Ontwikkelingsstoornissen college 1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/126

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:32 PM on 6/5/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

127 Terms

1
New cards

Normaal gedrag

Gedrag dat wordt beoordeeld in verhouding tot leeftijd, ontwikkelingsniveau, cultuur, geslacht, situatie en tijdsgeest

2
New cards

Abnormaliteit

Gedrag emoties of gedachten die atypisch schadelijk of disfunctioneel zijn en de aanpassing van het kind verstoren

3
New cards

Psychopathologie

Problematisch gedrag emoties of denken dat niet los van de omgeving kan worden beoordeeld en het functioneren belemmert

4
New cards

Ontwikkelingsnormen

Verwachtingen over wat kinderen op een bepaalde leeftijd meestal kunnen op lichamelijk cognitief talig emotioneel en sociaal vlak

5
New cards

Ontwikkelingsvertraging

Een kind loopt achter op wat normaal verwacht wordt binnen de ontwikkeling

6
New cards

Regressie

Een kind verliest een vaardigheid die het eerder al had

7
New cards

Afwijkende frequentie

Gedrag komt veel vaker of veel minder vaak voor dan passend is bij de leeftijd en situatie

8
New cards

Afwijkende intensiteit

Gedrag is veel heftiger of juist veel zwakker dan passend is bij de leeftijd en situatie

9
New cards

Afwijkende duur

Gedrag blijft langer bestaan dan passend is binnen de normale ontwikkeling

10
New cards

Situationeel ongepast gedrag

Gedrag dat op zichzelf normaal kan zijn maar niet past bij de context waarin het voorkomt

11
New cards

Plotselinge gedragsverandering

Een abrupte verandering in gedrag die kan wijzen op onderliggende problematiek

12
New cards

Kwalitatief afwijkend gedrag

Gedrag dat niet alleen meer of minder voorkomt maar echt anders is dan normale ontwikkeling

13
New cards

Cultuurnormen

Gedragsverwachtingen die voortkomen uit waarden gewoonten en opvattingen binnen een cultuur

14
New cards

Etniciteit

Gedeelde gewoonten waarden taal of achtergrond die samenhangen met nationale of geografische herkomst

15
New cards

Race

Indeling op basis van fysieke kenmerken die ook kan samengaan met gedeelde sociale ervaringen

16
New cards

Gendernormen

Verwachtingen over gedrag dat als passend wordt gezien voor jongens of meisjes

17
New cards

Situationele normen

Verwachtingen over wat passend gedrag is in een specifieke omgeving of sociale situatie

18
New cards

Rol van volwassenen

Ouders leerkrachten en artsen spelen vaak een grote rol in het herkennen en benoemen van probleemgedrag bij kinderen

19
New cards

Veranderende opvattingen over abnormaliteit

Wat als afwijkend wordt gezien kan veranderen door tijd cultuur kennis en maatschappelijke waarden

20
New cards

Seculaire trends

Veranderingen in het voorkomen van stoornissen door de tijd heen door maatschappelijke diagnostische of medische veranderingen

21
New cards

Prevalentie

Hoe vaak een stoornis of probleem voorkomt binnen een bepaalde groep

22
New cards

Aanvangsleeftijd

De leeftijd waarop symptomen meestal voor het eerst ontstaan of herkend worden

23
New cards

Growing into deficit

Een kwetsbaarheid is al aanwezig maar wordt pas zichtbaar wanneer de omgeving hogere eisen stelt

24
New cards

Externaliserende problemen

Naar buiten gericht probleemgedrag zoals agressie impulsiviteit druk gedrag of oppositioneel gedrag

25
New cards

Internaliserende problemen

Naar binnen gerichte problemen zoals angst depressieve klachten teruggetrokkenheid of piekeren

26
New cards

Methodologische bias

Vertekening in diagnostiek of onderzoek door de manier waarop symptomen worden beschreven gemeten of onderzocht

27
New cards

Onderdiagnostisering

Een stoornis wordt minder vaak herkend bij een bepaalde groep doordat criteria of verwachtingen niet goed aansluiten

28
New cards

Ontwikkelingspsychopathologie

De studie van normale en afwijkende ontwikkeling en van processen die risico bescherming en stoornissen verklaren

29
New cards

Algemeen ontwikkelingsperspectief

Problemen worden bekeken vanuit meerdere contexten zoals biologie individu gezin sociaal systeem en cultuur

30
New cards

Biologische context

Invloeden vanuit genen hersenen neurotransmissie prenatale perinatale en postnatale factoren

31
New cards

Individuele context

Kindgebonden factoren zoals temperament cognitie emoties zelfbeeld intelligentie en vaardigheden

32
New cards

Gezinscontext

Invloeden vanuit opvoeding gehechtheid ouderlijke stress conflict mishandeling verwaarlozing of gezinsrelaties

33
New cards

Sociale context

Invloeden vanuit school leeftijdsgenoten buurt en bredere sociale relaties

34
New cards

Culturele context

Invloeden vanuit normen waarden verwachtingen ongelijkheid wetten en maatschappelijke opvattingen

35
New cards

Proximale factoren

Factoren die het kind direct beïnvloeden zoals opvoeding of interacties met ouders

36
New cards

Distale factoren

Factoren die het kind indirect beïnvloeden zoals armoede werkloosheid van ouders of maatschappelijke ongelijkheid

37
New cards

Ecologisch model

Model van Bronfenbrenner waarin ontwikkeling wordt beïnvloed door meerdere systemen rondom het kind

38
New cards

Microsysteem

De directe omgeving van het kind zoals gezin school en leeftijdsgenoten

39
New cards

Mesosysteem

De relaties tussen directe omgevingen zoals de samenwerking tussen ouders en school

40
New cards

Exosysteem

Een omgeving die het kind indirect beïnvloedt zoals het werk van ouders of buurtvoorzieningen

41
New cards

Macrosysteem

Brede maatschappelijke en culturele normen waarden wetten en ideologieën

42
New cards

Chronosysteem

Veranderingen door de tijd zoals levensgebeurtenissen historische periode en ontwikkelingsfase

43
New cards

Transactioneel model

Kind en omgeving beïnvloeden elkaar voortdurend en wederzijds

44
New cards

Integratieve kijk

Biologische psychologische sociale en culturele factoren worden samen bekeken

45
New cards

Continuümdenken

Normaal en abnormaal gedrag zijn niet strikt gescheiden maar lopen in gradaties in elkaar over

46
New cards

Risicofactor

Een factor die de kans op psychopathologie vergroot

47
New cards

Kwetsbaarheid

Een eigenschap of omstandigheid waardoor een kind sterker reageert op risico

48
New cards

Beschermende factor

Een factor die de negatieve invloed van risico vermindert

49
New cards

Bevorderende factor

Een factor die positieve ontwikkeling stimuleert ook wanneer er risico aanwezig is

50
New cards

Veerkracht

Relatief positieve ontwikkeling ondanks ernstige tegenslag of risico

51
New cards

Mediator

Een tussenliggende factor die verklaart hoe een oorzaak tot een uitkomst leidt

52
New cards

Moderator

Een factor die bepaalt voor wie of onder welke omstandigheden een verband sterker of zwakker is

53
New cards

Direct effect

Een factor hangt rechtstreeks samen met een uitkomst

54
New cards

Indirect effect

Een factor werkt via een tussenstap door op een uitkomst

55
New cards

Noodzakelijke oorzaak

Een factor zonder welke een stoornis niet ontstaat

56
New cards

Voldoende oorzaak

Een factor die op zichzelf genoeg is om een stoornis te veroorzaken

57
New cards

Bijdragende oorzaak

Een factor die de kans op een stoornis vergroot maar niet noodzakelijk of voldoende is

58
New cards

Equifinaliteit

Verschillende ontwikkelingsroutes kunnen leiden tot dezelfde uitkomst

59
New cards

Multifinaliteit

Dezelfde beginfactor kan leiden tot verschillende uitkomsten

60
New cards

Homotypische continuïteit

Hetzelfde type probleem blijft door de tijd heen bestaan

61
New cards

Heterotypische continuïteit

De onderliggende kwetsbaarheid blijft bestaan maar het symptoombeeld verandert

62
New cards

Hechting

De vroege sociaal emotionele band tussen kind en verzorger

63
New cards

Veilige hechting

Een hechtingsrelatie waarin het kind de verzorger als veilige basis ervaart

64
New cards

Onveilige hechting

Een hechtingsrelatie waarin veiligheid en vertrouwen minder stabiel zijn

65
New cards

Gedesorganiseerde hechting

Een hechtingspatroon met tegenstrijdig verward of angstig gedrag tegenover de verzorger

66
New cards

Temperament

Vroege basiskenmerken in gedrag emotie en reactiviteit van een kind

67
New cards

Goodness of fit

De mate waarin de omgeving past bij het temperament en de behoeften van het kind

68
New cards

Differential susceptibility

Sommige kinderen zijn sterker gevoelig voor zowel negatieve als positieve omgevingsinvloeden

69
New cards

Emotie expressie

De manier waarop emoties worden getoond

70
New cards

Emotiebegrip

Het vermogen om emoties bij jezelf en anderen te herkennen en begrijpen

71
New cards

Emotieregulatie

Het vermogen om emoties te sturen in intensiteit duur en uiting

72
New cards

Emotiedysregulatie

Moeite met het reguleren van emoties waardoor reacties te heftig te lang of ongepast zijn

73
New cards

Sociale informatieverwerking

De manier waarop een kind sociale signalen waarneemt interpreteert en erop reageert

74
New cards

Hostile attribution bias

De neiging om neutraal of dubbelzinnig gedrag van anderen als vijandig te interpreteren

75
New cards

Medisch model

Model dat psychopathologie vooral verklaart vanuit organisch disfunctioneren biologische oorzaken classificatie en diagnose

76
New cards

Beperking van het medische model

Het kan contextuele transactionele en sociale invloeden onderschatten

77
New cards

Gedragsgeoriënteerd model

Model dat probleemgedrag verklaart vanuit leerprincipes en observeerbaar gedrag

78
New cards

Klassieke conditionering

Leren door koppeling van een neutrale stimulus aan een stimulus die automatisch een reactie oproept

79
New cards

Ongeconditioneerde stimulus

Een prikkel die automatisch een reactie oproept zonder voorafgaand leren

80
New cards

Ongeconditioneerde respons

De automatische reactie op een ongeconditioneerde stimulus

81
New cards

Geconditioneerde stimulus

Een oorspronkelijk neutrale prikkel die na koppeling een aangeleerde reactie oproept

82
New cards

Geconditioneerde respons

De aangeleerde reactie op een geconditioneerde stimulus

83
New cards

Stimulusgeneralisatie

Een aangeleerde reactie treedt ook op bij prikkels die lijken op de oorspronkelijke prikkel

84
New cards

Stimulusdiscriminatie

Leren onderscheid maken tussen prikkels waardoor de reactie alleen bij specifieke prikkels optreedt

85
New cards

Operante conditionering

Leren doordat gedrag wordt versterkt of verzwakt door de gevolgen ervan

86
New cards

Law of Effect

Gedrag neemt toe als de gevolgen bevredigend zijn en neemt af als de gevolgen onaangenaam zijn

87
New cards

Positieve bekrachtiging

Iets prettigs wordt toegevoegd waardoor gedrag toeneemt

88
New cards

Negatieve bekrachtiging

Iets onaangenaams verdwijnt waardoor gedrag toeneemt

89
New cards

Positieve straf

Iets onaangenaams wordt toegevoegd waardoor gedrag afneemt

90
New cards

Negatieve straf

Iets prettigs wordt weggenomen waardoor gedrag afneemt

91
New cards

Extinctie

Gedrag neemt af doordat bekrachtiging wegvalt

92
New cards

Vermijdingsleren

Vermijding blijft bestaan omdat het op korte termijn spanning of ongemak verlaagt

93
New cards

Imitatie

Gedrag wordt overgenomen door anderen na te doen

94
New cards

Observationeel leren

Leren door te kijken naar het gedrag van anderen en de gevolgen daarvan

95
New cards

Sociaal leren

Leren door observatie verwachtingen interpretaties en sociale context

96
New cards

Cognitief model

Model dat psychopathologie verklaart vanuit denkprocessen schema’s en informatieverwerking

97
New cards

Schema

Een mentale structuur waarmee iemand informatie ordent en interpreteert

98
New cards

Assimilatie

Nieuwe informatie wordt ingepast in een bestaand schema

99
New cards

Accommodatie

Een bestaand schema wordt aangepast omdat nieuwe informatie er niet goed in past

100
New cards

Maladaptieve schema’s

Denkpatronen die problemen versterken of in stand houden