1/83
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Bedrijfseconoom
Analyseert de operationele werking van organisaties zoals bedrijven, overheden, ā¦
Econoom
Bestudeert het globale economische systeem of belangrijke delen van dat systeem. Ze bestuderen het verschil tussen kosten en baten per interventie of beleidsoptie ā dat is de welvaartsanalyse
Welvaart
Een kwantitatieve maatstaf die meet in welke mate de inzet van schaarse middelen leidt tot de creatie van economische
Inductie
Het verzamelen en analyseren van gegevens in de realiteit om tot nieuwe modellen te komen
Deductie
Nieuwe hypotheses afleiden uit bestaande en ze vervolgens toetsen aan de relaliteit
Substitutiegoederen
Wanneer een prijsdaling van goed A zorgt voor een daling in vraag van goed B
Complementaire goederen
Wanneer een prijsdaling van goed A zorgt voor een toename in vraag van goed B
GCI
Global competitiveness index:
Transactie
Wanneer koper en verkoper het eens zijn over een prijs
Productiekost
Kost die ontstaat tijdens de productie, afhankelijk van de gebruikte technologieƫn, de omvang en organisatie van de productie en de vaardigheden van het personeel
Evenwichtsprijs
Aangeboden hoeveelheid gelijk aan de gevraagde hoeveelheid, zonder dat er overschotten of tekorten zijn. Grafisch waar de vraag- en aanbodcurve elkaar snijden
Consumentensurplus
Bereidheid tot betalen van elke consument - de evenwichtsprijs. De consument geniet hiervan omdat hij/zij minder betaalt dan hij/zij bereid was te betalen
Producentensurplus
Evenwichtsprijs - de marginale kost van alle aanbieders
Wet van de vraag
Bij een daling van de prijs zal de gevraagde hoeveelheid toenemen
Wet van het aanbod
Bij een daling van de prijs zal de aangeboden hoeveelheid dalen
Allocatie
Goederen en diensten komen terecht bij degenen die er het meest behoefte in bevredigd zien
Innovatieve meetinstrumenten
Meetinstrumenten die in staat zijn om complexe en immateriƫle aspecten van het leven te meten zoals levenskwaliteit of gezondheidszorg
QALY
Quantity-adjusted life years: economen kwantificeren de levenskwaliteit van mensen met een ziekte of beperking
Prosumenten
Consument die ook aanbieder of producent is bv. zonnepanelen, airbnb, Uber
Nettovermogen
Waarde activa (huizen, spaarrekeningen, beleggingen,ā¦) - uitstaande schuld
Onzichtbare hand
Vrije markt leidt vanzelf tot maximale welvaart, ondanks dat iedereen vooral oog heeft voor eigenbelang
Demonstratie-effect
Gezinnen vergelijken hun consumptie/consumptiemogelijkheden met een referentiegroep. Als hun eigen consumptiegedrag stabiel blijft, maar dat van de referentiegroep stijgt, ervaren ze een gevoel van verlies
Ratrace
Iedereen gaat opvallend consumeren om zo hun relatieve positie in de referentiegroep te verbeteren (vooral mensen met laag inkomen kopen opvallende producten)
Ceteris paribus-aanname/analyse
Stellen dat alle andere verklarende factoren buiten de analyse geen impact hebben op de analyse (bv. prijsdaling vliegtickets door aanslagen)
Sensitiviteitsanalyse
Bij een gebrek aan perfecte informatie, gebruiken we niet ƩƩn enkele waarde, maar gaan we de resultaten presenteren in functie van meerdere assumpties. Zo wordt duidelijk hoe gevoelig de resultaten zijn voor cruciale assumpties
Laissez-faire beweging
Beweging die pleit voor vrije markten en minimale overheidstussenkomst
Wet van Say
Elk aanbod creƫert zijn eigen vraag
Theorie van de comparatieve voordelen
Je moet je als land/mens gaan specialiseren in hetgeen waarin je het best of minst slecht bent. Ook als een andere in alles beter is kan jij nog een comparatief voordeel hebben!
Moral hazard/moreel wangedrag
Iemand gaat zijn gedrag veranderen nadat er ene contract of afspraak is gemaakt, omdat de negatieve gevolgen van dat gedrag nu (deels) worden gedragen door iemand anders. Oplossingen zijn de bestraffing van dit slecht gedrag of betere informatie verkrijgen door bv. consumentenrating
Radicale innovaties (Schumpeter)
Innovaties die de maatschappij veranderen
Incrementele innovaties
Innovaties om bestaande technologieƫn te verbeteren
BBP
Bruto Binnenlands product: optelsom van alle economische productie van goederen en diensten op ƩƩn jaar binnen de landsgrenzen (stijging BBP = economische groei)
NBP
Netto Binnenlands Product: BBP - vervangingsinvesteringen (bv. versleten schoolgebouw dat wordt vervangen)
BNP
Bruto Nationaal Product: optelsom van alle economische productie door Belgische productiefactoren zowel in eigen land als in het buitenland (Belgen die over de grens werken: BBP + saldo factorinkomens)
Saldo factorinkomens
Het verschil tussen de buitenlandse inkomens van Belgische productiefactoren en wat in ons land verdiend wordt door buitenlandse productiefactoren. Als het saldo positief is verdienen Belgen in het buitenland meer dan dat buitenlanders in ons land doen
Toegevoegde waarde
Output - input = vergoeding productiefactoren
Winst
Als je toegevoegde waarde groter is dan betaalde lonen en kapitaalvergoedingen
NBB
Nationale bank van Belgiƫ: becijfert het BBP en is verantwoordelijk voor de opmaak van de nationale rekeningen
BTW
Belasting op toegevoegde waarde = een consumptiebelasting die wordt betaald door de finale consument en die meestal 21% bedraagt
Informele economie
Activiteiten die niet veel afwijken van de formele economie maar bewust niet fiscaal worden aangegeven zodat ze niet in jaarrekeningen verschijnen van bedrijven/zelfstandigen maar is niet altijd crimineel bv. babysitten of helpen verhuizen
Zwart
Specifiek onderdeel van de informele economie: werk dat op zich legaal is, maar waarbij bewust regels worden ontdoken (bv. bouwen, poetsen,ā¦) = officieel strafbaar
Nationale rekeningen
Rekeningen die worden opgemaakt door de NBB en bieden detailinformatie over de uitgaven en ontvangsten van de overheid
Parafiscaliteit
Indirecte belastingen en sociale bijdragen bv. belastingen die niet afhankelijk zijn van inkomen, maar van tewerkstelling bv. werknemers betalen een werknemersbijdrage
Fiscaliteit of fiscale ontvangsten
Directe belastingen of belastingen op verdiende inkomens
Deadweight losses
Het verlies aan welvaart of efficiƫntie in een markt door belastingen: het aantal transacties vermindert en bepaalde transacties worden vernietigd
Kaasschaafmethode
Een lineaire besparing waarbij elk departement een zelfde percentage middelen moet inleveren, ongeacht de efficiƫntie van dit departement (korte termijn oplossing)
Lange golf (Konratieff)
Een periode van enkele decennia waarin de economie opvallend sterk groeit door de verspreiding en toepassing van nieuwe technologieĆ«n (dan stagnatie tot nieuwe technologische doorbraak)Ć
Konratieff-golf (K-golf)
Lange periode van economische expansie, gevolgd door een kortere periode van stagnatie en een nog kortere periode van economische recessie. Herstel komt wanneer een nieuwe golf aantrekt
Nominaal BBP
BBP uitgedrukt tegen de algemene prijshoogte op datzelfde moment (inclusief inflatie)
Reƫle BBP
BBP uitgedrukt tegen de algemene prijshoogte in het referentiejaar (uitgezuiverd voor inflatie)
Inflatie
Algemene stijging van de prijzen in de economie (ontwaarding van geld)
Geldillusie
Geen rekening houden met het verschil tussen nominaal en reƫel BBP
Arbeidsproductiviteit
( Q/B) Productie per inwoner op actieve leeftijd
Inclusieve instituties (acemoglu)
Laten burgers participeren in het economisch systeem en hun talenten waarmaken ā draagt bij aan economische groei op lange en middellange termijn bv. democratische rechtsstaat
Extractieve instituties (acemoglu)
Geven burgers geen inspraak en geen toegang tot kwalitatief onderwijs waardoor ze niet de mogelijkheid/incentive hebben om te investeren in hun eigen menselijk kapitaal bv. dictatuur
Werkzaamheidsgraad of arbeidsparticipatiegraad
Het aandeel economisch actieven of werkenden in de bevolking op actieve leeftijd
Ecologische voetafdruk
Getal dat weergeeft hoeveel vierkante meter of hectare we verbruiken met onze manier van leven
Groene groei
Groeitraject dat niet intensief gebruik maakt van grondstoffen, energie en water bv. hernieuwbare energie, elektrische wagens,ā¦
Totaal belastbaar inkomen
Som van alle inkomens verdiend in de markt + de ontvangen transferten die fiscaal belastbaar zijn (bv. werkloosheiduitkerign, pensioen maar geen kindergeld)
Lorenz-curve
Curve die inkomstenongelijkheid meet door de inkomstenverdeling te vergelijken met een perfect egalitaire verdeling => hoe groter de ruimte tussen de lorenz-curve en de egalitaire verdeling (stippellijn), hoe groter de inkomstenongelijkheid
Gini-coefficiƫnt
Populaire maatstaf om de inkomensongelijkheid te berekenen aan d hand van de lorenzscurve ā getal tussen 0 en 1 waarbij 0 een volledig egalitaire verdeling is, en 1 een extreem ongelijke verdeling
Emerging economies
Landen/markten in overgangsfase naar een ontwikkelde markt: markt die enkele kenmerken van een ontwikkelde markt heeft, maar niet volledig aan de normen ervan voldoet
Relatieve armoedestaven
Het vergelijken van het beschikbaar inkomen van een gezin met een vooraf bepaalde armoedegrens ā onder die grens = statistisch gezien āarmā
Absolutie armoedestaven (materiƫle deprivatie)
Het missen van min 4 van de 9 elementen: huis verwarmen, huur betalen, onverwachte uitgaven doen, om 2 dagen proteĆÆnerijke voeding eten, een week vakantie buiten huis, eigen telefoon, eigen wasmachine, eigen tv, eigen wagen
Sufficiency-doctrine
Doctrine van Harry Truman die stelt dat het belangrijker is om manifest armoede te gaan bestrijden dan wakker te liggen van ongelijkheid ā het feit dat niet iedereen hetzelfde heeft doet r niet toe, wel dat iedereen voldoende heeft (ongelijkheid zal altijd bestaan)
Ex ante maatregelen
Maatregelen voor de marktwerking heeft plaatsgevonden (bv. iedereen gelijke toegang tot onderwijs geven)
Ex post maatregelen
Maatregelen nadat de marktwerking heeft plaatsgevonden (bv. hogere belastingen op hogere inkomens)
Matheuseffect
Het fenomeen waarbij de rijken rijker worden en de armen achterblijven ā vaak zo bij distributieve maatregelen dat zij die ze het meest nodig hebben er niet het meest voordeel uit halen, maar wel zij met een gemiddeld/hoog inkomen
Conjunctuurbeleid
Wanneer overheidsinterventies al impact kunnen hebben op de economie op relatief korte termijn (via budgettair of monetair beleid)
Monetair beleid
Beleid inzake geldhoeveelheden
Budgettair beleid
het gericht inzetten van overheidsuitgaven
Chartaal geld (fysiek geld)
Geld in de vorm van munten en biljetten (geproduceerd door de NBB in coƶrdinatie met ECB)
Giraal geld
Geld op financiĆ«le rekeningen (spaar- en zichtrekeningen) ā> productie vooral door private commerciĆ«le banken
Emissierecht
Recht van de NBB om geldbiljetten uit te geven ā verloren het niet na de toetreding tot de EMU maar delen het nu wel met de ECB
Geldvraag
Hoeveel geld mensen willen (of nodig hebben om transacties te doen dus afhankelijk. van de geldwaarde)
Geldaanbod
Hoeveel geld er is/circuleert (bepaald door het ECB en nationale banken en staat los van geldwaarde of gemiddelde prijzen)
Inflatie
Toename van het algemeen prijspeil
Deflatie
Afname van het algemeen prijspeil
Prijsindex
Index om de evolutie van het algemeen prijspeil te meten
Consumptieprijzenindex (CPI)
De prijzenindex waarbij goederenkorven worden gebruikt die overeenstemmen met een doorsnee gezin
Automatische indexering
De lonen worden automatisch aangepast aan de evoluties van de prijzenindex (specifiek de gezondheidsindex = de CPI - tabak, alcohol, diesel en benzine)
Potentiƫle BBP
Het niveau van het BBP dat onze economie had kunnen realiseren bij optimaal gebruik van productiefactoren, arbeid en kapitaal
Outputgap
Het verschil tussen ons gerealiseerde reƫle bbp en ons potentiƫle bbp (positief bij HCJ en negatief bij LCJ)
Recessie
Wanneer ons reƫle bbp daalt van het ene jaar op het andere jaar