1/109
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
un gars
een kerel
être dans tous ses états
helemaal van streek zijn/in alle toestanden zijn
ramasser
oprapen
remercier
bedanken
un ovni
een ufo
s’approcher
dicheterbijkomen/benaderen
dédommager
schadeloos stellen
malgré
ondanks
une chaîne
een ketting
de l’encre
inkt
la honte
de schaamte
truquer
sjoemelen
faire la queue
in de rij staan
flatter
vleien
attraper
grijpen
vérifier
controleren
rêvasser
dagdromen
trembler
beven
une voix
een stem
des écouteurs
oortjes
une capuche
een capuchon
un vigile
een bewaker
mouiller
nat maken
être mort de rire
zich rot lachen
des réseaux sociaux
sociale media
un écureuil
een eekhoorn
un pigeon
een duif
se poser
neerstrijken/ om te settelen
une nappe
een tafelkleed
salir
vuil maken
brûlant
gloeiend heet
un réveil
een wekker
enfiler
aantrekken
une grenouille
een kikker
sursauter
opschrikken
un bisou
een kus
le moindre
het minste
un remords
wroeging
sacré
flink/stevig
taper
tikken
des buissons
struiken
un hérisson
een egel
caché
verstopt
de travers
verkeerd
un animal domestique
een huisdier
écraser
verpletteren
éternuer
niezen
une calculatrice
een rekenmachine
de la ouate
watten
éclater de rire
in lachen uitbarsten
se méfier
wantrouwen
se déchirer
scheuren
sourire
glimlachen
reconnaissant
dankbaar
guider
begeleiden
se perdre
verdwalen
un réseau
een netwerk
Elke dag is het hetzelfde
Chaque jour, c’est la même chose (= tous les jours c’est la même chose).
In de lente
Au printemps
Van tijd tot tijd
De temps en temps
Over een maand
Dans un mois
’s morgens en ’s middags
Le matin et à midi
’s avonds
Le soir
Tot de morgen
Jusqu’au matin
Voor altijd
A jamais, pour toujours
Voor, vooraleer, alvorens
Avant + substantif
Voor, vooraleer, alvorens
Avant de + infinitif
Voor, vooraleer, alvorens
Avant que + subjonctif
Nadien, nadat
Après + substantif
Nadien, nadat
Apres + infinitif (passe)
Nadien, nadat
Après que + Indicatif
Dès que + indicatif
(van) zodra
Pendant que + indicatif
terwijl
Tant que + indicatif
zolang
Depuis que + indicatif
sinds (dat)
Après que + indicatif
nadat
Avant que + subjonctif
voordat
En attendant que + subjonctif
in afwachting dat
Jusqu’à ce que + subjonctif
totdat
ne pas en croire ses yeux
zijn ogen niet geloven
lorsque
wanneer
une chute
een val
se remettre
zich rechtstellen
une patte
een poot
sembler
lijken
à peine
nauwelijks
souffrir
lijden
se casser une dent
een tand breken
un sauveteur
een redder
attraper
vangen/grijpen
un abri
een opvang/schuilplaats
une fuite
een vlucht
un voisin
een buur
un propriétaire
een eigenaar
un maître
een meester
Balayer
Vegen
Passer l'aspirateur
Stofzuigen
Repasser
Strijken
Epousseter
Stof afnemen / afstoffen
Coudre
Naaien