1/98
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Geef de 4 onderzoeksfasen
Onderzoeksplan, dataverzameling, data-analyse, interpretatie & verslaggeving
In welke 4 puntjes is onderzoeksfase 1 opgedeeld?
Onderzoeksplan:
onderwerp en probleemstelling
theorie
onderzoeksopzet
onderzoeksvoorstel
Waar kijk je naar bij het verkennen van het onderwerp?
passend binnen vakgebied
geschikt voor onderzoek
relevantie
het belang
wat is er al gekend?
ethisch verantwoord
Wat is de probleemstelling binnen het onderzoeksplan?
Beschrijven van aanleiding van het onderzoek, schets van de situatie
Geef de 4 domeinen van probleemstelling
Etiologie: oorzaken/determinanten
Diagnose: indicatie
Prognose: invloed op verdere beloop
Therapie: effectiviteit vd interventie
Wat is de doelstelling van het onderzoeksplan?
Geeft de relevantie vh onderzoek aan: waarom, wat bereik je, wat is het belang, welke bijdrage heet het resultaat, wie heeft belang?
Wat is het verschil tussen theoretische relevantie en maatschappelijke relevantie?
Theoretisch: fundamenteel onderzoek, leidt tot nieuwe verklaringen en draagt bij aan kennis
Maatschappelijk: toegepast of praktijkgericht onderzoek, draagt oplossingen voor maatschappij
Wat is de vraagstelling in het onderzoeksplan?
Beschrijft wat je onderzoekt, bestaat uit onderzoeksvragen.
Hoe formuleer je een onderzoeksvraag?
PICO: patient, intervention, comparison, outcome
Wat is een theorie?
Uitspraak of samenhangende reeks van uitspraken met een algemeen geldend karakter
Wat is een hypothese?
Toetsbare stellling waarmee je een voorlopig antwoord op de onderzoeksvraag geeft.
Hoe verloopt onderzoek als een cyclus?
Theorie → hypothesen/voorspellingen → onderzoek doen → conclusies
Wat is de empirische cyclus?
Stappenplan om systematisch kennis te vergaren:
Inductie: proces van waarnemingen naar abstracte theorie
Deductie: proces van abstracte theorie naar concrete hypothesen
Empirische toetsing: toetsen van hypothesen aan de werkelijkheid
Conclusie: aanvaarden van hypothesen en conclusies
Wat is de interventiecyclus
= regulatieve cyclus
Probleemformulering → diagnose → interventieplan → interventie → evaluatie
Wat is definiëren?
Vaststellen wat je onder een bepaalde term verstaat = begripsdefinitie
Wat is operationaliseren?
Meetbaar maken van begrippen die je wilt onderzoeken (operationele definitie)
Wat zijn variabelen?
Kenmerken of eigenschappen die verschillende eigenschappen kunnen aannemen.
Wat is een afhankelijke variabele?
De te verklaren variabele (uitkomstvariabelen of uitkomstmaat)
Wat is de onafhankelijke variabele?
Variabele waarmee je variaties in de afhankelijke variabele wilt verklaren = oorzaakvariabele.
Wat is een gerichte hypotese?
Voorspelt de richting van een verband tss twee variabelen.
Wat is een ongerichte hypothese?
Voorspelt een verband tss twee variabelen, maar niet de richting ervan.
Hoe kan onderzoek ingedeeld worden?
Op basis van: doel, soort gegevens, tijdspad, onderzoeksdesign
Hoe kan je onderzoek indelen obv doel?
Beschrijvend onderzoek: onderwerp in kaart brengen
Explorerend onderzoek: op zoek naar verbanden of verklaringen
Toetsend onderzoek: theorie toetsen met experiment
Hoe kan je onderzoek indelen op basis van soort gegevens?
Kwalitatief: nadruk op begrijpen, basis om een hypothese te vormen, meten met diepte-interviews, subjectieve kenmerken
Kwantitatief: nadruk op verklaren, toetsen van hypothesen, meten met gestandaardiseerde vragenlijsten, objectieve kenmerken
Hoe kan je onderzoek indelen obv tijdspad?
Dwarsdoorsnede-onderzoek: metingen op 1 meetmoment
Longitudinaal onderzoek: metingen op meerdere momenten
Prospectief: uitkomst moet bij start van onderzoek nog optreden
Retrospectief: uitkomst is bij start van onderzoek al opgetreden
Wat zijn de 3 voorwaarden van een experiment?
Manipulatie, randomisatie, controlegroep
Geef kenmerken van een experiment
3 voorwaarden: manipulatie, randomisatie, controlegroep
RCT: randomized controlled trial
Blinderen: dubbel/enkel
Altijd prospectief
Geef kenmerken van een quasi-experiment
2 voorwaarden: manipulatie, controlegroep → ontbreken randomisatie, indeling obv bestaande groepen
Je kan geen causaliteit aantonen
Geef kenmerken van een pre-experiment
1 voorwaarde: manipulatie → alleen een interventiegroep
Prospectief
Wat is een cohortonderzoek?
Bestuderen van vaste groep mensen gedurende een bepaalde periode, retrospectief en prospectief mogelijk, men kan meerdere uitkomsten tegelijk bestuderen.
Wat is een patiënt-controleonderzoek?
= case control study
Onderzoeksgroepen worden samengesteld obv uitkomst → groep die een aandoening wel of niet hebben, mogelijke risicofactoren in het verleden worden bekeken
Retrospectief
Minder bewijskracht!
Wat is een dwarsdoorsnede-onderzoek?
= cross-sectioneel onderzoek
Slechts 1 meetmoment voor afhankelijke en onafhankelijke variabele
Onderzoek met vragenlijsten
Wat is een patiëntenseries?
Bijhouden van kenmerken van pt met dezelfde aandoening, controlegroep ontbreekt.
Wat is ecologisch onderzoek?
= correlatiestudie, er zijn geen individuele proefpersonen maar geaggregeerde gegevens
Wat is betrouwbaarheid van een onderzoek of meetinstrument?
Is het resultaat vh onderzoek hetzelfde als je het onderzoek zou herhalen?
= reproduceerbaarheid
Afwezigheid van toevallige fouten
Wat is interne/externe validiteit van een onderzoek?
Interne: meet ik wat ik wil meten? = geldigheid, juistheid, afwezigheid van systematische fouten
(Selectiebias of informatiebias)
Externe: hoe representatief is de steekproef voor de populatie? Hoe generaliseerbaar zijn de resultaten?
Wat zijn toevallige fouten?
Resultaat wijkt af van werkelijkheid door toeval, richting van afwijking willekeurig.
Wat zijn systematische fouten?
Resultaat wijkt systematisch af vd werkelijkheid, richting vd afwijking steeds hetzelfde.
Wat is selectiebias bij interne validiteit?
Vertekening door fouten bij samensteling vd onderzoeksgroepen
Wat is informatiebias bij interne validiteit?
Systematische fouten bij de gegevensverzameling
Geef de 6 maatregelen tegen vertekening van resultaten.
Randomisatie: aselect
Matchen: proefpersonen aan elkaar gelijk stellen obv gelijke kenmerken
Restrictie: personen met bep kenmerken uitsluiten
Stratificeren: vb aantal mannen in populatie, ook in de steekproef
Blinderen: placebobehandeling
Statische correctie: verband van variabelen corrigeren voor een derde storende variabele
Wat behoort niet tot de soorten populatie?
Geef de soorten populatie
Externe populatie
Theoretische populatie
Feitelijke populatie
Steekproef
Onderzoekspopulatie
Volgens welke criteria kan je populatie afbakenen?
Inclusiecriteria: criteria op basis waarvan je een proefpersoon in het onderzoek betrekt
Exclusiecriteria: criteria op basis waarvan je proefpersonen van deelname aan het onderzoek uitsluit
Waarom bakent men de populatie af?
Wetenschappelijke redenen: groot contrast tss onderzoeksgroepen
Ethische redenen: vermijden risico’s bij mensen met slechte gezondheid
Praktische redenen: beperking tot bepaald ziekenhuis of regio
Wat is een aselecte steekproef?
Elk individu evenveel kans om in steekproef te zitten, willekeurig
Minst vertekende steekproef
Arbeidsintensief
Welke soorten aselecte steekproeven zijn er?
Enkelvoudig aselecte steekproef: lukraak uit lijst van ganse populatie
Systematische aselecte steekproef: lijst van alle elementen in willekeurige volgorde zetten, hieruit bv ieder 5e element kiezen
Gestratificeerde steekproef: populatie in subgroepen (stratum) verdeeld, in elk stratum lukraak proefpersonen getrokken
Evenredig: uit elk stratum grootte evenredig aan grootte van stratum tegenover totale populatie
onevenredig: uit elk stratum zelfde aantal
clustersteekproef: populatie verdeeld in groepen, willekeurige groepen gekozen
Wat is een niet-aselecte steekproef?
Niet alle objecten uit populatie evenveel kans om in steekproef terecht te komen, representativiteit in het gedrang!
= niet-toevallig of selecte steekproeven
Welke soorten niet-aselecte steekproeven zijn er?
Gelegenheidssteekproef: opnemen van meest toegankelijke personen
Speciale vorm: sneeuwbalsteekproef
Doelgerichte steekproef: op grond van kennis en ervaring individuen kiezen
Wat is een toevallige steekproeffout?
Toevallige afwijking vd populatie waaruit een steekproef afkomstig is
Wat is een systematische steekproeffout?
Bepaald deel vd populatie heeft systematische minder kans om in steekproef terecht te komen
Wat is een toevallige niet-steekproeffout?
Toevallige afwijking die niet het gevolg is vd steekproeftrekking
Wat is een systematische niet-steekproeffout en in welke kan je deze opdelen?
Systematische fout die niet het gevolg is van steekproeftrekking.
Systematische non-response: bepaalde groep weigert medewerking
Selectieve uitval: meer uitval in interventiegroep dan controlegroep
Non-compliance: mensen in interventiegroep houden zich niet aan therapie
Welke verschillende methoden zijn er om variabelen te operationaliseren?
Bestaande gegevens
Methoden voor kwantitatief onderzoek
Methoden voor kwalitatief onderzoek
Welke methoden zijn er in kwantitatief onderzoek?
Vragenlijsten
Bestaande tests
Metingen aan het lichaam
Diagnostische tests
Welke methoden zijn er in kwalitatief onderzoek?
Interview
Focusgroepdiscussie
Observatie
Welke soorten interview zijn er?
Gestructureerd: vaststaande vragen en antwoorden
Semigestructureerd: vaststaande onderwerpen, geen gestructureerde antwoorden
Ongestructureerd: alleen onderwerp en beginvraag liggen vast
Welke soorten observatie zijn er?
Gestructureerd: observatiecategorieën
Ongestructureerd: beschrijving vd situatie
Participerende: onderzoeker maakt zelf deel uit
Niet-participerende: observator staat buiten situatie
Wat is betrouwbaarheid of validiteit van een meetinstrument of onderzoek?
Betrouwbaarheid = reproduceerbaarheid, afwezigheid toevallige fouten
Validiteit = juistheid, afwezigheid van systematische fouten
Hoe beoordeel je betrouwbaarheid?
Intra-beoordeelaar-betrouwbaarheid (externe consistentie): resultaten van zelfde beoordeelaar bij dezelfde proefpersonen komen overeen
Interbeoordeelaar-betrouwbaarheid (externe consistentie): resultaten van verschillende beoordeelaars bij dezelfde personen komen overeen
Homogeniteit (interne consistentie): mate waarin vragen onderling samenhangen
Geef de verhouding van betrouwbaarheid vs validiteit
Betrouwbare meting is niet altijd valide, valide meting is altijd betrouwbaar
Niet-betrouwbare meting is nooit valide
Wat is de Likert-schaal?
Antwoordmogelijkheden van geheel mee oneens tot geheel mee eens (3,5 of 7 punten)
Antwoorden zijn uitputtend en uitsluitend
Wat is de test-hertest betrouwbaarheid?
Methode om stabiliteit van een vragenlijst te onderzoeken bij opnieuw afnemen
Wat is de split-half-methode bij betrouwbaarheid?
Methode om de homogeniteit van vragenlijst te onderzoeken door in 2 te splitsen en samenhang tussen totaalscores te berekenen.
Wat is de item-analyse bij betrouwbaarheid?
Methode om homogeniteit te onderzoeken door na te gaan in hoeverre een antwoord samenhangt met de antwoorden op andere vragen
Wat is Crobach’s alpha?
Maat voor homogeniteit vd gehele test, kan een waarde tss 0-1 zijn.
Wat is diagnostiek?
Onderzoek om klinische verschijnselen op te zoeken.
Wat is screening?
Onderzoek richt zich op opsporen van risicofactoren of voorstadia van een aandoening.
Wat is een terecht-positieve testuitslag?
Zieke personen krijgen terecht een positieve uitslag
Wat is een fout-positieve uitslag?
Personen worden onterecht ingedeeld bij zieken.
Wat is een terecht-negatieve uitslag?
Niet-zieken krijgen terecht een negatieve testuitslag.
Wat is een fout-negatieve testuitslag?
Personen worden onterecht ingedeeld bij niet-zieken, ze zijn eigenlijk wel echt ziek.
Wat is de sensiviteit van de resultaten?
Percentage van de zieken die terecht een positieve testuitslag krijgen.
Wat is specifiteit van de resultaten?
Het aantal niet-zieke personen die terecht als niet ziek worden aangeduid.
Wat zijn de a-priori-kans en a posteriori-kans bij voorspellingen van resultaten?
A-priori-kans: kans op aandoening voorafgaand aan de test.
A posteriori-kans: kans op aandoening achteraf, na de test.
Wat is de voorspellende waarde?
De mate waarin een test correct voorspelt, gaat over de betrouwbaarheid.
Positief voorspellende waarde: welk deel van de mensen met positieve uitslag is daadwerkelijk ziek?
Negatief voorspellende waarde: welk deel vd mensen met neg. uitslag heeft niet met de ziekte te maken?
Wat is het onderscheidend vermogen van een test?
= Mate waarin een test onderscheid kan maken tss zieken en niet-zieken.
Wat is het optimale afkappunt van een test?
Afwegen wat zwaarder weegt: hoge sensitiviteit om geen zieken te missen, maar hoge specifiteit om niet onnodig ongerust te maken.
Wat is de normale verdeling van de resultaten?
De waarden van variabele ligt symmetrisch rond het midden verspreid.
Welke meetniveau’s van variabelen zijn er?
Nominaal, ordinaal, interval, ratio
Wat is het nominale meetniveau?
Waarden gebruikt om verschillende mogelijkheden te onderscheiden, nooit gemiddelden, wel percentages en frequenties. Vb. oogkleur, wel of niet roken, sekse.
Wat is het ordinaal meetniveau?
Waarden geven rangorde vd categorieën weer, over de grootte vd verschillen zeg je niets, rekenen is niet mogelijk. Vb likertschaal, opleidingsniveau, brandwondengraad, hulp bij hygiënische zorg.
Wat is het intervalmeetniveau?
Geven een rangorde en verschillen of afstand tov elkaar, geen nulpunt aanwezig.Vb temperatuur, score op motoriektest.
Wat is het ratiomeetniveau?
Waarden geven rangorde en verschillen aan, nulpunt is aanwezig, berekeningen mogelijk, altijd positieve getallen. Continue of discrete variabelen.
Wat is de modus, mediaan en gemiddelde?
Modus: waarde die het meeste voorkomt
Mediaan: middelste score van alle scores als je ze van laag naar hoog rangschikt
Gemiddelde: som van alle waarden gedeeld door het aantal proefpersonen
Wat is de range en standaardafwijking?
Range: verschil tss hoogste en laagste waarde = variatiebreedte
Standaardafwijking: gemiddelde afwijking tov gemiddelde
Wat zijn voorwaarden voor statistisch generaliseren van een steekproef?
Representatieve steekproef
Aselect getrokken
Non-respons moet laag zijn, non-respons mag niet selectief zijn
Geen sprake van selectieve uitval of non-compliance
Wanneer spreken we van toeval?
Fisher: als kans op gevonden resultaat minder dan 5% is, kan het geen toeval meer zijn.
Wat is de P-waarde?
= de kans dat uw resultaat te wijten is aan toeval, getal tussen 0 en 1 = overschrijdingskans
Wat is een symmetrisch verband?
Beide variabelen zijn gelijkwaardig, je onderzoekt de samenhang ertussen, niet de richting.
Wat is een asymmetrisch verband?
De ene variabele is uit de andere te voorspellen, je kan ze niet omwisselen.
Wat is een correlatiecoëfficiënt?
Maat voor sterkte van lineair verband tussen twee variabelen. Bij 1 is er een perfect positief verband, bij -1 een perfect negatief verband en bij 0 geen verband.
Wat is partiële correlatie?
Het berekenen vd sterkte vh verband tss twee variabelen, gecorrigeerd voor de invloed van andere variabelen.
Wat is multipele regressieanalyse?
Het voorspellen vd afhankelijke variabele uit meerdere onafhankelijke variabelen.
Wat is effectmodificatie?
Hiermee kan je de interactie tussen meerdere onafhankelijke variabelen onderzoeken.
Wat is relatief risicico?
Verhouding van ziektefrequentie onder geëxponeerden en ziektefrequentie onder niet-geëxponeerden
Wat is odds-ratio?
Verhouding: (zieken/niet zieken onder blootgestelden) / (zieken/niet zieken onder niet-blootgestelden)
Wat zijn de stappen van EBP?
Vertalen van praktische vraag in beantwoordbare vraag
Zoeken van wetenschappelijke literatuur om vraag te beantwoorden
Kritisch beoordelen van artikel
Nemen van beslissingen
Regelmatig evalueren
Geef de levels of evidence van onderzoeken
Systematic review
RCT (randomised clinical trials) = gerandomiseerde experimenten met controlegroep
Prospectief cohortonderzoek, quasi-experiment (geen randomisatie)
Retrospectief cohortonderzoek, patiënt-controle onderzoek
Patiëntenseries
Mening van deskundigen