1/18
Deze flashcards dekken de belangrijkste termen en concepten met betrekking tot organische chemische stoffen, eiwitten, sachariden, vetten en ATP.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Eiwitten
Bouwstoffen van levende wezens, opgebouwd uit ketens van aminozuren.
Aminozuren
De bouwstenen van eiwitten; er zijn 20 verschillende in menselijke eiwitten.
Essentiële aminozuren
Aminozuren die uit voeding verkregen moeten worden.
Niet-essentiële aminozuren
Aminozuren die door het lichaam zelf kunnen worden aangemaakt.
Peptidebinding
De binding gevormd tussen aminozuren tijdens de vorming van eiwitten.
Primaire structuur
De opeenvolging van aminozuren in een eiwit.
Secundaire structuur
De regelmatige vorm van de keten door waterstofbruggen, zoals α-helix of β-vouwblad.
Tertiaire structuur
De globale ruimtelijke vorm van een eiwit, beïnvloed door temperatuur en pH.
Quartaire structuur
De structuur wanneer verschillende eiwitten samen verstrengelen.
Sachariden
Belangrijke energiebron, ook bekend als koolhydraten, opgebouwd uit C, H en O.
Monosachariden
Enkelvoudige suikers zoals glucose en fructose, met dezelfde brutoformule (C6H12O6) maar verschillende structuren.
Disachariden
Combinaties van 2 monosachariden, ontstaan door condensatiereactie, zoals maltose en lactose.
Polysachariden
Aaneenschakelingen van vele monosachariden, onoplosbaar in water, zoals zetmeel en cellulose.
Vetten (lipiden)
Opslagvorm van reserves, bestaan uit glycerol en vetzuren, ook bekend als triglyceriden.
Verzadigde vetten
Vetten met enkelvoudige bindingen tussen C-atomen in vetzuren.
Onverzadigde vetten
Vetten die een of meer dubbele bindingen hebben tussen C-atomen.
Fosfolipiden
Vetten met een polaire kop en apolaire staart, vormen de basis van celmembranen.
ATP
Energiedrager in cellen, omgevormd tot ADP bij energieafgifte.
Condensatiereactie
Reactie waarbij water wordt afgesplitst, belangrijk bij de vorming van eiwitten en sachariden.