Dierindustrie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/29

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:52 PM on 7/25/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

30 Terms

1
New cards

Hoeveel proefdieren werden er in 2011 gebruikt in de EU en welke soorten waren het meest gebruikt?

In 2011 werden 11,5 miljoen proefdieren gebruikt in de EU. Ongeveer 60% hiervan waren muizen, gevolgd door vissen (20%)

2
New cards

Welk percentage van proefdieren wordt gebruikt voor regulatorische testen, en hoe ernstig zijn deze testen?

Ongeveer 25% van de proefdieren wordt gebruikt voor regulatorische testen. Dit zijn vaak de meest ernstige testen, met veel in de categorie SV4 (severe).

3
New cards

Wat betekent SV1 tot SV4 in de context van proefdiergebruik?

SV1 = terminale proeven (geen lijden), SV2 = beperkt, SV3 = matig, SV4 = ernstig. SV4-testen veroorzaken het meeste lijden bij dieren.

4
New cards

Welke dieren vallen onder de definitie van proefdieren volgens de wetgeving?

Levende niet-menselijke gewervelde dieren, inclusief zelfstandig voedende larvale vormen, foetale vormen in het laatste derde van de ontwikkeling en levende koppotigen. Invertebraten vallen hierbuiten

5
New cards

Wat is het 3V-principe in proefdieronderzoek?

Vervangen (alternatieve methodes gebruiken), Verminderen (minder dieren gebruiken), Verfijnen (lijden beperken).

6
New cards

Wat is het paradoxale aan de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven?

Om aan te tonen dat een alternatieve methode even goed werkt als een dierproef, zijn veel dierproeven nodig. Dat maakt het proces traag en complex.

7
New cards

Wat zijn voorbeelden van alternatieve methodes voor dierproeven?

In silico (computer), in chemico (chemisch), in vitro (microscopisch), en in vivo met invertebraten of embryo’s.

8
New cards

Wat zijn GGO’s en welke technieken worden gebruikt om ze te maken?

Genetisch gemodificeerde organismen zijn organismen met ingebracht exogeen DNA. Technieken: bacteriële overdracht, DNA-schiettechniek (wolfraam), en CRISPR-Cas genome editing.

9
New cards

Wat is het verschil tussen mutatie breeding en GGO's?

Mutatie breeding verhoogt de mutatiefrequentie met straling of chemicaliën zonder gericht DNA in te brengen. Het is geen GGO-techniek. GGO's worden bewust genetisch aangepast.

10
New cards

Wat is het verschil in wetgeving tussen NGT 1 en NGT 2 planten in de EU?

NGT 1 planten (zoals CRISPR) worden gelijkgesteld aan mutatie breeding en vallen buiten de GGO-wetgeving. NGT 2 planten vallen er wél onder. Beide categorieën moeten gelabeld worden

11
New cards

Wat zijn de vier belangrijkste GGO-gewassen wereldwijd?

Maïs, sojabonen, katoen en koolzaad. Ze worden vaak gebruikt als voedsel én als diervoeder

12
New cards

Wat zijn de drie stappen in de milieurisicobeoordeling van GGO’s door EFSA?

1) Beoordeling moleculaire karakterisatie, 2) Beoordeling voedselveiligheid (autorisatie voedselketen), 3) Milieurisicobeoordeling (autorisatie teelt op EU-akker).

13
New cards

Wat is een HT-gewas en hoe werkt het?

HT = herbicide tolerant. Het gewas bevat een bacterieel gen dat een enzym produceert dat ongevoelig is voor glyfosaat (Roundup), waardoor het gewas overleeft bij gebruik van herbiciden

14
New cards

Wat is het werkingsmechanisme van glyfosaat in normale planten?

Glyfosaat remt het enzym 5-enolpyruvylshikimate-3-fosfaat synthase, betrokken bij de biosynthese van aromatische aminozuren (zoals tryptofaan en fenylalanine).

15
New cards

Wat zijn de nadelen van HT-gewassen?

Ontwikkeling van herbicidetolerantie bij onkruid, risico op horizontale gentransfer, mengseltoxiciteit van hulpstoffen in Roundup wordt niet beoordeeld

16
New cards

Wat zijn de drie overwegingen bij milieurisicobeoordeling van HT-gewassen?

1) Rechtstreekse genetische effecten op het milieu, 2) Risico’s van het actieve herbicide, 3) Toedieningswijze van het herbicide

17
New cards

Wat zijn Bt-gewassen en hoe werken ze?

ze bevatten een gen uit Bacillus thuringiensis dat codeert voor een cry-toxine. Dit toxine beschadigt het darmepitheel van insecten, wat leidt tot sterfte. Ze hebben dus geen externe insecticiden nodig.

18
New cards

Wat is RNA-interferentie (RNAi) en hoe wordt het toegepast in GGO’s?

RNAi is het gebruik van microRNA dat complementair is aan mRNA van een doelgen. Dit kan genexpressie onderdrukken. Door dit microRNA in planten in te brengen, kunnen planten hun eigen genen uitschakelen.

19
New cards

Wat zijn de belangrijkste voordelen van GGO’s?

Hogere opbrengst, minder verspilling, lagere kosten, langere bewaartijd, stresstolerantie, en mogelijk geschikt voor biobrandstofproductie.

20
New cards

Wat zijn de belangrijkste zorgen over GGO’s?

Milieu- en gezondheidsrisico’s, ethische bezwaren, eigendomsrechten bij grote bedrijven, ongelijke toegang, en labeling (>0,9% GGO verplicht

21
New cards

Wat is de neolithische revolutie en waarom is deze belangrijk voor landbouw?

De neolithische revolutie markeert het begin van de landbouw, ongeveer 10.000 jaar geleden. Door klimaatverandering in het Midden-Oosten vestigden mensen zich rond vruchtbare gebieden (Vruchtbare Sikkel), wat leidde tot landbouw en veeteelt.

22
New cards

Hoe ontstond de industriële veeteelt en wat was de oorzaak?

De industriële veeteelt ontstond 140 jaar geleden na de landbouwcrisis door goedkope graanimport uit de VS. Europese boeren moesten overschakelen op efficiëntere productie via industrialisatie.

23
New cards

Wat was het effect van de wereldoorlogen op de veeteelt in Europa?

Tijdens WOI en WOII was er hongersnood door importproblemen. Dit leidde tot een reflex van zelfvoorziening, met name in de productie van varkens, runderen en pluimvee.

24
New cards

Wat zijn de trends in wereldwijde vleesproductie en consumptie?

Vleesproductie stijgt wereldwijd, vooral bij gevogelte. Rijkere landen consumeren 3× meer vlees dan ontwikkelingslanden. Door bevolkingsgroei en economische ontwikkeling zal consumptie blijven toenemen

25
New cards

Hoe draagt vleesproductie bij aan methaanuitstoot en het broeikaseffect?

Methaan (CH₄) is 25× krachtiger dan CO₂ en ontstaat door fermentatie van plantaardig materiaal in herkauwers. Herkauwers zijn verantwoordelijk voor 35% van de antropogene methaanuitstoot.

26
New cards

Wat is lachgas (N₂O) en hoe ontstaat het in de veeteelt?

N₂O ontstaat door nitrificatie van NH₄ in de bodem bij mestafbraak. Het is 310× krachtiger dan CO₂ en draagt sterk bij aan het broeikaseffect, ondanks lage absolute hoeveelheden."

27
New cards

Wat zijn de gevolgen van mestoverschotten bij intensieve veeteelt?

Mestoverschotten veroorzaken eutrofiëring (biodiversiteitsverlies door nitraat/fosfaat) en verzuring (ammoniak → salpeterzuur), wat bodemkwaliteit en plantengroei aantast

28
New cards

Wat is het stikstofdecreet dat op 24 januari 2024 werd goedgekeurd in Vlaanderen?

Rode (piek)bedrijven mogen blijven mits aanpassingen, landbouw wordt strenger beoordeeld dan industrie. Extern salderen en subsidies mogelijk. Herziening in 2030 voorzien.

29
New cards

Hoeveel water kost het om 100 g rundvlees te produceren?

Ongeveer 25.000 liter water. Dit omvat 'actual' water (voor stallen en drinken) en 'virtual' water (voor voederproductie en landgebruik)

30
New cards

Wat zijn indirecte milieueffecten van vleesproductie?

Ontbossing en landgebruik voor veevoer, GGO's en pesticidengebruik, transport van vee en vlees, sociale impact in ontwikkelingslanden, en inefficiënt gebruik van voedingsgewassen (80% bruikbaar voor mens)