1/120
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Materialistisch monisme
Het idee dat gedachten en gevoelens biologisch verklaard kunnen worden door de hersenen.
Afwezigheid van ziekte
Lekentheorie waarbij gezondheid betekent dat je niet ziek bent.
Reserve/bezit
Lekentheorie waarbij gezondheid wordt gezien als iets dat je hebt en kunt verliezen.
Lichamelijke fitheid
Een goede lichamelijke conditie en gezondheid.
Psychosociaal welzijn
Je goed voelen op psychisch én sociaal gebied.
Functioneren
Goed kunnen omgaan met dagelijkse taken en rollen.
Toegang tot zorg
De mogelijkheid om medische hulp en behandelingen te krijgen.
Omgevingsfactoren
Factoren uit de leefomgeving die gezondheid beïnvloeden, zoals luchtkwaliteit of woonomgeving.
Luchtwegproblemen
Klachten aan de luchtwegen, zoals benauwdheid of hoesten.
Werkloosheid
Geen betaald werk hebben; hangt samen met meer stress en gezondheidsproblemen.
Taalproblemen
Moeite met taal waardoor zorg en communicatie moeilijker worden.
Acculturatie
Aanpassen aan een nieuwe cultuur.
Menopauze
Periode waarin vrouwen stoppen met menstrueren en hormonen veranderen.
Coronaire hartziekten
Ziekten van de kransslagaders rond het hart.
Borstkanker
Kankersoort die vooral voorkomt bij vrouwen.
Autonomie
Zelf controle en beslissingsruimte hebben.
Traditionele ideeën over genezing
Culturele overtuigingen over gezondheid en behandeling.
Vertrouwen in zorgsysteem
De mate waarin iemand gelooft dat de zorg goed en eerlijk werkt.
Zorgen over verslaving
Bang zijn afhankelijk te worden van medicatie.
Zorgen over ontwenningsverschijnselen
Bang zijn voor klachten bij stoppen met medicatie.
Zorgen over bijwerkingen
Bang zijn voor negatieve effecten van medicatie.
Gebrek aan vertrouwen in artsen
Twijfelen aan de kennis of bedoelingen van artsen.
Geen behoefte aan medicatie
Het gevoel hebben dat medicijnen niet nodig zijn.
Zorgen over kritiek van anderen
Bang zijn dat anderen negatief oordelen over medicatiegebruik.
Zorgen over gewenning
Bang zijn dat medicatie minder goed gaat werken door langdurig gebruik.
Vitaminen
Voedingsstoffen die belangrijk zijn voor gezondheid en lichaamsprocessen.
BMI
Body Mass Index; maat om te bepalen of iemand een gezond gewicht heeft.
Psychoticisme
Persoonlijkheidskenmerk uit Eysencks model dat samenhangt met impulsiviteit en agressie.
Doelen stellen
Concrete doelen maken om gedrag beter vol te houden.
Sociale wenselijkheidsbias
Antwoorden geven die sociaal gewenst lijken in plaats van eerlijk.
Yerkes-Dodson-wet
Een beetje stress verbetert prestaties, maar te veel stress verslechtert prestaties.
Responsiviteit
De mate waarin iemand coping aanpast aan de situatie.
Flexibiliteit
Het vermogen om verschillende copingstrategieën te gebruiken.
Dispositioneel optimisme
Een stabiele positieve verwachting van de toekomst.
Betrokkenheid
Actief deelnemen aan het leven; onderdeel van weerbaarheid.
Uitdaging
Stress zien als kans om te groeien; onderdeel van weerbaarheid.
Meesterschap
Het gevoel controle en invloed te hebben op situaties.
Hypervigilantie
Extreem waakzaam en alert zijn na een trauma.
Flashbacks
Plotselinge herbelevingen van een traumatische gebeurtenis.
Kalmer gedrag
Gedrag dat ontspanning en rust bevordert.
Zelfbeeld
Hoe iemand zichzelf ziet en beoordeelt.
Compassie
Vriendelijkheid en begrip voor jezelf en anderen.
Eigenwaarde
Waardering die iemand voor zichzelf heeft.
Psychologisch contract
Ongeschreven verwachtingen tussen werknemer en werkgever.
Baanonzekerheid
Onzekerheid over het behouden van werk.
Depersonalisatie
Zich emotioneel afstandelijk of vervreemd voelen van zichzelf.
Cynisme
Negatieve en afstandelijke houding tegenover werk of anderen.
Surmenage
Andere naam voor overspanning door langdurige stress.
Lijdensdruk
De mate waarin iemand psychisch lijdt onder klachten.
Somatische oorzaken
Lichamelijke oorzaken van klachten.
Co-morbiditeit
Het tegelijk voorkomen van meerdere stoornissen of ziekten.
Wanen
Onjuiste overtuigingen die niet overeenkomen met de werkelijkheid.
Hallucinaties
Dingen waarnemen die er niet echt zijn.
Paniekstoornis
Angststoornis met onverwachte paniekaanvallen.
Boulimia
Eetstoornis met eetbuien en compensatiegedrag zoals braken.
Anorexia
Eetstoornis waarbij iemand extreem weinig eet uit angst om dik te worden.
Psychotische stoornis
Stoornis waarbij contact met de werkelijkheid verstoord raakt.
Slaap-waakritme
Het natuurlijke ritme van slapen en wakker zijn.
Droomachtige onderbrekingen
Momenten waarop de werkelijkheid onwerkelijk aanvoelt.
Lichaamsperceptie
Hoe iemand zijn eigen lichaam ervaart.
Hypnotiseerbaarheid
De mate waarin iemand gevoelig is voor hypnose of suggestie.
Fantasieneiging
Sterke neiging om intens te fantaseren.
Alternatieve bewustzijnstoestanden
Veranderde vormen van bewustzijn waarbij waarneming anders wordt ervaren.
Medisch onverklaarde lichamelijke klachten
Lichamelijke klachten waarvoor geen duidelijke medische oorzaak gevonden wordt.
Functionele gezondheidsvaardigheden
Basisvaardigheden zoals lezen en begrijpen van gezondheidsinformatie.
Interactieve gezondheidsvaardigheden
Vaardigheden om actief met zorgverleners te communiceren.
Kritische gezondheidsvaardigheden
Informatie kritisch beoordelen en toepassen op gezondheid.
Compliantie
Het opvolgen van medische adviezen van een arts.
Adherentie
Actief samenwerken met een behandeling en afspraken volgen.
Concordantie
Gelijkwaardige samenwerking tussen patiënt en zorgverlener.
Proximale beïnvloedingsfactoren
Directe factoren die gedrag beïnvloeden, zoals attitude en motivatie.
Distale beïnvloedingsfactoren
Indirecte factoren die gedrag beïnvloeden, zoals cultuur en persoonlijkheid.
Continue modellen
Modellen waarbij gedragsverandering als een geleidelijk proces wordt gezien.
Gefaseerde modellen
Modellen waarbij gedragsverandering in stappen of fases verloopt.
Job Demand Resources model (JDR)
Model waarbij stress ontstaat door hoge taakeisen en te weinig hulpbronnen.
Bevlogenheid
Positieve toestand van energie, motivatie en betrokkenheid bij werk.
Gevaar
Criterium van afwijkend gedrag waarbij iemand een risico vormt voor zichzelf of anderen.
Voordelen DSM
Zorgt voor duidelijke communicatie en classificatie van stoornissen.
Nadelen DSM
Kan leiden tot etiketten, stigmatisering en te veel focus op symptomen.
Generaliseerde angststoornis
Stoornis met voortdurende en overmatige angst en piekeren.
Morfodysfore stoornis
Stoornis waarbij iemand obsessief bezig is met vermeende uiterlijke gebreken.
Verzamelstoornis
Stoornis waarbij iemand moeite heeft spullen weg te gooien.
Flooding
Therapie waarbij iemand direct intensief wordt blootgesteld aan angst.
Responspreventie
Tegenhouden van dwanghandelingen tijdens blootstelling aan angst.
Virtuele therapie
Therapie waarbij virtual reality gebruikt wordt bij behandeling van angst.
Intoxicatie
Toestand waarbij iemand onder invloed is van een middel.
Onttrekkingssyndroom
Lichamelijke en psychische klachten bij stoppen met een middel.
Tolerantie
Steeds meer van een middel nodig hebben voor hetzelfde effect.
Fysiologische afhankelijkheid
Lichamelijke afhankelijkheid van een middel.
Psychologische afhankelijkheid
Geestelijke behoefte aan een middel.
Experimenteren
Eerste fase van middelengebruik uit nieuwsgierigheid.
Regelmatig gebruik
Fase waarbij iemand vaker middelen gebruikt.
Verslaving of afhankelijkheid
Fase waarbij controle over gebruik verloren gaat.
Cluster A persoonlijkheidsstoornissen
Excentrieke en vreemde persoonlijkheidsstoornissen.
Paranoïde persoonlijkheidsstoornis
Persoonlijkheidsstoornis met achterdocht en wantrouwen.
Schizoïde persoonlijkheidsstoornis
Persoonlijkheidsstoornis met afstandelijkheid en weinig emoties.
Schizotypische persoonlijkheidsstoornis
Persoonlijkheidsstoornis met vreemd gedrag en aparte overtuigingen.
Cluster B persoonlijkheidsstoornissen
Dramatische en impulsieve persoonlijkheidsstoornissen.
Antisociale persoonlijkheidsstoornis
Persoonlijkheidsstoornis met gebrek aan empathie en overtreden van regels.
Borderline persoonlijkheidsstoornis
Persoonlijkheidsstoornis met instabiele emoties en relaties.