1/61
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Vier pijlers van de rechtsstaat
(1) legaliteitsbeginsel, (2) trias politica (machtenscheiding en -spreiding), (3) klassieke grondrechten, (4) rechterlijke controle
Legaliteitsbeginsel (rechtsstaat)
Al het overheidsoptreden moet berusten op een wettelijke regeling
Machtenscheiding vs. machtenspreiding
Machtenscheiding: wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht zijn gescheiden. Machtenspreiding: machten controleren elkaar (checks and balances)
Trias politica (Montesquieu)
Drie staatsmachten: wetgevende macht (regelgevende), uitvoerende macht (bestuur), rechterlijke macht
Democratie (Dahl)
Bestuur door het volk; in de praktijk een polyarchie. Fundamenteel principe: politieke gelijkheid
Vijf voorwaarden voor democratie (Dahl)
(1) effectieve participatie, (2) gelijk stemrecht, (3) verlichte begripsvorming, (4) beheersing van de agenda, (5) inclusie van volwassenen
Zes basisvoorwaarden voor een reële democratie (Dahl)
(1) gekozen gemachtigden, (2) vrije eerlijke en frequente verkiezingen, (3) vrijheid van meningsuiting, (4) alternatieve informatiebronnen, (5) vrijheid van vereniging, (6) inclusieve burgerrechten
Conflictdemocratie
Democratie waarbij twee blokken strijden; meerderheid wint, minderheid verliest — bijv. de VS
Consensusdemocratie
Democratie waarbij de meerderheid rekening houdt met minderheden; besluitvorming via onderhandeling — bijv. Nederland
Vier kernsoorten definities van democratie
(1) constitutionele definitie, (2) inhoudelijke definitie, (3) procesdefinitie, (4) procedurele definitie
Representatieve (indirecte) democratie
Burgers kiezen vertegenwoordigers die namens hen beslissen
Directe democratie
Burgers spreken zich rechtstreeks uit via referendum, volksinitiatief of herroepingsprocedure
Referendum vs. volksinitiatief
Referendum: overheid legt een besluit voor aan burgers. Volksinitiatief: burgers vragen de overheid iets te ondernemen
Christmas-tree-theorie
Referenda zijn kerstversiering op bestaande representatieve instituties — geen echte verbetering
Lapmiddel-theorie
Referenda zijn een goed correctiemiddel voor gaten in de representatieve democratie
Kiesstelsel Nederland
Stelsel van evenredige vertegenwoordiging (art. 53 Gw); 150 zetels; kiesdeler = totaal stemmen ÷ 150
Kiesdeler
Het aantal stemmen dat nodig is om één zetel te krijgen
Voorkeursstemmen
Stemmen op een andere kandidaat dan de lijsttrekker; bij een kwart van de kiesdeler krijgt die kandidaat een zetel
Censuskiesrecht
Vereiste dat iemand een bepaald bedrag aan belastingen betaalt om te mogen stemmen
Geschiedenis kiesrecht Nederland
1848: censuskiesrecht mannen; 1917: algemeen mannenkiesrecht + evenredige vertegenwoordiging; 1919: vrouwenkiesrecht; 1922: kiesgerechtigde leeftijd verlaagd naar 18
Gerrymandering
Kiesdistricten zo indelen dat het gunstig uitkomt voor een bepaalde partij
Staat vs. natie
Staat: politieke en juridische entiteit. Natie: gemeenschap met gedeelde identiteit, taal en cultuur
Vrede van Westfalen (1648)
Bevestigde het beginsel van territoriale soevereiniteit: staten bepalen zelf hun binnenlandse aangelegenheden
De regering (art. 42 Gw)
Bestaat uit de Koning en de ministers. De Koning is onschendbaar; ministers zijn verantwoordelijk
Het kabinet
Ministers en staatssecretarissen samen; niet apart benoemd in de Grondwet; voert dagelijks bestuur
Homogeniteitsregel
Het kabinet spreekt met één mond over besluiten genomen in de ministerraad
Vertrouwensregel (ongeschreven)
Een minister, staatssecretaris of heel kabinet moet aftreden als de meerderheid van de Tweede Kamer geen vertrouwen meer heeft
Motie van treurnis
Kamer betreurt een gedraging; geen consequenties
Motie van afkeuring
Kamer veroordeelt het beleid; bewindspersoon kan doorgaan maar staat onder druk
Motie van wantrouwen
Kamer spreekt expliciet geen vertrouwen uit; bewindspersoon of kabinet moet aftreden
Ministeriële verantwoordelijkheid (art. 42 lid 2 Gw)
Minister is verantwoordelijk voor eigen beleid, handelen van ambtenaren, staatssecretaris, en beleid van ambtsvoorgangers — voor alles wat hij kon beïnvloeden
Actieve inlichtingenplicht (art. 42 lid 2 Gw)
Minister informeert de Kamer uit eigen beweging
Passieve inlichtingenplicht (art. 68 Gw)
Minister verstrekt informatie op verzoek van de Kamer; antwoordplicht is afhankelijk van het belang van de staat
Zelfstandig bestuursorgaan (zbo)
Overheidsinstelling op afstand van de politiek; neemt alleen technische uitvoeringsbeslissingen, geen politieke. Minister heeft systeemverantwoordelijkheid
Systeemverantwoordelijkheid
De minister is verantwoordelijk voor het wettelijke stelsel waarbinnen een zbo functioneert, niet voor individuele besluiten van het zbo
Ambt vs. ambtsdrager vs. ambtenaar
Ambt = institutionele structuur. Ambtsdrager = persoon die het ambt uitoefent. Ambtenaar = ondersteunt de ambtsdrager
Minister-president (art. 43 Gw)
Eerste onder gelijken; voorzitter ministerraad; coördineert regeringsbeleid; vertegenwoordigt Nederland internationaal
Ministerraad (art. 45 Gw)
Bestaat uit minister-president en ministers; besluit op basis van consensus; verantwoordelijk voor algemeen regeringsbeleid
Contrasign (art. 47 Gw)
Alle wetten en koninklijke besluiten worden medeondertekend door een minister; daarmee wordt de verantwoordelijkheid bij de minister gelegd
Meerderheidskabinet
Kabinet dat kan rekenen op steun van een meerderheid in de Tweede Kamer
Minderheidskabinet
Kabinet zonder meerderheid in de Tweede Kamer; zeer zeldzaam in Nederland
Parlementair kabinet
Coalitief racties in de Tweede Kamer zijn nauw betrokken bij de totstandkoming; gebaseerd op regeerakkoord
Extraparlementair kabinet
Parlement niet nauw betrokken; gebaseerd op regeerprogramma (minder gedetailleerd)
Rompkabinet
Overblijfsel van een kabinet nadat een of meer coalitiepartijen zijn afgetreden
Demissionair kabinet
Kabinet dat ontslag heeft aangeboden maar nog niet is vervangen; past alleen op de zaak
Koninklijk kabinet
Koning wijst de leden aan; parlement speelt geen rol
Zakenkabinet
Leden hebben specifieke vakkennis voor hun portefeuille
Formatieprocedure
(1) verkenner, (2) informateur, (3) formateur (vaak de beoogde minister-president)
Staten-Generaal (art. 50 Gw)
Het parlement van Nederland; bestaat uit Eerste en Tweede Kamer; hoogste orgaan van de wetgevende macht
Tweede Kamer
150 leden; rechtstreeks gekozen; heeft recht van amendement en recht van initiatief
Eerste Kamer
75 leden; indirect gekozen via Provinciale Staten; toetst wetgeving op kwaliteit en uitvoerbaarheid; geen recht van amendement of initiatief
Stemmen zonder last (art. 67 Gw)
Kamerleden stemmen naar eigen overtuiging; niet gebonden aan instructie van partij of anderen
Parlementaire onschendbaarheid (art. 71 Gw)
Kamerleden kunnen niet vervolgd worden voor wat ze in de Kamer zeggen of doen in het kader van hun parlementaire werkzaamheden
Vergaderingsbescherming
Kamerleden zijn beschermd tijdens vergaderingen van de Kamer en commissies
Persoonlijke (functionele) bescherming
Kamerleden zijn beschermd in de uitoefening van hun functie als Kamerlid, ook buiten vergaderingen
Recht van enquête (art. 70 Gw)
Tweede Kamer kan zelfstandig onderzoek instellen naar een onderwerp van maatschappelijk belang; getuigen kunnen onder ede worden verhoord
Interpellatierecht
Kamerlid kan vragen stellen aan een minister over een onderwerp dat 'vreemd is aan de orde van de dag'; vereist steun van 30 leden
Dertigledendebat (spoeddebat)
Debat gesteund door 30 leden; geen vooraf ingezonden vragen nodig; geen extra termijn
Kamerontbinding (art. 64 Gw)
Koning kan op voordracht van de minister-president de Tweede Kamer ontbinden; daarna nieuwe verkiezingen
Onverenigbare functies (art. 57 Gw)
Je kunt niet tegelijk lid zijn van Eerste én Tweede Kamer, of lid van de Kamer én minister/staatssecretaris
Sub judice-regel
Ongeschreven regel van goed gebruik: Kamerleden spreken niet over zaken die onder de rechter zijn; geen harde rechtsregel
Reglement van Orde (art. 72 Gw)
Elke Kamer heeft een eigen Reglement van Orde met vergaderregels; alleen bindend voor Kamerleden