Kaarten: Kennistest Nederlands - Formele woordenschat | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/396

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:52 PM on 5/25/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

397 Terms

1
New cards

aberratie

afwijking van norm

2
New cards

abominabel

heel slecht, afschuwelijk

3
New cards

absoluut (>< relatief)

beslist, met nadruk, zonder twijfel

4
New cards

abstract

ontastbaar, concreet, figuurlijk, non-figuratief

5
New cards

accidenteel

toevallig, per ongeluk, bijkomstig

6
New cards

accuratesse

nauwkeurigheid

7
New cards

additioneel

toegevoegd

8
New cards

adequaat

geschikt, gepast

9
New cards

analoog

betekenis 1: digitaal

betekenis 2: vergelijkbaar

10
New cards

apert

overduidelijk, onmiskenbaar

11
New cards

appendix

aanhangsel

12
New cards

arbitrair

willekeurig

13
New cards

artificieel

kunstmatig, niet natuurlijk

14
New cards

catastrofaal

rampzalig, noodlottig

15
New cards

categoriaal

indeling in vaste, duidelijke afgebakende categorieën >< schaal

16
New cards

causaal

oorzakelijk, redengevend (causaal verband)

17
New cards

chronisch

langdurig, slepend, acuut, voortdurend, aanhoudend

18
New cards

cognitief

wat kennis en denkvermogen betreft

19
New cards

competent

bekwaam, deskundig, iemand rechtens toekomend

20
New cards

concreet

duidelijk van vorm

21
New cards

consecutief

opeenvolgend, achtereenvolgens

22
New cards

consistent

weerstand biedend (duurzaam, dicht, vast) , zichzelf gelijk blijvend, vrij van innerlijke tegenspraak

23
New cards

contradictie

tegenspraak, tegenstrijdig

24
New cards

convergent

één specifieke oplossing, in één punt samenkomend, op 1 punt gericht

25
New cards

convergentie

het samenkomen, het samenvallen, het samenbrengen

26
New cards

corpus

verzameling teksten voor linguïstisch onderzoek, lichaam

27
New cards

correlatie

relatie, verband (het gecorreleerd zijn van fonemen)

28
New cards

cruciaal

beslissend, doorslaggevend

(een crux uitmakend, moeilijk of niet oplosbaar)

29
New cards

daar (omdat)

temeer, vooral ook

30
New cards

data

= gegevens

31
New cards

deduceren

concluderen, logisch afleiden

32
New cards

derhalve

op die grond, om die reden

33
New cards

descriptief

beschrijvend

34
New cards

digitaal

de gegevens verwerkend en representerend in numerieke vorm,

op of via internet plaatsvindend, in cyberspace

35
New cards

discrepantie

verschil; tegenstrijdigheid, onderlinge afwijking, het uiteenlopen

36
New cards

divergent

uit één punt ontspringend en steeds verder uiteenwijkend, niet tot eindige som, limite naderend

uiteenlopend, strijdig

37
New cards

divergentie

(semantische) scheiding

38
New cards

doch

formeel ter uitdrukking van een beperkende, tegenstellende nevenschikking uit

+/- maar

39
New cards

dominant

overheersend, de overhand hebben , de werking van andere onderdrukkend

40
New cards

dynamisch

de beweging betreffend

41
New cards

enige

(een beetje)

42
New cards

equivalent

gelijkwaardig

43
New cards

evenwel

echter, niettemin

44
New cards

exhaustief

totaal, uitputtend, volledig

45
New cards

expliciet

uitdrukkelijk, duidelijk

met zoveel woorden geuit of zo blijkend dat niets geïmpliceerd of slechts gesuggereerd blijft van wat bedoeld wordt

46
New cards

extrapoleren

op basis van gegevens verwachtingen uitspreken over iets waarvan je geen gegevens hebt

47
New cards

facultatief

niet verplicht, naar keuze

48
New cards

falsificeren

de onjuistheid aantonen van, het weerleggen van eerdere resultaten

49
New cards

focussen

concentreren/richten

50
New cards

frequent

vaak vorkomend, veelvuldig, vaak

51
New cards

gelieve

een beleefd verzoek, wilt u...

52
New cards

geluimd

gehumeurd, gezind

53
New cards

generaliseren

veralgemeniseren; iets specifieks van toepassing verklaren op een groter geheel

54
New cards

geschieden

gebeuren, voorvallen, wedervaren, overkomen, gedaan, verricht worden

55
New cards

gewis

zeker; betrouwbaar

56
New cards

grijze literatuur

Literatuur die niet in gangbare collecties is opgenomen, zoals verslagen, papers op conferenties en dergelijke.

57
New cards

heterogeen

ongelijksoortig, zeer verschillend

58
New cards

hetwelk

(betrekkelijk voornaamwoord)

wat, hetgeen (2), dat

59
New cards

homogeen

gelijksoortig; van dezelfde aard of samenstelling

60
New cards

honoreren

als geldig erkennen, inwilligen

61
New cards

implementeren

invoeren en in gebruik nemen

62
New cards

impliciet

inbegrepen, onuitgesproken, niet nadrukkelijk

63
New cards

incentive

beloning of andere stimulans waarmee je iem. een prikkel geeft om extra zijn best te doen

64
New cards

incidenteel

nu en dan; af en toe, heel soms

65
New cards

indicatie

aanwijziging, juridisch grond van verdenking, medisch aangewezen geneeswijze van een ziekte

66
New cards

innovatief

samenhangend met, gericht op, geïnteresseerd in nieuwigheden

67
New cards

instrueren

onderwijzen, instructie geven, een gedragslijn voorschrijven, juridisch

68
New cards

interactie

= wisselwerking

69
New cards

interdisciplinair

verschillende disciplines onderling betreffend of daaruit gevormd

70
New cards

lacune

ontbrekend gedeelte, leemte, hiaat

71
New cards

latent

onzichtbaar blijvend, verborgen, gebonden,

72
New cards

legitiem

wettig; rechtmatig

73
New cards

lineair

lijnvormig; volgens een rechte lijn

74
New cards

methodologie

leer van de correcte methoden van wetenschappelijk onderzoek (methodeleer, methodiek)

75
New cards

mondiaal

over de hele wereld, de hele wereld betreffend

76
New cards

nopen

noodzaken, dwingen, verouderd steken, opwekken aansporen, brengen (tot)

77
New cards

objectief

feitelijk

78
New cards

omissie

verzuim, nalatigheid, weglating

79
New cards

onderbouwen

beargumenteren, staven

80
New cards

onderhavig

Voorliggend, waar het nu over gaat

81
New cards

ondervangen

opvangen, voorkomen, vernietigen

82
New cards

oneigenlijk gebruik

misbruik, iets voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het eigenlijk bestemd is

83
New cards

ongefundeerd

ongegrond, niet aangetoond

84
New cards

paradoxaal

schijnbaar tegenstrijdig

85
New cards

participeren

deelnemen, meedoen

86
New cards

pendant

tegenhanger

87
New cards

plausibel

geloofwaardig, aannemelijk

88
New cards

pogen

proberen, formeel zich inspannen

89
New cards

poneren

beweren, stellen, veronderstellen

90
New cards

populariseren

vulgariseren, bevattelijk maken voor een groot publiek, behandelen, verstaanbaar maken

91
New cards

pragmatisch

praktisch, nuttig en bruikbaar

92
New cards

premisse

vooronderstelling, voorafgaande of vooropgezette stelling

93
New cards

prescriptief

opleggend, voorschrijvend, verplichtend

94
New cards

preventief

uit voorzorg; voorkomend

95
New cards

rectificeren

verbeteren, rechtzetten,

96
New cards

redigeren

opstellen, formuleren

97
New cards

redundant

meer dan het nodige gevend of bevattend

98
New cards

referentiekader

geheel van gewoonten, regels, normen waarnaar iem. zich richt

99
New cards

referenties

= bronnen bronvermelding

100
New cards

refereren

verwijzen naar, aan