Economie juni 2026

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/83

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:11 PM on 6/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

84 Terms

1
New cards

Bedrijfseconoom

Analyseert de operationele werking van organisaties zoals bedrijven, overheden, …

2
New cards

Econoom

Bestudeert het globale economische systeem of belangrijke delen van dat systeem. Ze bestuderen het verschil tussen kosten en baten per interventie of beleidsoptie → dat is de welvaartsanalyse

3
New cards

Welvaart

Een kwantitatieve maatstaf die meet in welke mate de inzet van schaarse middelen leidt tot de creatie van economische

4
New cards

Inductie

Het verzamelen en analyseren van gegevens in de realiteit om tot nieuwe modellen te komen

5
New cards

Deductie

Nieuwe hypotheses afleiden uit bestaande en ze vervolgens toetsen aan de relaliteit

6
New cards

Substitutiegoederen

Wanneer een prijsdaling van goed A zorgt voor een daling in vraag van goed B

7
New cards

Complementaire goederen

Wanneer een prijsdaling van goed A zorgt voor een toename in vraag van goed B

8
New cards

GCI

Global competitiveness index:

9
New cards

Transactie

Wanneer koper en verkoper het eens zijn over een prijs

10
New cards

Productiekost

Kost die ontstaat tijdens de productie, afhankelijk van de gebruikte technologieƫn, de omvang en organisatie van de productie en de vaardigheden van het personeel

11
New cards

Evenwichtsprijs

Aangeboden hoeveelheid gelijk aan de gevraagde hoeveelheid, zonder dat er overschotten of tekorten zijn. Grafisch waar de vraag- en aanbodcurve elkaar snijden

12
New cards

Consumentensurplus

Bereidheid tot betalen van elke consument - de evenwichtsprijs. De consument geniet hiervan omdat hij/zij minder betaalt dan hij/zij bereid was te betalen

13
New cards

Producentensurplus

Evenwichtsprijs - de marginale kost van alle aanbieders

14
New cards

Wet van de vraag

Bij een daling van de prijs zal de gevraagde hoeveelheid toenemen

15
New cards

Wet van het aanbod

Bij een daling van de prijs zal de aangeboden hoeveelheid dalen

16
New cards

Allocatie

Goederen en diensten komen terecht bij degenen die er het meest behoefte in bevredigd zien

17
New cards

Innovatieve meetinstrumenten

Meetinstrumenten die in staat zijn om complexe en immateriƫle aspecten van het leven te meten zoals levenskwaliteit of gezondheidszorg

18
New cards

QALY

Quantity-adjusted life years: economen kwantificeren de levenskwaliteit van mensen met een ziekte of beperking

19
New cards

Prosumenten

Consument die ook aanbieder of producent is bv. zonnepanelen, airbnb, Uber

20
New cards

Nettovermogen

Waarde activa (huizen, spaarrekeningen, beleggingen,…) - uitstaande schuld

21
New cards

Onzichtbare hand

Vrije markt leidt vanzelf tot maximale welvaart, ondanks dat iedereen vooral oog heeft voor eigenbelang

22
New cards

Demonstratie-effect

Gezinnen vergelijken hun consumptie/consumptiemogelijkheden met een referentiegroep. Als hun eigen consumptiegedrag stabiel blijft, maar dat van de referentiegroep stijgt, ervaren ze een gevoel van verlies

23
New cards

Ratrace

Iedereen gaat opvallend consumeren om zo hun relatieve positie in de referentiegroep te verbeteren (vooral mensen met laag inkomen kopen opvallende producten)

24
New cards

Ceteris paribus-aanname/analyse

Stellen dat alle andere verklarende factoren buiten de analyse geen impact hebben op de analyse (bv. prijsdaling vliegtickets door aanslagen)

25
New cards

Sensitiviteitsanalyse

Bij een gebrek aan perfecte informatie, gebruiken we niet ƩƩn enkele waarde, maar gaan we de resultaten presenteren in functie van meerdere assumpties. Zo wordt duidelijk hoe gevoelig de resultaten zijn voor cruciale assumpties

26
New cards

Laissez-faire beweging

Beweging die pleit voor vrije markten en minimale overheidstussenkomst

27
New cards

Wet van Say

Elk aanbod creƫert zijn eigen vraag

28
New cards

Theorie van de comparatieve voordelen

Je moet je als land/mens gaan specialiseren in hetgeen waarin je het best of minst slecht bent. Ook als een andere in alles beter is kan jij nog een comparatief voordeel hebben!

29
New cards

Moral hazard/moreel wangedrag

Iemand gaat zijn gedrag veranderen nadat er ene contract of afspraak is gemaakt, omdat de negatieve gevolgen van dat gedrag nu (deels) worden gedragen door iemand anders. Oplossingen zijn de bestraffing van dit slecht gedrag of betere informatie verkrijgen door bv. consumentenrating

30
New cards

Radicale innovaties (Schumpeter)

Innovaties die de maatschappij veranderen

31
New cards

Incrementele innovaties

Innovaties om bestaande technologieƫn te verbeteren

32
New cards

BBP

Bruto Binnenlands product: optelsom van alle economische productie van goederen en diensten op ƩƩn jaar binnen de landsgrenzen (stijging BBP = economische groei)

33
New cards

NBP

Netto Binnenlands Product: BBP - vervangingsinvesteringen (bv. versleten schoolgebouw dat wordt vervangen)

34
New cards

BNP

Bruto Nationaal Product: optelsom van alle economische productie door Belgische productiefactoren zowel in eigen land als in het buitenland (Belgen die over de grens werken: BBP + saldo factorinkomens)

35
New cards

Saldo factorinkomens

Het verschil tussen de buitenlandse inkomens van Belgische productiefactoren en wat in ons land verdiend wordt door buitenlandse productiefactoren. Als het saldo positief is verdienen Belgen in het buitenland meer dan dat buitenlanders in ons land doen

36
New cards

Toegevoegde waarde

Output - input = vergoeding productiefactoren

37
New cards

Winst

Als je toegevoegde waarde groter is dan betaalde lonen en kapitaalvergoedingen

38
New cards

NBB

Nationale bank van Belgiƫ: becijfert het BBP en is verantwoordelijk voor de opmaak van de nationale rekeningen

39
New cards

BTW

Belasting op toegevoegde waarde = een consumptiebelasting die wordt betaald door de finale consument en die meestal 21% bedraagt

40
New cards

Informele economie

Activiteiten die niet veel afwijken van de formele economie maar bewust niet fiscaal worden aangegeven zodat ze niet in jaarrekeningen verschijnen van bedrijven/zelfstandigen maar is niet altijd crimineel bv. babysitten of helpen verhuizen

41
New cards

Zwart

Specifiek onderdeel van de informele economie: werk dat op zich legaal is, maar waarbij bewust regels worden ontdoken (bv. bouwen, poetsen,…) = officieel strafbaar

42
New cards

Nationale rekeningen

Rekeningen die worden opgemaakt door de NBB en bieden detailinformatie over de uitgaven en ontvangsten van de overheid

43
New cards

Parafiscaliteit

Indirecte belastingen en sociale bijdragen bv. belastingen die niet afhankelijk zijn van inkomen, maar van tewerkstelling bv. werknemers betalen een werknemersbijdrage

44
New cards

Fiscaliteit of fiscale ontvangsten

Directe belastingen of belastingen op verdiende inkomens

45
New cards

Deadweight losses

Het verlies aan welvaart of efficiƫntie in een markt door belastingen: het aantal transacties vermindert en bepaalde transacties worden vernietigd

46
New cards

Kaasschaafmethode

Een lineaire besparing waarbij elk departement een zelfde percentage middelen moet inleveren, ongeacht de efficiƫntie van dit departement (korte termijn oplossing)

47
New cards

Lange golf (Konratieff)

Een periode van enkele decennia waarin de economie opvallend sterk groeit door de verspreiding en toepassing van nieuwe technologieƫn (dan stagnatie tot nieuwe technologische doorbraak)Ơ

48
New cards

Konratieff-golf (K-golf)

Lange periode van economische expansie, gevolgd door een kortere periode van stagnatie en een nog kortere periode van economische recessie. Herstel komt wanneer een nieuwe golf aantrekt

49
New cards

Nominaal BBP

BBP uitgedrukt tegen de algemene prijshoogte op datzelfde moment (inclusief inflatie)

50
New cards

Reƫle BBP

BBP uitgedrukt tegen de algemene prijshoogte in het referentiejaar (uitgezuiverd voor inflatie)

51
New cards

Inflatie

Algemene stijging van de prijzen in de economie (ontwaarding van geld)

52
New cards

Geldillusie

Geen rekening houden met het verschil tussen nominaal en reƫel BBP

53
New cards

Arbeidsproductiviteit

( Q/B) Productie per inwoner op actieve leeftijd

54
New cards

Inclusieve instituties (acemoglu)

Laten burgers participeren in het economisch systeem en hun talenten waarmaken → draagt bij aan economische groei op lange en middellange termijn bv. democratische rechtsstaat

55
New cards

Extractieve instituties (acemoglu)

Geven burgers geen inspraak en geen toegang tot kwalitatief onderwijs waardoor ze niet de mogelijkheid/incentive hebben om te investeren in hun eigen menselijk kapitaal bv. dictatuur

56
New cards

Werkzaamheidsgraad of arbeidsparticipatiegraad

Het aandeel economisch actieven of werkenden in de bevolking op actieve leeftijd

57
New cards

Ecologische voetafdruk

Getal dat weergeeft hoeveel vierkante meter of hectare we verbruiken met onze manier van leven

58
New cards

Groene groei

Groeitraject dat niet intensief gebruik maakt van grondstoffen, energie en water bv. hernieuwbare energie, elektrische wagens,…

59
New cards

Totaal belastbaar inkomen

Som van alle inkomens verdiend in de markt + de ontvangen transferten die fiscaal belastbaar zijn (bv. werkloosheiduitkerign, pensioen maar geen kindergeld)

60
New cards

Lorenz-curve

Curve die inkomstenongelijkheid meet door de inkomstenverdeling te vergelijken met een perfect egalitaire verdeling => hoe groter de ruimte tussen de lorenz-curve en de egalitaire verdeling (stippellijn), hoe groter de inkomstenongelijkheid

61
New cards

Gini-coefficiƫnt

Populaire maatstaf om de inkomensongelijkheid te berekenen aan d hand van de lorenzscurve → getal tussen 0 en 1 waarbij 0 een volledig egalitaire verdeling is, en 1 een extreem ongelijke verdeling

62
New cards

Emerging economies

Landen/markten in overgangsfase naar een ontwikkelde markt: markt die enkele kenmerken van een ontwikkelde markt heeft, maar niet volledig aan de normen ervan voldoet

63
New cards

Relatieve armoedestaven

Het vergelijken van het beschikbaar inkomen van een gezin met een vooraf bepaalde armoedegrens → onder die grens = statistisch gezien ā€œarmā€

64
New cards

Absolutie armoedestaven (materiƫle deprivatie)

Het missen van min 4 van de 9 elementen: huis verwarmen, huur betalen, onverwachte uitgaven doen, om 2 dagen proteĆÆnerijke voeding eten, een week vakantie buiten huis, eigen telefoon, eigen wasmachine, eigen tv, eigen wagen

65
New cards

Sufficiency-doctrine

Doctrine van Harry Truman die stelt dat het belangrijker is om manifest armoede te gaan bestrijden dan wakker te liggen van ongelijkheid → het feit dat niet iedereen hetzelfde heeft doet r niet toe, wel dat iedereen voldoende heeft (ongelijkheid zal altijd bestaan)

66
New cards

Ex ante maatregelen

Maatregelen voor de marktwerking heeft plaatsgevonden (bv. iedereen gelijke toegang tot onderwijs geven)

67
New cards

Ex post maatregelen

Maatregelen nadat de marktwerking heeft plaatsgevonden (bv. hogere belastingen op hogere inkomens)

68
New cards

Matheuseffect

Het fenomeen waarbij de rijken rijker worden en de armen achterblijven → vaak zo bij distributieve maatregelen dat zij die ze het meest nodig hebben er niet het meest voordeel uit halen, maar wel zij met een gemiddeld/hoog inkomen

69
New cards

Conjunctuurbeleid

Wanneer overheidsinterventies al impact kunnen hebben op de economie op relatief korte termijn (via budgettair of monetair beleid)

70
New cards

Monetair beleid

Beleid inzake geldhoeveelheden

71
New cards

Budgettair beleid

het gericht inzetten van overheidsuitgaven

72
New cards

Chartaal geld (fysiek geld)

Geld in de vorm van munten en biljetten (geproduceerd door de NBB in coƶrdinatie met ECB)

73
New cards

Giraal geld

Geld op financiĆ«le rekeningen (spaar- en zichtrekeningen) →> productie vooral door private commerciĆ«le banken

74
New cards

Emissierecht

Recht van de NBB om geldbiljetten uit te geven → verloren het niet na de toetreding tot de EMU maar delen het nu wel met de ECB

75
New cards

Geldvraag

Hoeveel geld mensen willen (of nodig hebben om transacties te doen dus afhankelijk. van de geldwaarde)

76
New cards

Geldaanbod

Hoeveel geld er is/circuleert (bepaald door het ECB en nationale banken en staat los van geldwaarde of gemiddelde prijzen)

77
New cards

Inflatie

Toename van het algemeen prijspeil

78
New cards

Deflatie

Afname van het algemeen prijspeil

79
New cards

Prijsindex

Index om de evolutie van het algemeen prijspeil te meten

80
New cards

Consumptieprijzenindex (CPI)

De prijzenindex waarbij goederenkorven worden gebruikt die overeenstemmen met een doorsnee gezin

81
New cards

Automatische indexering

De lonen worden automatisch aangepast aan de evoluties van de prijzenindex (specifiek de gezondheidsindex = de CPI - tabak, alcohol, diesel en benzine)

82
New cards

Potentiƫle BBP

Het niveau van het BBP dat onze economie had kunnen realiseren bij optimaal gebruik van productiefactoren, arbeid en kapitaal

83
New cards

Outputgap

Het verschil tussen ons gerealiseerde reƫle bbp en ons potentiƫle bbp (positief bij HCJ en negatief bij LCJ)

84
New cards

Recessie

Wanneer ons reƫle bbp daalt van het ene jaar op het andere jaar