FICTIE & GEDICHTEN - Samenvatting

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/27

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

A comprehensive set of vocabulary flashcards that covers key concepts from the lecture notes on narrative perspective, argument types, story structure, poetry features, and figurative language.

Last updated 1:49 PM on 3/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

28 Terms

1
New cards

Vertelperspectief

Het perspectief vanuit waar het verhaal wordt verteld, inclusief wie de gedachten en gevoelens kent.

2
New cards

Ik-perspectief

De verteller is een personage in het verhaal en gebruikt 'ik'.

3
New cards

Hij/Zij-perspectief

De verteller vertelt over iemand anders en gebruikt 'hij' of 'zij'.

4
New cards

Personaal perspectief

Je volgt één personage en weet alleen wat die persoon denkt.

5
New cards

Alwetend perspectief

De verteller weet alles, inclusief de gedachten van meerdere personages.

6
New cards

Realistisch argument

Een argument dat beoordeelt of het verhaal geloofwaardig is in het echte leven.

7
New cards

Emotief argument

Een argument dat aangeeft dat het verhaal gevoelens oproept bij de lezer.

8
New cards

Moreel argument

Een argument dat een boodschap of les in het verhaal behandelt.

9
New cards

Chronologisch

Gebeurtenissen worden in normale volgorde van tijd verteld.

10
New cards

Niet-chronologisch

De tijd in het verhaal springt, met elementen zoals flashbacks en flashforwards.

11
New cards

Ab ovo

Het verhaal begint vanaf het begin.

12
New cards

In medias res

Het verhaal begint midden in de actie.

13
New cards

Post rem

Het verhaal begint na de belangrijkste gebeurtenis.

14
New cards

Open einde

Niet alles wordt opgelost en de lezer moet zelf nadenken.

15
New cards

Gesloten einde

Alles wordt duidelijk en het verhaal is afgerond.

16
New cards

Eindrijm

Woorden aan het einde van regels rijmen op elkaar.

17
New cards

Rijmschema

Het patroon van rijm in een gedicht.

18
New cards

Sonnet

Een gedicht bestaande uit 14 regels, vaak met een specifieke structuur.

19
New cards

Volta

Het omslagpunt in een gedicht waar de gedachte, het onderwerp of de mening verandert.

20
New cards

Lyrisch gedicht

Een gedicht dat gaat over gevoelens en emoties.

21
New cards

Episch gedicht

Een gedicht dat een verhaal vertelt, vaak over een gebeurtenis.

22
New cards

Enjambement

Een zin loopt door naar de volgende regel zonder te stoppen.

23
New cards

Assonantie

De herhaling van klinkers in woorden.

24
New cards

Alliteratie

Woorden die beginnen met dezelfde letter.

25
New cards

Beeldspraak

Taalachtig gebruikt om het beeld en de betekenis te versterken.

26
New cards

Vergelijking

Een vergelijking met 'als' of 'zoals'.

27
New cards

Metafoor

Een vergelijking zonder 'als'.

28
New cards

Personificatie

Wanneer iets zonder leven menselijke eigenschappen krijgt.