Cursus Nederlands 4 Taalvariatie - deel Linguïstiek

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/75

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:19 PM on 5/28/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

76 Terms

1
New cards
Wat zijn de drie soorten taalvariatie?
Regionaal, sociaal en situationeel
2
New cards
Wat is taalvariatie?
De verscheidenheid aan taalgebruik binnen een taalgebied
3
New cards
Welke drie varianten onderscheidt men bij regionale taalvariatie in Vlaanderen?
Standaardnederlands, dialect en tussentaal
4
New cards
Wat is sociale taalvariatie?
Taalvarianten gesproken binnen een bepaalde sociale groep (jongeren, vrouwen, migranten, arbeiders…)
5
New cards
Wat is situationele taalvariatie?
Taal die verandert naargelang de situatie (bijv. formeler bij een sollicitatie dan bij vrienden)
6
New cards
Wat is een SVO-taal?
  • Een taal waarbij de volgorde Subject – Werkwoord – Object de basisvolgorde is

  • het Nederlands is een SVO-taal

7
New cards
Wat zijn universalia?
Eigenschappen die alle talen gemeenschappelijk hebben
8
New cards
Noem 5 universalia van taal.
  1. Kleine elementen combineren tot grotere (dubbele articulatie),

  2. klinkers én medeklinkers

  3. ontkennen/vragen/bevelen mogelijk

  4. complexe zinnen mogelijk

  5. woorden voor zwart/wit of donker/licht

9
New cards
Wat is dubbele articulatie?
Klanken zonder betekenis worden gecombineerd tot klanken mét betekenis (morfemen, woorden)
10
New cards
Wat zijn natuurlijke, menselijke talen?
Door mensen gesproken talen die zich op natuurlijke wijze hebben ontwikkeld, waarschijnlijk uit een primitief communicatiesysteem
11
New cards
Wat is productiviteit bij taal?
Het vermogen om nieuwe, betekenisvolle signalen te maken door eenheden te combineren tot grotere gehelen
12
New cards
Beschrijf de bijendans als communicatiesysteem.

Een bij maakt een 8-beweging:

  • de richting geeft de voedselbron aan t.o.v. de zon, de snelheid geeft de afstand aan

  • een zeer beperkte grammatica

13
New cards
Wat is culturele transmissie bij taal?
  • Talen worden niet genetisch, maar cultureel overgedragen

  • van generatie op generatie via leren

14
New cards
Is taal genetisch of cultureel overgedragen?
Cultureel: een kind van Chinese ouders leert Nederlands als moedertaal als het door Nederlandstaligen wordt opgevoed
15
New cards
Bij welke dieren is culturele transmissie van vocale communicatie bewezen?
Papegaaien, kolibries, zangvogels, vleermuizen, walvissen, dolfijnen, zeehonden, robben en de mens
16
New cards
Wat is verplaatsing in taal?
Het vermogen om te communiceren over dingen die ruimtelijk of tijdelijk niet aanwezig zijn
17
New cards
Wat zijn de 5 kenmerken van menselijke taal (besluit)?
  1. Cultureel overgedragen

  2. inherente openheid/creativiteit

  3. verplaatsing mogelijk

  4. communiceren over taal zelf

  5. arbitrair (willekeurig verband teken-betekenis)

18
New cards
Wat betekent arbitrair bij taal?
Het verband tussen het taalteken (woord) en de betekenis is willekeurig/conventioneel bepaald
19
New cards
Wat is de kritische periode voor taal?
  • Een periode vroeg in het leven waarbinnen taal verworven moet worden

  • daarna is het bijna onmogelijk

20
New cards
Wat toont het verhaal van Genie aan?
  • Dat kinderen die niet blootgesteld werden aan taal in hun vroege jeugd later nauwelijks nog taal kunnen leren

  • bewijs voor de kritische periode

21
New cards
Wat is een kunsttaal?
  • Een bewust ontworpen taal, zoals Esperanto

  • verandert niet in de tijd en wordt niet van jongs af aan verworven

22
New cards
Wie ontwierp het Esperanto en wanneer?
  • Lejzer Zamenhof

  • in 1887

23
New cards
Waar is de woordenschat van Esperanto op gebaseerd?
Romaanse talen (60%), Germaanse talen (30%), Slavische talen (5%), overige zoals Grieks en Japans (5%)
24
New cards
Wat is het grootste verschil tussen formele en natuurlijke talen?
  • Formele talen hebben een één-op-één relatie tussen vorm en betekenis

  • bij natuurlijke talen is dat niet zo

25
New cards
Geef 3 voorbeelden van formele talen.
Computertalen, algebra, logica/wiskunde
26
New cards
Waarom is non-verbale communicatie beperkter dan verbale?
Er is geen dubbele articulatie: gebaren combineren zich niet tot andere betekenissen
27
New cards
Noem 4 elementen van non-verbale communicatie.
Handgebaren, lichaamshouding, gezichtsuitdrukking, onderlinge afstand
28
New cards
Wat bestudeert de taalwetenschap / linguïstiek?
De wetenschappelijke studie van natuurlijke talen zoals mensen ze werkelijk gebruiken
29
New cards
Wat bestudeert de fonetiek?
De klanken van een taal
30
New cards
Wat bestudeert de fonologie?
De betekenisonderscheidende klanken (fonemen) van een taal
31
New cards
Wat bestudeert de morfologie?

De opbouw en vormen van woorden (morfemen)

32
New cards
Wat bestudeert de syntaxis?
De groepering van woorden in zinnen (zinsbouw)
33
New cards
Wat bestudeert de semantiek?
De betekenis van woorden, zinnen en teksten
34
New cards
Wat bestudeert de pragmatiek?
  • Wat een spreker met een taaluiting probeert te bereiken

  • taalgebruik in context

35
New cards
Wat is sociolinguïstiek?
De studie van de rol van taal in het sociale verkeer en de factoren die taalvariatie bepalen
36
New cards
Wat is psycholinguïstiek?
De studie van individueel, menselijk taalgedrag en de verklaring ervan
37
New cards
Wat is neurolinguïstiek?
De studie van de structuren voor taal in de hersenen en de gevolgen van schade daaraan
38
New cards
Wie was Franz Joseph Gall en wat deed hij?
  • Een Weense arts (1758-1828)

  • grondlegger van de frenologie

  • hij dacht dat hersenfuncties op vaste plaatsen in het brein zaten en zichtbaar waren als bulten op de schedel

39
New cards
Wat is de frenologie?
De (onjuiste) theorie dat de vorm van de schedel iets zegt over het karakter en de hersenfuncties van een persoon
40
New cards
Wat is de lokalisatiegedachte?
Het idee dat bepaalde hersenzones instaan voor bepaalde activiteiten
41
New cards
Wie was Pierre-Paul Broca en wat ontdekte hij?
  • Een Frans neuroloog die ontdekte dat het spreken gelokaliseerd is in de frontale kwab van de linkerhemisfeer

  • nu Broca's gebied

42
New cards
Wat is Broca's gebied?
Het gebied in de frontale kwab van de linkerhemisfeer dat instaat voor het vermogen om te spreken
43
New cards
Wie was Carl Wernicke en wat ontdekte hij?
Een Duitse dokter die ontdekte dat een letsel in de linker temporale kwab leidt tot verlies van begripsvermogen, maar spreken intact laat
44
New cards
Waar ligt Wernicke's gebied?
In het achterste deel van de bovenrand van de linker temporale kwab
45
New cards
Welke functies heeft de linkerhemisfeer?
Formele taalfuncties, verbaal geheugen, analyseren, deduceren, abstraheren, sequentieel denken
46
New cards
Welke functies heeft de rechterhemisfeer?
Begrijpen van metaforen, visueel geheugen, intuïtie, divergerend denken, syntheseren, ruimtelijke activiteiten
47
New cards
Welke kant van het lichaam bestuurt elke hersenhelft?

De tegenovergestelde:

  • linkerhemisfeer bestuurt de rechterkant

  • rechterhemisfeer de linkerkant

48
New cards
Wat is ambidexter?
Gemengdhandig: geen duidelijke voorkeur voor linker- of rechterhand
49
New cards
Wat is de behavioristische taalverwervingstheorie?

Kinderen leren taal door imitatie, herhaling en beloning (reinforcement) vanuit de omgeving → externe factoren staan centraal

50
New cards
Wie is de bekendste behaviorist in taalverwerving?
B.F. Skinner
51
New cards
Wat is de mentalistische taalverwervingstheorie?
  • Elk kind heeft een aangeboren taalvermogen

  • het kind leidt zelf taalregels af uit wat het hoort → interne mentale processen staan centraal

52
New cards
Wie ontwikkelde de mentalistische / generatieve theorie?
  • Noam Chomsky

  • in 1959

53
New cards
Wat is generatieve taalkunde?
De theorie van Chomsky: kinderen hebben een aangeboren vermogen om een taal te leren en kunnen zinnen produceren die ze nooit gehoord hebben
54
New cards

Wat is de semantische visie op taalverwerving?

Taalverwerving hangt samen met cognitieve ontwikkeling → het kind vormt eerst begrippen van de wereld en leert die dan uitdrukken in taal

55
New cards
Wat is de interactionistische visie op taalverwerving?
  • Zowel het taalaanbod van de omgeving als het aangeboren vermogen van het kind zijn belangrijk

  • Interactie staat centraal

56
New cards
Wie is Michael Tomasello?
  • Een Amerikaans psycholoog en apenonderzoeker

  • verbonden aan de cognitieve taalkunde

57
New cards
Wat is 'baby talk'?

Het aangepaste taalgebruik van volwassenen naar jonge kinderen:

  • hogere toon, overdreven intonatie, langzamer, beperkte woordenschat, verwijzingen naar het hier en nu

58
New cards
Wat is overgeneralisatie?
Het toepassen van een taalregel op gevallen waar die eigenlijk niet geldt, bijv. "autoën" of "schrijfde"
59
New cards
Waarom kan imitatie niet de enige verklaring zijn voor taalverwerving?
Kinderen produceren zinnen die ze nooit gehoord kunnen hebben, én overgeneralisaties zoals "schrijfde" die ze niet imiteren
60
New cards
Wat is de prelinguale periode?
Het eerste levensjaar: het kind 'spreekt' nog niet maar maakt al communicatieve geluiden
61
New cards
Noem de 4 stadia van de prelinguale periode.
  1. Schreien (0-6 weken)

  2. Vocaliseren (6 weken-4 mnd.)

  3. Vocaal spel (4-6 mnd.)

  4. Brabbelen (vanaf 7 mnd.)

62
New cards
Wat is vocaal spel?
  • Fase (4-6 mnd.) waarin de baby doelbewust spraakorganen beweegt, gevarieerde klinkers en medeklinkers produceert

  • polyglot/meertalig

63
New cards
Wat betekent polyglot in de context van vocaal spel?
De klankproducties worden niet bepaald door de omgevingstaal: Vlaamse, Engelse, Russische en Chinese baby's klinken gelijk
64
New cards
Wat zijn protoconversaties?

Gesprekjes tussen baby en volwassene met enkel klanken, zonder betekenis

65
New cards
Wat is de brabbelperiode?
Vanaf 7 maanden: kind produceert klanken in lettergrepen, experimenteert met klemtoon en intonatie, protowoorden verschijnen
66
New cards
Wat zijn protowoorden?

Voorlopers van echte woorden → vaste brabbelgroepjes waaraan het kind zelf een betekenis geeft (bijv. 'brr' = auto)

67
New cards
Wat is de vroeglinguale periode?
Tot ± 2,5 jaar: kind gebruikt betekenisvolle woorden en combineert die tot primitieve zinnetjes
68
New cards
Wat is het symboolbewustzijn?

Het besef (rond 12-15 maanden) dat woorden een verwijzende functie hebben

69
New cards
Wat zijn simplificatieverschijnselen bij kinderen?
  • Systematische vereenvoudigingen van de volwassen uitspraak

  • noodzakelijke stappen in de taalontwikkeling, geen fouten

70
New cards
Wat is deletie bij kindertaal?
Het weglaten van een klank of lettergreep, bijv. 'telefoon' → 'foon' of 'koek' → 'koe'
71
New cards
Wat is clusterreductie bij kindertaal?

Het vereenvoudigen van meerdere opeenvolgende medeklinkers tot één, '(bijv. 'stoel' → 'toel' of 'paard' → 'paat')

72
New cards
Wat is consonantenharmonie bij kindertaal?
Een medeklinker wordt qua uitspraak aangepast aan een andere in hetzelfde woord, bijv. 'duim' → 'muim' (beide bilabiaal)
73
New cards
Wat is transpositie bij kindertaal?
Het omdraaien van een moeilijke klankcombinatie, bijv. 'wesp' → 'weps'
74
New cards
Wat is reduplicatie bij kindertaal?
Het herhalen van een klankpatroon, bijv. 'Kristin' → 'titin' of 'keuken' → 'keukeu'
75
New cards
Wat is substitutie bij kindertaal?
Het vervangen van een moeilijke klank door een makkelijkere, bijv. 'boter' → 'woter'
76
New cards

Waarom zijn simplificaties geen fouten?

Ze zijn onvermijdelijke en noodzakelijke ontwikkelingskenmerken → het kind heeft nog een beperkt articulatorisch vermogen