Week 2 staats

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/61

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:29 PM on 6/1/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

62 Terms

1
New cards

Vier pijlers van de rechtsstaat

(1) legaliteitsbeginsel, (2) trias politica (machtenscheiding en -spreiding), (3) klassieke grondrechten, (4) rechterlijke controle

2
New cards

Legaliteitsbeginsel (rechtsstaat)

Al het overheidsoptreden moet berusten op een wettelijke regeling

3
New cards

Machtenscheiding vs. machtenspreiding

Machtenscheiding: wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht zijn gescheiden. Machtenspreiding: machten controleren elkaar (checks and balances)

4
New cards

Trias politica (Montesquieu)

Drie staatsmachten: wetgevende macht (regelgevende), uitvoerende macht (bestuur), rechterlijke macht

5
New cards

Democratie (Dahl)

Bestuur door het volk; in de praktijk een polyarchie. Fundamenteel principe: politieke gelijkheid

6
New cards

Vijf voorwaarden voor democratie (Dahl)

(1) effectieve participatie, (2) gelijk stemrecht, (3) verlichte begripsvorming, (4) beheersing van de agenda, (5) inclusie van volwassenen

7
New cards

Zes basisvoorwaarden voor een reële democratie (Dahl)

(1) gekozen gemachtigden, (2) vrije eerlijke en frequente verkiezingen, (3) vrijheid van meningsuiting, (4) alternatieve informatiebronnen, (5) vrijheid van vereniging, (6) inclusieve burgerrechten

8
New cards

Conflictdemocratie

Democratie waarbij twee blokken strijden; meerderheid wint, minderheid verliest — bijv. de VS

9
New cards

Consensusdemocratie

Democratie waarbij de meerderheid rekening houdt met minderheden; besluitvorming via onderhandeling — bijv. Nederland

10
New cards

Vier kernsoorten definities van democratie

(1) constitutionele definitie, (2) inhoudelijke definitie, (3) procesdefinitie, (4) procedurele definitie

11
New cards

Representatieve (indirecte) democratie

Burgers kiezen vertegenwoordigers die namens hen beslissen

12
New cards

Directe democratie

Burgers spreken zich rechtstreeks uit via referendum, volksinitiatief of herroepingsprocedure

13
New cards

Referendum vs. volksinitiatief

Referendum: overheid legt een besluit voor aan burgers. Volksinitiatief: burgers vragen de overheid iets te ondernemen

14
New cards

Christmas-tree-theorie

Referenda zijn kerstversiering op bestaande representatieve instituties — geen echte verbetering

15
New cards

Lapmiddel-theorie

Referenda zijn een goed correctiemiddel voor gaten in de representatieve democratie

16
New cards

Kiesstelsel Nederland

Stelsel van evenredige vertegenwoordiging (art. 53 Gw); 150 zetels; kiesdeler = totaal stemmen ÷ 150

17
New cards

Kiesdeler

Het aantal stemmen dat nodig is om één zetel te krijgen

18
New cards

Voorkeursstemmen

Stemmen op een andere kandidaat dan de lijsttrekker; bij een kwart van de kiesdeler krijgt die kandidaat een zetel

19
New cards

Censuskiesrecht

Vereiste dat iemand een bepaald bedrag aan belastingen betaalt om te mogen stemmen

20
New cards

Geschiedenis kiesrecht Nederland

1848: censuskiesrecht mannen; 1917: algemeen mannenkiesrecht + evenredige vertegenwoordiging; 1919: vrouwenkiesrecht; 1922: kiesgerechtigde leeftijd verlaagd naar 18

21
New cards

Gerrymandering

Kiesdistricten zo indelen dat het gunstig uitkomt voor een bepaalde partij

22
New cards

Staat vs. natie

Staat: politieke en juridische entiteit. Natie: gemeenschap met gedeelde identiteit, taal en cultuur

23
New cards

Vrede van Westfalen (1648)

Bevestigde het beginsel van territoriale soevereiniteit: staten bepalen zelf hun binnenlandse aangelegenheden

24
New cards

De regering (art. 42 Gw)

Bestaat uit de Koning en de ministers. De Koning is onschendbaar; ministers zijn verantwoordelijk

25
New cards

Het kabinet

Ministers en staatssecretarissen samen; niet apart benoemd in de Grondwet; voert dagelijks bestuur

26
New cards

Homogeniteitsregel

Het kabinet spreekt met één mond over besluiten genomen in de ministerraad

27
New cards

Vertrouwensregel (ongeschreven)

Een minister, staatssecretaris of heel kabinet moet aftreden als de meerderheid van de Tweede Kamer geen vertrouwen meer heeft

28
New cards

Motie van treurnis

Kamer betreurt een gedraging; geen consequenties

29
New cards

Motie van afkeuring

Kamer veroordeelt het beleid; bewindspersoon kan doorgaan maar staat onder druk

30
New cards

Motie van wantrouwen

Kamer spreekt expliciet geen vertrouwen uit; bewindspersoon of kabinet moet aftreden

31
New cards

Ministeriële verantwoordelijkheid (art. 42 lid 2 Gw)

Minister is verantwoordelijk voor eigen beleid, handelen van ambtenaren, staatssecretaris, en beleid van ambtsvoorgangers — voor alles wat hij kon beïnvloeden

32
New cards

Actieve inlichtingenplicht (art. 42 lid 2 Gw)

Minister informeert de Kamer uit eigen beweging

33
New cards

Passieve inlichtingenplicht (art. 68 Gw)

Minister verstrekt informatie op verzoek van de Kamer; antwoordplicht is afhankelijk van het belang van de staat

34
New cards

Zelfstandig bestuursorgaan (zbo)

Overheidsinstelling op afstand van de politiek; neemt alleen technische uitvoeringsbeslissingen, geen politieke. Minister heeft systeemverantwoordelijkheid

35
New cards

Systeemverantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor het wettelijke stelsel waarbinnen een zbo functioneert, niet voor individuele besluiten van het zbo

36
New cards

Ambt vs. ambtsdrager vs. ambtenaar

Ambt = institutionele structuur. Ambtsdrager = persoon die het ambt uitoefent. Ambtenaar = ondersteunt de ambtsdrager

37
New cards

Minister-president (art. 43 Gw)

Eerste onder gelijken; voorzitter ministerraad; coördineert regeringsbeleid; vertegenwoordigt Nederland internationaal

38
New cards

Ministerraad (art. 45 Gw)

Bestaat uit minister-president en ministers; besluit op basis van consensus; verantwoordelijk voor algemeen regeringsbeleid

39
New cards

Contrasign (art. 47 Gw)

Alle wetten en koninklijke besluiten worden medeondertekend door een minister; daarmee wordt de verantwoordelijkheid bij de minister gelegd

40
New cards

Meerderheidskabinet

Kabinet dat kan rekenen op steun van een meerderheid in de Tweede Kamer

41
New cards

Minderheidskabinet

Kabinet zonder meerderheid in de Tweede Kamer; zeer zeldzaam in Nederland

42
New cards

Parlementair kabinet

Coalitief racties in de Tweede Kamer zijn nauw betrokken bij de totstandkoming; gebaseerd op regeerakkoord

43
New cards

Extraparlementair kabinet

Parlement niet nauw betrokken; gebaseerd op regeerprogramma (minder gedetailleerd)

44
New cards

Rompkabinet

Overblijfsel van een kabinet nadat een of meer coalitiepartijen zijn afgetreden

45
New cards

Demissionair kabinet

Kabinet dat ontslag heeft aangeboden maar nog niet is vervangen; past alleen op de zaak

46
New cards

Koninklijk kabinet

Koning wijst de leden aan; parlement speelt geen rol

47
New cards

Zakenkabinet

Leden hebben specifieke vakkennis voor hun portefeuille

48
New cards

Formatieprocedure

(1) verkenner, (2) informateur, (3) formateur (vaak de beoogde minister-president)

49
New cards

Staten-Generaal (art. 50 Gw)

Het parlement van Nederland; bestaat uit Eerste en Tweede Kamer; hoogste orgaan van de wetgevende macht

50
New cards

Tweede Kamer

150 leden; rechtstreeks gekozen; heeft recht van amendement en recht van initiatief

51
New cards

Eerste Kamer

75 leden; indirect gekozen via Provinciale Staten; toetst wetgeving op kwaliteit en uitvoerbaarheid; geen recht van amendement of initiatief

52
New cards

Stemmen zonder last (art. 67 Gw)

Kamerleden stemmen naar eigen overtuiging; niet gebonden aan instructie van partij of anderen

53
New cards

Parlementaire onschendbaarheid (art. 71 Gw)

Kamerleden kunnen niet vervolgd worden voor wat ze in de Kamer zeggen of doen in het kader van hun parlementaire werkzaamheden

54
New cards

Vergaderingsbescherming

Kamerleden zijn beschermd tijdens vergaderingen van de Kamer en commissies

55
New cards

Persoonlijke (functionele) bescherming

Kamerleden zijn beschermd in de uitoefening van hun functie als Kamerlid, ook buiten vergaderingen

56
New cards

Recht van enquête (art. 70 Gw)

Tweede Kamer kan zelfstandig onderzoek instellen naar een onderwerp van maatschappelijk belang; getuigen kunnen onder ede worden verhoord

57
New cards

Interpellatierecht

Kamerlid kan vragen stellen aan een minister over een onderwerp dat 'vreemd is aan de orde van de dag'; vereist steun van 30 leden

58
New cards

Dertigledendebat (spoeddebat)

Debat gesteund door 30 leden; geen vooraf ingezonden vragen nodig; geen extra termijn

59
New cards

Kamerontbinding (art. 64 Gw)

Koning kan op voordracht van de minister-president de Tweede Kamer ontbinden; daarna nieuwe verkiezingen

60
New cards

Onverenigbare functies (art. 57 Gw)

Je kunt niet tegelijk lid zijn van Eerste én Tweede Kamer, of lid van de Kamer én minister/staatssecretaris

61
New cards

Sub judice-regel

Ongeschreven regel van goed gebruik: Kamerleden spreken niet over zaken die onder de rechter zijn; geen harde rechtsregel

62
New cards

Reglement van Orde (art. 72 Gw)

Elke Kamer heeft een eigen Reglement van Orde met vergaderregels; alleen bindend voor Kamerleden