BIOCHEMIE:H1:BIOMOLECULEN-SUIKERS

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/39

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:03 AM on 5/19/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

40 Terms

1
New cards

D-glucose

Het zit meestal in de vorm van zetmeel/glycogeen en moet worden opgesplitst voor gebruik (zit ook in rietsuiker, bietsuiker, maltose en lactose), het is de belangrijkste suiker van het menselijke lichaam die wordt verdeeld via het bloed en gebruikt wordt door weefsels

<p>Het zit meestal in de vorm van zetmeel/glycogeen en moet worden opgesplitst voor gebruik (zit ook in rietsuiker, bietsuiker, maltose en lactose), het is de belangrijkste suiker van het menselijke lichaam die wordt verdeeld via het bloed en gebruikt wordt door weefsels</p>
2
New cards

D-fructose

Gewonnen uit de hydrolyse van rietsuiker, bietsuiker en kan in de lever worden omgezet tot glucose

<p>Gewonnen uit de hydrolyse van rietsuiker, bietsuiker en kan in de lever worden omgezet tot glucose </p>
3
New cards

D-galactose

Gewonnen door de hydrolyse van lactose, kan in de lever worden omgezet naar glucose maar wordt door de borstklier aangemaakt om lactose in de melk te maken en het is een bestanddeel van glycolipiden en glycoproteïen

<p>Gewonnen door de hydrolyse van lactose, kan in de lever worden omgezet naar glucose maar wordt door de borstklier aangemaakt om lactose in de melk te maken en het is een bestanddeel van glycolipiden en glycoproteïen</p>
4
New cards

D-ribose

Structureel element van nucleïnezuren en co-enzymen

<p>Structureel element van nucleïnezuren en co-enzymen</p>
5
New cards

Maltose

Bestaat uit 2 glucoses en is het intermediar in de spijsvertering van zetmeel (via digestie met amylase)

<p>Bestaat uit 2 glucoses en is het intermediar in de spijsvertering van zetmeel (via digestie met amylase)</p>
6
New cards

Lactose

Bestaat uit glucose en galactose en is een belangrijk bestanddeel in de moedermelk en koemelk

<p>Bestaat uit glucose en galactose en is een belangrijk bestanddeel in de moedermelk en koemelk</p>
7
New cards

Sucrose

Bestaat uit fructose en glucose en is een belangrijke voedingsbron van groenten en fruit

<p>Bestaat uit fructose en glucose en is een belangrijke voedingsbron van groenten en fruit</p>
8
New cards

Aminosuikers

1 v/d OH’s is verandert door een amine, elk hexose heeft zijn aminoderivaat (vb. galactosamine) en op de aminogroep kunnen er nog andere vormen worden ingeplant

9
New cards

N-acetylglucosamine

Een aminosuiker met op de NH een carbonyl groep geplant die in verbinding staat met een CH3

<p>Een aminosuiker met op de NH een carbonyl groep geplant die in verbinding staat met een CH3</p>
10
New cards

Lipolyse

Suikers met een fosfaat groep ingeplant (gebeurd in de eerste stap van de glycolyse)

11
New cards

Deoxysuikers

Suikers die een O missen op de C6: i.p.v. CH2OH heb je CH3

<p>Suikers die een O missen op de C6: i.p.v. CH2OH heb je CH3</p>
12
New cards

Suikerzuren

Zuren met een carboxylgroep

13
New cards

-Uron

Suffix van suikerzuren die een carboxyl groep hebben op laatste C

<p>Suffix van suikerzuren die een carboxyl groep hebben op laatste C</p>
14
New cards

-Onzuur

Suffix van suikerzuren die op de eerste C een carboxylgroep hebben

<p>Suffix van suikerzuren die op de eerste C een carboxylgroep hebben</p>
15
New cards

Lactonen

Suikerzuren die op een carbonyl groep hebben

<p>Suikerzuren die op een carbonyl groep hebben </p>
16
New cards

Homopolysachariden

Dezelfde monomere suikers in opeenvolging, kunnen vertakt of onvertakt zijn

17
New cards

Heteropolysachariden

Verschillende monomere suikers in opeenvolging, kunnen vertakt of onvertakt zijn

18
New cards

Functie zetmeel en glycogeen

Opslagvoorraden van metabole brandstof (zetmeel voor planten en glycogeen voor mensen)

19
New cards

Structuur van glycogeen

Vertakte homopolysachariden die bestaan uit glucose met een alfa 1-4 binding die het vasthangt

  • Spiraal structuur

  • Veel vertakkingen (niet altijd dezelfde glucose opeenvolging, meer nieuwe spiralen kunnen vormen)

  • In het midden een glycogenine: eiwit dat samen met glucose kan zorgen voor de glucosesynthese

20
New cards

Werking van glycogeen afbreken enzym

Glycogeen afbrekend enzym knipt op korte uiteinden van glycogeen: bij meer korte takjes is er meer bruikbaar glucose

21
New cards

Functie van cellulose en chitine

Structurele suikers die stevige wanden kunnen vormen

22
New cards

Structuur chitine

N-acetylglucosamine lineair aan elkaar gebonden in 1 vlak zonder knik (pantser van kevers, kreeften,…)

23
New cards

Structuur chitine

Glucose lineair aan elkaar gebonden en in 1 vlak zonder knik (celwand van planten)

24
New cards

Waarom zijn cellulose en chitine zo opgbouwd?

  • Omdat de eenheden lineair geschakeld zijn kunnen ze H-bruggen vormen

  • Bij cellulose heb je verschillende lagen die boven/onder elkaar liggen en verbonden zijn waardoor je meer stevigheid hebt

25
New cards

Functie peptidoglycans

Vormen van de pantser van bacteriën (moet sterk materiaal zijn omdat de bacterie niet bestand is tegen osmolariteit)

26
New cards

Opbouw peptidoglycans

Heteroploysachariden die verankerd worden door aminozuren

27
New cards

Medische toepassing van peptidoglycans

  • Oog: produceert lysoysme die de pantser breken waardoor bacteriën sterven aan osmolariteit als ze het oog binnengaan

  • Penicilline: remt het enzym dat AZ takken maakt die de suikertakken samen houdt

28
New cards

Functie glycosaminoglycanen

Deel van de ECM, kunnen moleculen bijhouden door hun negatieve lading

29
New cards

Structuur glycosaminoglycanen

  • Polymeer van disachariden

  • Kenmerkend hebben ze een negatieve lading die ervoor zorgt dat ze veel moleculen kunnen binden (zijn gesulfateerd of niet gesulfateerd)

  • Komen voor op eiwitten die belangrijk zijn in en uit de cel

<ul><li><p>Polymeer van disachariden </p></li><li><p>Kenmerkend hebben ze een negatieve lading die ervoor zorgt dat ze veel moleculen kunnen binden (zijn gesulfateerd of niet gesulfateerd)</p></li><li><p>Komen voor op eiwitten die belangrijk zijn in en uit de cel</p></li></ul><p></p>
30
New cards

Glycoconjugaten

Suiker met “iets anders”

31
New cards

Structuur proteoglycans

  • Suikerdeel

  • AZ deel (enkele AZ die de “suiker borstels” verbinden met de core protein)

32
New cards

Functie proteoglycans

  • Membraan proteïnen

  • ECM: aggrecan, lang hyalorunzuur, keratine- en chonodrine sulfaat

(Suiker is grootste deel en belangrijkste voor functie)

33
New cards

Structuur ECM

  • Cytosol

  • Lipidendubbellaag

  • Lianen: Collageen, proteoglycanen, fibronectine (activeren PK en interageren met integrines) en integrines (geven aan waar de cel zich bevindt via PK)

34
New cards

Structuur glycoproteïnen

Suikers zijn O-linked (via de hydraxyl groep) of N-linked (via de aminogroep) verbonden aan het eiwit

De mogelijke suikers zijn hexosen, actylhexosamines, pentosen, methylpentosen en siaalzuren

(Eiwit is het belangrijkste deel)

35
New cards

Functie glycoproteïnen

  • Fysiochemische eigenschappen

  • Biologische activiteit

  • Proteolyse tegengaan

  • Reisaspecten

36
New cards

Voorkomen glycolipiden

Bloedgroepen:

Bestaan uit een suikergedeelte en een VZ gedeelte in het plasmamembraan komen

O = bestaat uit meest basische suiker, kan geven aan iederen

A = basische suiker + n-acetylgalactosamine, kan dus enkel geven aan O en niet B

B = basische suiker + galactose, kan dus enkel geven aan O en niet A

37
New cards

Voorkomen lipopolysachariden

Als een membraan component waar bv macrofagen aan kunnen binden en dan een signaal geven waardoor immuuncellen aangetrokken worden

38
New cards

Kenmerk virussen

Organotropisme: voorkeur hebben om bepaalde organen te infecteren

Dit is mogelijk doordat virussen met hun lectine kunnen interageren met een glycoproteïne op een specifiek orgaan

39
New cards

Selectines

Eiwitten die op oppervlak staan en gevormd worden door een signaaltransductie die geactiveerd werd door de cyto&-chemokines van macrofagen

De t-lymfocieten kunnen binden aan deze selectines ook al stroomt het bloed snel

40
New cards

Rolling

Traagjes over endotheel bewegen – bij meer cc selectines kunnen ze niet rollen & bij fenestrae kunnen ze dan binnendringen tot bij de infectie