H8 KOD en osmolariteit

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/25

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:43 PM on 5/27/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

26 Terms

1
New cards

Hoeveel intracellulair vocht (cytoplasma) heeft het lichaam?

40%

2
New cards

Hoeveel interstitium (weefselvloeistof) heeft het lichaam?

15%

3
New cards

Hoeveel bloedplasma heeft het lichaam?

4%

4
New cards

Wat doen eiwitten met het weefselvloeistof

zuigen weefselvloeistof terug in capillairen.

5
New cards

Wat is de functie van interstitium (weefselvloeistof)?

weefselvloeistof zorgt voor goede uitwisseling van stoffen tussen cellen en bloed

6
New cards

Binnen in de cel is er veel Na- aanwezig

onjuist

7
New cards

Buiten de cel is er een beetje K+ aanwezig

juist

8
New cards

verplaatsing van vocht is passief transport

juist

9
New cards

Verplaatsing van vocht is actief transport

onjuist

10
New cards

Wat is waar over de osmotische waarde?

geeft aan hoeveel opgeloste stoffen aanwezig zijn → hoe hoger, hoe harder vloeistof water aanzuigt.

11
New cards

Wat is waar?

Lage osmotische waarde → weinig opgeloste stoffen, veel water.

12
New cards

Wat is juist?

Hoge osmotische waarde → veel opgeloste stoffen, weinig water.

13
New cards

Wat hoort bij hypo-osmolariteit?

hypotoon, cellen zwellen op → >280 mosm/l

14
New cards

Wat hoort bij hyper-osmolariteit?

hypertoon, cellen krimpen → <300 mosm/l

15
New cards

Wat is juist over osmosereceptoren?

osmosereceptoren in de hersenen nemen de kristalloïd-osmotische waarde in het bloed waar

16
New cards

Wat gebeurd en bij een tekort aan water?

daling van bloeddruk, stijging van KOD

17
New cards

wat is juist over hydrostatische druk en de colloïd osmotische druk (COD)?

bepalen samen de vochtverdeling tussen plasma en interstitium

18
New cards

Water dat uit de cel wordt aangetrokken door natriumionen in de weefselvloeistof, is een voorbeeld van…

kristalloïde osmose

19
New cards

Waar bevinden zich de sensoren die de bloeddruk meten?

In de wand van de afferente arteriole

20
New cards

Wat gebeurt er wanneer de doorbloeding van de nieren afneemt?

Er wordt renine afgegeven

21
New cards

Wat is een direct effect van angiotensine II op de bloedvaten?

Vasoconstrictie

22
New cards

Welke arteriole vernauwt door invloed van angiotensine II om de filtratiedruk hoog te houden?

Efferente arteriole

23
New cards

Wat stimuleert aldosteron in de nieren?

Terugresorptie van natrium

24
New cards

Wat gebeurt er met kalium onder invloed van aldosteron?

Het wordt uitgescheiden

25
New cards

Waarom veroorzaakt meer natrium in het bloed een dorstig gevoel?

Omdat de osmolariteit stijgt

26
New cards

Hoe werken AT II-receptorblokkers?

Ze blokkeren receptoren voor angiotensine II