perfecto & imperfecto

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/113

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:49 PM on 6/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

114 Terms

1
New cards

he ido

ik ben gegaan

2
New cards

has ido

jij bent gegaan

3
New cards

ha ido

hij/zij/u is gegaan

4
New cards

hemos ido

wij zijn gegaan

5
New cards

habéis ido

jullie zijn gegaan

6
New cards

han ido

zij zijn gegaan

7
New cards

he leído

ik heb gelezen

8
New cards

has leído

jij hebt gelezen

9
New cards

ha leído

hij/zij/u heeft gelezen

10
New cards

hemos leído

wij hebben gelezen

11
New cards

habéis leído

jullie hebben gelezen

12
New cards

han leído

zij hebben gelezen

13
New cards

he jugado

ik heb gespeeld

14
New cards

has jugado

jij hebt gespeeld

15
New cards

ha jugado

hij/zij/u heeft gespeeld

16
New cards

hemos jugado

wij hebben gespeeld

17
New cards

habéis jugado

jullie hebben gespeeld

18
New cards

han jugado

zij hebben gespeeld

19
New cards

he sido

ik ben geweest

20
New cards

has sido

jij bent geweest

21
New cards

ha sido

hij/zij/u is geweest

22
New cards

hemos sido

wij zijn geweest

23
New cards

habéis sido

jullie zijn geweest

24
New cards

han sido

zij zijn geweest

25
New cards

he estado

ik ben geweest

26
New cards

has estado

jij bent geweest

27
New cards

ha estado

hij/zij/u is geweest

28
New cards

hemos estado

wij zijn geweest

29
New cards

habéis estado

jullie zijn geweest

30
New cards

han estado

zij zijn geweest

31
New cards

he viajado

ik heb gereisd

32
New cards

has viajado

jij hebt gereisd

33
New cards

ha viajado

hij/zij/u heeft gereisd

34
New cards

hemos viajado

wij hebben gereisd

35
New cards

habéis viajado

jullie hebben gereisd

36
New cards

han viajado

zij hebben gereisd

37
New cards

he subido

ik ben opgegaan/ik heb verhoogd

38
New cards

has subido

jij bent opgegaan/jij hebt verhoogd

39
New cards

ha subido

hij/zij/u is opgegaan/heeft verhoogd

40
New cards

hemos subido

wij zijn opgegaan/wij hebben verhoogd

41
New cards

habéis subido

jullie zijn opgegaan/jullie hebben verhoogd

42
New cards

han subido

zij zijn opgegaan/hebben verhoogd

43
New cards

me ha gustado

ik vond het leuk

44
New cards

te ha gustado

jij vond het leuk

45
New cards

le ha gustado

hij/zij/u vond het leuk

46
New cards

nos ha gustado

wij vonden het leuk

47
New cards

os ha gustado

jullie vonden het leuk

48
New cards

les ha gustado

zij vonden het leuk

49
New cards

me he divertido

ik heb plezier gehad

50
New cards

te has divertido

jij hebt plezier gehad

51
New cards

se ha divertido

hij/zij/u heeft plezier gehad

52
New cards

nos hemos divertido

wij hebben plezier gehad

53
New cards

os habéis divertido

jullie hebben plezier gehad

54
New cards

se han divertido

zij hebben plezier gehad

55
New cards

iba

ik ging

56
New cards

ibas

jij ging

57
New cards

iba

hij/zij/u ging

58
New cards

íbamos

wij gingen

59
New cards

ibais

jullie gingen

60
New cards

iban

zij gingen

61
New cards

leía

ik las

62
New cards

leías

jij las

63
New cards

leía

hij/zij/u las

64
New cards

leíamos

wij lazen

65
New cards

leíais

jullie lazen

66
New cards

leían

zij lazen

67
New cards

veía

ik zag

68
New cards

veías

jij zag

69
New cards

veía

hij/zij/u zag

70
New cards

veíamos

wij zagen

71
New cards

veíais

jullie zagen

72
New cards

veían

zij zagen

73
New cards

dormía

ik sliep

74
New cards

dormías

jij sliep

75
New cards

dormía

hij/zij/u sliep

76
New cards

dormíamos

wij sliepen

77
New cards

dormíais

jullie sliepen

78
New cards

dormían

zij sliepen

79
New cards

era

ik was

80
New cards

eras

jij was

81
New cards

era

hij/zij/u was

82
New cards

éramos

wij waren

83
New cards

erais

jullie waren

84
New cards

eran

zij waren

85
New cards

estaba

ik was

86
New cards

estabas

jij was

87
New cards

estaba

hij/zij/u was

88
New cards

estábamos

wij waren

89
New cards

estabais

jullie waren

90
New cards

estaban

zij waren

91
New cards

viajaba

ik reisde

92
New cards

viajabas

jij reisde

93
New cards

viajaba

hij/zij/u reisde

94
New cards

viajábamos

wij reisden

95
New cards

viajabais

jullie reisden

96
New cards

viajaban

zij reisden

97
New cards

subía

ik ging omhoog/ik verhoogde

98
New cards

subías

jij ging omhoog/jij verhoogde

99
New cards

subía

hij/zij/u ging omhoog/verhoogde

100
New cards

subíamos

wij gingen omhoog/verhoogden