1/12
Deze set bevat kernbegrippen over de structuur van het PSE, de vorming van kationen en anionen, en de betekenis van de elektronegatieve waarde.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Periodiek Systeem van de Elementen (PSE)
Een systeem waarin elementen met gelijkaardige eigenschappen onder elkaar staan gerangschikt.
Edelgassen
Elementen uit groep 0 die als afzonderlijke atomen voorkomen, niet reageren met andere atomen en chemisch inert zijn.
Edelgasconfiguratie
Een stabiele elektronenconfiguratie waarbij de buitenste schil volledig bezet is (8 valentie-elektronen, behalve voor Helium dat er 2 heeft).
Valentie-elektronen
De elektronen die zich in de buitenste schil van een atoom bevinden.
Kationen
Positief geladen ionen die ontstaan wanneer metaalatomen één of meer elektronen afstaan.
Elektropositieve elementen
Elementen, meestal metalen, die de neiging hebben om elektronen af te staan.
Anionen
Negatief geladen ionen die ontstaan wanneer niet-metaalatomen één of meer elektronen opnemen.
Elektronegatieve elementen
Elementen, meestal niet-metalen, die de neiging hebben om elektronen op te nemen.
Ionvorming
Het proces waarbij atomen elektronen uitwisselen om een stabiele edelgasconfiguratie te bereiken.
Elektronegatieve waarde (EN-waarde)
Een getal dat aangeeft hoe sterk een element de neiging heeft om elektronen naar zich toe te trekken.
Fluor (F)
Het sterkste niet-metaal met de hoogste EN-waarde van 4,0.
Francium (Fr)
Het element met de kleinste EN-waarde van 0,7, waardoor het gemakkelijk zijn valentie-elektron afgeeft.
Inert
De eigenschap van edelgassen waarbij ze chemisch niet reageren omdat hun elektronenconfiguratie zeer stabiel is.