.

24
New cards

Proces waarbij DNA wordt verdubbeld, zodat twee identieke DNA-moleculen ontstaan.

DNA-replicatie

25
New cards

diploïd

Cel met twee sets chromosomen (2n), één afkomstig van de moeder en één van de vader.

26
New cards

Cel met twee sets chromosomen (2n), één afkomstig van de moeder en één van de vader.

diploïd

27
New cards

euchromatine

Minder compact chromatine dat relatief goed toegankelijk is voor transcriptie.

28
New cards

Minder compact chromatine dat relatief goed toegankelijk is voor transcriptie.

euchromatine

29
New cards

exonuclease-activiteit

Eigenschap van sommige enzymen om nucleotiden van het uiteinde van een DNA- of RNA-streng te verwijderen.

30
New cards

Eigenschap van sommige enzymen om nucleotiden van het uiteinde van een DNA- of RNA-streng te verwijderen.

exonuclease-activiteit

31
New cards

fosfodiesterbinding

Binding tussen nucleotiden in een DNA- of RNA-streng, gevormd tussen de fosfaatgroep en de suiker van opeenvolgende nucleotiden.

32
New cards

Binding tussen nucleotiden in een DNA- of RNA-streng, gevormd tussen de fosfaatgroep en de suiker van opeenvolgende nucleotiden.

fosfodiesterbinding

33
New cards

gedegenereerd

Eigenschap van de genetische code waarbij meerdere codons kunnen coderen voor hetzelfde aminozuur.

34
New cards

Eigenschap van de genetische code waarbij meerdere codons kunnen coderen voor hetzelfde aminozuur.

gedegenereerd

35
New cards

gen

DNA-segment dat de genetische informatie bevat voor de synthese van een polypeptide of functioneel RNA.

36
New cards

DNA-segment dat de genetische informatie bevat voor de synthese van een polypeptide of functioneel RNA.

gen

37
New cards

genexpressie

Proces waarbij genetische informatie wordt gebruikt om een functioneel product te maken.

38
New cards

Proces waarbij genetische informatie wordt gebruikt om een functioneel product te maken.

genexpressie

39
New cards

haploïd

Cel met één set chromosomen (n), zoals geslachtscellen.

40
New cards

Cel met één set chromosomen (n), zoals geslachtscellen.

haploïd

41
New cards

helicase

Enzym dat tijdens DNA-replicatie de dubbele DNA-streng ontwindt door waterstofbruggen te verbreken.

42
New cards

Enzym dat tijdens DNA-replicatie de dubbele DNA-streng ontwindt door waterstofbruggen te verbreken.

helicase

43
New cards

heterochromatine

Sterk gecondenseerd chromatine dat meestal niet of nauwelijks wordt getranscribeerd.

44
New cards

Sterk gecondenseerd chromatine dat meestal niet of nauwelijks wordt getranscribeerd.

heterochromatine

45
New cards

histon

Eiwit waaromheen DNA is opgerold; belangrijk voor organisatie en regulatie van DNA.

46
New cards

Eiwit waaromheen DNA is opgerold; belangrijk voor organisatie en regulatie van DNA.

histon

47
New cards

lagging strand

DNA-streng die discontinu wordt gesynthetiseerd in korte stukken (Okazaki-fragmenten).

48
New cards

DNA-streng die discontinu wordt gesynthetiseerd in korte stukken (Okazaki-fragmenten).

lagging strand

49
New cards

leading strand

DNA-streng die continu wordt gesynthetiseerd in de richting van de replicatievork.

50
New cards

DNA-streng die continu wordt gesynthetiseerd in de richting van de replicatievork.

leading strand

51
New cards

mismatch repair

Reparatiemechanisme dat foutief gepaarde nucleotiden corrigeert na replicatie.

52
New cards

Reparatiemechanisme dat foutief gepaarde nucleotiden corrigeert na replicatie.

mismatch repair

53
New cards

mRNA

Messenger-RNA dat de genetische code van DNA naar het ribosoom transporteert.

54
New cards

Messenger-RNA dat de genetische code van DNA naar het ribosoom transporteert.

mRNA

55
New cards

mutageen

Stof of factor die de kans op mutaties vergroot.

56
New cards

Stof of factor die de kans op mutaties vergroot.

mutageen

57
New cards

mutatie

Verandering in de nucleotidevolgorde van het DNA.

58
New cards

Verandering in de nucleotidevolgorde van het DNA.

mutatie

59
New cards

nuclease

Enzym dat nucleïnezuren kan afbreken.

60
New cards

Enzym dat nucleïnezuren kan afbreken.

nuclease

61
New cards

nucleosoom

Structuureenheid van chromatine, bestaande uit DNA rond een histoncomplex.

62
New cards

Structuureenheid van chromatine, bestaande uit DNA rond een histoncomplex.

nucleosoom

63
New cards

nucleotide

Bouwsteen van DNA en RNA, bestaande uit fosfaat, suiker en base.

64
New cards

Bouwsteen van DNA en RNA, bestaande uit fosfaat, suiker en base.

nucleotide

65
New cards

nucleotide excision repair

DNA-reparatiesysteem dat beschadigde segmenten herkent door vormverandering in de helix en vervangt.

66
New cards

DNA-reparatiesysteem dat beschadigde segmenten herkent door vormverandering in de helix en vervangt.

nucleotide excision repair

67
New cards

Okazaki-fragment

Kort DNA-fragment gevormd tijdens synthese van de lagging strand.

68
New cards

Kort DNA-fragment gevormd tijdens synthese van de lagging strand.

Okazaki-fragment

69
New cards

open reading frame (ORF)

Sequentie die begint met startcodon en eindigt met stopcodon.

70
New cards

Sequentie die begint met startcodon en eindigt met stopcodon.

open reading frame (ORF)

71
New cards

origin of replication (ORI)

Specifieke DNA-sequentie waar replicatie start.

72
New cards

Specifieke DNA-sequentie waar replicatie start.

origin of replication (ORI)

73
New cards

polymerase-activiteit

Eigenschap van enzymen om nucleotiden toe te voegen aan een groeiende streng.

74
New cards

Eigenschap van enzymen om nucleotiden toe te voegen aan een groeiende streng.

polymerase-activiteit

75
New cards

pre-mRNA

Eerste RNA-transcript dat nog introns bevat.

76
New cards

Eerste RNA-transcript dat nog introns bevat.

pre-mRNA

77
New cards

primase

Enzym dat RNA-primers synthetiseert voor replicatie.

78
New cards

Enzym dat RNA-primers synthetiseert voor replicatie.

primase

79
New cards

proofreading

Mechanisme waarbij DNA-polymerase fouten herkent en corrigeert.

80
New cards

Mechanisme waarbij DNA-polymerase fouten herkent en corrigeert.

proofreading

81
New cards

purine

Base met dubbele ringstructuur: adenine en guanine.

82
New cards

Base met dubbele ringstructuur: adenine en guanine.

purine

83
New cards

pyrimidine

Base met enkele ringstructuur: cytosine, thymine, uracil.

84
New cards

Base met enkele ringstructuur: cytosine, thymine, uracil.

pyrimidine

85
New cards

reading frame

Manier waarop een sequentie in triplets wordt afgelezen.

86
New cards

Manier waarop een sequentie in triplets wordt afgelezen.

reading frame

87
New cards

RNA primer

Kort RNA-stukje dat startpunt vormt voor DNA-synthese.

88
New cards

Kort RNA-stukje dat startpunt vormt voor DNA-synthese.

RNA primer

89
New cards

semi-conservatief

Replicatie waarbij elke nieuwe streng één oude en één nieuwe bevat.

90
New cards

Replicatie waarbij elke nieuwe streng één oude en één nieuwe bevat.

semi-conservatief

91
New cards

single-stranded binding proteins

Eiwitten die enkelstrengs DNA stabiliseren tijdens replicatie.

92
New cards

Eiwitten die enkelstrengs DNA stabiliseren tijdens replicatie.

single-stranded binding proteins

93
New cards

startcodon

Codon (AUG) dat start van translatie aangeeft.

94
New cards

Codon (AUG) dat start van translatie aangeeft.

startcodon

95
New cards

stopcodon

Codon (UAA, UAG, UGA) dat einde van translatie aangeeft.

96
New cards

Codon (UAA, UAG, UGA) dat einde van translatie aangeeft.

stopcodon

97
New cards

template strand

Streng die als sjabloon dient voor RNA-synthese.

98
New cards

Streng die als sjabloon dient voor RNA-synthese.

template strand

99
New cards

telomeer

Repetitieve sequentie aan chromosoomuiteinden die informatieverlies voorkomt.

100
New cards

Repetitieve sequentie aan chromosoomuiteinden die informatieverlies voorkomt.

telomeer