1/17
orthopedagogiek
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Kerntaken van een praktijkgerichte orthopedagoog
je hebt contact met meerdere principes en waardesystemen: cliënt, familie, organisatie, wetgeving, maatschappelijke normen
op basis van dat contract bepaal je de ondersteuning: wat is nodig, haalbaar en ethisch verantwoord?
Belangrijke uitgangspunten van de kerntaken van een praktijkgerichte orthopedagoog
Dé oplossing bestaat niet
kennis van principes, waarden, normen en kaders is noodzakelijk om een doordachte keuze te maken
Kiezen is onvermijdelijk
Expliciteren: maak je keuze en argumentatie zichtbaar (voor cliënt, collega’s en netwerk)
…
Ad Van Gennep
kritische orthopedagogiek
nadruk op invloed sociale factoren
→ sociale factoren liggen aan de basis van gedrags-, ontwikkelings- of leerproblemen
orthopedagoog moet sociale factoren bloot leggen
belang van emancipatie — versterking
Visie ten opzichte van mensen met een beperking is verdeeld in 3 paradigma’s
Wat is een paradigma?
= geheel van wetenschappelijke bevindingen die op een bepaald moment als maatgevend worden beschouwd
gemeenschappelijk gedachtengoed dat ons denken en handelen richting geeft
hangt samen met waarden en normen die op dat moment circuleren
beeldvorming voortdurend beïnvloed door wetenschappelijke inzichten en maatschappelijke veranderingen
Paradigma’s volgens Van Gennep
Defectparadigma
focus op verschillen tussen mensen (met en zonder beperking)
klemtoon op defecten/tekorten
Ontwikkelingsparadigma
focus op leren en ontwikkelen
belang van gelijkwaardige levensstandaard
aanleren van gepaste gedragingen en vaardigheden om deel te kunnen uitmaken van de maatschappij
(iedereen is bekwaam om verder te ontwikkelen)
Burgerschapsparadigma
persoon met een beperking wordt gezien als mens, als burger
volwaardige burgers met rechten en plichten in de samenleving

Exclusie
personen met een beperking liggen volledig buiten de samenleving
hebben geen rechten en plichten
nemen niet deel aan het dagelijks leven

Segregatie
het leven van kinderen met een beperking = op het terrein van de instelling= het instellingsleven afgezonderd van de gewone samenleving
Tegenreactie: hebben kinderen met een beperking geen recht op een betere sociale positie?
Gevolg: leefomstandigheden en leefpatronen zo dicht mogelijk aansluitend bij omstandigheden van anderen in de samenleving → normalisatie
richtlijnen = wat gebruikelijk en normaal is
ontstaan dag-, week- en jaarritme
kleinere leegroepen
gemengde groepen
aparte werkruimten

Integratie
reactie tegen segregatietendens
‘tot 1 geheel maken van delen’
integreren in de samenleving= alle aspecten van het dagelijks leven
plaats voor iedereen in de samenleving = openstaan voor anderen
erkennen van het anders zijn
dezelfde levenservaringen opdoen IN de samenleving
bevorderen zelfstandigheid door het zorgen voor aangepaste hulp
aparte positie van personen met een beperking
‘je mag meedoen, maar je met zelf de drempels wegkrijgen’

Inclusie
kwaliteit van bestaan
keuze en controle
empowerment
volwaardig burgerschap
Uitgangspunten inclusie
voor ALLE mensen
beleving van kwaliteit van bestaan: in behoeften voorzien + verrijking belangrijke levensgebieden
objectieve en subjectieve componenten
uitgangspunten = persoonlijke behoeften, regie en keuzes
beïnvloed door factoren uit nabije en macro-omgeving
Kernelementen inclusie (8 domeinen Shalock & Verdugo)
persoonlijke ontplooiing: dingen leren, ervaring opdoen, nieuwe dingen, ondernemen
eigen regie: eigen keuzes maken, regie over het eigen leven
interpersoonlijke relaties: het opbouwen en onderhouden van relaties met anderen, zowel in aantal als in kwaliteit van de relatie
sociale inclusie: deelnemen een een bijdrage leveren aan de samenleving
rechten: rechten, plichten, burgerschap, privacy
lichamelijk welbevinden; gezondheid, zorg, ontspanning, ADL (=algemeen dagelijkse levensinrichtingen, zoals eten, drinken, slapen)
emotioneel welbevinden: positief zelfbeeld, tevredenheid, geen stress, veiligheid
materieel welbevinden: materiaal welzijn, sociaaleconomische status, eigendom, werk, bezittingen
3 factoren en 8 domeinen, wie? wat?
Shalock & Verdugo

Hoe meet je de kwaliteit van bestaan?
Personal Outcome Scale (POS)
vragenlijst met 48 vragen over alle domeinen van kwaliteit van bestaan
Duur: anderhalf uur (gestructureerd interview)
Doel: kwaliteit van leven verbeteren op verschillende niveaus - ruime informatie (individu, team, locatie, organisatie) - ondersteunend
POS levert verbeterinformatie (wat kan anders?)
voor verschillende doelgroepen
Kritische reflectie op POS
Hindernissen bij een kaart brengen van kwaliteit van bestaan:
veel verschillende doelgroepen
aangepast taalgebruik/aangepaste vormen voor alle doelgroepen
professionaliteit van de afnemer
universeel begrip? cultuursensitieve vragen?
wat met cliënten met een zwaardere ondersteuningsvraag?
kernelementen van inclusie: keuze en controle
zelf kiezen
zelf handelen
keuze relatie aangaan
controle eigen bestaan
aandacht voor aangeleerde hulpeloosheid
kernelementen inclusie: volwaardig burgerschap

3 luiken van volwaardig burgerschap

Wat is empowerment?
het vertrekken vanuit de krachten en de talenten van je cliënt, zodanig dat die eigen regie heeft