1/75
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Een taal waarbij de volgorde Subject – Werkwoord – Object de basisvolgorde is
het Nederlands is een SVO-taal
Kleine elementen combineren tot grotere (dubbele articulatie),
klinkers én medeklinkers
ontkennen/vragen/bevelen mogelijk
complexe zinnen mogelijk
woorden voor zwart/wit of donker/licht
Een bij maakt een 8-beweging:
de richting geeft de voedselbron aan t.o.v. de zon, de snelheid geeft de afstand aan
een zeer beperkte grammatica
Talen worden niet genetisch, maar cultureel overgedragen
van generatie op generatie via leren
Cultureel overgedragen
inherente openheid/creativiteit
verplaatsing mogelijk
communiceren over taal zelf
arbitrair (willekeurig verband teken-betekenis)
Een periode vroeg in het leven waarbinnen taal verworven moet worden
daarna is het bijna onmogelijk
Dat kinderen die niet blootgesteld werden aan taal in hun vroege jeugd later nauwelijks nog taal kunnen leren
bewijs voor de kritische periode
Een bewust ontworpen taal, zoals Esperanto
verandert niet in de tijd en wordt niet van jongs af aan verworven
Lejzer Zamenhof
in 1887
Formele talen hebben een één-op-één relatie tussen vorm en betekenis
bij natuurlijke talen is dat niet zo
De opbouw en vormen van woorden (morfemen)
Wat een spreker met een taaluiting probeert te bereiken
taalgebruik in context
Een Weense arts (1758-1828)
grondlegger van de frenologie
hij dacht dat hersenfuncties op vaste plaatsen in het brein zaten en zichtbaar waren als bulten op de schedel
Een Frans neuroloog die ontdekte dat het spreken gelokaliseerd is in de frontale kwab van de linkerhemisfeer
nu Broca's gebied
De tegenovergestelde:
linkerhemisfeer bestuurt de rechterkant
rechterhemisfeer de linkerkant
Kinderen leren taal door imitatie, herhaling en beloning (reinforcement) vanuit de omgeving → externe factoren staan centraal
Elk kind heeft een aangeboren taalvermogen
het kind leidt zelf taalregels af uit wat het hoort → interne mentale processen staan centraal
Noam Chomsky
in 1959
Wat is de semantische visie op taalverwerving?
Taalverwerving hangt samen met cognitieve ontwikkeling → het kind vormt eerst begrippen van de wereld en leert die dan uitdrukken in taal
Zowel het taalaanbod van de omgeving als het aangeboren vermogen van het kind zijn belangrijk
Interactie staat centraal
Een Amerikaans psycholoog en apenonderzoeker
verbonden aan de cognitieve taalkunde
Het aangepaste taalgebruik van volwassenen naar jonge kinderen:
hogere toon, overdreven intonatie, langzamer, beperkte woordenschat, verwijzingen naar het hier en nu
Schreien (0-6 weken)
Vocaliseren (6 weken-4 mnd.)
Vocaal spel (4-6 mnd.)
Brabbelen (vanaf 7 mnd.)
Fase (4-6 mnd.) waarin de baby doelbewust spraakorganen beweegt, gevarieerde klinkers en medeklinkers produceert
polyglot/meertalig
Gesprekjes tussen baby en volwassene met enkel klanken, zonder betekenis
Voorlopers van echte woorden → vaste brabbelgroepjes waaraan het kind zelf een betekenis geeft (bijv. 'brr' = auto)
Het besef (rond 12-15 maanden) dat woorden een verwijzende functie hebben
Systematische vereenvoudigingen van de volwassen uitspraak
noodzakelijke stappen in de taalontwikkeling, geen fouten
Het vereenvoudigen van meerdere opeenvolgende medeklinkers tot één, '(bijv. 'stoel' → 'toel' of 'paard' → 'paat')
Waarom zijn simplificaties geen fouten?
Ze zijn onvermijdelijke en noodzakelijke ontwikkelingskenmerken → het kind heeft nog een beperkt articulatorisch vermogen