Thema 3

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/542

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:27 PM on 6/1/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

543 Terms

1
New cards

Wat is een belangrijk uitgangspunt van de richtlijn over ADHD?

ADHD gaat niet alleen over druk gedrag of concentratieproblemen, maar vooral over de mate waarin klachten het functioneren thuis, op school en sociaal belemmeren.

2
New cards

Wat is screening bij ADHD?

Het vroeg signaleren van mogelijke ADHD, meestal in de eerste lijn, bijvoorbeeld bij de huisarts of jeugdgezondheidszorg.

3
New cards

Waarom mag een vragenlijst alleen nooit voldoende reden zijn om een diagnostisch traject te starten?

Omdat vragenlijsten onvoldoende betrouwbaar zijn en kunnen leiden tot foutieve signalering.

4
New cards

Wanneer is diagnostiek naar ADHD volgens de richtlijn nodig?

Wanneer er ADHD-signalen aanwezig zijn én het functioneren duidelijk wordt belemmerd op school, thuis of sociaal.

5
New cards

Hoe moeten positieve en negatieve screeningsuitslagen worden besproken?

Altijd zorgvuldig met ouders.

6
New cards

Waar staat AVL voor?

ADHD vragenlijst

7
New cards

Waar staat GvK voor?

Gedragsvragenlijst voor Kleuters.

8
New cards

Waar staat CBCL voor?

Child Behavior Checklist.

9
New cards

Waar staat SDQ voor?

Strengths and Difficulties Questionnaire.

10
New cards

Wat is een belangrijk probleem van veel ADHD-screeningsvragenlijsten?

Onvoldoende sensitiviteit en/of specificiteit.

11
New cards

Wat betekent sensitiviteit?

Het vermogen om kinderen met ADHD correct te herkennen.

12
New cards

Wat betekent specificiteit?

Het vermogen om kinderen zonder ADHD correct uit te sluiten.

13
New cards

Welke vragenlijst lijkt het meest bruikbaar voor screening?

De SDQ.

14
New cards

Onder welke voorwaarde is de SDQ het meest bruikbaar?

anneer oudervragenlijst, leerkrachtvragenlijst en zelfrapportage gecombineerd worden met een speciaal algoritme.

15
New cards

Wordt dit SDQ-algoritme standaard gebruikt in Nederland?

Nee

16
New cards

Wat is belangrijker bij screening: sensitiviteit of specificiteit?

Sensitiviteit

17
New cards

Waarom is hoge sensitiviteit belangrijk bij screening?

Omdat men liever te veel kinderen signaleert dan kinderen met ADHD mist.

18
New cards

Wat is belangrijker bij diagnostiek: sensitiviteit of specificiteit?

Specificiteit

19
New cards

Waarom is hoge specificiteit belangrijk bij diagnostiek?

Om fout-positieve diagnoses te voorkomen.

20
New cards

Wat zijn risico's van vals-positieve screeningsuitslagen?

Onnodige ongerustheid bij ouders, onnodige diagnostiek en hogere zorgkosten.

21
New cards

Welke informatiebronnen moeten altijd naast vragenlijsten gebruikt worden?

Ouders, school en informatie over het functioneren van het kind.

22
New cards

Waarom mogen vragenlijsten niet als diagnostisch instrument worden gebruikt?

Omdat ze risico geven op zowel onderdiagnostiek als overdiagnostiek.

23
New cards

Welke negatieve gevolgen kan een verkeerde ADHD-diagnose hebben?

Stigmatisering, verminderd zelfvertrouwen, slechter psychisch welzijn, negatieve houding van leerkrachten en slechtere therapietrouw.

24
New cards

Hoe wordt ADHD volgens de richtlijn vastgesteld?

Met semigestructureerde interviews met ouders en school (of andere tweede context).

25
New cards

Waarom moeten interviews informatie uit minimaal twee contexten bevatten?

Omdat ADHD-symptomen aanwezig moeten zijn op minimaal twee levensgebieden.

26
New cards

Welke drie interviews worden aanbevolen voor ADHD-diagnostiek?

K-DBDS, PICS en K-SADS.

27
New cards

Voor welke leeftijd is de K-DBDS geschikt?

Voor kinderen van 3–6 jaar.

28
New cards

Wat is een belangrijke eigenschap van de K-DBDS?

Hoge specificiteit.

29
New cards

Wat is een belangrijke eigenschap van de PICS?

Goede betrouwbaarheid.

30
New cards

Wat is de betrouwbaarheid van de K-SADS?

0,80–0,90.

31
New cards

Wat is de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van ADHD binnen de K-SADS?

Kappa = 0,90.

32
New cards

Is de K-SADS valide voor ADHD-diagnostiek?

Ja

33
New cards

Welke professionals kunnen ADHD-diagnostiek uitvoeren?

Kinder- en jeugdpsychiaters, klinisch psychologen, GZ-psychologen en sommige kinderartsen of huisartsen met ADHD-kennis.

34
New cards

Wat zegt de Jeugdwet over zorg?

Zorg moet niet alleen gebaseerd zijn op een diagnose, maar ook op de behoeften van kind en gezin.

35
New cards

Welk risico brengt dit uitgangspunt van de Jeugdwet met zich mee?

Dat specialistische hulp soms te laat wordt ingezet.

36
New cards

Wat betekent monitoring bij ADHD?

Het systematisch volgen hoe het gaat met een kind of jongere met ADHD.

37
New cards

Welk instrument wordt aanbevolen voor symptoommonitoring bij medicatie?

De ADHD Rating Scale (ADHD-RS).

38
New cards

Wat is een voordeel van de ADHD-RS?

Alle ADHD-symptomen worden systematisch uitgevraagd.

39
New cards

Wat is een nadeel van de ADHD-RS?

Functioneren en kwaliteit van leven worden niet meegenomen.

40
New cards

Waarvoor wordt de WFIRS gebruikt?

Voor het meten van functioneren en beperkingen in het dagelijks leven.

41
New cards

Wat is de KIDSCREEN?

Een instrument voor kwaliteit van leven.

42
New cards

Is er voldoende bewijs voor gebruik van de KIDSCREEN bij ADHD-monitoring?

Nee

43
New cards

Waarmee moet monitoring altijd rekening houden?

Gezin, school, persoonlijke doelen en leeftijd.

44
New cards

Wat is het doel van niet-medicamenteuze behandeling bij ADHD?

Niet alleen vermindering van ADHD-symptomen, maar ook vermindering van gedragsproblemen, verbetering van functioneren, schoolprestaties en sociale problemen.

45
New cards

Welke niet-medicamenteuze interventies worden in de richtlijn besproken?

Psycho-educatie, oudertraining, leerkrachttraining, planning- en organisatietraining, cognitieve training, neurofeedback en overige interventies.

46
New cards

Wat is psycho-educatie?

Het geven van uitleg en informatie over ADHD aan het kind, ouders, school en andere betrokkenen.

47
New cards

Moet psycho-educatie onderdeel zijn van de behandeling?

Ja, altijd

48
New cards

Waarom wordt psycho-educatie aanbevolen ondanks beperkt wetenschappelijk bewijs?

Omdat het kennis vergroot, stigma vermindert, begrip bevordert, therapietrouw verbetert en behandelacceptatie stimuleert.

49
New cards

Hoe wordt psycho-educatie bij kinderen toegepast?

Individueel afgewogen of het passend is.

50
New cards

Hoe wordt psycho-educatie bij jongeren toegepast?

Het is vrijwel altijd noodzakelijk

51
New cards

Welke vijf doelen heeft psycho-educatie?

  • Kennis vergroten

  • Stigma verminderen

  • Begrip vergroten

  • Therapietrouw verbeteren

  • Behandelacceptatie bevorderen

52
New cards

Waarmee moeten professionals rekening houden bij psycho-educatie?

Leeftijd, cognitief niveau en actuele kennis over ADHD.

53
New cards

Wat is oudertraining?

Een behandeling waarbij ouders vaardigheden leren om beter om te gaan met ADHD- en gedragsproblemen van hun kind.

54
New cards

Aan welke groep moet oudertraining altijd worden aangeboden?

Kinderen jonger dan 6 jaar.

55
New cards

Aan welke groep van 6–12 jaar moet oudertraining altijd worden aangeboden?

Kinderen met gedragsproblemen.

56
New cards

Wanneer wordt oudertraining overwogen bij kinderen van 6–12 jaar zonder gedragsproblemen?

Wanneer psycho-educatie onvoldoende helpt.

57
New cards

Voor welke uitkomsten is sterk bewijs voor oudertraining?

Verbetering van gedragsproblemen, ouderlijk gedrag, opvoedingsvaardigheden en ouderlijke competentie.

58
New cards

Aan welke voorwaarden moet een oudertrainingsprogramma voldoen?

Evidence-based, volledig uitgevoerd en gegeven door goed getrainde professionals.

59
New cards

Welke barrières voor oudertraining moeten vooraf besproken worden?

Tijdgebrek, geld, organisatieproblemen, weinig vertrouwen en stigma.

60
New cards

Wanneer hoort leerkrachttraining bij de behandeling?

Wanneer er problemen op school aanwezig zijn.

61
New cards

Wanneer wordt leerkrachttraining aangeboden aan kinderen van 6–12 jaar?

Bij gedragsproblemen op school.

62
New cards

Wat gebeurt er bij ADHD zonder gedragsproblemen op school?

Eerst adviezen aan de leerkracht; training alleen als dat onvoldoende helpt.

63
New cards

Op welke gebieden heeft leerkrachttraining vooral effect?

Onoplettendheid, gedragsproblemen en sociale vaardigheden.

64
New cards

Voor welke leeftijdsgroep is planning- en organisatietraining vooral bedoeld?

Jongeren van 13–18 jaar.

65
New cards

Waarop richt planning- en organisatietraining zich?

Plannen, organiseren, schoolvaardigheden en dagelijkse structuur.

66
New cards

Waarom is planning- en organisatietraining training vooral belangrijk in de puberteit?

Omdat planning- en organisatieproblemen dan vaak toenemen.

67
New cards

Op welke uitkomsten heeft planning- en organisatietraining de sterkste effecten?

Academisch functioneren en organisatievaardigheden.

68
New cards

Hoe groot zijn de effecten van planning- en organisatietraining op ADHD-symptomen?

Relatief klein

69
New cards

Welke rol blijven ouders houden bij planning- en organisatietraining?

Zij blijven actief betrokken.

70
New cards

Wordt cognitieve training aanbevolen?

Nee.

71
New cards

Waarom wordt cognitieve training niet aanbevolen?

Omdat verbetering van cognitieve functies niet leidt tot verbetering van ADHD-gedrag.

72
New cards

Heeft cognitieve training meerwaarde als aanvulling op oudertraining?

Nee.

73
New cards

Welke nadelen van cognitieve training noemt de richtlijn?

Hoge intensiteit, frustratie, conflicten en verlies van vertrouwen in hulpverlening.

74
New cards

Waarom wordt neurofeedback niet aanbevolen?

Effecten zijn klein, niet klinisch relevant en inconsistent.

75
New cards

Welk methodologisch probleem speelt bij neurofeedbackonderzoek?

Mogelijke belangenverstrengeling.

76
New cards

Wat wordt ondanks beperkt bewijs sterk aanbevolen?

Een vaste behandelaar of contactpersoon.

77
New cards

Waarmee start ADHD-behandeling altijd?

Psycho-educatie en optimaliseren van de omgeving.

78
New cards

Vanaf welke leeftijd wordt medicatie overwogen?

Vanaf 6 jaar.

79
New cards

Bij welke ernst wordt medicatie overwogen?

Bij matige of ernstige ADHD.

80
New cards

Wanneer wordt medicatie ingezet?

Wanneer psycho-educatie en omgevingsaanpassingen onvoldoende effect hebben.

81
New cards

Wat is de eerste keuze medicatie bij ADHD?

Methylfenidaat.

82
New cards

Wat is de tweede stap bij onvoldoende effect of bijwerkingen van methylfenidaat?

Dexamfetamine.

83
New cards

Welke middelen zijn vervolgstappen wanneer stimulantia onvoldoende werken?

Atomoxetine of guanfacine.

84
New cards

In welke setting worden atomoxetine en guanfacine meestal ingezet?

Specialistische GGZ.

85
New cards

Welke middelen worden alleen binnen specialistische GGZ gebruikt?

Clonidine en nortriptyline.

86
New cards

Wat is een belangrijk voordeel van ADHD-medicatie?

Snelle vermindering van symptomen.

87
New cards

Welke invloed kan ADHD-medicatie hebben op de groei?

Verminderde lengtegroei.

88
New cards

Wat is onbekend van ADHD-medicatie?

Sommige langetermijnbijwerkingen.

89
New cards

Welk therapieprobleem komt regelmatig voor?

Verminderde therapietrouw.

90
New cards

Welk risico bestaat bij stimulantia?

Misbruik

91
New cards

Wat zijn drug holidays?

Tijdelijk stoppen met medicatie, bijvoorbeeld in weekenden of vakanties.

92
New cards

Wat is een belangrijk principe bij combinatiebehandeling?

Niet meerdere behandelingen tegelijk starten, zodat het effect van iedere behandeling afzonderlijk beoordeeld kan worden.

93
New cards

Waarvan hangt het verdere behandeltraject af?

Leeftijd, ernst van ADHD en aanwezigheid van gedragsproblemen.

94
New cards

Wat is de voorkeursbehandeling bij kinderen jonger dan 6 jaar?

Wat is de voorkeursbehandeling bij kinderen jonger dan 6 jaar?

95
New cards

Wanneer wordt medicatie gebruikt bij kinderen jonger dan 6 jaar?

Alleen specialistisch.

96
New cards

Wat gebeurt bij lichte ADHD bij kinderen van 6–12 jaar zonder gedragsproblemen?

Optimaliseren van de omgeving en training.

97
New cards

Wat gebeurt bij matige of ernstige ADHD bij kinderen van 6–12 jaar zonder gedragsproblemen?

Medicatie, oudertraining en/of leerkrachttraining afhankelijk van oudervoorkeur.

98
New cards

Wat is de behandeling bij lichte ADHD bij kinderen van 6–12 jaar met gedragsproblemen?

Oudertraining en/of leerkrachttraining.

99
New cards

Wat is de behandeling bij matige ADHD bij kinderen van 6–12 jaar met gedragsproblemen?

Eerst training, daarna eventueel medicatie.

100
New cards

Wat is de behandeling bij ernstige ADHD bij kinderen van 6–12 jaar met gedragsproblemen?

Eerst medicatie, daarna training.