Landschap & ecologie in historisch perspectief

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/316

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:16 PM on 6/14/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

317 Terms

1
New cards

Hoofdstuk 1

Introductie

2
New cards

Pastoralisme

Een vorm van landgebruik en veeteelt waarbij de nadruk ligt op extensieve beweiding van natuurlijke gras- en struiklanden.

3
New cards

Esthetisch

Betrekking hebbend op de schoonheid, de kunst en de zintuiglijke waarneming.

4
New cards

Landschap

Gebied zoals waargenomen door de mens als resultaat van actie en interactie tussen natuurlijke en menselijke factoren

5
New cards

Erfgoed

Alles uit het verleden dat waardevol wordt geacht om te bewaren

6
New cards

Stuifduinen

Duinen van opgewaaid zand, zowel in binnenland als aan kust, zeer dynamisch

7
New cards

Landschapsbiografie

Beschrijven van evolutie van elementen met focus op hun relatie, interactie en oorzaken van verandering

8
New cards

Fossiele elementen

Elementen die geen functie meer hebben, maar wel nog aanwezig zijn in het landschap vb. handelsweg Brugge-Calais (Middeleeuwen).

9
New cards

Ridge and furrow landgebruik

Door steeds ploegen in dezelfde richting ontstaat er patroon van opgeworpen ruggen en lage geulen.

10
New cards

Doorlevende elementen

Oude elementen nog in actief gebruik, maar in een andere functie (nieuwe context of invulling).

11
New cards

Klimaat

De gemiddelde weersgesteldheid (zoals temperatuur, neerslag en wind) in een bepaald gebied, gemeten over een lange periode (meestal 30 jaar).

12
New cards

Geologie

De wetenschap die de bouw, de samenstelling en de geschiedenis van de aardkorst bestudeert, inclusief de processen die deze vormen.

13
New cards

Bodem

De bovenste laag van de aardkorst waarin planten wortelen, gevormd door de verwering van gesteente en de afbraak van organisch materiaal.

14
New cards

Vegetatie

De totale plantengroei of de weelderigheid van plantensoorten in een specifiek gebied.

15
New cards

Grondstoffen

Natuurlijke materialen (zoals ertsen, olie, hout of zand) die uit de omgeving worden gehaald om te worden gebruikt of verwerkt.

16
New cards

Geomorfologische processen

Natuurlijke processen (zoals erosie, verwering, sedimentatie en tectoniek) die de vormen en het reliëf van het aardoppervlak veranderen.

17
New cards

Fysisch of environmental determinisme

De (achterhaalde) filosofische opvatting dat de natuurlijke, fysieke omgeving (zoals het klimaat en het reliëf) de menselijke cultuur en maatschappelijke ontwikkeling volledig bepaalt.

18
New cards

Sociaal Agrosysteem

Het complexe netwerk waarin menselijke samenlevingen, hun sociale structuren en landbouwtechnieken met elkaar verweven zijn om voedsel te produceren en het landschap in te richten.

19
New cards

Bevolkingsdruk

De situatie waarin de omvang van de bevolking de draagkracht van het beschikbare land of de natuurlijke hulpbronnen in een gebied overschrijdt of zwaar belast.

20
New cards

Centrum-periferie

Een ruimtelijk model dat de economische en politieke ongelijkheid beschrijft tussen een dominant, ontwikkeld kerngebied en de afhankelijke, minder ontwikkelde buitengebieden.

21
New cards

Thiessen-polygonen model (Thiessen polygonen)

Een geometrische methode om een gebied op te delen in zones rondom specifieke punten (bijv. nederzettingen). Elk punt binnen een … ligt het dichtst bij het centrale punt van die zone. Dit model wordt in de archeologie gebruikt om invloedssferen te schatten.

22
New cards

Megalitische monumenten

Prehistorische bouwwerken die gemaakt zijn van zeer grote, ruwe stenen, zoals hunebedden (dolmens) en menhirs.

23
New cards

Mobiliteitspatronen

De vaste manieren, routes en frequenties waarop (vaak prehistorische of nomadische) groepen mensen zich door het landschap bewogen voor jacht, verzamelen of seizoensgebonden migratie.

24
New cards

Antropogene (invloeden/factoren)

Alles wat veroorzaakt, gevormd of beïnvloed is door menselijk handelen.

25
New cards

Raatakkers (Celtic fields)

Kleine, prehistorische, vierkante of rechthoekige akkers uit de bronst- en ijzertijd, die van elkaar gescheiden zijn door lage wallen van zand en stenen.

26
New cards

Steencampementen

Archeologische vindplaatsen (vaak uit de steentijd) die de resten overblijfselen tonen van tijdelijke kampementen, herkenbaar aan concentraties van vuurstenen werktuigen en afval.

27
New cards

Landschapsfenomenologie

Een benadering binnen het landschapsonderzoek die focust op hoe mensen in het verleden het landschap zintuiglijk ervoeren (zicht, geluid, beweging), in plaats van het alleen cartografisch te bekijken.

28
New cards

Palimpsest

Een landschap waarin verschillende historische lagen door elkaar heen zichtbaar zijn, omdat oude structuren nooit helemaal zijn uitgewist door nieuwere ontwikkelingen (vergelijkbaar met een hergebruikt perkament).

29
New cards

Retrogressieve / retrospectieve aanpak

Een onderzoeksmethode waarbij men vanuit het heden (of een goed gedocumenteerde recente periode) stap voor stap terugwerkt in de tijd om oudere landschapsfasen te reconstrueren.

30
New cards

Holle wegen

Wegen die diep in het landschap zijn ingesleten door de eeuwenlange combinatie van intensief gebruik (karren, vee) en erosie door wegstromend regenwater.

31
New cards

Antropologie

De brede wetenschap die de mens, menselijke culturen, gedrag en samenlevingen wereldwijd bestudeert, zowel in het heden als in het verleden.

32
New cards

Postprocessuele archeologie

Een theoretische stroming in de archeologie (ontstaan in de jaren '80) die nadruk legt op de subjectiviteit van interpretatie, menselijke keuzevrijheid (agency), symboliek en cultuur, als reactie op het puur natuurwetenschappelijke, 'processuele' denken.

33
New cards

Periferie

De buitenrand of het omliggende overgangsgebied van een stad, regio of land. Dit gebied ligt op afstand van het actieve, beslissingsbevoegde centrum (de kern), heeft vaak een lagere bebouwingsdichtheid en is economisch of bestuurlijk meestal afhankelijk van dat centrum.

34
New cards

Hoofdstuk 2

Archeologische bronnen

35
New cards

Macro niveau

Grote landschappelijke entiteiten

36
New cards

Micro niveau

Kleine landschappelijke entiteiten

37
New cards

Archeologische repertoria

Inventarissen van de archeologie van een gebied of een land

38
New cards

Earthworks

Alle instanties waarbij de mens het oppervlakte van de aarde heeft veranderd met opzet of door toevalligheden (ophopingen, uitgravingen)

39
New cards

Soilmarks

Verandering in eigenschappen van de bodem: kleur, textuur, vochtigheid, voedingswaarde

40
New cards
41
New cards

Archeologische veldkartering

Het opsporen van archeologische resten aan de oppervlakte: ruïnes, artefacten (aardewerk, vuursteen, glas), wallen, greppels, grafheuvels etc.

42
New cards

Relatieve datering

De chronologische positie van een fenomeen ten opzichte van een ander bepalen, zonder tijdsinterval zelf te meten.

43
New cards

Absolute datering

Inschaling van archeologische landschaps features, objecten of situaties in ons conventioneel chronologisch systeem van kalenderjaren.

44
New cards

BP

Before Present (eenheid van koolstofdatering)

45
New cards

Toponomie of plaatsnaamkunde

De studie naar de herkomst, betekenis en historische ontwikkeling van plaatsnamen, wat vaak aanwijzingen geeft over het oude landschap of menselijk gebruik.

46
New cards

Hydrologie

De wetenschap die zich bezighoudt met het gedrag, de verspreiding en de kwaliteit van het water op, in en boven de aardbodem.

47
New cards

Topografie

De gedetailleerde beschrijving en mapping van de natuurlijke en kunstmatige kenmerken van het aardoppervlak (zoals hoogtes, wegen en waterlopen).

48
New cards

Beschermde archeologische sites

Specifieke archeologische vindplaatsen die wettelijk zijn beschermd vanwege hun hoge historische of wetenschappelijke waarde, waardoor ze niet zomaar verstoord mogen worden.

49
New cards

Archeologische zones

Gebieden die in ruimtelijke plannen zijn aangeduid omdat er een bewezen aanwezigheid of een zeer hoge kans is op de aanwezigheid van archeologische resten.

50
New cards

Gebieden geen archeologie (GGA)

Zones waarvan officieel is vastgesteld dat er (door eerdere diepe verstoringen of grondig onderzoek) beslist geen archeologische resten (meer) aanwezig zijn, waardoor er vrijstelling is voor archeologisch vooronderzoek.

51
New cards

Commerciële archeologie

Archeologisch onderzoek dat wordt uitgevoerd door private bedrijven in opdracht van bouwpromotoren of ontwikkelaars, vaak verplicht in het kader van de wetgeving (de 'verstoorder betaalt'-principe).

52
New cards

Centrale Archeologische Inventaris (CAI)

De centrale (Vlaamse) database waarin alle bekende archeologische vindplaatsen, waarnemingen en onderzoeken systematisch worden geregistreerd.

53
New cards

Luchtfotografie

Het fotograferen van het aardoppervlak vanuit de lucht (vliegtuigen, drones) om patronen en structuren in het landschap te ontdekken die vanaf de grond onzichtbaar zijn.

54
New cards

Cropmarks (groeimerken)

Patronen in de groei of kleur van gewassen die ontstaan door verschillen in de ondergrond (zoals verborgen muren of grachten).

55
New cards

Positieve/negatieve cropmarks

  • Positief: Gewassen groeien juist beter en groener boven een oude gracht of kuil omdat de bodem daar vochtiger en voedselrijker is.

  • Negatief: Gewassen groeien juist slechter en geler boven een verborgen muur of weg omdat de bodem daar droog en stenig is.

56
New cards

Positief/negatief reliëf

  • Positief: Structuren die boven het omringende landschap uitsteken (bijv. een wal of grafheuvel).

  • Negatief: Structuren die in het landschap verzonken liggen (bijv. een gracht of een holle weg).

57
New cards

Shadow marks (schaduwmerken)

Landschapsstructuren met heel laag reliëf die alleen zichtbaar worden door de lange schaduwen die ze werpen bij een zeer lage zonnestand (vroege ochtend of late avond).

58
New cards

LiDAR (Light Detection and Ranging)

Een remote sensing-techniek die met behulp van laserpulsen vanuit een vliegtuig zeer nauwkeurige hoogtemodellen van het landschap maakt, waarbij vegetatie (zoals bossen) digitaal 'weggefilterd' kan worden.

59
New cards

RaDAR (Radio Detection And Ranging)

Een techniek die radiogolven gebruikt om de afstand en positie van objecten te bepalen. In de archeologie specifiek gebruikt als grondradar (GPR) om de bodem in te kijken.

60
New cards

Tumuli

Prehistorische of Romeinse grafheuvels die als duidelijke, kunstmatige heuvels in het landschap herkenbaar zijn.

61
New cards

Extensive en Intensive survey

  • Extensive survey: Een verkennend oppervlakteonderzoek over een heel groot gebied om snel de grote lijnen en belangrijkste vindplaatsen in kaart te brengen.

  • Intensive survey: Een zeer gedetailleerd, systematisch oppervlakteonderzoek (vaak voetbehoring in nauwe banen) waarbij elk brokstukje binnen een specifiek gebied nauwkeurig wordt geregistreerd.

62
New cards

Geofysische onderzoeksmethoden / detectie / prospectie

Verzameltermen voor non-destructieve technieken die natuurkundige eigenschappen van de bodem (zoals magnetisme of weerstand) meten om ondergrondse archeologische structuren in kaart te brengen zonder te graven.

63
New cards

Aardmagnetisch veld

Het natuurlijke magnetische veld dat de aarde omringt. Archeologische structuren (zoals ovens of opgevulde grachten) kunnen dit lokale veld licht verstoren.

64
New cards

Magnetometer

Een uiterst gevoelig geofysisch meetinstrument dat kleine variaties (anomalieën) in het aardmagnetisch veld meet, veroorzaakt door verbrande aarde, ijzer of verstoorde bodemlagen.

65
New cards

Elektrische Weerstand

De mate waarin de bodem de doorgang van een elektrische stroom belemmert. Vochtige grond (grachten) geleidt goed (lage weerstand), droge structuren (stenen muren) geleiden slecht (hoge weerstand).

66
New cards

Weerstandsmeter

Het geofysische apparaat dat via pennen in de grond elektrische stroom inbrengt om deze bodemweerstand te meten en zo structuren te lokaliseren.

67
New cards

Dateringsprincipes

De wetenschappelijke regels en methoden (zowel relatief als absoluut) die worden gebruikt om de ouderdom van archeologische lagen, objecten of structuren vast te stellen.

68
New cards

Stratigrafie

De bestudering van de opeenvolging en opbouw van bodemlagen. Het helpt om de chronologische volgorde van gebeurtenissen op een site te bepalen.

69
New cards

Wet van de superpositie

Het basisprincipe uit de geologie en archeologie dat stelt dat in een ongestoorde opeenvolging van bodemlagen de onderste laag de oudste is en de bovenste laag de jongste.

70
New cards

Archeologische typo-chronologie

Een methode om objecten (zoals aardewerk of bijlen) te dateren door ze te ordenen op basis van uiterlijke kenmerken en evolutie in vorm of stijl, gekoppeld aan bekende tijdsperioden.

71
New cards

Chronotypologische redeneringen

Het logisch beredeneren van de ouderdom van een archeologische laag op basis van de specifieke typen voorwerpen (gidsartefacten) die erin worden aangetroffen.

72
New cards

Organische monsters

Resten van levend materiaal (zoals hout, houtskool, bot of zaden) die geschikt zijn voor natuurwetenschappelijke datering.

73
New cards

Radio-actieve koolstofdatering (14C)

Een absolute dateringsmethode voor organisch materiaal, gebaseerd op het wetmatige radioactieve verval van het koolstof-14 isotoop na de dood van een organisme.

74
New cards

Suess-effect

De verstoring in de natuurlijke verhouding van koolstofisotopen in de atmosfeer, veroorzaakt door de grootschalige verbranding van fossiele brandstoffen sinds de industriële revolutie, wat 14C-dateringen van recente materialen bemoeilijkt.

75
New cards

Dendrochronologie

Een uiterst nauwkeurige absolute dateringsmethode gebaseerd op het tellen en analyseren van de unieke patronen van jaarringen in archeologisch hout.

76
New cards

Kalibreren

Het omzetten van een ruwe laboratoriummeting (zoals een aantal 'radiokoolstofjaren') naar werkelijke kalenderjaren (v.Chr./n.Chr.) met behulp van een ijkcurve (gebaseerd op dendrochronologie).

77
New cards

Etymologie

De wetenschap die de herkomst, geschiedenis en historische ontwikkeling van de vorm en betekenis van woorden bestudeert (nauwer verwant aan algemene taalwetenschap dan toponymie, dat specifiek over plaatsnamen gaat).

78
New cards

Preventieve archeologie

Archeologisch onderzoek dat wordt uitgevoerd voordat geplande bouwwerkzaamheden of bodemreconstructies de eventuele resten in de grond vernietigen. Het doel is om de archeologische informatie te behouden (door opgraving of documentatie) vóór de verstoring plaatsvindt.

79
New cards

Anomalieën

Afwijkingen van het normale, natuurlijke achtergrondpatroon in de bodem (zoals een ongewoon hoge magnetische waarde of elektrische weerstand), die op een geofysische scan zichtbaar worden en vaak wijzen op de aanwezigheid van archeologische resten (zoals een greppel of een muur).

80
New cards

Actieve aardobservatie

Een vorm van remote sensing (zoals LiDAR of radar) waarbij het meetinstrument zélf een signaal (een licht- of radiogolf) naar het aardoppervlak stuurt en vervolgens de reflectie daarvan opvangt om het landschap in kaart te brengen. Dit in tegenstelling tot passieve observatie, die alleen bestaand licht of warmte opvangt.

81
New cards

Hoofdstuk 3

Cartografische bronnen

82
New cards

Optisch geStimuleerde Luminescentie (OSL)

Een dateringsmethode die meet wanneer zandkorrels (kwarts of veldspaat) voor het laatst aan zonlicht zijn blootgesteld (het moment van begraving).

83
New cards

Hoge-resolutie staalname

Het zeer nauwkeurig en op korte opeenvolgende afstanden nemen van bodemmonsters om minimale veranderingen in de tijd te registreren.

84
New cards

Luminescentie-profiling

Een snelle OSL-scantechniek om ter plekke verticale variaties in lichtgevoeligheid van bodemlagen te meten zonder volledige datering.

85
New cards

Geologisch substraat

De diepere, stabiele geologische onderlaag (het moedermateriaal) waarop de actuele bodem zich heeft gevormd.

86
New cards

Bodemgesteldheid

De actuele fysieke toestand van de bodem, bepaald door factoren zoals textuur, vochtigheid, structuur en doorlatendheid.

87
New cards

Geomorfologie

Studie van de landvormen en hun vormingsprocessen

88
New cards

DTM (Digital Terrain Model)

Een digitaal hoogtemodel dat uitsluitend de kale grond (het pure aardoppervlak) weergeeft, zonder gebouwen of vegetatie.

89
New cards

DSM (Digital Surface Model)

Een digitaal hoogtemodel dat de bovenste laag van alle objecten op aarde weergeeft, inclusief boomtoppen en daken.

90
New cards

EODAS (Earth Observation Data Science)

Het wetenschappelijk analyseren en verwerken van grote hoeveelheden data afkomstig van satellieten en vliegtuigen (remote sensing).

91
New cards

Topografische kaarten

Gedetailleerde kaarten die zowel de natuurlijke als door de mens gemaakte kenmerken van het aardoppervlak nauwkeurig en op schaal weergeven.

92
New cards

DdlG (Dépôt de la Guerre)

Het Franse of vroege Belgische Krijgsdepot, verantwoordelijk voor het maken van militaire kaarten.

93
New cards

MCI (Militair Cartografisch Instituut)

De Belgische militaire instelling (opgericht eind 19e eeuw) die instond voor de productie van stafkaarten; de voorloper van het NGI.

94
New cards

MGI (Militair Geografisch Instituut)

De opvolger van het MCI na de Tweede Wereldoorlog, die later werd omgevormd tot het huidige civiele NGI.

95
New cards

Planchetten

De afzonderlijke kaartbladen (vaak op schaal 1:10.000 of 1:20.000) die samen een grotere topografische kaartreeks vormen.

96
New cards

Philippe Vandermaelen (1846-1854)

Een 19e-eeuwse Belgische cartograaf, beroemd om zijn gigantische wereltatlas en uiterst gedetailleerde topografische kaarten van België (schaal 1:20.000).

97
New cards

Atlas der Buurtwegen (1843-1845)

Een wettelijk vastgelegde Belgische atlas waarin alle openbare en private buurtwegen en voetpaden gedetailleerd zijn opgetekend om ze te beschermen tegen inpalming.

98
New cards

Jean Villaret (1745-1748)

Een Franse militaire ingenieur die in de 18e eeuw zeer gedetailleerde topografische kaarten maakte van de grensregio's.

99
New cards

Eugène-Henri Fricx (1704-1712)

Een 18e-eeuwse Brusselse drukker en cartograaf, bekend om zijn militaire kaarten van de Spaanse/Oostenrijkse Nederlanden.

100
New cards