1/126
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Normaal gedrag
Gedrag dat wordt beoordeeld in verhouding tot leeftijd, ontwikkelingsniveau, cultuur, geslacht, situatie en tijdsgeest
Abnormaliteit
Gedrag emoties of gedachten die atypisch schadelijk of disfunctioneel zijn en de aanpassing van het kind verstoren
Psychopathologie
Problematisch gedrag emoties of denken dat niet los van de omgeving kan worden beoordeeld en het functioneren belemmert
Ontwikkelingsnormen
Verwachtingen over wat kinderen op een bepaalde leeftijd meestal kunnen op lichamelijk cognitief talig emotioneel en sociaal vlak
Ontwikkelingsvertraging
Een kind loopt achter op wat normaal verwacht wordt binnen de ontwikkeling
Regressie
Een kind verliest een vaardigheid die het eerder al had
Afwijkende frequentie
Gedrag komt veel vaker of veel minder vaak voor dan passend is bij de leeftijd en situatie
Afwijkende intensiteit
Gedrag is veel heftiger of juist veel zwakker dan passend is bij de leeftijd en situatie
Afwijkende duur
Gedrag blijft langer bestaan dan passend is binnen de normale ontwikkeling
Situationeel ongepast gedrag
Gedrag dat op zichzelf normaal kan zijn maar niet past bij de context waarin het voorkomt
Plotselinge gedragsverandering
Een abrupte verandering in gedrag die kan wijzen op onderliggende problematiek
Kwalitatief afwijkend gedrag
Gedrag dat niet alleen meer of minder voorkomt maar echt anders is dan normale ontwikkeling
Cultuurnormen
Gedragsverwachtingen die voortkomen uit waarden gewoonten en opvattingen binnen een cultuur
Etniciteit
Gedeelde gewoonten waarden taal of achtergrond die samenhangen met nationale of geografische herkomst
Race
Indeling op basis van fysieke kenmerken die ook kan samengaan met gedeelde sociale ervaringen
Gendernormen
Verwachtingen over gedrag dat als passend wordt gezien voor jongens of meisjes
Situationele normen
Verwachtingen over wat passend gedrag is in een specifieke omgeving of sociale situatie
Rol van volwassenen
Ouders leerkrachten en artsen spelen vaak een grote rol in het herkennen en benoemen van probleemgedrag bij kinderen
Veranderende opvattingen over abnormaliteit
Wat als afwijkend wordt gezien kan veranderen door tijd cultuur kennis en maatschappelijke waarden
Seculaire trends
Veranderingen in het voorkomen van stoornissen door de tijd heen door maatschappelijke diagnostische of medische veranderingen
Prevalentie
Hoe vaak een stoornis of probleem voorkomt binnen een bepaalde groep
Aanvangsleeftijd
De leeftijd waarop symptomen meestal voor het eerst ontstaan of herkend worden
Growing into deficit
Een kwetsbaarheid is al aanwezig maar wordt pas zichtbaar wanneer de omgeving hogere eisen stelt
Externaliserende problemen
Naar buiten gericht probleemgedrag zoals agressie impulsiviteit druk gedrag of oppositioneel gedrag
Internaliserende problemen
Naar binnen gerichte problemen zoals angst depressieve klachten teruggetrokkenheid of piekeren
Methodologische bias
Vertekening in diagnostiek of onderzoek door de manier waarop symptomen worden beschreven gemeten of onderzocht
Onderdiagnostisering
Een stoornis wordt minder vaak herkend bij een bepaalde groep doordat criteria of verwachtingen niet goed aansluiten
Ontwikkelingspsychopathologie
De studie van normale en afwijkende ontwikkeling en van processen die risico bescherming en stoornissen verklaren
Algemeen ontwikkelingsperspectief
Problemen worden bekeken vanuit meerdere contexten zoals biologie individu gezin sociaal systeem en cultuur
Biologische context
Invloeden vanuit genen hersenen neurotransmissie prenatale perinatale en postnatale factoren
Individuele context
Kindgebonden factoren zoals temperament cognitie emoties zelfbeeld intelligentie en vaardigheden
Gezinscontext
Invloeden vanuit opvoeding gehechtheid ouderlijke stress conflict mishandeling verwaarlozing of gezinsrelaties
Sociale context
Invloeden vanuit school leeftijdsgenoten buurt en bredere sociale relaties
Culturele context
Invloeden vanuit normen waarden verwachtingen ongelijkheid wetten en maatschappelijke opvattingen
Proximale factoren
Factoren die het kind direct beïnvloeden zoals opvoeding of interacties met ouders
Distale factoren
Factoren die het kind indirect beïnvloeden zoals armoede werkloosheid van ouders of maatschappelijke ongelijkheid
Ecologisch model
Model van Bronfenbrenner waarin ontwikkeling wordt beïnvloed door meerdere systemen rondom het kind
Microsysteem
De directe omgeving van het kind zoals gezin school en leeftijdsgenoten
Mesosysteem
De relaties tussen directe omgevingen zoals de samenwerking tussen ouders en school
Exosysteem
Een omgeving die het kind indirect beïnvloedt zoals het werk van ouders of buurtvoorzieningen
Macrosysteem
Brede maatschappelijke en culturele normen waarden wetten en ideologieën
Chronosysteem
Veranderingen door de tijd zoals levensgebeurtenissen historische periode en ontwikkelingsfase
Transactioneel model
Kind en omgeving beïnvloeden elkaar voortdurend en wederzijds
Integratieve kijk
Biologische psychologische sociale en culturele factoren worden samen bekeken
Continuümdenken
Normaal en abnormaal gedrag zijn niet strikt gescheiden maar lopen in gradaties in elkaar over
Risicofactor
Een factor die de kans op psychopathologie vergroot
Kwetsbaarheid
Een eigenschap of omstandigheid waardoor een kind sterker reageert op risico
Beschermende factor
Een factor die de negatieve invloed van risico vermindert
Bevorderende factor
Een factor die positieve ontwikkeling stimuleert ook wanneer er risico aanwezig is
Veerkracht
Relatief positieve ontwikkeling ondanks ernstige tegenslag of risico
Mediator
Een tussenliggende factor die verklaart hoe een oorzaak tot een uitkomst leidt
Moderator
Een factor die bepaalt voor wie of onder welke omstandigheden een verband sterker of zwakker is
Direct effect
Een factor hangt rechtstreeks samen met een uitkomst
Indirect effect
Een factor werkt via een tussenstap door op een uitkomst
Noodzakelijke oorzaak
Een factor zonder welke een stoornis niet ontstaat
Voldoende oorzaak
Een factor die op zichzelf genoeg is om een stoornis te veroorzaken
Bijdragende oorzaak
Een factor die de kans op een stoornis vergroot maar niet noodzakelijk of voldoende is
Equifinaliteit
Verschillende ontwikkelingsroutes kunnen leiden tot dezelfde uitkomst
Multifinaliteit
Dezelfde beginfactor kan leiden tot verschillende uitkomsten
Homotypische continuïteit
Hetzelfde type probleem blijft door de tijd heen bestaan
Heterotypische continuïteit
De onderliggende kwetsbaarheid blijft bestaan maar het symptoombeeld verandert
Hechting
De vroege sociaal emotionele band tussen kind en verzorger
Veilige hechting
Een hechtingsrelatie waarin het kind de verzorger als veilige basis ervaart
Onveilige hechting
Een hechtingsrelatie waarin veiligheid en vertrouwen minder stabiel zijn
Gedesorganiseerde hechting
Een hechtingspatroon met tegenstrijdig verward of angstig gedrag tegenover de verzorger
Temperament
Vroege basiskenmerken in gedrag emotie en reactiviteit van een kind
Goodness of fit
De mate waarin de omgeving past bij het temperament en de behoeften van het kind
Differential susceptibility
Sommige kinderen zijn sterker gevoelig voor zowel negatieve als positieve omgevingsinvloeden
Emotie expressie
De manier waarop emoties worden getoond
Emotiebegrip
Het vermogen om emoties bij jezelf en anderen te herkennen en begrijpen
Emotieregulatie
Het vermogen om emoties te sturen in intensiteit duur en uiting
Emotiedysregulatie
Moeite met het reguleren van emoties waardoor reacties te heftig te lang of ongepast zijn
Sociale informatieverwerking
De manier waarop een kind sociale signalen waarneemt interpreteert en erop reageert
Hostile attribution bias
De neiging om neutraal of dubbelzinnig gedrag van anderen als vijandig te interpreteren
Medisch model
Model dat psychopathologie vooral verklaart vanuit organisch disfunctioneren biologische oorzaken classificatie en diagnose
Beperking van het medische model
Het kan contextuele transactionele en sociale invloeden onderschatten
Gedragsgeoriënteerd model
Model dat probleemgedrag verklaart vanuit leerprincipes en observeerbaar gedrag
Klassieke conditionering
Leren door koppeling van een neutrale stimulus aan een stimulus die automatisch een reactie oproept
Ongeconditioneerde stimulus
Een prikkel die automatisch een reactie oproept zonder voorafgaand leren
Ongeconditioneerde respons
De automatische reactie op een ongeconditioneerde stimulus
Geconditioneerde stimulus
Een oorspronkelijk neutrale prikkel die na koppeling een aangeleerde reactie oproept
Geconditioneerde respons
De aangeleerde reactie op een geconditioneerde stimulus
Stimulusgeneralisatie
Een aangeleerde reactie treedt ook op bij prikkels die lijken op de oorspronkelijke prikkel
Stimulusdiscriminatie
Leren onderscheid maken tussen prikkels waardoor de reactie alleen bij specifieke prikkels optreedt
Operante conditionering
Leren doordat gedrag wordt versterkt of verzwakt door de gevolgen ervan
Law of Effect
Gedrag neemt toe als de gevolgen bevredigend zijn en neemt af als de gevolgen onaangenaam zijn
Positieve bekrachtiging
Iets prettigs wordt toegevoegd waardoor gedrag toeneemt
Negatieve bekrachtiging
Iets onaangenaams verdwijnt waardoor gedrag toeneemt
Positieve straf
Iets onaangenaams wordt toegevoegd waardoor gedrag afneemt
Negatieve straf
Iets prettigs wordt weggenomen waardoor gedrag afneemt
Extinctie
Gedrag neemt af doordat bekrachtiging wegvalt
Vermijdingsleren
Vermijding blijft bestaan omdat het op korte termijn spanning of ongemak verlaagt
Imitatie
Gedrag wordt overgenomen door anderen na te doen
Observationeel leren
Leren door te kijken naar het gedrag van anderen en de gevolgen daarvan
Sociaal leren
Leren door observatie verwachtingen interpretaties en sociale context
Cognitief model
Model dat psychopathologie verklaart vanuit denkprocessen schema’s en informatieverwerking
Schema
Een mentale structuur waarmee iemand informatie ordent en interpreteert
Assimilatie
Nieuwe informatie wordt ingepast in een bestaand schema
Accommodatie
Een bestaand schema wordt aangepast omdat nieuwe informatie er niet goed in past
Maladaptieve schema’s
Denkpatronen die problemen versterken of in stand houden