Hoofdstuk 17: productie en groei

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/18

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:40 PM on 5/3/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

19 Terms

1
New cards

Productie en groei: algemeen

  • verschillende landen → verschillende levensstandaarden

  • inkomen gemiddelde inwoner rijk land → 10x hoger ontwikkelingslanden

  • levensstandaard land → veranderd doorheen tijd

  • reële BBP → goede waardemeter economische welvaart

  • groeigraad reële BBP → goede maatstaf economische vooruitgang

2
New cards

Economische groei op wereldvlak

  • groot verschil levensstandaarden in verschillende landen

3
New cards

Belang van productiviteit

  • productiviteit = aantal G&D dat werknemer kan produceren per uur

    • bepalende factor voor levensstandaard

  • productiviteitsgroei → bepalende factor stijging levensstandaard

  • BBP → meet 2 dingen tegelijkertijd:

    • totale inkomen alle actoren in economie

    • totale uitgaven aan geproduceerde G&D

  • land → hoge levensstandaard → grote hoeveelheid G&D produceren

4
New cards

Determinanten productiviteit: algemeen

  • productiefactoren = inputs nodig om G&D te produceren

    • directe impact op productiviteit economie

  • soorten:

    • fysiek kapitaal

    • menselijk kapitaal

    • natuurlijke hulpbronnen

    • technologische kennis

5
New cards

Determinanten productiviteit: fysiek kapitaal

  • = uitrusting en infrastructuur die gebruikt wordt om G&D te produceren

  • = kapitaalgoederen of kapitaal

    • bv.: scholen, kantoorgebouwen, machines, …

  • kenmerk → het is een geproduceerde productiefactor

    • kapitaal → input in productieproces terwijl deze eerder output was van ander productieproces

  • productiefactor gebruikt om verschillende G&D te produceren + meer kapitaal te produceren

6
New cards

Determinanten productiviteit: menselijk kapitaal

  • = kennis en vaardigheden die werkkrachten door opleiding, training en ervaring verwerven

  • omvat → vaardigheden opgebouwd doorheen lagere- en secundaire school + hoger onderwijs + jobgebonden opleidingen volwassenen

7
New cards

Determinanten productiviteit: natuurlijke hulpbronnen

  • = inputs beschikbaar in natuurlijke omgeving

    • bv.: gronden, rivieren, mineralen, …

  • 2 vormen:

    • hernieuwbare → mogelijkheid om meer te produceren bv.: bomen

    • niet-hernieuwbare → wordingsproces duurt duizenden jaren dus beperkt voorraad, voorraad uitgeput → onmogelijk meer produceren bv.: olie

8
New cards

Determinanten productiviteit: technologische kennis

  • = vermogen samenleving om op meest efficiënte manier G&D te produceren

  • verschillende vormen:

    • gemeenschappelijk → wanneer onderneming/individu ze gebruikt kunnen andere kennis ook gebruiken

    • persoonlijk → enkel gekend door onderneming die ontwikkelde

    • tijdelijk → persoons- of ondernemings-gebonden voor bepaalde periode

9
New cards

Determinanten productiviteit: technologische kennis vs menselijk kapitaal

  • technologische kennis → voorraad kennis die samenleving opbouwt

  • menselijk kapitaal → middelen ingezet om kennis door te geven aan arbeidskrachten

10
New cards

Productiefunctie

  • economen gebruiken → relatie weergeven tussen hoeveelheid inputs en outputs

  • Y = A x F (L, K, H, N)

    • Y = output

    • A = beschikbare productietechnologie/variabele productietechnologie die voorhanden is

    • F = functie die inputs combineert om output te produceren

    • L = hoeveelheid arbeid/labour

    • K = hoeveelheid fysiek kapitaal

    • H = hoeveelheid menselijk kapitaal/human

    • N = hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen

  • A stijgt → economie meer produceren met zelfde combinatie inputs

  • constant returns of scale (afwezigheid schaaleffecten)→ xY = A x F (xL, xK, xH, xN)

    • verdubbeling alle inputs → verdubbeling output

  • aanwezigheid schaaleffecten → evenredig gedrag F veranderd → bepaalde toename inputs → grotere toename Y

11
New cards

Economische groei en overheidsbeleid: algemeen

  • overheid → verschillende maatregelen nemen om productiviteit / levensstandaard te verhogen

  • verschillende manieren om te verhogen:

    • aanmoedigen sparen + investeren

    • aanmoedigen buitenlandse investeringen

    • aanmoedigen onderwijs

    • toezien bewaren eigendomsrechten + politieke stabiliteit

    • promoten vrijhandel

    • controle bevolkingsgroei

    • aanmoedigen onderzoek + ontwikkeling

12
New cards

Economische groei en overheidsbeleid: aanmoedigen sparen + investeren

  • kapitaal is geproduceerde productiefactor → voorraad kapitaal valt aan te passen die samenleving ter beschikking heeft

  • meer nieuwe kapitaalgoederen produceren → meer produceren van bepaalde types G&D

    • productiviteit doen stijgen door meer te investeren in productie kapitaal

  • keuzeprobleem → meer investeren productie kapitaalgoederen impliceert minder productie minder productie G&D huidige consumptie

13
New cards

Economische groei en overheidsbeleid: aanmoedigen sparen + investeren: wet

  • wet van afnemende meeropbrengsten = naarmate voorraad kapitaalgoederen stijgt → daalt extra output die voortvloeit uit elke bijkomende eenheid kapitaal die in productieproces wordt ingezet

  • land werknemers grote kapitaalvoorraad → verdere toevoeging kapitaal → kleine verbeteringen productiviteit

  • inhaaleffect+catch-up effect = land groeiprestaties makkelijker opdrijven vanuit armere positie

14
New cards

Economische groei en overheidsbeleid: aanmoedigen buitenlandse investeringen

  • besparingen → niet enige manier investeren bijkomend kapitaal

    • ook door buitenlandse investeringen aan te trekken

  • verschillende vormen:

    • buitenlandse directe investeringen (BDI) → kapitaalinvesteringen die in bezit zijn + uitgebaat worden door buitenlandse organisaties

    • buitenlandse portfolio-investeringen → buitenlandse entiteit doet investering + uitgebaat door ondernemers uit land waarin investering plaatsvindt

  • deel inkomsten → vloeien naar land herkomst → toch belangrijke bron groei:

    • kapitaalvoorraad stijgt → hogere productiviteit → hogere lonen

    • BDI → kennisoverdracht

  • wereldbank:

    • doel → kapitaalstromen minder ontwikkelde landen bevorderen

    • organisatie → ontwikkelde + ontwikkelingslanden

    • bevorderen → via aanbieden voordelige leningen aan minder ontwikkelde landen → investeren in wegen, scholen, andere vormen kapitaal + advies

    • focus → structurele problemen in landen

  • internationaal monetair fonds (IMF):

    • focus → stabiliseren internationaal monetair systeem:

      • = systeem wisselkoersen + internationale betalingen

15
New cards

Economische groei en overheidsbeleid: aanmoedigen onderwijs

  • investeringen menselijk kapitaal via onderwijs → even belangrijk investeringen fysiek kapitaal → lange termijn economisch succes land

  • probleem:

    • investeringen hebben opportuniteitskost

    • brain drain = meest geschoolde personen ontwikkelingslanden verhuizen naar Westerse wereld → lokale menselijk kapitaal verdwijnt

16
New cards

Economische groei en overheidsbeleid: toezien bewaren eigendomsrechten + politieke stabiliteit

  • eigendomsrechten = mogelijkheid men beschikken over hulpbronnen waarvan ze eigenaar zijn

  • respecteren eigendomsrechten → belangrijk instrument zorgen dat prijssysteem werkt

  • politieke instabiliteit → bedreiging eigendomsrechten

    • belangrijk voor economisch voorspoed → politieke stabiliteit in land

  • land met efficiënt rechtssysteem, eerlijke ambtenaren en stabiele grondwet → hogere levensstandaard dan land zonder

17
New cards

Economische groei en overheidsbeleid: promoten vrijhandel

  • vrijhandel:

    • voorwaarde economische groei

    • soort technologie

    • toegang technologie andere landen → zelfde effect grote technologische vooruitgang

  • infant industry argument = ontluikende economie beschermt worden in begin van buitenlandse concurrentie → eerst groeien + sterk worden voor concurrentie aangaan

  • keuze:

    • inwaarts georiënteerde economische politiek → interacties landen vermijden + zoveel mogelijk G&D zelf produceren

    • uitwaarts georiënteerde economische politiek → interactie landen aanmoedigen

18
New cards

Economische groei en overheidsbeleid: controle bevolkingsgroei

  • grootte → bepaalt beschikbare arbeidskrachten

  • landen grotere bevolking → grotere BBP dan kleine landen

  • BBP per persoon → belangrijkere maatstaf → geeft weer hoeveel G&D voor burger van economie beschikbaar is

  • stijging bevolking → daling BBP per persoon

    • voorwaarde: stijging niet in verhouding met stijging productiviteit

19
New cards

Economische groei en overheidsbeleid: aanmoedigen onderzoek + ontwikkeling

  • voornaamste reden levensstandaard hoger → technologische vooruitgang

  • uitvindingen → sneller en efficiënter communiceren en produceren

  • technologische vooruitgang → vloeit voort uit: goede opleiding, ondersteuning onderzoeksactiviteiten, aandacht lange termijn-denken, openheid geïmporteerde ideeën, bescherming intellectuele uitvindingen, …

  • meeste vooruitgang → private investeerders

  • overheid → aanmoedigen via subsidies, belasting verminderingen, beurzen en patenten