1/35
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
realpolitik
Realpolitik is een wijze van politiek bedrijven waarbij op een nuchtere, pragmatische manier de kosten en de baten van een bepaald beleid worden bekeken
Balance of power traditie (BOP-realisten)
1. klassieke realisten
2. neorealisten
3. neoklassieke realisten
onderscheid maken tussen de 3 substromingen is niet altijd makkelijk
klassiek realisten
- na Wereldoorlog 2
- Carr (1939). Twenty Years of crisis 1919-1939
- Zeer diverse groep: o.m. Morgenthau, Carr, Herz, etc...
neorealisten
- vanaf 1980
- structuralisten of structureel-realisten genoemd, systemische analyse staat centraal
- defensief realisme (Waltz)
- offensief realisme (Mearsheimer)
neoklassieke realisten
- na einde koude oorlog
- combinatie van analyseniveau van de staat en systemisch analyseniveau (staat blijft belangrijkst)
- Brooks&Wohlfort, Walt
4 kernbegrippen van BOP-realisten
1. Macht
2. Veiligheidsdilemma
3. Grootmachten en Polariteit
Machtsevenwicht
realisme volgens Donelly
Het realisme benadrukt de beperkingen van de politiek die worden opgelegd door de menselijke natuur en de afwezigheid van een internationale regering. Samen maken ze internationale betrekkingen grotendeels tot een domein van macht en belangen.
basiselementen realisme
- macht staat centraal
- pessimistisch mensbeeld
- veiligheidsdilemma
- orde en dominantie binnen de staat (Hobbes), anarchie buiten de staat
- ideologie speelt geen rol
- nationaal belang en veiligheid staat centraal
- grootmachten zijn bepalend
6 principes van politiek realisme (Morgenthau)
1. Politiek wordt bepaald door objectieve wetten
2. Het belang gedefinieerd als macht is het belangrijkste criterium voor analyse en beleid.
3. Staten worden gedreven door hun belangen. Dit is een universeel gegeven maar deconcrete inhoud van dit belang is cultureel en historisch bepaald. Dit geldt ook voormacht.
4. Politiek realisme is zich bewust van het morele belang van politieke actie, maar ook vande intrinsieke spanning tussen morele principes en succesvol politiek handelen.
5. De visie van één staat is geen algemeen geldende morele wet
6. Politiek realisme is een specifieke benadering, met haar eigen autonomie
machtsconcept van Morgenthau
Hij ziet macht als een relatie waarin een grote kans bestaat dat de ene partij de andere partij zijn wil kan opleggen. Politieke macht is hier meer dan puur militair geweld. Het is een psychologisch gegeven, dat de ene partij een overmacht geeft op de andere. Materiële en immateriële machtsbronnen zijn belangrijk.
neorealisme
- zet zich af van neoliberalisme en klassiek realisme
- klassiek realisme is te begeleidsgericht en te weinig gebaseerd op wetenschap
- aandacht voor polariteit en stabiliteit
- focus op analyseniveau van het systeem
- enkel materiële machtsbronnen zijn belangrijk
kenmerken van het internationaal systeem volgens neorealisten
- Zelfhelpsysteem: Iedere staat zorgt voor zijn eigen veiligheid
- Veiligheidsdilemma: iedereen zoek macht en die macht maakt andere staten onveilig, die op hun beurt macht gaan zoeken
- balancing: staten bouwen tegenmacht op tegen andere staten
- Polariteit: Staten verschillen enkel in hun macht
-Structuur van het systeem wordt bepaald door de machtsverhoudingen, door polariteit (multipolariteit, bipolariteit, unipolariteit) -> bepaalt internal/external balancing
defensief realisme (waltz)
- Staten zoeken vooral veiligheid
‒ Zijn in feite status quo staten (defensief)
‒ Macht is louter een middel om veiligheid te bereiken
- mechanisme van machtsevenwicht
‒ leidt tot balancing en opbouw van tegenmacht
‒ Staten zullen echter ook afzien van opbouw van macht om andere macht niet te provoceren
offensief realisme (Mearsheimer)
5 basisprincipes van Mearsheimer
1. Anarchie
2. Alle grootmachten hebben offensieve militaire capaciteit
3. Staten kunnen nooit zeker zijn van elkaars bedoelingen
4. Overleven is het belangrijkste
5. Focus op grootmachten zijn rationele actoren
- Staten zoeken zo veel mogelijk macht en niet zoveel mogelijk veiligheid want meer macht leidt tot meer veiligheid en meer autonomie
- machtsmaximalisatie: enkel door de grootste te zijn ben je veilig van anderen
- staten streven naar regionale hegemonie
2 soorten macht volgens Mearsheimer
1. latente macht: economische macht (nodig om feitelijke macht op te bouwen)
2. feitelijke macht: militaire macht
stopping power of water
grote waterlichamen verhinderen een wereldhegemonie, de transportkosten maken het veel moeilijker om een land aan de andere kant van de oceaan te controleren.
neoklassiek realisme
Verfijning van het neorealisme: de analyseniveaus
̶ Structuur (polariteit) is belangrijk maar zegt op zich weinig
̶ Systemisch niveau is niet het enige dat buitenlands beleid bepaald
̶ Teruggrijpen naar het individuele & statelijke niveau
-> Beleid van staten kan machtsverhoudingen (polariteit) wijzigen
̶ Perceptie is belangrijker dan feitelijke machtsverhoudingen
Jervis
The security dilemma argument asserts that when one state enhances its security, it inadvertently reduces the security of others. This is not due to misperception or imagined hostility, but to the anarchic nature of international relations.
spiraalmodel
Als ik mij bewapen of andere bedreig zal andere reageren en zich ook bewapenen en dan krijgen we opbod en kans op confrontatie en oorlog verhoogt. Dus beter: toenadering zoeken
afschrikkingsmodel
Als je je niet sterk opstelt dan zal de andere denken dat je zwak staat, en wil hij daarvan profiteren. Dus beter: bewapenen om oorlog te voorkomen
veiligheidsdilemma
Dilemma waarbij staten hun veiligheid proberen te maximaliseren door zich steeds sterker te bewapenen, waardoor een onveilige situatie ontstaat
hoe geraak je uit een veligigheidsdilemma?
̶ Informatie-uitwisseling, vertrouwenwekkende maatregelen (cfr. NAVO-Warschaupact)
̶ Defensieve wapens (moeilijk, om duidelijk verschil te zien tussen defensieve en offensieve)
̶ Gecontroleerd machtsevenwicht (bv. via ontwapening)
̶ Eenzijdige stappen: bv. Gorbatsjov (stop op kernproeven, terugtrekking troepen, etc...)
veiligheidsprobleem
de veiligheid is mogelijks in gevaar door een andere staat. er is onzekerheid of dat die zou aanvallen -> zie finland rusland
polariteit
het aantal grootmachten (polaire machten) in een internationaal systeem (neorealisten en neoklassieke realisten)
-> Structuur van het systeem wordt bepaald door het aantal grootmachten in het systeem, dit zal het veiligheidsdilemma bepalen want veiligheid is veel complexer in een multipolair systeem dan in een unipolair systeem
-neorealisten vinden enkel polaire machten belangrijk
hoe denken neorealisten over polariteit?
̶ Bipolariteit geeft minder aanleiding tot oorlog
‒ Er zijn meer potentiële conflicten als er meer grote spelers zijn
‒ Minder spelers leidt tot duidelijkheid (onzekerheid neemt af)
‒ Bij multipolariteit is het moeilijk om coalities te sluiten (zie napoleontische oorlogen) ook Morgenthau, Deutsch & Singer vinden bipolariteit stabieler
‒ Mearsheimer (2001) : over stabiliteit als kans op oorlog, multipolariteit is instabiel als er een potentiële hegemoon is (onevenwichtige multipolariteit)
- Waltz dacht dat bipolariteit voor een lange tijd zou zijn want het is het meest stabiel (1979)
polarisatie
clusterpolariteit: clusteren van staten in vaste allianties of blokken rond een grootmacht
multipolaristen (na val SU)
̶ o.m, Waltz, Mearsheimer, Layne: doorgaans neorealisten
̶ Unipolariteit is een tijdelijk fenomeen
̶ Machtsevenwicht:
‒ we evolueren automatisch naar multipolariteit of bipolariteit
‒ Systeem zoekt steeds evenwicht en unipolariteit is onevenwichtig
‒ anderen machten zullen zich verzetten tegen VS overwicht
unipolaristen (na val SU)
- vaak neoklassieke realisten
̶ Brooks and Wohlforth (2008 en 2016)*
‒ Overwicht van VS is verpletterend.
‒ Het machtsevenwicht is uitgeschakeld
‒ VS doet in feite wat het wil.
‒ VS kan zijn eigen dominantie bestendigen
- Via beheerst gedrag en internationale instellingen (cfr defensief realisme)
- Via het assertief, unilateraal bevorderen van Amerikaanse waarden (neoconservatives, niet echt realisten)
machtsevenwicht
- Machtsevenwicht is niet stabiliteit, stabiliteit betekent duurzaamheid en conflict ontmijnend bv, Een kaartenhuis is in evenwicht maar is niet stabiel
- Descriptieve definitie: Een situatie met een evenwichtige spreiding van de macht (bipolair of multipolair). Unipolariteit is per definitie onevenwichtig
- Structurele definitie: Inherente tendens in het internationale systeem naar een evenwichtige spreiding van de macht (neorealisten)
balancing
̶ Centraal bij neorealisten en neoklassieke realisten (tendens)
̶ opbouw van tegenmacht tegen een staat die te machtig wordt of al is
- Internal balancing: militaire opbouw, bewapening
- External balancing: vorming van allianties, coalities,
- hard balancing -> militair balanceren, wapenwedloop
- soft balancing -> niet militaire balancing: economische opbouw, diplomatieke steun,
- institutionele balancing: tegenwicht binnen internationale organisaties of nieuw internationale organisaties oprichten -> BRICS
buck passing
op het moment dat Hitler Tsjecho-Slovakije heeft geannexeerd had een land dit moeten veroordelen maar niemand in Europa had daar zin in, de meeste keken naar Rusland en het VK maar deze schoven de kwestie van zich af. Het is dus een falen van samenwerking en communicatie.
unipolariteit volgens Brooks & Wohlfort
̶ Machtsevenwicht is uitgeschakeld
̶ Geen balancing mogelijk wel bandwagoning
̶ Probleem zit bij hun definitie van 'balancing'
‒ Balancing = strikt 'hard balancing', verwerpen belang van 'soft balancing'
‒ Internal balancing, geen external balancing
hedging
een reeks strategieën gericht op het vermijden van een situatie waarin staten niet kunnen beslissen over meer eenvoudige alternatieven zoals balanceren, bandwagoning of neutraliteit. In plaats daarvan cultiveren ze een middenpositie die voorkomt of vermijdt dat ze een kant moeten kiezen ten koste van een andere
dominantietheorieën verschil met BOP
̶ Nadruk op orde in het internationaal systeem (dus geen anarchie)
̶ Er is een functionele differentiatie: leider creëert orde
̶ Machtsevenwicht is niet de stuwende kracht, wel ongelijke economie en technologische ontwikkeling:
-> Opkomende macht daagt hegemoon uit
-> Hegemoon 'overstretch'
-> Dit leidt tot oorlog
Hegemonische stabiliteitstheorie (Kindelberger & Kiplin)
geeft aan dat de kans groter is dat het internationale systeem stabiel blijft wanneer één enkele staat de dominante wereldmacht, of hegemoon, is. Het einde van de hegemonie vermindert dus de stabiliteit van het internationale systeem. Als bewijs voor de stabiliteit van hegemonie wijzen voorstanders van HST vaak op de Pax Britannica en Pax Americana (Britse en Amerikaanse hegemonie), en op de instabiliteit voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog.
machttransitietheorie
̶ Oorlog ontstaat niet door streven naar machtsevenwicht
̶ Hegemoon/dominante macht is die orde schept
̶ Opkomende macht (challenger) is ontevreden met bestaande orde en haar plaats daar in (revisionistische staat), groeit sneller dan de hegemoon en haalt deze in
-> Oorlog breekt uit als ze ongeveer even machtig zijn
Wat is macht?
‒ Interne stabiliteit, gezag, belastingsinning, etc
‒ Bevolking (capita)
Technologische ontwikkelingen (BBP/capita)