voc defi 3 examen juni

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/91

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een uitgebreide lijst van Franse woordenschat en uitdrukkingen met hun Nederlandse vertalingen, gericht op kunst, theater en museale terminologie.

Last updated 7:57 PM on 6/22/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

92 Terms

1
New cards

un adepte, une adepte

een aanhanger, aanhangster

2
New cards

l’architecture (f.)

de architectuur

3
New cards

l’art conceptuel (m.)

de conceptuele kunst

4
New cards

l’art contemporain (m.)

de hedendaagse kunst

5
New cards

le cinéma

de filmkunst

6
New cards

un critère de valeur

een waardecriterium

7
New cards

une critique

een recensie, een kritiek

8
New cards

l’esthétique (f.)

de esthetica, de schoonheid

9
New cards

une exposition

een tentoonstelling

10
New cards

un fond

een achtergrond

11
New cards

l’histoire de l’art (f.)

de kunstgeschiedenis

12
New cards

un jugement

een oordeel

13
New cards

la littérature

de literatuur

14
New cards

la lumière

het licht

15
New cards

une œuvre d’art

een kunstwerk

16
New cards

la peinture abstraite

de abstracte schilderkunst

17
New cards

la peinture figurative

de figuratieve schilderkunst

18
New cards

une pièce de théâtre

een toneelstuk

19
New cards

une provocation

een provocatie, iets wat reactie uitlokt

20
New cards

une scène d’ouverture

een openingsscène

21
New cards

une signature

een handtekening

22
New cards

le théâtre

het theater, het toneel

23
New cards

la vanité

de ijdelheid

24
New cards

artificiel, artificielle

kunstmatig

25
New cards

artistique

artistiek

26
New cards

controversé, controversée

controversieel, veelbesproken

27
New cards

esthétique (adj.)

esthetisch

28
New cards

provocateur, provocatrice

provocerend, wat reactie uitlokt

29
New cards

stupéfiant(e)

verbazingwekkend

30
New cards

touchant, touchante

ontroerend

31
New cards

baptiser

dopen

32
New cards

estimer

schatten

33
New cards

exposer

tentoonstellen

34
New cards

juger

beoordelen

35
New cards

signer (de)

ondertekenen (met)

36
New cards

cligner des yeux

met de ogen knipperen

37
New cards

diviser le public

het publiek verdelen

38
New cards

être moqué, moquée

belachelijk gemaakt worden, uitgelachen worden

39
New cards

mesurer … mètres sur …

… op … meter meten

40
New cards

provoquer une réaction

een reactie uitlokken

41
New cards

rendre un judgement

een oordeel vellen

42
New cards

à l’arrière-plan

op de achtergrond

43
New cards

au premier plan

op de voorgrond

44
New cards

un autoportrait

een zelfportret

45
New cards

un chef-d’oeuvre

een meesterwerk

46
New cards

une collection

een collectie

47
New cards

des dégâts (m.)

schade

48
New cards

une foire

een beurs

49
New cards

une perche

een selfiestick

50
New cards

un point commun

een gemeenschappelijk punt

51
New cards

un portrait

een portret

52
New cards

une représentation

een voorstelling

53
New cards

un terrain de jeu

een speelterrein, een speeltuin

54
New cards

une vocation

een roeping

55
New cards

imprudent, imprudente

onvoorzichtig

56
New cards

sombre

somber

57
New cards

dédier à

opdragen aan

58
New cards

inaugurer

inluiden, plechtig openen

59
New cards

incliner

buigen

60
New cards

(se) représenter

(zichzelf) weergeven, voorstellen

61
New cards

se détériorer

verslechteren

62
New cards

capturer un instant

een moment vatten, vastleggen

63
New cards

faire bon ménage

goed samengaan

64
New cards

un achat

een aankoop

65
New cards

une araignée

een spin

66
New cards

une caisse

een kist

67
New cards

un collectionneur, une collectionneuse

een verzamelaar, verzamelaarster

68
New cards

un conservateur, une conservatrice

een conservator, conservatrice

69
New cards

une couche (de protection)

een (bescherm)laag

70
New cards

un donateur, une donatrice

een schenker, schenkster

71
New cards

une donation

een schenking, een donatie

72
New cards

un état (m.)

een staat, een toestand

73
New cards

un homme d’affaires, une femme d’affaires

een zakenman, zakenvrouw

74
New cards

un marchand, une marchande

een handelaar, handelaarster

75
New cards

un mécène, une mécène

een mecenas, een weldoener, weldoenster

76
New cards

une négociation

een onderhandeling

77
New cards

une salle d’exposition

een tentoonstellingsruimte, een showroom

78
New cards

le sous-sol

de kelderverdieping

79
New cards

une trouvaille

een vondst

80
New cards

une vente aux enchères

een veiling

81
New cards

figé, figée

vast, star, wat vastligt

82
New cards

impressionniste

impressionistisch

83
New cards

renommé, renommée

gerenommeerd, beroemd

84
New cards

bosser (fam.)

werken

85
New cards

enrichir

verrijken

86
New cards

financer

financieren

87
New cards

inspecter

inspecteren

88
New cards

prêter

lenen

89
New cards

se réacclimater

zich aanpassen

90
New cards

alors que

terwijl (om een tegenstelling aan te geven)

91
New cards

bosser, travailler dur

hard werken

92
New cards

partir à la chasse

de jacht openen, op zoek gaan naar