1/18
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Productie en groei: algemeen
verschillende landen → verschillende levensstandaarden
inkomen gemiddelde inwoner rijk land → 10x hoger ontwikkelingslanden
levensstandaard land → veranderd doorheen tijd
reële BBP → goede waardemeter economische welvaart
groeigraad reële BBP → goede maatstaf economische vooruitgang
Economische groei op wereldvlak
groot verschil levensstandaarden in verschillende landen
Belang van productiviteit
productiviteit = aantal G&D dat werknemer kan produceren per uur
bepalende factor voor levensstandaard
productiviteitsgroei → bepalende factor stijging levensstandaard
BBP → meet 2 dingen tegelijkertijd:
totale inkomen alle actoren in economie
totale uitgaven aan geproduceerde G&D
land → hoge levensstandaard → grote hoeveelheid G&D produceren
Determinanten productiviteit: algemeen
productiefactoren = inputs nodig om G&D te produceren
directe impact op productiviteit economie
soorten:
fysiek kapitaal
menselijk kapitaal
natuurlijke hulpbronnen
technologische kennis
Determinanten productiviteit: fysiek kapitaal
= uitrusting en infrastructuur die gebruikt wordt om G&D te produceren
= kapitaalgoederen of kapitaal
bv.: scholen, kantoorgebouwen, machines, …
kenmerk → het is een geproduceerde productiefactor
kapitaal → input in productieproces terwijl deze eerder output was van ander productieproces
productiefactor gebruikt om verschillende G&D te produceren + meer kapitaal te produceren
Determinanten productiviteit: menselijk kapitaal
= kennis en vaardigheden die werkkrachten door opleiding, training en ervaring verwerven
omvat → vaardigheden opgebouwd doorheen lagere- en secundaire school + hoger onderwijs + jobgebonden opleidingen volwassenen
Determinanten productiviteit: natuurlijke hulpbronnen
= inputs beschikbaar in natuurlijke omgeving
bv.: gronden, rivieren, mineralen, …
2 vormen:
hernieuwbare → mogelijkheid om meer te produceren bv.: bomen
niet-hernieuwbare → wordingsproces duurt duizenden jaren dus beperkt voorraad, voorraad uitgeput → onmogelijk meer produceren bv.: olie
Determinanten productiviteit: technologische kennis
= vermogen samenleving om op meest efficiënte manier G&D te produceren
verschillende vormen:
gemeenschappelijk → wanneer onderneming/individu ze gebruikt kunnen andere kennis ook gebruiken
persoonlijk → enkel gekend door onderneming die ontwikkelde
tijdelijk → persoons- of ondernemings-gebonden voor bepaalde periode
Determinanten productiviteit: technologische kennis vs menselijk kapitaal
technologische kennis → voorraad kennis die samenleving opbouwt
menselijk kapitaal → middelen ingezet om kennis door te geven aan arbeidskrachten
Productiefunctie
economen gebruiken → relatie weergeven tussen hoeveelheid inputs en outputs
Y = A x F (L, K, H, N)
Y = output
A = beschikbare productietechnologie/variabele productietechnologie die voorhanden is
F = functie die inputs combineert om output te produceren
L = hoeveelheid arbeid/labour
K = hoeveelheid fysiek kapitaal
H = hoeveelheid menselijk kapitaal/human
N = hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen
A stijgt → economie meer produceren met zelfde combinatie inputs
constant returns of scale (afwezigheid schaaleffecten)→ xY = A x F (xL, xK, xH, xN)
verdubbeling alle inputs → verdubbeling output
aanwezigheid schaaleffecten → evenredig gedrag F veranderd → bepaalde toename inputs → grotere toename Y
Economische groei en overheidsbeleid: algemeen
overheid → verschillende maatregelen nemen om productiviteit / levensstandaard te verhogen
verschillende manieren om te verhogen:
aanmoedigen sparen + investeren
aanmoedigen buitenlandse investeringen
aanmoedigen onderwijs
toezien bewaren eigendomsrechten + politieke stabiliteit
promoten vrijhandel
controle bevolkingsgroei
aanmoedigen onderzoek + ontwikkeling
Economische groei en overheidsbeleid: aanmoedigen sparen + investeren
kapitaal is geproduceerde productiefactor → voorraad kapitaal valt aan te passen die samenleving ter beschikking heeft
meer nieuwe kapitaalgoederen produceren → meer produceren van bepaalde types G&D
productiviteit doen stijgen door meer te investeren in productie kapitaal
keuzeprobleem → meer investeren productie kapitaalgoederen impliceert minder productie minder productie G&D huidige consumptie
Economische groei en overheidsbeleid: aanmoedigen sparen + investeren: wet
wet van afnemende meeropbrengsten = naarmate voorraad kapitaalgoederen stijgt → daalt extra output die voortvloeit uit elke bijkomende eenheid kapitaal die in productieproces wordt ingezet
land werknemers grote kapitaalvoorraad → verdere toevoeging kapitaal → kleine verbeteringen productiviteit
inhaaleffect+catch-up effect = land groeiprestaties makkelijker opdrijven vanuit armere positie
Economische groei en overheidsbeleid: aanmoedigen buitenlandse investeringen
besparingen → niet enige manier investeren bijkomend kapitaal
ook door buitenlandse investeringen aan te trekken
verschillende vormen:
buitenlandse directe investeringen (BDI) → kapitaalinvesteringen die in bezit zijn + uitgebaat worden door buitenlandse organisaties
buitenlandse portfolio-investeringen → buitenlandse entiteit doet investering + uitgebaat door ondernemers uit land waarin investering plaatsvindt
deel inkomsten → vloeien naar land herkomst → toch belangrijke bron groei:
kapitaalvoorraad stijgt → hogere productiviteit → hogere lonen
BDI → kennisoverdracht
wereldbank:
doel → kapitaalstromen minder ontwikkelde landen bevorderen
organisatie → ontwikkelde + ontwikkelingslanden
bevorderen → via aanbieden voordelige leningen aan minder ontwikkelde landen → investeren in wegen, scholen, andere vormen kapitaal + advies
focus → structurele problemen in landen
internationaal monetair fonds (IMF):
focus → stabiliseren internationaal monetair systeem:
= systeem wisselkoersen + internationale betalingen
Economische groei en overheidsbeleid: aanmoedigen onderwijs
investeringen menselijk kapitaal via onderwijs → even belangrijk investeringen fysiek kapitaal → lange termijn economisch succes land
probleem:
investeringen hebben opportuniteitskost
brain drain = meest geschoolde personen ontwikkelingslanden verhuizen naar Westerse wereld → lokale menselijk kapitaal verdwijnt
Economische groei en overheidsbeleid: toezien bewaren eigendomsrechten + politieke stabiliteit
eigendomsrechten = mogelijkheid men beschikken over hulpbronnen waarvan ze eigenaar zijn
respecteren eigendomsrechten → belangrijk instrument zorgen dat prijssysteem werkt
politieke instabiliteit → bedreiging eigendomsrechten
belangrijk voor economisch voorspoed → politieke stabiliteit in land
land met efficiënt rechtssysteem, eerlijke ambtenaren en stabiele grondwet → hogere levensstandaard dan land zonder
Economische groei en overheidsbeleid: promoten vrijhandel
vrijhandel:
voorwaarde economische groei
soort technologie
toegang technologie andere landen → zelfde effect grote technologische vooruitgang
infant industry argument = ontluikende economie beschermt worden in begin van buitenlandse concurrentie → eerst groeien + sterk worden voor concurrentie aangaan
keuze:
inwaarts georiënteerde economische politiek → interacties landen vermijden + zoveel mogelijk G&D zelf produceren
uitwaarts georiënteerde economische politiek → interactie landen aanmoedigen
Economische groei en overheidsbeleid: controle bevolkingsgroei
grootte → bepaalt beschikbare arbeidskrachten
landen grotere bevolking → grotere BBP dan kleine landen
BBP per persoon → belangrijkere maatstaf → geeft weer hoeveel G&D voor burger van economie beschikbaar is
stijging bevolking → daling BBP per persoon
voorwaarde: stijging niet in verhouding met stijging productiviteit
Economische groei en overheidsbeleid: aanmoedigen onderzoek + ontwikkeling
voornaamste reden levensstandaard hoger → technologische vooruitgang
uitvindingen → sneller en efficiënter communiceren en produceren
technologische vooruitgang → vloeit voort uit: goede opleiding, ondersteuning onderzoeksactiviteiten, aandacht lange termijn-denken, openheid geïmporteerde ideeën, bescherming intellectuele uitvindingen, …
meeste vooruitgang → private investeerders
overheid → aanmoedigen via subsidies, belasting verminderingen, beurzen en patenten