OED

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/83

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:48 PM on 6/12/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

84 Terms

1
New cards

handelskapitalisme

Een economische theorie die de nadruk legt op de rol van de handel in de ontwikkeling van de kapitalistische economie

2
New cards

importsubsitutie

import vervangen door binnenlandse substitutie

3
New cards

bullionisme

geldhoeveelheid is de belangrijkste maat voor rijkdom van een land

= primitieve vorm van het mercantilisme

4
New cards

price-specie flow mechanisme

handelstekort → verlies geldhoeveelheid → prijzen dalen → export stijgt en import daalt → evenwicht op handelsbalans hersteld

5
New cards

monetaire economie

bestudeert de invloed van geld en krediet op inflatie en productie

6
New cards

kwantiteitstheorie van geld

prijzen zijn evenredig met de geldhoeveelheid: MV = som(pQ)

pQ = nominale bbp

7
New cards

lender of last resort

in tijden van paniek en bank runs als krediet krimpt, moeten banken compenseren om de geldhoeveelheid intact te houden

8
New cards

natural rate of unemployment

basis werkloosheid percentage dat in gezonde, groeiende economie altijd blijft bestaan

9
New cards

theorie van rationele verwachtingen

geldschepping via monetair beleid → inflatieverwachtingen → werknemers passen looneisen opwaarts aan → ook op korte termijn daalt werkloosheid niet → op korte termijn geen effect van de geldhoeveelheid te verwachten op de reële economie

  • het extra geld zorgt dus niet voor extra productie of meer werkgelegenheid

10
New cards

surplus

deel van de productie dat hoger is dan de waarde van de gebruikte input

11
New cards

laissez-faire laissez passer

economisch liberalisme en staat voor een vrije markt waarin de overheid zich zo min mogelijk bemoeit met de economie en de handel

12
New cards

aristocratie

sociale klasse die haar macht ontleent aan erfelijke privileges zoals grondbezit

13
New cards

produit net

surplus dat ontstaat uit de landbouw

14
New cards

import unique

1 belasting op nettoproductie

15
New cards

wet van Say

elk aanbod creëert zijn vraag

16
New cards

input-output-model

model van Leontief

alle outputs worden terug als input gebruikt

<p>model van Leontief</p><p>alle outputs worden terug als input gebruikt </p><p></p>
17
New cards

klassieke economie

vrije markt, eigenbelang, concurrentie, geen overheidsbemoeienis

18
New cards

smithian growth

economische groei als gevolg van arbeidsdeling, specialisatie, en marktexpansie

19
New cards

onzichtbare hand

concurrentie leidt tot het efficiënt gebruiken van inputs

20
New cards

Homo Economicus

individuen handelen rationeel

21
New cards

gebruikswaarde

hoeveelheid nut

22
New cards

ruilwaarde

tegenwaarde waartegen een koopwaar kan worden geruild

23
New cards

arbeidswaardeleer

enkel arbeid creëert toegevoegde waarde en waarde van een goed wordt bepaald door de erin vervatte hoeveelheid arbeid

24
New cards

natuurlijke prijs

lange termijnprijs die wordt bepaald door productiekosten

25
New cards

theorie van het menselijk kapitaal

lonen zijn hoger voor beroepen die moeilijker zijn en langer duren om aan te leren

26
New cards

productieve arbeid (adam smith)

  • het voegt waarde toe

  • het realiseert zich in een tastbaar, duurzaam object

27
New cards

new trade theory

internationale handel vergroot de economie en levert voordeel op via schaalvoordelen en specialisatie

28
New cards

onderconsumptie

de aggregatieve vraag is te beperkt om de productie aan kostendekkende prijzen terug te kopen

29
New cards

the dismal science

bijnaam voor de economische wetenschap

30
New cards

ijzeren loonwet

lonen tenderen naar het subsistentieniveau

31
New cards

neo-ricardiaanse economie

bestuderen prijsvorming, inkomensverdeling, en groei buiten de neoklassieke economie

32
New cards

theorie van de differentiële rente

producenten met lagere productiekosten of betere middelen maken (meer winst)

33
New cards

comparatieve voordelen

niet zelf maken wat je goedkoper kan kopen

34
New cards

automatisering/mechanisering

substitutie van arbeid door kapitaal door technologische vooruitgang

35
New cards

loonfondstheorie

totale loonsom wordt bepaald door het deel kapitaal dat kapitaaleigenaars in vorige periode voorschoten om arbeiders te betalen

36
New cards

stationaire toestand

economie groeit niet meer en er zijn geen netto-investeringen

37
New cards

schaalvoordelen

kostenvoordelen als gevolg van schaalvergroting

38
New cards

utopisch socialisme

ideale samenleving obv morele principes, vertrouwen op goede wil en samenwerking om die te bekomen

39
New cards

arbeidskracht

koopwaar dat loonarbeiders verkopen op de arbeidsmarkt (loon = ruilwaarde van arbeid)

40
New cards

organische samenstelling van het kapitaal

verhouding tussen vast kapitaal en arbeidskracht (c/v)

41
New cards

meerwaardevoet

maat voor de graad van uitbuiting (s/v)

42
New cards

relatieve meerwaarde

meerwaarde door stijging van de arbeidsproductiviteit

43
New cards

asymmetrische informatie

1 partij heeft meer informatie dan de andere

44
New cards

transformatieprobleem

als c/v verschilt tussen sectoren, kunnen de prijzen in elke sector niet perfect evenredig zijn met de arbeidswaarden

45
New cards

centralisatie van arbeid

steeds kleinere groep van steeds rijkere kapitalisten

46
New cards

wet van de dalende winstvoet

de organische samenstelling van kapitaal stijgt waardoor de winst daalt

47
New cards

relatieve overbevolking

overschot aan mensen ten aanzien van wat het kapitalisme nodig heeft

48
New cards

lewis’ model

over ontwikkeling en groei: beschrijft het proces van ontwikkelingslanden

49
New cards

socialistische primitieve accumulatie (trotsky)

hoe kan een arme, geïsoleerde staat industrialiseren zonder kapitaal

50
New cards

marktsocialisme

bedrijven concurreren met elkaar om winst te maken, maar de opbrengsten vloeien (deels) terug naar de samenleving

51
New cards

comparatieve statica

het vergelijken van uiteindelijke evenwichtsresultaten, voor en na de verandering van een exogene parameter (ceteris paribus)

52
New cards

nash-evenwicht

situatie waarin geen enkele speler zijn situatie kan verbeteren wanneer we de keuzes van de andere spelers constant houden

53
New cards

cournot-evenwicht

bijzonder geval van het nash-evenwicht

54
New cards

welvaartseconomie

onderzoekt de welvaart in een samenleving obv mirco-economische technieken

55
New cards

definitie van de economische wetenschap

economie is de wetenschap die bestudeert hoe mensen hun doelen kunnen nastreven mbv schaarse middelen die op verschillende manieren kunnen worden aangewend

56
New cards

pareto-efficiënt

als er geen manier is om via ruil in de productie- of consumptiesfeer iemands staat te verbeteren zonder dat iemand anders erop achteruit gaat

57
New cards

ordinale nutsfunctie

voorstelling van de voorkeuren van een consument

58
New cards

indifferentiecurve

verzameling van de punten die voldoen aan: U(X, Y) = c

alle combinaties van twee goederen laat zien die een consument evenveel voldoening of nut opleveren

59
New cards

pigouviaanse belasting

de externe kosten internaliseren zodat de economische agent een correct kosten-baten analyse maakt

60
New cards

conspicuous consumption

kopen van producten, niet primair om hun nut, maar om status zichtbaar te tonen aan anderen

61
New cards

austrian economics

heterodoxe stroming die economische verschijnselen verklaart vanuit het handelen en de keuzes van individuen

62
New cards

heterodoxe school

zet zit af tegen de dominante neo-klassieke school

63
New cards

opportuniteitskost

de waarde van een goed is gelijk aan de waarde van de andere producten die je opgeeft door inputs te alloceren naar de productie van het goed

64
New cards

roundabout economics

kapitaal laat toe om via een omweg te produceren op een productieve manier

65
New cards

numéraire

product waartegenover de andere relatieve prijzen worden berekend

66
New cards

tâtonnement

proces van trial-en-error aan de hand waarvan het algemeen evenwicht wordt bereikt

67
New cards

marginale productiviteitstheorie van lonen

een werknemer wordt betaald obv de waarde die zijn laatste toegevoegde productiemiddel toevoegt aan het bedrijf

68
New cards

product exhaustion

als alle factoren vergoed worden (naar hun marginale productiviteit) wordt de volledige totale opbrengst van een bedrijf uitbetaald

69
New cards

ceteris paribus

al het overige blijft gelijk

70
New cards

externe schaalvoordelen

cluster-/agglomeratie-effecten waarbij een sector zich ruimtelijk concentreert

71
New cards

infant industry protection

jonge sectoren beschermen tot ze sterk genoeg zijn om op de wereldmarkt te concurreren

72
New cards

externaliteit

kosten/baten voor een partij die niet betrokken was bij de transactie

73
New cards

consumentensurplus

maat voor de voldoening die een consument uit de transactie haalt

74
New cards

producentensurplus

voordeel voor de producent doordat de verkoopprijs hoger is dan zijn bereidheid

75
New cards

behavioral economics

onderzoekt waarom mensen vaak irrationele en niet-optimale beslissingen maken itt wat doorgaans verwacht wordt

76
New cards

loss-aversion

een situatie wordt slechter ervaren wanneer het wordt voorgesteld als een verlies dan wanneer het wordt voorgesteld als een winst

77
New cards

hotelling model

toont aan dat transportkosten volstaan om bedrijven een zekere monopoliemacht te geven

78
New cards

monopolistische concurrentie

bedrijven in een sector produceren geen identieke producten, maar dichte substituten

79
New cards

monopsonie in de arbeidsmarkt

marktmacht aan de vraagzijde van de economie

80
New cards

3e graads prijsdiscriminatie

segmentatie obv groepen

81
New cards

keynesiaans kruis

diagram (door Samuelson) dat focust op de goederenmarkt en dat abstractie maakt van de geldmarkt en de rol van verwachtingen

82
New cards

multiplicatoreffect

toename van het nationaal inkomen (delta Y) is een veelvoud van de initiële impuls (delta I) die ze veroorzaakte → 1/(1+c)

83
New cards

neerwaartse loonrigiditeit

loondaling impliceert een daling van de eigen positieve tov anderen

84
New cards

keynesiaans beleid

beleid waarbij de overheid de geaggregeerde vraag stuurt om conjuncturele stabiliteit of volledige tewerkstelling te bereiken