1/151
Deze flashcards dekken de volledige inhoud van de cursus Leerpsychologie 2024-2025, inclusief definities, klassieke en operante conditionering, de verschillende theoretische modellen en de toegepaste leerpsychologie.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is de definitie van leren volgens de cursus?
Observeerbare veranderingen in het gedrag van een bepaald organisme als het gevolg van regelmatigheden in de omgeving van dat organisme.
Wat wordt bedoeld met fylogenetische adaptatie?
De aanpassing van diersoorten aan hun omgeving over verschillende generaties heen.
Wat is de definitie van ontogenetische adaptatie?
De aanpassing van individuele organismes aan de omgeving tijdens het leven van het organisme.
Wat zijn de twee noodzakelijke voorwaarden om van leren te kunnen spreken?
(1) Er moet een observeerbare verandering in gedrag optreden en (2) deze verandering moet te wijten zijn aan regelmatigheden in de omgeving.
Waarom wordt leren gezien als een 'effect'?
Omdat het een observatie van gedragsverandering is die wordt toegeschreven aan een element in de omgeving (een regelmatigheid).
Wat is shaping in de context van gedragsontwikkeling?
De ontwikkeling van een nieuw gedrag tijdens het leven van een organisme door stapsgewijze bekrachtiging, ook wel de ontogenetische evolutie van gedrag genoemd.
Waarvan is shaping afhankelijk om succesvol te zijn?
Variabiliteit; er moeten verschillende gedragingen voorkomen zodat het gewenste gedrag kan worden beloond.
Welk probleem treedt op bij het aantonen van een causale relatie in de definitie van leren?
Causale relaties kunnen niet rechtstreeks geobserveerd worden, waardoor men assumpties moet maken over de oorzaken.
Wat wordt binnen de leerpsychologie verstaan onder een 'gebeurtenis'?
Iets dat zich afspeelt in tijd en ruimte en betrekking kan hebben op zowel prikkels (stimuli) als gedragingen.
Wat zijn 'regelmatigheden in de omgeving'?
Patronen in het voorkomen van gebeurtenissen in de omgeving, wat steeds meer omvat dan één gebeurtenis op één moment.
Welke drie types regelmatigheden worden binnen de cursus onderscheiden?
(1) Regelmatigheden in 1 bepaalde prikkel, (2) regelmatigheden in het samen voorkomen van 2 prikkels, en (3) regelmatigheden in het samen voorkomen van een prikkel en een gedrag.
Wat is niet-contingente prikkelaanbieding?
Gedragsverandering die wordt veroorzaakt door het herhaald aanbieden van één prikkel, onafhankelijk van andere gebeurtenissen.
Wat is klassieke conditionering (ook wel Pavloviaanse conditionering)?
Gedragsverandering die optreedt als gevolg van het samen voorkomen van twee of meerdere prikkels.
Wat is operante conditionering (ook wel instrumentele conditionering)?
Gedragsverandering die optreedt als gevolg van het samen voorkomen van een gedrag en een prikkel.
Wat is het verschil tussen een leerprocedure en een leereffect?
Een procedure is wat de onderzoeker doet (objectief), terwijl een effect de niet-observeerbare causale impact van die regelmatigheid op gedrag impliceert.
Wat is het doel van de functionele benadering binnen de leerpsychologie?
Het beschrijven van omgevingsfactoren die het leren modereren (B=f(Er)).
Wat is het doel van de cognitieve benadering binnen de leerpsychologie?
Het beschrijven van de mentale mechanismes die het leren mediëren.
Noem de vijf types potentiële moderatoren van leren vanuit functioneel perspectief.
(1) De aard van stimuli/gedragingen, (2) de aard van het geobserveerde gedrag, (3) eigenschappen van het organisme, (4) de bredere context, en (5) de aard van de regelmatigheid.
Wat zijn de abstracte concepten in de formule van klassieke conditionering?
De CS (voorwaardelijke prikkel), de US (onvoorwaardelijke prikkel) en de CR (geconditioneerde respons).
Wat zijn de abstracte concepten in de formule van operante conditionering?
De Sd (discriminatieve stimulus), de R (respons) en de Sr (bekrachtiger).
Waarom is abstracte functionele kennis nuttig?
Het laat toe om gedrag te voorspellen en te beïnvloeden in nieuwe situaties zonder te hoeven verwijzen naar oppervlakkige kenmerken.
Hoe definieert men een 'bekrachtiger' (reinforcer) functioneel?
Elke stimulus die zorgt voor een stijging in de frequentie van het gedrag dat eraan voorafgaat, ongeacht de fysieke kenmerken.
Wat is habituatie?
De daling in intensiteit van de oorspronkelijke reactie op een prikkel als gevolg van herhaaldelijke (niet-contingente) aanbieding.
Wat is sensitatie?
De toename in intensiteit van een reactie als gevolg van het herhaaldelijk aanbieden van een prikkel.
Welke invloed heeft de biologische relevantie van een prikkel op habituatie?
Biologisch relevante prikkels (zoals een angstkreet bij ratten) habitueren minder snel en verdwijnen sneller bij contextverandering dan neutrale prikkels.
Wat is generalisatie van habituatie?
Wanneer habituatie aan prikkel A ook zorgt voor een verminderde reactie op prikkels die gelijken op prikkel A.
Wat is dishabituatie?
Het tenietdoen van een habituatie-effect door het onverwacht aanbieden van een andere, nieuwe prikkel, waardoor de reactie op de oorspronkelijke prikkel weer toeneemt.
Wat is het 'mere-exposure' effect gerelateerd aan Fechner?
De wetmatigheid dat wat oorspronkelijk (on)aangenaam is, door herhaling eerst (on)aangenamer wordt, maar uiteindelijk juist onaangenaam (of aangenaam).
Wat is de Oriëntatierespons (OR)?
Een geheel van reacties (zoals hoofd draaien, hartslagverandering) gericht op het onderzoek van nieuwe en potentieel belangrijke prikkels.
Wat stelt de 'Dynamics of affect' (Solomon)?
Herhaalde prikkelaanbieding leidt tot een afname van de initiële reactie (roes) en een toename van de tegenreactie (kater/ontwenning).
Noem een voorbeeld van individuele verschillen in habituatie.
Mensen met schizofrenie vertonen vaak minder habituatie in hun oriëntatierespons, wat samenhangt met cognitieve overbelasting.
Wat is het verschil tussen 'massed practice' en 'distributed practice' bij habituatie?
'Massed practice' (korte intervallen) zorgt voor snellere maar minder duurzame habituatie; 'distributed practice' (lange intervallen) is trager maar duurzamer.
Wat is de kern van het discrepantie-model van Sokolov?
Een organisme bouwt een neuronaal model van de omgeving; een OR treedt op bij een discrepantie tussen de input en dit model.
Wat zijn volgens Bradley de twee redenen waarom een prikkel een OR uitlokt?
(1) De mate waarin de prikkel nieuw is (novelty) en (2) de motivationele betekenis (significance).
Hoe verklaart Bradley dat huidgeleding trager habitueert dan hartslagverandering?
Hartslag wordt vooral bepaald door novelty (die snel verdwijnt), terwijl huidgeleding meer door significance wordt bepaald (die traag verdwijnt).
Wat zijn het A-proces en B-proces in de theorie van Solomon?
Het A-proces is de directe emotionele reactie op een prikkel; het B-proces is de tegengestelde reactie van het organisme om de balans te herstellen.
Waarom is de contextafhankelijkheid van tolerantie bij drugs gevaarlijk?
In een nieuwe context is het B-proces (tegenreactie) minder sterk, waardoor dezelfde dosis drugs tot een overdosis kan leiden.
Definieer CS en US.
CS is de voorwaardelijke prikkel waarvan de reactie afhankelijk is van het verband; US is de onvoorwaardelijke prikkel waarmee de CS gepaard wordt.
Wat betekent de notatie AX− in conditioneringsonderzoek?
Dat zowel prikkel A als prikkel X aanwezig zijn, maar de US afwezig is.
Wat is observationele conditionering?
Leren waarbij de US het gedrag of de emotionele reactie van een model (soortgenoot) is.
Wat is conditionering via instructies?
Leren waarbij de reflex of reactie tot stand komt door verbale informatie over de relatie tussen prikkels, zonder dat ze effectief samen hoeven te worden aangeboden.
Wat toonde het experiment van Garcia en Koelling aan over intrinsieke relaties?
Dieren leren selectief; smaak wordt makkelijk gekoppeld aan ziekte (lithium), terwijl licht/geluid makkelijk wordt gekoppeld aan een elektrische schok.
Wat is US-revaluatie?
Het veranderen van de waarde van de US na de conditionering, wat direct invloed heeft op de sterkte van de CR op de CS.
Wat is counterconditionering?
Een procedure waarbij de aard van de US die volgt op een CS wordt veranderd (bijv. van aversief naar appetitief) om de CR te wijzigen.
Wat is autoshaping?
Het fenomeen waarbij willekeurig gedrag (zoals het pikken van een duif) automatisch wordt gevormd door een verband tussen twee prikkels (bijv. licht-voedsel).
Wat zijn preparatorische responsen?
Reacties die het organisme voorbereiden op de komst van een prikkel, zoals salivatie bij voedsel of freezing bij gevaar.
Wat zijn evaluatieve responsen in klassieke conditionering?
Veranderingen in hoe positief of negatief men een prikkel vindt door de koppeling met een andere positieve of negatieve prikkel (evaluatieve conditionering).
Waarom is contingentie belangrijker dan contiguïteit voor conditionering?
Alleen het samen voorkomen (contiguïteit) is niet genoeg; er moet een statistisch verband zijn waarbij de US waarschijnlijker is bij de CS dan zonder de CS.
Wat is de formule voor Delta P (ΔP)?
ΔP=p(US/CS)−p(US/∼CS).
Wanneer spreken we van excitatorische conditionering?
Wanneer p(US/CS)>p(US/∼CS), oftewel een positieve contingentie.
Wanneer spreken we van inhibitorische conditionering?
Wanneer p(US/CS)<p(US/∼CS), oftewel een negatieve contingentie.
Wat is overshadowing?
Het fenomeen waarbij een sterke of opvallende CS het leren over een minder opvallende CS belemmert wanneer ze samen worden aangeboden.
Wat is het blocking effect (Kamin)?
Het feit dat leren over prikkel X wordt geblokkeerd als prikkel A al een betrouwbare voorspeller is voor de US voordat AX samen worden aangeboden.
Wat is conditionele contingentie?
De contingentie tussen twee prikkels in situaties waarin aan een bepaalde voorwaarde is voldaan (bijv. de aanwezigheid van een andere prikkel).
Wat is sensoriële pre-conditionering?
Een procedure waarbij twee neutrale prikkels eerst samen worden aangeboden, waarna één ervan met een US wordt gepaard; de andere lokt dan ook een CR uit.
Wat is hogere-orde conditionering?
Wanneer een geconditioneerde prikkel (CS1) wordt gebruikt als 'US' om een nieuwe prikkel (CS2) te conditioneren.
Wat is het CS-preexposure effect (latente inhibitie)?
De vertraging in het leren van een CS−US verband doordat de CS voorafgaand herhaaldelijk alleen is aangeboden.
Wat is extinctie (uitdoving) in klassieke conditionering?
De afname van de CR wanneer de CS herhaaldelijk wordt aangeboden zonder de US.
Wat is spontaan herstel?
Het verschijnsel dat een uitgedoofde CR na een rustperiode weer in intensiteit toeneemt bij aanbieding van de CS.
Wat is renewal (contextuele hernieuwing)?
Het terugkeren van de CR wanneer de CS wordt aangeboden in een andere context dan de uitdovingscontext.
Wat is een 'occasion setter'?
Een signaal dat aangeeft of een relatie tussen een CS en een US op dat moment geldig is.
Wat is het verschil tussen simultane en achterwaartse conditionering?
Bij simultane conditionering verschijnen CS en US tegelijk; bij achterwaartse conditionering volgt de CS op de US.
Wat is de kern van S−R modellen?
Leren is het vormen van een directe associatie tussen de representatie van de stimulus (S) en de motorische respons (R).
Wat is de kern van S−S modellen?
Leren is het vormen van een associatie tussen de representatie van de CS en de representatie van de US.
Waarom kan een S−R model US-revaluatie niet verklaren?
Omdat volgens S−R modellen niets over de US wordt geleerd; de associatie ligt tussen S en R, dus verandering in de US zou geen invloed mogen hebben.
Wat verklaart het Rescorla-Wagner model?
Dat conditionering afhankelijk is van de verwachtingsdiscrepantie: we leren alleen als er een verschil is tussen wat verwacht wordt en wat er gebeurt.
Geef de formule van het Rescorla-Wagner model.
ΔVA=αAβ(λ−VAX).
Wat stelt het SOP-model van Wagner over extinctie?
Dat er twee soorten associaties zijn (excitatorisch en inhibitorisch) en dat extinctie niet het wissen van oude kennis is, maar het bijleren van een inhibitorische regel.
Wat is het Comparator model van Miller?
Een model dat stelt dat we altijd associaties vormen bij contiguïteit, maar dat gedrag afhangt van een vergelijking tussen de sterkte van verschillende associaties.
Wat is een propositie in de leerpsychologie?
Een bewering of stelling over de relatie tussen gebeurtenissen die een waarheidsgehalte heeft.
Welk bewijs ondersteunt propositionele modellen bij blocking?
Blocking treedt alleen op als de US in de controlefase maximaal is; proefpersonen gebruiken causale logica om te bepalen of prikkel X effect heeft.
Wat is de drie-termen-contingentie (ABC-contingentie)?
Antecedent (Sd), Behavior (R), en Consequence (Sr).
Wat is het verschil tussen een responsklasse en een operante klasse?
Een responsklasse wordt descriptief gedefinieerd (uiterlijke vorm); een operante klasse functioneel (gedragingen die gesteld worden omwille van dezelfde uitkomst).
Wat is bekrachtiging (reinforcement)?
Een effect waarbij de frequentie van gedrag toeneemt door een link met een resultaat (Sr).
Wat is straf (punishment)?
Een effect waarbij de frequentie van gedrag afneemt door een link met een resultaat (Sr).
Wat is het verschil tussen ontsnappings- en vermijdingsleren?
Ontsnapping stopt een reeds aanwezige aversieve prikkel; vermijden voorkomt dat een aversieve prikkel verschijnt.
Wat is 'sensory reinforcement'?
Het verschijnsel dat de loutere aanbieding van sensoriële prikkels (bijv. licht krijgen) op zich bekrachtigend kan werken.
Wat zegt het principe van Premack?
De mogelijkheid om een gedrag met een hoge natuurlijke frequentie te stellen, werkt als bekrachtiger voor gedrag met een lagere frequentie.
Wat is het responsdeprivatie model?
Een gedrag fungeert als bekrachtiger als de toegang tot dat gedrag beperkt wordt tot onder het natuurlijke niveau (deprivatie).
Wat is 'unit of behavior'?
De eenheid waarmee een onderzoeker een bepaalde klasse van gedragingen aflijnt; dit bepaalt wat bekrachtigd wordt.
Hoe werkt shaping als 'ontogenetische evolutie'?
Door stapsgewijs de eisen voor bekrachtiging te veranderen, ontstaat er nieuw gedrag dat voorheen niet in het repertoire zat.
Wat is 'learned helplessness' (aangeleerde hulpeloosheid)?
Het verschijnsel waarbij een organisme stopt met proberen een aversieve prikkel te vermijden nadat het heeft ervaren dat gedrag geen invloed heeft op de uitkomst.
Wat is een 'DRO' schema?
Differential Reinforcement of Other behavior: het bekrachtigen van elk gedrag behalve het ongewenste gedrag.
Wat is het 'Differential Outcomes Effect' (DOE)?
Het verschijnsel dat leren sneller gaat wanneer verschillende discriminatieve stimuli ook tot verschillende, unieke uitkomsten leiden.
Wat zijn 'establishing operations' (Sr-vormende ingrepen)?
Procedures die de bekrachtigende of bestraffende waarde van een prikkel veranderen (bijv. voedseldeprivatie maakt voedsel een sterkere bekrachtiger).
Wat is een 'fixed ratio' (FR) schema?
Bekrachtiging volgt na een vast aantal uitgevoerde gedragingen (bijv. elke 10e keer).
Wat is een 'variable interval' (VI) schema?
Bekrachtiging volgt na het eerste gedrag dat gesteld wordt na een tijdsinterval dat varieert rond een gemiddelde.
Welk bekrachtigingsschema zorgt voor het meest constante gedrag?
Variabele schema's (VR en VI) zorgen voor een meer constant en regelmatig gedrag dan vaste schema's.
Wat is de 'Matching Law'?
De relatieve frequentie van gedragingen komt overeen met de relatieve frequentie van de bekrachtiging die elk gedrag oplevert.
Wat is 'behavioral economics' in leerpsychologie?
Het onderzoek naar keuzegedrag waarbij variabelen zoals omvang van de bekrachtiger en tijdstip van toediening worden bestudeerd.
Wat is het verschil tussen primaire en secundaire bekrachtigers?
Primaire bekrachtigers voldoen aan een biologische behoefte; secundaire bekrachtigers danken hun waarde aan een koppeling met andere bekrachtigers.
Wat is een 'token bekrachtiger'?
Een object (zoals geld of een fiche) dat zelf geen waarde heeft maar geruild kan worden voor andere bekrachtigers.
Wat is de 'extinction burst'?
Een tijdelijke toename in frequentie en hevigheid van gedrag onmiddellijk nadat de uitdovingsprocedure is gestart.
Wat is het 'partial reinforcement extinction effect' (PREE)?
Gedrag dat slechts af en toe werd bekrachtigd (partieel), is veel beter bestand tegen uitdoving dan gedrag dat continu werd bekrachtigd.
Wat is 'Relational Frame Theory' (RFT)?
Een theorie die stelt dat menselijk gedrag vaak onder controle staat van arbitraire relaties tussen prikkels (bijv. 'gelijk aan', 'groter dan').
Wat is 'stimulus equivalentie'?
Een vorm van relationeel reageren waarbij prikkels als onderling verwisselbaar worden behandeld (symmetrie en transitiviteit).
Wat is het tweefactorenmodel van Mowrer?
Een model voor vermijdingsleren dat stelt dat eerst angst geconditioneerd wordt (CS−US) en daarna de respons bekrachtigd wordt door angstvermindering.
Wat is de definitie van 'ABA' (Applied Behavior Analysis)?
Een veld dat leerprincipes gebruikt om technologieën te ontwikkelen die gedrag in de echte wereld veranderen om welzijn te bevorderen.
Wat zijn de stappen van een functionele analyse in ABA?
(1) Identificeer gedrag, (2) basislijn data, (3) identificeer ABC's, (4) zoek causale functies, (5) verander contingenties, (6) generalisatie.
Wat is een A−B−A−B design?
Een onderzoeksmethode waarbij een basislijn (A) wordt afgewisseld met een interventie (B) om causale effecten bij één individu aan te tonen.