1/113
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
he ido
ik ben gegaan
has ido
jij bent gegaan
ha ido
hij/zij/u is gegaan
hemos ido
wij zijn gegaan
habéis ido
jullie zijn gegaan
han ido
zij zijn gegaan
he leído
ik heb gelezen
has leído
jij hebt gelezen
ha leído
hij/zij/u heeft gelezen
hemos leído
wij hebben gelezen
habéis leído
jullie hebben gelezen
han leído
zij hebben gelezen
he jugado
ik heb gespeeld
has jugado
jij hebt gespeeld
ha jugado
hij/zij/u heeft gespeeld
hemos jugado
wij hebben gespeeld
habéis jugado
jullie hebben gespeeld
han jugado
zij hebben gespeeld
he sido
ik ben geweest
has sido
jij bent geweest
ha sido
hij/zij/u is geweest
hemos sido
wij zijn geweest
habéis sido
jullie zijn geweest
han sido
zij zijn geweest
he estado
ik ben geweest
has estado
jij bent geweest
ha estado
hij/zij/u is geweest
hemos estado
wij zijn geweest
habéis estado
jullie zijn geweest
han estado
zij zijn geweest
he viajado
ik heb gereisd
has viajado
jij hebt gereisd
ha viajado
hij/zij/u heeft gereisd
hemos viajado
wij hebben gereisd
habéis viajado
jullie hebben gereisd
han viajado
zij hebben gereisd
he subido
ik ben opgegaan/ik heb verhoogd
has subido
jij bent opgegaan/jij hebt verhoogd
ha subido
hij/zij/u is opgegaan/heeft verhoogd
hemos subido
wij zijn opgegaan/wij hebben verhoogd
habéis subido
jullie zijn opgegaan/jullie hebben verhoogd
han subido
zij zijn opgegaan/hebben verhoogd
me ha gustado
ik vond het leuk
te ha gustado
jij vond het leuk
le ha gustado
hij/zij/u vond het leuk
nos ha gustado
wij vonden het leuk
os ha gustado
jullie vonden het leuk
les ha gustado
zij vonden het leuk
me he divertido
ik heb plezier gehad
te has divertido
jij hebt plezier gehad
se ha divertido
hij/zij/u heeft plezier gehad
nos hemos divertido
wij hebben plezier gehad
os habéis divertido
jullie hebben plezier gehad
se han divertido
zij hebben plezier gehad
iba
ik ging
ibas
jij ging
iba
hij/zij/u ging
íbamos
wij gingen
ibais
jullie gingen
iban
zij gingen
leía
ik las
leías
jij las
leía
hij/zij/u las
leíamos
wij lazen
leíais
jullie lazen
leían
zij lazen
veía
ik zag
veías
jij zag
veía
hij/zij/u zag
veíamos
wij zagen
veíais
jullie zagen
veían
zij zagen
dormía
ik sliep
dormías
jij sliep
dormía
hij/zij/u sliep
dormíamos
wij sliepen
dormíais
jullie sliepen
dormían
zij sliepen
era
ik was
eras
jij was
era
hij/zij/u was
éramos
wij waren
erais
jullie waren
eran
zij waren
estaba
ik was
estabas
jij was
estaba
hij/zij/u was
estábamos
wij waren
estabais
jullie waren
estaban
zij waren
viajaba
ik reisde
viajabas
jij reisde
viajaba
hij/zij/u reisde
viajábamos
wij reisden
viajabais
jullie reisden
viajaban
zij reisden
subía
ik ging omhoog/ik verhoogde
subías
jij ging omhoog/jij verhoogde
subía
hij/zij/u ging omhoog/verhoogde
subíamos
wij gingen omhoog/verhoogden