Evidence based practice

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/98

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:25 PM on 6/7/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

99 Terms

1
New cards

Geef de 4 onderzoeksfasen

Onderzoeksplan, dataverzameling, data-analyse, interpretatie & verslaggeving

2
New cards

In welke 4 puntjes is onderzoeksfase 1 opgedeeld?

Onderzoeksplan:

  • onderwerp en probleemstelling

  • theorie

  • onderzoeksopzet

  • onderzoeksvoorstel

3
New cards

Waar kijk je naar bij het verkennen van het onderwerp?

  • passend binnen vakgebied

  • geschikt voor onderzoek

  • relevantie

  • het belang

  • wat is er al gekend?

  • ethisch verantwoord

4
New cards

Wat is de probleemstelling binnen het onderzoeksplan?

Beschrijven van aanleiding van het onderzoek, schets van de situatie

5
New cards

Geef de 4 domeinen van probleemstelling

  1. Etiologie: oorzaken/determinanten

  2. Diagnose: indicatie

  3. Prognose: invloed op verdere beloop

  4. Therapie: effectiviteit vd interventie

6
New cards

Wat is de doelstelling van het onderzoeksplan?

Geeft de relevantie vh onderzoek aan: waarom, wat bereik je, wat is het belang, welke bijdrage heet het resultaat, wie heeft belang?

7
New cards

Wat is het verschil tussen theoretische relevantie en maatschappelijke relevantie?

Theoretisch: fundamenteel onderzoek, leidt tot nieuwe verklaringen en draagt bij aan kennis

Maatschappelijk: toegepast of praktijkgericht onderzoek, draagt oplossingen voor maatschappij

8
New cards

Wat is de vraagstelling in het onderzoeksplan?

Beschrijft wat je onderzoekt, bestaat uit onderzoeksvragen.

9
New cards

Hoe formuleer je een onderzoeksvraag?

PICO: patient, intervention, comparison, outcome

10
New cards

Wat is een theorie?

Uitspraak of samenhangende reeks van uitspraken met een algemeen geldend karakter

11
New cards

Wat is een hypothese?

Toetsbare stellling waarmee je een voorlopig antwoord op de onderzoeksvraag geeft.

12
New cards

Hoe verloopt onderzoek als een cyclus?

Theorie → hypothesen/voorspellingen → onderzoek doen → conclusies

13
New cards

Wat is de empirische cyclus?

Stappenplan om systematisch kennis te vergaren:

  • Inductie: proces van waarnemingen naar abstracte theorie

  • Deductie: proces van abstracte theorie naar concrete hypothesen

  • Empirische toetsing: toetsen van hypothesen aan de werkelijkheid

  • Conclusie: aanvaarden van hypothesen en conclusies

14
New cards

Wat is de interventiecyclus

= regulatieve cyclus

Probleemformulering → diagnose → interventieplan → interventie → evaluatie

15
New cards

Wat is definiëren?

Vaststellen wat je onder een bepaalde term verstaat = begripsdefinitie

16
New cards

Wat is operationaliseren?

Meetbaar maken van begrippen die je wilt onderzoeken (operationele definitie)

17
New cards

Wat zijn variabelen?

Kenmerken of eigenschappen die verschillende eigenschappen kunnen aannemen.

18
New cards

Wat is een afhankelijke variabele?

De te verklaren variabele (uitkomstvariabelen of uitkomstmaat)

19
New cards

Wat is de onafhankelijke variabele?

Variabele waarmee je variaties in de afhankelijke variabele wilt verklaren = oorzaakvariabele.

20
New cards

Wat is een gerichte hypotese?

Voorspelt de richting van een verband tss twee variabelen.

21
New cards

Wat is een ongerichte hypothese?

Voorspelt een verband tss twee variabelen, maar niet de richting ervan.

22
New cards

Hoe kan onderzoek ingedeeld worden?

Op basis van: doel, soort gegevens, tijdspad, onderzoeksdesign

23
New cards

Hoe kan je onderzoek indelen obv doel?

Beschrijvend onderzoek: onderwerp in kaart brengen

Explorerend onderzoek: op zoek naar verbanden of verklaringen

Toetsend onderzoek: theorie toetsen met experiment

24
New cards

Hoe kan je onderzoek indelen op basis van soort gegevens?

Kwalitatief: nadruk op begrijpen, basis om een hypothese te vormen, meten met diepte-interviews, subjectieve kenmerken

Kwantitatief: nadruk op verklaren, toetsen van hypothesen, meten met gestandaardiseerde vragenlijsten, objectieve kenmerken

25
New cards

Hoe kan je onderzoek indelen obv tijdspad?

Dwarsdoorsnede-onderzoek: metingen op 1 meetmoment

Longitudinaal onderzoek: metingen op meerdere momenten

Prospectief: uitkomst moet bij start van onderzoek nog optreden

Retrospectief: uitkomst is bij start van onderzoek al opgetreden

26
New cards

Wat zijn de 3 voorwaarden van een experiment?

Manipulatie, randomisatie, controlegroep

27
New cards

Geef kenmerken van een experiment

3 voorwaarden: manipulatie, randomisatie, controlegroep

RCT: randomized controlled trial

Blinderen: dubbel/enkel

Altijd prospectief

28
New cards

Geef kenmerken van een quasi-experiment

2 voorwaarden: manipulatie, controlegroep → ontbreken randomisatie, indeling obv bestaande groepen

Je kan geen causaliteit aantonen

29
New cards

Geef kenmerken van een pre-experiment

1 voorwaarde: manipulatie → alleen een interventiegroep

Prospectief

30
New cards

Wat is een cohortonderzoek?

Bestuderen van vaste groep mensen gedurende een bepaalde periode, retrospectief en prospectief mogelijk, men kan meerdere uitkomsten tegelijk bestuderen.

31
New cards

Wat is een patiënt-controleonderzoek?

= case control study

Onderzoeksgroepen worden samengesteld obv uitkomst → groep die een aandoening wel of niet hebben, mogelijke risicofactoren in het verleden worden bekeken

Retrospectief

Minder bewijskracht!

32
New cards

Wat is een dwarsdoorsnede-onderzoek?

= cross-sectioneel onderzoek

Slechts 1 meetmoment voor afhankelijke en onafhankelijke variabele

Onderzoek met vragenlijsten

33
New cards

Wat is een patiëntenseries?

Bijhouden van kenmerken van pt met dezelfde aandoening, controlegroep ontbreekt.

34
New cards

Wat is ecologisch onderzoek?

= correlatiestudie, er zijn geen individuele proefpersonen maar geaggregeerde gegevens

35
New cards

Wat is betrouwbaarheid van een onderzoek of meetinstrument?

Is het resultaat vh onderzoek hetzelfde als je het onderzoek zou herhalen?

= reproduceerbaarheid

Afwezigheid van toevallige fouten

36
New cards

Wat is interne/externe validiteit van een onderzoek?

Interne: meet ik wat ik wil meten? = geldigheid, juistheid, afwezigheid van systematische fouten

(Selectiebias of informatiebias)

Externe: hoe representatief is de steekproef voor de populatie? Hoe generaliseerbaar zijn de resultaten?

37
New cards

Wat zijn toevallige fouten?

Resultaat wijkt af van werkelijkheid door toeval, richting van afwijking willekeurig.

38
New cards

Wat zijn systematische fouten?

Resultaat wijkt systematisch af vd werkelijkheid, richting vd afwijking steeds hetzelfde.

39
New cards

Wat is selectiebias bij interne validiteit?

Vertekening door fouten bij samensteling vd onderzoeksgroepen

40
New cards

Wat is informatiebias bij interne validiteit?

Systematische fouten bij de gegevensverzameling

41
New cards

Geef de 6 maatregelen tegen vertekening van resultaten.

  1. Randomisatie: aselect

  2. Matchen: proefpersonen aan elkaar gelijk stellen obv gelijke kenmerken

  3. Restrictie: personen met bep kenmerken uitsluiten

  4. Stratificeren: vb aantal mannen in populatie, ook in de steekproef

  5. Blinderen: placebobehandeling

  6. Statische correctie: verband van variabelen corrigeren voor een derde storende variabele

42
New cards

Wat behoort niet tot de soorten populatie?

43
New cards

Geef de soorten populatie

  • Externe populatie

  • Theoretische populatie

  • Feitelijke populatie

  • Steekproef

  • Onderzoekspopulatie

44
New cards

Volgens welke criteria kan je populatie afbakenen?

Inclusiecriteria: criteria op basis waarvan je een proefpersoon in het onderzoek betrekt

Exclusiecriteria: criteria op basis waarvan je proefpersonen van deelname aan het onderzoek uitsluit

45
New cards

Waarom bakent men de populatie af?

Wetenschappelijke redenen: groot contrast tss onderzoeksgroepen

Ethische redenen: vermijden risico’s bij mensen met slechte gezondheid

Praktische redenen: beperking tot bepaald ziekenhuis of regio

46
New cards

Wat is een aselecte steekproef?

  • Elk individu evenveel kans om in steekproef te zitten, willekeurig

  • Minst vertekende steekproef

  • Arbeidsintensief

47
New cards

Welke soorten aselecte steekproeven zijn er?

Enkelvoudig aselecte steekproef: lukraak uit lijst van ganse populatie

Systematische aselecte steekproef: lijst van alle elementen in willekeurige volgorde zetten, hieruit bv ieder 5e element kiezen

Gestratificeerde steekproef: populatie in subgroepen (stratum) verdeeld, in elk stratum lukraak proefpersonen getrokken

  • Evenredig: uit elk stratum grootte evenredig aan grootte van stratum tegenover totale populatie

  • onevenredig: uit elk stratum zelfde aantal

clustersteekproef: populatie verdeeld in groepen, willekeurige groepen gekozen

48
New cards

Wat is een niet-aselecte steekproef?

Niet alle objecten uit populatie evenveel kans om in steekproef terecht te komen, representativiteit in het gedrang!

= niet-toevallig of selecte steekproeven

49
New cards

Welke soorten niet-aselecte steekproeven zijn er?

  • Gelegenheidssteekproef: opnemen van meest toegankelijke personen

    • Speciale vorm: sneeuwbalsteekproef

  • Doelgerichte steekproef: op grond van kennis en ervaring individuen kiezen

50
New cards

Wat is een toevallige steekproeffout?

Toevallige afwijking vd populatie waaruit een steekproef afkomstig is

51
New cards

Wat is een systematische steekproeffout?

Bepaald deel vd populatie heeft systematische minder kans om in steekproef terecht te komen

52
New cards

Wat is een toevallige niet-steekproeffout?

Toevallige afwijking die niet het gevolg is vd steekproeftrekking

53
New cards

Wat is een systematische niet-steekproeffout en in welke kan je deze opdelen?

Systematische fout die niet het gevolg is van steekproeftrekking.

  • Systematische non-response: bepaalde groep weigert medewerking

  • Selectieve uitval: meer uitval in interventiegroep dan controlegroep

  • Non-compliance: mensen in interventiegroep houden zich niet aan therapie

54
New cards

Welke verschillende methoden zijn er om variabelen te operationaliseren?

Bestaande gegevens

Methoden voor kwantitatief onderzoek

Methoden voor kwalitatief onderzoek

55
New cards

Welke methoden zijn er in kwantitatief onderzoek?

  • Vragenlijsten

  • Bestaande tests

  • Metingen aan het lichaam

  • Diagnostische tests

56
New cards

Welke methoden zijn er in kwalitatief onderzoek?

  • Interview

  • Focusgroepdiscussie

  • Observatie

57
New cards

Welke soorten interview zijn er?

  • Gestructureerd: vaststaande vragen en antwoorden

  • Semigestructureerd: vaststaande onderwerpen, geen gestructureerde antwoorden

  • Ongestructureerd: alleen onderwerp en beginvraag liggen vast

58
New cards

Welke soorten observatie zijn er?

  • Gestructureerd: observatiecategorieën

  • Ongestructureerd: beschrijving vd situatie

  • Participerende: onderzoeker maakt zelf deel uit

  • Niet-participerende: observator staat buiten situatie

59
New cards

Wat is betrouwbaarheid of validiteit van een meetinstrument of onderzoek?

Betrouwbaarheid = reproduceerbaarheid, afwezigheid toevallige fouten

Validiteit = juistheid, afwezigheid van systematische fouten

60
New cards

Hoe beoordeel je betrouwbaarheid?

Intra-beoordeelaar-betrouwbaarheid (externe consistentie): resultaten van zelfde beoordeelaar bij dezelfde proefpersonen komen overeen

Interbeoordeelaar-betrouwbaarheid (externe consistentie): resultaten van verschillende beoordeelaars bij dezelfde personen komen overeen

Homogeniteit (interne consistentie): mate waarin vragen onderling samenhangen

61
New cards

Geef de verhouding van betrouwbaarheid vs validiteit

Betrouwbare meting is niet altijd valide, valide meting is altijd betrouwbaar

Niet-betrouwbare meting is nooit valide

62
New cards

Wat is de Likert-schaal?

Antwoordmogelijkheden van geheel mee oneens tot geheel mee eens (3,5 of 7 punten)

Antwoorden zijn uitputtend en uitsluitend

63
New cards

Wat is de test-hertest betrouwbaarheid?

Methode om stabiliteit van een vragenlijst te onderzoeken bij opnieuw afnemen

64
New cards

Wat is de split-half-methode bij betrouwbaarheid?

Methode om de homogeniteit van vragenlijst te onderzoeken door in 2 te splitsen en samenhang tussen totaalscores te berekenen.

65
New cards

Wat is de item-analyse bij betrouwbaarheid?

Methode om homogeniteit te onderzoeken door na te gaan in hoeverre een antwoord samenhangt met de antwoorden op andere vragen

66
New cards

Wat is Crobach’s alpha?

Maat voor homogeniteit vd gehele test, kan een waarde tss 0-1 zijn.

67
New cards

Wat is diagnostiek?

Onderzoek om klinische verschijnselen op te zoeken.

68
New cards

Wat is screening?

Onderzoek richt zich op opsporen van risicofactoren of voorstadia van een aandoening.

69
New cards

Wat is een terecht-positieve testuitslag?

Zieke personen krijgen terecht een positieve uitslag

70
New cards

Wat is een fout-positieve uitslag?

Personen worden onterecht ingedeeld bij zieken.

71
New cards

Wat is een terecht-negatieve uitslag?

Niet-zieken krijgen terecht een negatieve testuitslag.

72
New cards

Wat is een fout-negatieve testuitslag?

Personen worden onterecht ingedeeld bij niet-zieken, ze zijn eigenlijk wel echt ziek.

73
New cards

Wat is de sensiviteit van de resultaten?

Percentage van de zieken die terecht een positieve testuitslag krijgen.

74
New cards

Wat is specifiteit van de resultaten?

Het aantal niet-zieke personen die terecht als niet ziek worden aangeduid.

75
New cards

Wat zijn de a-priori-kans en a posteriori-kans bij voorspellingen van resultaten?

A-priori-kans: kans op aandoening voorafgaand aan de test.

A posteriori-kans: kans op aandoening achteraf, na de test.

76
New cards

Wat is de voorspellende waarde?

De mate waarin een test correct voorspelt, gaat over de betrouwbaarheid.

Positief voorspellende waarde: welk deel van de mensen met positieve uitslag is daadwerkelijk ziek?

Negatief voorspellende waarde: welk deel vd mensen met neg. uitslag heeft niet met de ziekte te maken?

77
New cards

Wat is het onderscheidend vermogen van een test?

= Mate waarin een test onderscheid kan maken tss zieken en niet-zieken.

78
New cards

Wat is het optimale afkappunt van een test?

Afwegen wat zwaarder weegt: hoge sensitiviteit om geen zieken te missen, maar hoge specifiteit om niet onnodig ongerust te maken.

79
New cards

Wat is de normale verdeling van de resultaten?

De waarden van variabele ligt symmetrisch rond het midden verspreid.

80
New cards

Welke meetniveau’s van variabelen zijn er?

Nominaal, ordinaal, interval, ratio

81
New cards

Wat is het nominale meetniveau?

Waarden gebruikt om verschillende mogelijkheden te onderscheiden, nooit gemiddelden, wel percentages en frequenties. Vb. oogkleur, wel of niet roken, sekse.

82
New cards

Wat is het ordinaal meetniveau?

Waarden geven rangorde vd categorieën weer, over de grootte vd verschillen zeg je niets, rekenen is niet mogelijk. Vb likertschaal, opleidingsniveau, brandwondengraad, hulp bij hygiënische zorg.

83
New cards

Wat is het intervalmeetniveau?

Geven een rangorde en verschillen of afstand tov elkaar, geen nulpunt aanwezig.Vb temperatuur, score op motoriektest.

84
New cards

Wat is het ratiomeetniveau?

Waarden geven rangorde en verschillen aan, nulpunt is aanwezig, berekeningen mogelijk, altijd positieve getallen. Continue of discrete variabelen.

85
New cards

Wat is de modus, mediaan en gemiddelde?

Modus: waarde die het meeste voorkomt

Mediaan: middelste score van alle scores als je ze van laag naar hoog rangschikt

Gemiddelde: som van alle waarden gedeeld door het aantal proefpersonen

86
New cards

Wat is de range en standaardafwijking?

Range: verschil tss hoogste en laagste waarde = variatiebreedte

Standaardafwijking: gemiddelde afwijking tov gemiddelde

87
New cards

Wat zijn voorwaarden voor statistisch generaliseren van een steekproef?

  • Representatieve steekproef

  • Aselect getrokken

  • Non-respons moet laag zijn, non-respons mag niet selectief zijn

  • Geen sprake van selectieve uitval of non-compliance

88
New cards

Wanneer spreken we van toeval?

Fisher: als kans op gevonden resultaat minder dan 5% is, kan het geen toeval meer zijn.

89
New cards

Wat is de P-waarde?

= de kans dat uw resultaat te wijten is aan toeval, getal tussen 0 en 1 = overschrijdingskans

90
New cards

Wat is een symmetrisch verband?

Beide variabelen zijn gelijkwaardig, je onderzoekt de samenhang ertussen, niet de richting.

91
New cards

Wat is een asymmetrisch verband?

De ene variabele is uit de andere te voorspellen, je kan ze niet omwisselen.

92
New cards

Wat is een correlatiecoëfficiënt?

Maat voor sterkte van lineair verband tussen twee variabelen. Bij 1 is er een perfect positief verband, bij -1 een perfect negatief verband en bij 0 geen verband.

93
New cards

Wat is partiële correlatie?

Het berekenen vd sterkte vh verband tss twee variabelen, gecorrigeerd voor de invloed van andere variabelen.

94
New cards

Wat is multipele regressieanalyse?

Het voorspellen vd afhankelijke variabele uit meerdere onafhankelijke variabelen.

95
New cards

Wat is effectmodificatie?

Hiermee kan je de interactie tussen meerdere onafhankelijke variabelen onderzoeken.

96
New cards

Wat is relatief risicico?

Verhouding van ziektefrequentie onder geëxponeerden en ziektefrequentie onder niet-geëxponeerden

97
New cards

Wat is odds-ratio?

Verhouding: (zieken/niet zieken onder blootgestelden) / (zieken/niet zieken onder niet-blootgestelden)

98
New cards

Wat zijn de stappen van EBP?

  1. Vertalen van praktische vraag in beantwoordbare vraag

  2. Zoeken van wetenschappelijke literatuur om vraag te beantwoorden

  3. Kritisch beoordelen van artikel

  4. Nemen van beslissingen

  5. Regelmatig evalueren

99
New cards

Geef de levels of evidence van onderzoeken

  1. Systematic review

  2. RCT (randomised clinical trials) = gerandomiseerde experimenten met controlegroep

  3. Prospectief cohortonderzoek, quasi-experiment (geen randomisatie)

  4. Retrospectief cohortonderzoek, patiënt-controle onderzoek

  5. Patiëntenseries

  6. Mening van deskundigen