Bedrijfseconomie - Resultaat & Investeren

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/72

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

73 Terms

1
New cards
Cashflow / kasstroom
Nettowinst + afschrijvingen
2
New cards
Consumptie
Kopen van goederen of diensten door een consument met als doel behoeftebevrediging.
3
New cards
Gevoeligheidsanalyse
Analyse die laat zien hoe de afhankelijke variabel (NCW) reageert op een procentuele verandering in een van de bepalende variabelen (l, r, CF, lengte reeks)
4
New cards
Investeren
Kopen van activa (bezittingen) door een ondernemer met als doel het behalen van winst via de productie van goederen en diensten.
5
New cards
Investeringsselectie
Het kiezen uit meerdere investeringen op grond van een bepaald selectiecriterium.
6
New cards
Immateriële vaste activa
Vaste activa die niet tastbaar zijn, zoals geactiveerde kosten (oprichtingskosten, emissiekosten, ontwikkelingskosten), goodwill, concessies, milieurechten, vergunningen, etc.
7
New cards
Materiële vaste activa
Vaste activa die tastbaar zijn, zoals: gebouwen, machines, auto's, etc.
8
New cards
Netto contante waarde methode
Methode waarbij men de investering kiest met de hoogste netto contante waarde. De netto contante waarde is het verschil tussen de contante waarde van alle toekomstige positieve kasstromen en het bedrag van de investeringsuitgave.
9
New cards
Terugverdienperiode
De periode waarin de investering zichzelf terugverdient via positieve kasstromen die voortvloeien uit de toekomstige opbrengsten die de investering voortbrengt.
10
New cards
Uitbreidingsinvestering
Het aanschaffen van extra productiemiddelen.
11
New cards
Vervangingsinvestering
Het aanschaffen van een nieuw productiemiddel ter vervanging van een oud versleten productiemiddel.
12
New cards
Actuele waarde
De prijs die op het waarderingsmoment van toepassing is.
13
New cards
Bedrijfswaarde
De opbrengst die met het bedrijfsmiddel kan worden bereikt door dit nog in te zetten bij de productie.
14
New cards
Boekwaarde
Aanschaffingsprijs (van activum) - afgeschreven bedrag.
15
New cards
Contante waarde
Waarde van schuld verdisconteerd tegen het dan geldende interestpercentage.
16
New cards
Continuïteitsbeginsel
De waardering van activa en het vreemd vermogen moet gezien worden binnen het kader van de bedrijfsvoering en dus niet tegen de prijs die ze op het moment van waardering bezitten.
17
New cards
Fifomethode
Voorraadsysteem waarbij de voorraden gewaardeerd worden tegen historische prijzen en waarbij de goederen die het eerst zijn ingekocht (first in) ook het eerst verkocht worden (first out). Dat betekent dat bij de bepaling van de inkoopwaarde van de verkopen men eerst de inkoopprijs neemt van de oudste partij goederen daarna inkoopprijs van de op een na oudste partij etc.
18
New cards
Historische kostenmethode
De prijs waarvoor activum is ingekocht (verkrijgingsprijs) dan wel vervaardigd is (vervaardigingsprijs).
19
New cards
Lifo-methode
Voorraadsysteem waarbij de voorraden gewaardeerd worden tegen historische prijzen en waarbij de goederen die het laatst zijn ingekocht (last in) het eerst verkocht worden (first out). Dat betekent dat bij de bepaling van de inkoopwaarde van de verkopen men eerst de inkoopprijs neemt van de jongste partij goederen daarna inkoopprijs van de op een na jongste partij etc.
20
New cards
Liquidatiewaarde
De waarde bij liquidatie (opheffing) van de onderneming.
21
New cards
Minimumwaarderingsregel
Het waarderen van de activa tegen de laagste waarde.
22
New cards
Nominale waarde
Van een schuld is geldbedrag dat op dat moment nog terug betaald moet worden.
23
New cards
Opbrengstwaarde
Waarde dat een activum kan opleveren door verkoop (direct).
24
New cards
Prijsverschil
Vaste verrekenprijs - werkelijke inkoopprijs (incl. inkoopkosten). Als VVP > werkelijke inkoopprijs --> positief. || Verschillen in verwachte en werkelijke prijzen in bepaalde periode.
25
New cards
Vaste verrekenprijs
Geschatte inkoopprijs (incl. inkoopkosten) voor komend jaar.
26
New cards
Verkrijgingsprijs
Inkoopprijs incl. bijkomende kosten die voor het activum (in verleden) is betaald.
27
New cards
Vervaardigingsprijs
Omvat alle kosten (direct & indirect) die gemaakt zijn om het product te maken.
28
New cards
Vervangingsprijs
Prijs die bij vervanging van activum door gelijkwaardig activum op dat moment moet worden betaald.
29
New cards
Afval
Onvermijdbaar verlies van grondstoffen bij productie.
30
New cards
Arbeidsuurtarief
Tarief of kosten per gewerkt uur.
31
New cards
Categoriale kostenverdeling
Indelen van kosten naar soort, waarbij het gebruik of verbruik van bepaald soort productiemiddel de indeling bepaalt.
32
New cards
Complementaire kosten
Alle kosten die samenhangen met een duurzaam productiemiddel met uitzondering van afschrijvingskosten en interestkosten (=leasekosten).
33
New cards
Constante kosten / vaste kosten
Kosten die binnen bepaalde grenzen niet veranderen bij toename / afname van productie en/of verkoop.
34
New cards
Factuurtarief
Tarief per uur dat aan klant in rekening wordt gebracht.
35
New cards
Inkoopwaarde van de omzet
Inkoopwaarde van de verkochte producten.
36
New cards
Interne verrekenprijzen / transferpricing
De prijs die een bedrijf behorende tot een multinational aan een zusterbedrijf in rekening brengt voor een bepaald onderdeel of halffabricaat dat zij produceert.
37
New cards
Kosten
De in geld uitgedrukte waarde van de opgeofferde productiemiddelen die noodzakelijk en onvermijdbaar zin ten behoeve van de productie van goederen en diensten.
38
New cards
Kostprijs
Toegestane kosten per eenheid product.
39
New cards
Nacalculatorische kostenberekening
Kostenberekening na afloop van een periode.
40
New cards
Proportioneel variabele kosten
Variabele kosten nemen recht evenredig toe met de productie- of verkoopomvang. Het zijn kosten die per eenheid product steeds constant zijn.
41
New cards
Toegestane kosten
De in geld uitgedrukte waarde van de opgeofferde productiemiddelen (arbeid, natuur en kapitaalgoederen) die noodzakelijk en onvermijdbaar zijn ten behoeve van de productie van goederen en diensten.
42
New cards
Uitval
Producten die na het productieproces niet aan de gestelde kwaliteitseisen voldoen.
43
New cards
Variabele kosten
Kosten die toe- of afnemen bij verandering in productie- of verkoopomvang zoals grondstofkosten of verpakkingskosten.
44
New cards
Voorcalculatie
Een berekening die men maakt voordat een periode begint.
45
New cards
Voorcalculatorische kostenberekening
Berekening (schatting) van de kosten die men maakt voordat een periode begint.
46
New cards
Werkelijke kosten
Kosten die werkelijk zijn gemaakt bij de productie van goederen of diensten.
47
New cards
Winst
Geld dat je overhoudt als je van de opbrengst de kosten aftrekt.
48
New cards
Brutoverkoopresultaat / brutowinst
Omzet - inkoopwaarde van de omzet
49
New cards
Brutowinstmarge
Brutowinst als % van omzet.
50
New cards
Buitengewone opbrengsten
Opbrengsten die niet direct te maken hebben met gewone bedrijfsuitoefening.
51
New cards
Bedrijfseconomisch resultaat / ondernemersresultaat
Nettowinst - gewaardeerd ondernemersloon - vergoeding voor geïnvesteerde vermogen van de eigenaar.
52
New cards
Financieringsresultaat
Verschil tussen interestopbrengsten en interkosten in bepaalde periode.
53
New cards
Gewaardeerd ondernemersloon
Deel van de winst dat als beloning voor de geleverde arbeid wordt toegerekend aan de ondernemer.
54
New cards
Hoeveelheidsverschillen
Verschillen in verwachte en werkelijke hoeveelheden in bepaalde periode.
55
New cards
Incidentele resultaten
Resultaat of opbrengst die niet direct te maken heeft met de gewone bedrijfsuitoefening.
56
New cards
Incidentele verliezen
Negatief resultaat met betrekking tot opbrengsten en kosten die niet direct te maken hebben met gewone bedrijfsuitoefening.
57
New cards
Inkomstenbelasting
Directe belasting over het inkomen.
58
New cards
Nacalculatorische winst
Werkelijk behaalde winst in een bepaalde periode. || Werkelijke dekkingsbijdrage - werkelijke constante kosten (in periode)
59
New cards
Nettowinst
Brutowinst - bedrijfskosten
60
New cards
Vennootschapsbelasting
Belasting die de fiscus heft over de winst van een vennootschap.
61
New cards
Voorcalculatorische winst
Verwacht omzet - verwachte kosten (in periode). OF verwachte dekkingsbijdrage - verwachte constante kosten.
62
New cards
Contributiemarge / dekkkingsbijdrage per product
Verkoopprijs - variabele kosten per product
63
New cards
Dienst
Activiteit van min of meer ontastbare aard.
64
New cards
Dienstenonderneming
Onderneming in de commerciële dienstverlening.
65
New cards
Direct costing / variabele kostencalculatie
Kostprijsberekening waarbij alleen variabele kosten aan producten worden toegerekend.
66
New cards
Gefactureerd tarief
Tarief (in uren) dat in rekening wordt gebracht aan klant.
67
New cards
Periodekosten
Constante of vaste kosten die worden toegerekend aan periode en in hun geheel ten laste van het resultaat komen.
68
New cards
Productkosten
Variabele kosten die aan dienst of product wordt toegerekend.
69
New cards
Break-evenafzet
Afzet waarbij onderneming quitte speelt.
70
New cards
Break-evenomzet / kritische omzet
Omzet waarbij onderneming quitte speelt.
71
New cards
Break-evenpunt
Snijpunt van omzetlijn en totale kostenlijn of bij handelsonderneming snijpunt van brutowinstlijn en bedrijfskostenlijn.
72
New cards
Dekkingsbijdrage
Geeft aan wat er na aftrek van variabele kosten overblijft van omzet om constante kosten te dekken. Per product is dekkingsbijdrage gelijk = verkoopprijs - variabele kosten.
73
New cards
Veiligheidsmarge
Bedrag waarmee omzet van onderneming mag dalen zonder dat de onderneming in een verliessituatie komt en dus gelijk is aan verschil tussen omzet (waarbij winst wordt gedraaid) en break-evenomzet.