1/307
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Coderen
Antwoorden omzetten in cijfers.
Nominale variabelen
Categorieën zonder volgorde, bv. gender.
Ordinale variabelen
Categorieën met rangorde.
Voorbeeld ordinale variabele
Opleidingsniveau.
Validiteit
Mate waarin een meting correct meet wat ze moet meten.
kwantitatief onderzoek: belangrijkste kenmerken
Cijfers
structuur
objectiviteit
hypothesetesten
statistiek
meetbaarheid.
Keuze van vraagtype hangt af van
Kenmerk
respondent
methode
gewenste analyse.
kwalitatief onderzoek: belangrijkste kenmerken
Woorden
diepgang
flexibiliteit
betekenis
context
natuurlijke setting
participant centraal.
belangrijke factoren bij keuze survey-methode
Tijd
budget
doelgroep
gewenste respons
benodigde interactie.
Voor je analyse begint:
bepalen welke variabelen je vergelijkt
nadenken welke analyses nuttig zijn
schema opstellen
Een goed onderzoeksrapport:
is logisch opgebouwd
gebruikt correcte grafieken
interpreteert voorzichtig
trekt geen conclusies die niet ondersteund worden door data
Goede grafieken bevatten:
duidelijke titel
legende
percentages of absolute cijfers
N-waarde
duidelijke labels
Meten in onderzoek
Vaststellen van hoeveelheid of intensiteit van een kenmerk.
Eigenschappen
Kenmerken die objecten van elkaar onderscheiden.
Subjectieve eigenschappen
Niet direct meetbare kenmerken zoals attitudes.
Objectieve eigenschappen
Fysiek meetbare kenmerken zoals leeftijd.
voordeel van aselecte steekproeven
Meer representatief en beter generaliseerbaar.
nadeel van aselecte steekproeven
.
Vaak duurder en moeilijker uit te voeren
voordeel van niet-aselecte steekproeven
Sneller en goedkoper.
nadeel van niet-aselecte steekproeven
Meer kans op vertekening.
formule enkelvoudige aselecte steekproef
n/N.
voordeel enkelvoudige aselecte steekproef
Eenvoudig en objectief.
nadeel enkelvoudige aselecte steekproef
Moeilijk en tijdrovend zonder computer of digitale database.
Net Promoter Score (NPS)
Meting van klantloyaliteit.
NPS-schaal
Score van 0 tot 10.
Promotors bij NPS
Respondenten met score 9 of 10.
Passieven bij NPS
Respondenten met score 7 of 8.
Criticasters bij NPS
Respondenten met score 0 tot 6.
Berekening NPS
% promotors - % criticasters.
Numerieke antwoordcategorieën
Intervallen moeten logisch en consistent zijn.
Inleidende tekst enquête
Intro met doel, anonimiteit, duur, uitleg onderzoek en GDPR.
Classificatievragen
Vragen over socio-demografische kenmerken.
Voorcoderen van vragenlijst
Antwoorden vooraf numeriek coderen voor analyse.
Analyse bij PSM
Vergelijk de totale percentages van de antwoorden over de prijs, opgeteld tot elk punt.
GDPR
het is de privacywet van de Europese Unie die bepaalt hoe met persoonlijke data moet worden omgegaan.
Price Sensitivity Meter (PSM)
Methode om prijsgevoeligheid te meten.
Ontwikkelaar van PSM
Van Westendorp.
Doel van PSM
Optimale prijsstrategie bepalen.
meetfouten
Fouten bij het meten of registreren van gegevens.
rol van statistiek in causaal onderzoek
Nagaan of effecten echt en betrouwbaar zijn.
doel van causaliteit testen
Nagaan of een verandering effectief een bepaald effect veroorzaakt.
concept-testing
Testen van reacties van consumenten op een productidee vóór marktintroductie.
doel van concept-testing
Nagaan of consumenten een product aantrekkelijk en nuttig vinden.
waarom concept-testing belangrijk is
Helpt risico’s verminderen vóór lancering van een product.
wat onderzoekt concept-testing?
Percepties, noden, behoeften, acceptatie en betalingsbereidheid.
voorwaarden voor succesvol concept-testing
Duidelijke voorstelling, begrijpelijke waarde en aanvaardbare prijs.
toepassingen van concept-testing
Productontwikkeling, logo’s, websites, advertenties en prijstesten.
beschrijvend onderzoek bij concept-testing
Bijvoorbeeld een survey om meningen en voorkeuren te meten.
onafhankelijke variabele
Variabele die de onderzoeker manipuleert.
voorbeeld onafhankelijke variabele
Kleur van verpakking of celebrity in reclame.
afhankelijke variabele
Variabele die gemeten wordt als effect van de manipulatie.
voorbeeld afhankelijke variabele
Koopintentie of attitude tegenover een product.
externe variabelen
Factoren die de afhankelijke variabele beïnvloeden zonder centraal onderzocht te worden.
voorbeelden externe variabelen
Leeftijd, geslacht of eerdere ervaringen.
waarom externe variabelen controleren?
Om zuivere oorzaak-gevolgrelaties te meten.
randomisering
Willekeurig toewijzen van deelnemers aan condities.
conditie
een specifieke situatie of behandeling waaraan deelnemers worden blootgesteld (vb studeren met of zonder muziek)
doel van randomisering
Externe invloeden zoveel mogelijk gelijk verdelen.
complexiteit van oorzaak-gevolgrelaties
Meerdere factoren beïnvloeden tegelijk de uitkomst.
between subjects design
Design waarbij verschillende groepen elk één conditie krijgen.
voorbeeld between subjects design
600 deelnemers verdeeld over 3 groepen van 200.
experimentele groep
Groep die wel een manipulatie of behandeling krijgt.
within subjects design
Design waarbij dezelfde deelnemers meerdere metingen krijgen.
ander woord voor within subjects design
Eengroepsdesign.
pre-posttest
Meting vóór en na de manipulatie van de onafhankelijke variabele.
voordeel van within subjects design
Dezelfde deelnemers worden met zichzelf vergeleken.
laboratoriumexperiment
Experiment in een gecontroleerde, artificiële setting.
doel van laboratoriumexperiment
Externe variabelen maximaal controleren.
voorbeeld veldexperiment
A/B-test op een website of in een supermarkt.
testmarketing
Veldexperiment waarbij een product getest wordt in realistische omstandigheden.
interne validiteit
Mate waarin het effect echt veroorzaakt wordt door de onafhankelijke variabele.
hoge interne validiteit
Weinig invloed van externe factoren op het resultaat.
bedreigingen voor interne validiteit
Meetfouten, ongelijke groepen of deelnemers die het experiment doorzien.
externe validiteit
Mate waarin resultaten toepasbaar zijn in de echte wereld.
generaliseerbaarheid
Mogelijkheid om resultaten toe te passen op een bredere populatie.
factoren die externe validiteit beïnvloeden
Representatieve steekproef en realistische setting.
representatieve steekproef
Steekproef die goed lijkt op de volledige populatie.
verschil tussen interne en externe validiteit
Interne validiteit = juiste oorzaak meten; externe validiteit = toepasbaarheid in realiteit.
voordeel laboratoriumexperiment
Sterke controle en hoge interne validiteit.
nadeel laboratoriumexperiment
Minder realistisch, dus lagere externe validiteit.
voordeel veldexperiment
Realistische omstandigheden en hogere externe validiteit.
nadeel veldexperiment
Minder controle over externe variabelen.
inhoudsanalyse
Onderzoek waarbij tekst of beeld systematisch geanalyseerd wordt.
kwalitatief onderzoek
Onderzoek dat niet-numerieke data gebruikt, zoals woorden en observaties, om diep inzicht en betekenis te begrijpen.
kwantitatief onderzoek
Onderzoek dat numerieke data gebruikt om patronen, verbanden en hypotheses te meten en te testen.
theorievorming
Proces waarbij concepten en verklaringen ontwikkeld worden op basis van data.
kwalitatief onderzoek: belangrijkste kenmerken
Woorden, diepgang, flexibiliteit, betekenis, context, natuurlijke setting, participant centraal.
kwantitatief onderzoek: belangrijkste kenmerken
Cijfers, structuur, objectiviteit, hypothesetesten, statistiek, meetbaarheid.
artificiële setting
Gecontroleerde omgeving waarin variabelen bewust worden gemanipuleerd.
gestructureerd onderzoek
Onderzoek met vaste procedures, vragen en analysemethoden.
objectivistisch perspectief
Een manier van onderzoeken waarbij de onderzoeker neutraal blijft en feiten meet.
positivisme
Visie dat kennis gebaseerd moet zijn op observeerbare feiten en logische analyse.
survey
Gestandaardeerde vragenlijst om gegevens van veel respondenten te verzamelen.
gestandaardiseerde vragenlijst
Vragenlijst met vaste formuleringen en antwoordopties.
beschrijvend onderzoek
Onderzoek dat situaties of kenmerken nauwkeurig beschrijft zonder oorzaken te zoeken.
big data
Zeer grote datasets die gebruikt worden om patronen en inzichten te ontdekken.
standaardisering
Altijd dezelfde methode gebruiken om betrouwbare gegevens te verzamelen.
data-analyse
Inspecteren en verwerken van data om conclusies te trekken.
concepten
Ideeën die gebruikt worden om verschijnselen te verklaren en te begrijpen.
response set
Patroonmatig antwoorden zonder inhoudelijk na te denken.