1/8
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Sociaal werk vs sociologie
Sociaal werk = activistischer + handelingsgericht
Niet enkel kijken, maar ook iets doen (of bewust niet doen)
Er is altijd vraag naar een handelingsperspectief
Sociaal-ruimtelijke organisatie
Onderzoekt hoe sociale verhoudingen tussen mensen beïnvloed/ bepaalt worden door ruimtelijke en architecturale omstandigheden, en omgekeerd. Het gaat om de wisselwerking tussen hoe mensen met elkaar omgaan (sociale verhoudingen) en hoe de ruimte waarin ze leven is georganiseerd (ruimtelijke/ architecturale omstandigheden)
Ze werken zeer vaak met mensen die ruimtelijk geïsoleerd zijn, zoals de wijk aan de watersportbaan die afgezonderd is & de psychiatrie
Ook werken ze vaak met mensen die zich niet talig uitdrukken
Gebruiken lichaam/ ruimte om iets te zeggen (bv weglopen)
Taal is te zwaar belast, vooral bij daklozen (ze verliezen de mogelijkheid om zich verbaal uit te drukken wanneer het belangrijk wordt, ze kunnen nog wel zeveren met u, maar wanneer het serieus wordt lukt het ni meer.)
Ruimtegebruik = expressie
Belangrijk om te kijken hoe ze de ruimte gebruiken
Housing pathways
België = het land van de eigenaars
Vraag: Wie is er geboren in ouderlijk huis dat van 1 of beide ouders is? → veel studenten maar als je dit vraagt in Nederland of Duitsland zal dit veel minder zijn
Bij geboorte: ouderlijke woning in eigendom van ouders
Suburtbaan geleden
Landelijk ideaal
Studeren is belangrijk: op kot in de stad
Weekdagen in de stad, pendelen naar huis in het weekend
Ontdekken van stadsleven → ‘er is meer te doen, veel café’s,…’
Verder studeren/de liefde/ eerste werkervaring
Gehuurd samen wonen in de stad: studio/appartement of huis delen
Genieten van stadsleven
Starten met een gezin vs beperkingen van het stadsleven (mobiliteit is druk en moeilijk)
Groepsdruk
Eigenaarsideaal vs ‘huren is weggegooid geld’
Terug naar die roots, de grote imitatie
Landelijk gelegen woning verwerven (kopen/bouwen)
Ouders schieten te hulp (zowel financieel als in huishouden)
Eerste kind → toch druk in het stadsleven o Gendergelijkheid? Vaak in functie van man zijn werk wonen
Lisière
= tussenstuk tussen bos en gewassen. Jongeren verblijven vooral, net zoals de dieren in de Lisière, het liefst tussen 2 plekken. In de schaduw van iets anders
Er zijn vaak veel blikken gericht op jongeren in psychiatrie. Het is waardevol als die blik er even niet is. Ze hebben ook nood aan gewone, niet-zorgmomenten, waarin ze even niet centraal staan.
Bv: een muziekfestival organiseren. “Groot” probleem: geen keuken.
Maar jongeren denken graag mee, lossen dingen op → niet het efficiëntst, wel plezant & werkt goed, net omdat het niet over henzelf of hun therapie gaat.
Het gevoel: “gij helpt mij, niet omgekeerd” werkt krachtig
Ze komen naar het festival, vinden het niet altijd makkelijk, maar veel ervan is van hen. Ze doen alsof er geen psychiatrie is → dat werkt!
Goede problemen worden gezocht en doorgegeven aan jongeren om op te lossen. Sommige jongeren doen net meer uit zichzelf als je niks afspreekt dan als je wel iets afspreekt, een omweg werkt vaak beter dan een rechtstreekse aanpak
Guislain (niet de persoon, de instelling)
Het was heel mooi en buiten de vieze stad, cute plannetje me tuin enzo
Het was bedoeld voor ‘les hommes aliénés’ (vervreemd) – mannen met psychische problemen, armoede of mentale beperking – die samen een zelfvoorzienende gemeenschap vormden (eigen eten, eigen munt, zelfs een leger)
Tot in 20ste eeuw: instellingsmunt → een eigen munt voor de instelling
De morele behandeling (filosofie): het geloof dat we mensen die psychisch lijden kunnen helpen en genezen door hen een rustige en mooie omgeving te bieden, alles afgestemd op de zintuigen (licht, geluid, …) om hen te helpen
Alles was gericht op rust, natuur, licht, en veiligheid: mooie gebouwen, veel tuinen, ramen zonder tralies maar wel veilig
Ruimtelijk onderscheid tussen patiënten
1ste tuin (vooraan): intelligente, zachtmoedige mannen (dus verstandelijk niet beperkt en braaf)
2e tuin (daarachter): niet intelligent, maar zachtmoedig
Boog helemaal achteraan: niet intelligent, niet zachtaardig
Werden daar opgesloten en gefixeerd
Donkerste stuk van de psychiatrie → werd berenkoer genoemd (“waar beren en leeuwen getemd werden”)
Actief tot in de jaren ‘90
Guislain was meer dan behandeling: het was een gesloten leefgemeenschap waar patiënten vaak voor altijd bleven wonen en werken (bv. telefoon opnemen, koken, slachten)
De psychiatrie bood ook huisvestiging → je werd dus niet enkel behandeld en genezen (als het kon), maar je verbleef er ook voor de rest van je leven
Guislain (de instelling) vandaag de dag
Verschillen met vroeger
Geen helder symmetrisch grondplan meer
Niet meer in groene velden buiten de stad, maar in een dichtbevolkte wijk met weinig open ruimte en weinig tuinen → geen rustige plek buiten de stad meer
Oneindig veel ingangen → doolhof
Psychiatrie (afdelingen), museum (dat ooit ontstaan is vanuit de psychiatrie) en bloemekeswijk zijn totaal uit elkaar gegroeid → deel van het actieonderzoek is hierover nadenken
Mensen in het museum weten ni wat er in de psychiatrie gebeurt, mensen uit de psychiatrie komen nooit naar museum en de bloemekeswijk weet van niks
De wijk is bevolkt door veel mensen met een migratieachtergrond, waar psychiatrische zorg anders begrepen word
Er werken vooral witte mannen me een diploma (vroeger groot en sterk, nu diploma)
Professionaliseren betekent ook specialiseren, en dat zorgt voor meer afstand tussen die verschillende domeinen
Guislain (de instelling) 5 problemen met de nieuwbouw
Jongeren op site, zagen veel mensen niet zitten:
Veel patiënten & mensen die in de site werkten zagen het niet zitten dat er jongeren & kinderen zouden komen. Er waren er lang geen, al zeker geen met een verstandelijke beperking. Het werd gepercipieerd als ‘last’. Veel twijfel en wantrouwen naar het idee
Buren:
Rechtsboven in de hoek is er een nieuw bouwproject geweest in de bloemekeswijk, vlak aan de site. Er werd hun gezegd dat het altijd een park zou blijven. Maar werd nu een reusachtige bouwput. Ze wonen nu naast 5 leefgroepen die luid zijn)
Institutioneel is het ziekenhuis blijven redeneren als een eiland (ligt ver buiten de stad), maar dat is niet meer zo. “wij zijn het Guislain, met de rest van de stad hebben we niks te maken” → deze houding is niet langer vol te houden – deze soort problematieken moeten verholpen worden
Circulatie:
Afdeling voor minderjarigen op een site waar ook volwassenen zijn. Hiervoor heb je wettelijk een andere ingang nodig (aparte circulatie volwassenen en minderjarigen) → Volwassenen & minderjarigen mogen niet mengen.
Bv. door slachtoffers en plegers van misbruik
Sommigen zeiden: iedereen op eigen afdeling, maar onmogelijk
Geweld door regimeconflicten (escalatie) – jongeren in crisis moeten kunnen weglopen
Hoge poort die op slot gaat, maar kinderen die erover kunnen als bal wegvliegt lijkt beste oplossing)
Doorwaadbaarheid:
De stad Gent vindt dat er te weinig groen zichtbaar is in de Bloemekeswijk. Van bovenaf zie je maar twee groene eilanden: de Westerbegraafplaats en de psychiatriesite. Die moeten toegankelijk worden voor de buurt, maar dat is symbolisch niet evident (je loopt niet zomaar op een begraafplaats of psychiatrie rond).
De site moet dus “doorwaadbaar” zijn – je ziet bruine lijnen door het terrein lopen.
Wettelijk is doorwaadbaarheid nodig om nog vergunningen te krijgen, maar niemand weet goed wat dat betekent (mag je er wandelen, feestje bouwen, hond uitlaten?
Een extra probleem is dat er een dagkliniek ligt aan het groene stuk, waar mensen overdag komen zonder dat familie dit altijd weet. Anonimiteit en rust van patiënten kunnen daardoor in gevaar komen.
De vraag blijft: hoe maak je de psychiatrie open voor de buurt zonder de privacy van de mensen daar te schenden?
Te weinig ruimte in de nieuwbouw:
Mistelt met de lokalen
Kinderen hebben nog steeds leerplicht, moeten nog steeds kunnen leren → er is een eigen ziekenhuisschool in de psychiatrie
Is geen gewone school: vaak 1-op-1 onderwijs, speciale projecten,…
Dat is geen normale school en dat lukt ook niet. (mensen met mentale beperking)
Goffman
Dramaturgie van het dagelijks leven
Je sociale identiteit is meerlagig
De symbolische scène en ruimtelijke omstandigheden die ons ondersteunen om deze sociale rollen te vervullen
Sociale identiteit bestaat uit verschillende identiteiten en rollen
We kunnen makkelijk wisselen tussen die rollen + die rollen lopen niet teveel door elkaar
Meer dan privacy
Façadegebieden werken niet meer (bij sociale huisvestiging, maar ook daklozen)
Iedereen weet dat we teveel weten van elkaar: “iedereen ziet mij altijd, en toch ben ik niemand”
Heel moeilijk om te ontsnappen aan de 1-dimensionele rol die je hebt (moeilijk om nog vader,.. te zijn)
Geldt ook voor mensen die heel dicht op elkaar wonen → ze weten te veel van elkaar
Ook hier verliezen mensen façadegebied → ze kunnen niet meer bepaalde dingen weghouden of zich tonen hoe ze willen
Mensen gaan kapot als ze alleen maar één ding kunnen zijn: bv een problematische patiënt (en geen moeder,… meer)
Fioretti
Gebruiksvoorwerpen in de psychiatrie (zoals timers als straf) doen mensen zich gestoord of slecht voelen. Ze maken vervreemding groter. Zelfs goedbedoelde voorschriften vergroten het gevoel van vervreemding.
De professionele omgeving botst met de woonomgeving: mensen verblijven, maar wonen er niet – ook al zijn ze er maanden. Die woonervaring doet er nochtans toe.
Eten, samen zijn en dagelijkse dingen verdwijnen of worden strak gepland (bv. enkel op maandag tussen 11u–13u kookuurtje).
Psychiatrische ziekenhuizen lijken steeds meer op reguliere ziekenhuizen, waarbij de sociale dimensie van samenleven verdwijnt – en dat is problematisch.