1/542
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is een belangrijk uitgangspunt van de richtlijn over ADHD?
ADHD gaat niet alleen over druk gedrag of concentratieproblemen, maar vooral over de mate waarin klachten het functioneren thuis, op school en sociaal belemmeren.
Wat is screening bij ADHD?
Het vroeg signaleren van mogelijke ADHD, meestal in de eerste lijn, bijvoorbeeld bij de huisarts of jeugdgezondheidszorg.
Waarom mag een vragenlijst alleen nooit voldoende reden zijn om een diagnostisch traject te starten?
Omdat vragenlijsten onvoldoende betrouwbaar zijn en kunnen leiden tot foutieve signalering.
Wanneer is diagnostiek naar ADHD volgens de richtlijn nodig?
Wanneer er ADHD-signalen aanwezig zijn én het functioneren duidelijk wordt belemmerd op school, thuis of sociaal.
Hoe moeten positieve en negatieve screeningsuitslagen worden besproken?
Altijd zorgvuldig met ouders.
Waar staat AVL voor?
ADHD vragenlijst
Waar staat GvK voor?
Gedragsvragenlijst voor Kleuters.
Waar staat CBCL voor?
Child Behavior Checklist.
Waar staat SDQ voor?
Strengths and Difficulties Questionnaire.
Wat is een belangrijk probleem van veel ADHD-screeningsvragenlijsten?
Onvoldoende sensitiviteit en/of specificiteit.
Wat betekent sensitiviteit?
Het vermogen om kinderen met ADHD correct te herkennen.
Wat betekent specificiteit?
Het vermogen om kinderen zonder ADHD correct uit te sluiten.
Welke vragenlijst lijkt het meest bruikbaar voor screening?
De SDQ.
Onder welke voorwaarde is de SDQ het meest bruikbaar?
anneer oudervragenlijst, leerkrachtvragenlijst en zelfrapportage gecombineerd worden met een speciaal algoritme.
Wordt dit SDQ-algoritme standaard gebruikt in Nederland?
Nee
Wat is belangrijker bij screening: sensitiviteit of specificiteit?
Sensitiviteit
Waarom is hoge sensitiviteit belangrijk bij screening?
Omdat men liever te veel kinderen signaleert dan kinderen met ADHD mist.
Wat is belangrijker bij diagnostiek: sensitiviteit of specificiteit?
Specificiteit
Waarom is hoge specificiteit belangrijk bij diagnostiek?
Om fout-positieve diagnoses te voorkomen.
Wat zijn risico's van vals-positieve screeningsuitslagen?
Onnodige ongerustheid bij ouders, onnodige diagnostiek en hogere zorgkosten.
Welke informatiebronnen moeten altijd naast vragenlijsten gebruikt worden?
Ouders, school en informatie over het functioneren van het kind.
Waarom mogen vragenlijsten niet als diagnostisch instrument worden gebruikt?
Omdat ze risico geven op zowel onderdiagnostiek als overdiagnostiek.
Welke negatieve gevolgen kan een verkeerde ADHD-diagnose hebben?
Stigmatisering, verminderd zelfvertrouwen, slechter psychisch welzijn, negatieve houding van leerkrachten en slechtere therapietrouw.
Hoe wordt ADHD volgens de richtlijn vastgesteld?
Met semigestructureerde interviews met ouders en school (of andere tweede context).
Waarom moeten interviews informatie uit minimaal twee contexten bevatten?
Omdat ADHD-symptomen aanwezig moeten zijn op minimaal twee levensgebieden.
Welke drie interviews worden aanbevolen voor ADHD-diagnostiek?
K-DBDS, PICS en K-SADS.
Voor welke leeftijd is de K-DBDS geschikt?
Voor kinderen van 3–6 jaar.
Wat is een belangrijke eigenschap van de K-DBDS?
Hoge specificiteit.
Wat is een belangrijke eigenschap van de PICS?
Goede betrouwbaarheid.
Wat is de betrouwbaarheid van de K-SADS?
0,80–0,90.
Wat is de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van ADHD binnen de K-SADS?
Kappa = 0,90.
Is de K-SADS valide voor ADHD-diagnostiek?
Ja
Welke professionals kunnen ADHD-diagnostiek uitvoeren?
Kinder- en jeugdpsychiaters, klinisch psychologen, GZ-psychologen en sommige kinderartsen of huisartsen met ADHD-kennis.
Wat zegt de Jeugdwet over zorg?
Zorg moet niet alleen gebaseerd zijn op een diagnose, maar ook op de behoeften van kind en gezin.
Welk risico brengt dit uitgangspunt van de Jeugdwet met zich mee?
Dat specialistische hulp soms te laat wordt ingezet.
Wat betekent monitoring bij ADHD?
Het systematisch volgen hoe het gaat met een kind of jongere met ADHD.
Welk instrument wordt aanbevolen voor symptoommonitoring bij medicatie?
De ADHD Rating Scale (ADHD-RS).
Wat is een voordeel van de ADHD-RS?
Alle ADHD-symptomen worden systematisch uitgevraagd.
Wat is een nadeel van de ADHD-RS?
Functioneren en kwaliteit van leven worden niet meegenomen.
Waarvoor wordt de WFIRS gebruikt?
Voor het meten van functioneren en beperkingen in het dagelijks leven.
Wat is de KIDSCREEN?
Een instrument voor kwaliteit van leven.
Is er voldoende bewijs voor gebruik van de KIDSCREEN bij ADHD-monitoring?
Nee
Waarmee moet monitoring altijd rekening houden?
Gezin, school, persoonlijke doelen en leeftijd.
Wat is het doel van niet-medicamenteuze behandeling bij ADHD?
Niet alleen vermindering van ADHD-symptomen, maar ook vermindering van gedragsproblemen, verbetering van functioneren, schoolprestaties en sociale problemen.
Welke niet-medicamenteuze interventies worden in de richtlijn besproken?
Psycho-educatie, oudertraining, leerkrachttraining, planning- en organisatietraining, cognitieve training, neurofeedback en overige interventies.
Wat is psycho-educatie?
Het geven van uitleg en informatie over ADHD aan het kind, ouders, school en andere betrokkenen.
Moet psycho-educatie onderdeel zijn van de behandeling?
Ja, altijd
Waarom wordt psycho-educatie aanbevolen ondanks beperkt wetenschappelijk bewijs?
Omdat het kennis vergroot, stigma vermindert, begrip bevordert, therapietrouw verbetert en behandelacceptatie stimuleert.
Hoe wordt psycho-educatie bij kinderen toegepast?
Individueel afgewogen of het passend is.
Hoe wordt psycho-educatie bij jongeren toegepast?
Het is vrijwel altijd noodzakelijk
Welke vijf doelen heeft psycho-educatie?
Kennis vergroten
Stigma verminderen
Begrip vergroten
Therapietrouw verbeteren
Behandelacceptatie bevorderen
Waarmee moeten professionals rekening houden bij psycho-educatie?
Leeftijd, cognitief niveau en actuele kennis over ADHD.
Wat is oudertraining?
Een behandeling waarbij ouders vaardigheden leren om beter om te gaan met ADHD- en gedragsproblemen van hun kind.
Aan welke groep moet oudertraining altijd worden aangeboden?
Kinderen jonger dan 6 jaar.
Aan welke groep van 6–12 jaar moet oudertraining altijd worden aangeboden?
Kinderen met gedragsproblemen.
Wanneer wordt oudertraining overwogen bij kinderen van 6–12 jaar zonder gedragsproblemen?
Wanneer psycho-educatie onvoldoende helpt.
Voor welke uitkomsten is sterk bewijs voor oudertraining?
Verbetering van gedragsproblemen, ouderlijk gedrag, opvoedingsvaardigheden en ouderlijke competentie.
Aan welke voorwaarden moet een oudertrainingsprogramma voldoen?
Evidence-based, volledig uitgevoerd en gegeven door goed getrainde professionals.
Welke barrières voor oudertraining moeten vooraf besproken worden?
Tijdgebrek, geld, organisatieproblemen, weinig vertrouwen en stigma.
Wanneer hoort leerkrachttraining bij de behandeling?
Wanneer er problemen op school aanwezig zijn.
Wanneer wordt leerkrachttraining aangeboden aan kinderen van 6–12 jaar?
Bij gedragsproblemen op school.
Wat gebeurt er bij ADHD zonder gedragsproblemen op school?
Eerst adviezen aan de leerkracht; training alleen als dat onvoldoende helpt.
Op welke gebieden heeft leerkrachttraining vooral effect?
Onoplettendheid, gedragsproblemen en sociale vaardigheden.
Voor welke leeftijdsgroep is planning- en organisatietraining vooral bedoeld?
Jongeren van 13–18 jaar.
Waarop richt planning- en organisatietraining zich?
Plannen, organiseren, schoolvaardigheden en dagelijkse structuur.
Waarom is planning- en organisatietraining training vooral belangrijk in de puberteit?
Omdat planning- en organisatieproblemen dan vaak toenemen.
Op welke uitkomsten heeft planning- en organisatietraining de sterkste effecten?
Academisch functioneren en organisatievaardigheden.
Hoe groot zijn de effecten van planning- en organisatietraining op ADHD-symptomen?
Relatief klein
Welke rol blijven ouders houden bij planning- en organisatietraining?
Zij blijven actief betrokken.
Wordt cognitieve training aanbevolen?
Nee.
Waarom wordt cognitieve training niet aanbevolen?
Omdat verbetering van cognitieve functies niet leidt tot verbetering van ADHD-gedrag.
Heeft cognitieve training meerwaarde als aanvulling op oudertraining?
Nee.
Welke nadelen van cognitieve training noemt de richtlijn?
Hoge intensiteit, frustratie, conflicten en verlies van vertrouwen in hulpverlening.
Waarom wordt neurofeedback niet aanbevolen?
Effecten zijn klein, niet klinisch relevant en inconsistent.
Welk methodologisch probleem speelt bij neurofeedbackonderzoek?
Mogelijke belangenverstrengeling.
Wat wordt ondanks beperkt bewijs sterk aanbevolen?
Een vaste behandelaar of contactpersoon.
Waarmee start ADHD-behandeling altijd?
Psycho-educatie en optimaliseren van de omgeving.
Vanaf welke leeftijd wordt medicatie overwogen?
Vanaf 6 jaar.
Bij welke ernst wordt medicatie overwogen?
Bij matige of ernstige ADHD.
Wanneer wordt medicatie ingezet?
Wanneer psycho-educatie en omgevingsaanpassingen onvoldoende effect hebben.
Wat is de eerste keuze medicatie bij ADHD?
Methylfenidaat.
Wat is de tweede stap bij onvoldoende effect of bijwerkingen van methylfenidaat?
Dexamfetamine.
Welke middelen zijn vervolgstappen wanneer stimulantia onvoldoende werken?
Atomoxetine of guanfacine.
In welke setting worden atomoxetine en guanfacine meestal ingezet?
Specialistische GGZ.
Welke middelen worden alleen binnen specialistische GGZ gebruikt?
Clonidine en nortriptyline.
Wat is een belangrijk voordeel van ADHD-medicatie?
Snelle vermindering van symptomen.
Welke invloed kan ADHD-medicatie hebben op de groei?
Verminderde lengtegroei.
Wat is onbekend van ADHD-medicatie?
Sommige langetermijnbijwerkingen.
Welk therapieprobleem komt regelmatig voor?
Verminderde therapietrouw.
Welk risico bestaat bij stimulantia?
Misbruik
Wat zijn drug holidays?
Tijdelijk stoppen met medicatie, bijvoorbeeld in weekenden of vakanties.
Wat is een belangrijk principe bij combinatiebehandeling?
Niet meerdere behandelingen tegelijk starten, zodat het effect van iedere behandeling afzonderlijk beoordeeld kan worden.
Waarvan hangt het verdere behandeltraject af?
Leeftijd, ernst van ADHD en aanwezigheid van gedragsproblemen.
Wat is de voorkeursbehandeling bij kinderen jonger dan 6 jaar?
Wat is de voorkeursbehandeling bij kinderen jonger dan 6 jaar?
Wanneer wordt medicatie gebruikt bij kinderen jonger dan 6 jaar?
Alleen specialistisch.
Wat gebeurt bij lichte ADHD bij kinderen van 6–12 jaar zonder gedragsproblemen?
Optimaliseren van de omgeving en training.
Wat gebeurt bij matige of ernstige ADHD bij kinderen van 6–12 jaar zonder gedragsproblemen?
Medicatie, oudertraining en/of leerkrachttraining afhankelijk van oudervoorkeur.
Wat is de behandeling bij lichte ADHD bij kinderen van 6–12 jaar met gedragsproblemen?
Oudertraining en/of leerkrachttraining.
Wat is de behandeling bij matige ADHD bij kinderen van 6–12 jaar met gedragsproblemen?
Eerst training, daarna eventueel medicatie.
Wat is de behandeling bij ernstige ADHD bij kinderen van 6–12 jaar met gedragsproblemen?
Eerst medicatie, daarna training.