1/23
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
s’étirer
zich strekken, zich uitrekken, stretchen
tendre (les bras)
(de armen) strekken
former une seule ligne
een rechte lijn vormen
serrer les jambes
de benen tegen elkaar houden
contracter (les abdominaux)
(de buikspieren) aanspannen
plier / fléchir (les genoux)
de knieën buigen
toucher le sol
de grond aanraken
revenir à la position initiale
terugkeren naar de beginpositie
pousser
duwen
se pencher (vers l’avant / l’arrière)
(voorover / achterover) buigen/leunen
changer (de bras/main/jambe/côté)
(van arm/hand/been/kant) wisselen
s’allonger (sur le dos)
(op de rug) gaan liggen
garder
(vast)houden
relever
optillen (r)
(garder) un angle de 90°
een hoek van 90° (aanhouden)
prendre appui sur
steunen op
soulever
optillen (s)
inspirer
inademen
expirer
uitademen
maintenir (le dos) droit
(de rug) recht houden
les pieds joints
de voeten naast elkaar
sauter
springen
écarter (les jambes)
de benen spreiden
décoller les épaules / le bassin
de schouders / het bekken optillen